Donderdag 20/02/2020

Glasshole: iedereen spion

Inlichtingendiensten over de hele wereld concluderen van alles uit metadata die ze bijeen sprokkelen. Maar zelf kunt u het ook. Handig. Maar doodeng, vindt wetenschapsjournalist Bard van de Weijer. Hoe beschermen we onze privacy, vraagt hij zich af. En hoe worden we geen spion van onze vrienden en vreemden?

Ik weet precies hoelang de schoonmaker bij mij thuis heeft gewerkt. Ik weet hoe laat hij binnenkwam, hoe lang hij heeft gestofzuigd en wanneer hij is vertrokken. Soms werkt hij minder lang dan de vier uur die we ooit hebben afgesproken.

Ik heb geen camera's in huis geïnstalleerd en geluidsopnames maak ik evenmin. Ik heb zelfs niet eens de bedoeling gehad zijn gangen te controleren, het gebeurt onbedoeld. De oorzaak: metadata.

Over metadata - data over data - is de laatste tijd veel te doen. Ooit werden ze door politici verkocht als een tamelijk onschuldig fenomeen in de strijd tegen terrorisme. Beste burger, we luisteren uw telefoongesprekken niet af, we bewaren alleen metadata. We weten met wie u belde en hoe laat en vanaf welke plek. Wat u zei, blijft keurig geheim. Niets om je zorgen over te maken dus.

Is dat zo? Terug naar mijn huiskamer. Dat ik mijn schoonmaker kan bespioneren, komt door de Nuon E-Manager, een handig apparaatje dat het stroomverbruik thuis monitort. Op afstand kun je met je smartphone aflezen hoe veel stroom er wordt gebruikt. Sommige apparaten kan ik ermee in- of uitschakelen. U kent het ding misschien wel van die olijke commercials met de Laurel en Hardy van Nuon.

Besmuikt

In het begin zeiden de stroomgrafiekjes me weinig. Soms werd er veel verbruikt, soms weinig. Maar na verloop van tijd begon ik patronen te ontdekken en kon ik zien wanneer de koelkast aansloeg en de Quooker. Ik kon aan het stroomverbruik zien of iemand vergeten was de pc op zolder uit te zetten. En ik wist wanneer de lampen aangingen (schoonmaker kwam binnen), wanneer de stofzuiger werd ingeschakeld en wanneer hij weer vertrok (licht uit).

Deze ontdekking was even fascinerend als verontrustend: ik kan ieders gangen in huis redelijk goed nagaan zonder dat anderen dat in de gaten hebben. Als mijn vriendin chagrijnig is, kan ik zeggen dat ze eerder naar bed moet, omdat het gisteren weer halftwee was (zegt de E-Manager). Ik weet dat de jongens op woensdagmiddag soms langer tv-kijken dan afgesproken (zegt de E-Manager).

Hoe beter ik de grafiekjes leerde lezen, des te besmuikter ik me begon te voelen over al die informatie die onbedoeld in de sleepnetten van de E-Manager blijft hangen. Ik was mijn eigen privé-NSA geworden. Allemaal op basis van 'onschuldige' metadata.

Een handig nieuw apparaat had me voor een dilemma gesteld. Ik was spion geworden tegen wil en dank. Dat riep een aantal vragen op. De meest omvattende is: hoe ga ik hier mee om? Moet ik mijn schoonmaker informeren? Of niet kijken als hij aan het werk is? Niet zeuren over de bed- en tv-tijden van gezinsleden? Misschien die hele E-Manager maar loskoppelen? Dan is het probleem ook opgelost.

Het is alleen een schijnoplossing. We krijgen namelijk steeds meer E-manager-achtige apparaten die data verzamelen over van alles en nog wat; apparaten die altijd online zijn: het Internet der Dingen. Met het Internet der Dingen wordt van alles via internet aan elkaar geknoopt. Opdat je met je mobiele telefoon automatisch de verlichting kunt inschakelen zodra de gps-ontvanger heeft vastgesteld dat je je huis op honderd meter genaderd bent en het donker is.

Handig. En doodeng.

De bedreiging zit hem niet in ieder apparaat afzonderlijk, maar in de enorme hoeveelheid data die al die Dingen verzamelen.

Helaas blijft het daar niet bij. Sinds enige tijd is er een tweede categorie Dingen. Dit zijn de Dingen die constant onze omgeving vastleggen. Bijvoorbeeld de Narrative, een postzegelcameraatje bedoeld voor life logging. Bekender en soms al in het wild te zien is de Google Glass, de wat nerdy beeldbril waarover door sommigen lacherig wordt gedaan. Met Google Glass kun je informatie opvragen over bijvoorbeeld de omgeving waarin je bent. Die wordt dan op het brillenglas geprojecteerd, net zoals straaljagerpiloten allerlei data te zien krijgen op het vizier van hun helm. In de Glass zit ook een camera, waarmee je je omgeving kunt filmen.

Dat leidt tot interessante situaties. Stel, je zit in een café te praten met iemand met een Glass op, dan weet je niet of je op dat moment wordt gefilmd. Dat kun je natuurlijk vragen en je kunt ook vragen of 'Glassman' (m/v) je niet wil filmen. Maar hoe zit dat als ik op straat loop?

Straks wordt alles gefilmd. Overal en op elk moment. Beelden verdwijnen in de cloud, waar algoritmen gezichten herkennen en in kaart brengen wie waar is geweest. De data worden bewaard en niemand weet precies wat ermee gebeurt en wie er allemaal bij mag.

Naïef tijdperk

Volgens technologiefilosoof Mark Hurst leven we nu nog in een aandoenlijk naïef tijdperk waarin we denken privacy te kunnen beschermen. Hij noemt als voorbeeld het Duitse verzet tegen de auto's van Google Streetview. Zinloos. Straks telt het land misschien miljoenen Glassdragers die constant de omgeving filmen. Dan ontstaat 'Streetview Now'. Geen wet die het kan tegenhouden.

Google ziet de bui al hangen. Daarom publiceerde het internetconcern begin dit jaar tien geboden bij de bril: een etiquetteboekje voor de bezitter van een Glass. Daarin worden de nu nog zeldzame eigenaars opgeroepen geen creepy dingen te doen, zoals ergens tegen een muur leunen en iedereen filmen die passeert. "Op plekken waar mobiele camera's verboden zijn, gelden dezelfde regels voor de Glass", schrijft Google. "Als je gevraagd wordt je mobieltje uit te zetten, schakel dan ook je Glass uit." In het kort zegt Google (letterlijk): wees geen 'Glasshole'.

Halfnaakt

Het opstellen van een etiquette lijkt sympathiek, maar Google wil vooral voorkomen dat de eerste dragers (explorers) de acceptatie van de Glass in de weg staan. Google wil dat we de bril gewoon gaan vinden, en het gewoon gaan vinden dat straks miljoenen burgers ermee rondlopen. Omdat dat handig is voor de bezitter, maar ook omdat het de zoekgigant een schat aan nieuwe data zal opleveren.

Dan zitten we dus met een wereldwijd realtime surveillancenetwerk. Wellicht is dit niet eens de eerste bedoeling van Google, maar dat het gebeurt, staat vast. Dat privacybeschermers zich zorgen maken, ook doordat Google zich op het gebied van privébescherming niet de grootste voorvechter heeft betoond.

De 'Glasshole' komt er, of we dat nu willen of niet. En vermoedelijk worden we er zelf ook een. Als de Glassdrager onze privacy niet beschermt, zullen we dat zelf moeten doen. Dat gebeurt trouwens al langer. Bijvoorbeeld op het strand. Topless zonnen is zo goed als verdwenen. Daar ligt meer aan ten grondslag, maar vermoedelijk ook het feit dat de halve wereld met een smartphone rondloopt en het weinig aanlokkelijk is jezelf halfnaakt op een ranzige site terug te zien.

Een bovenstukje aantrekken is misschien een klein offer en niet heel ingewikkeld. Maar hoe beschermen we onze privacy op straat? Het antwoord is: dat kunnen we niet. Net zoals we ons niet kunnen wapenen tegen de lul met de versterker van 250 watt in zijn auto die elke nacht boombassend door de straat rijdt.

Vorige week opperde techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek in het Nederlandse de Volkskrant dat we straks misschien wel maskers zullen dragen om onszelf onherkenbaar te maken voor al die surveillancenetwerken. Zodat we een thuisidentiteit en een straatidentiteit krijgen, net als inwoners van het Oostblok dat ooit deden.

Bard van de Weijer is wetenschapsjournalist bij de Volkskrant, de zusterkrant van De Morgen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234