Zondag 16/05/2021

Glamping:kamperen voor wie nietvan campings houdt

Het is vrijdagavond, zes uur, en we naderen Pont l’Evêque in Normandië. Volgens de richtlijnen die we hebben gekregen mogen we arriveren vanaf 16 uur, maar moeten we verwittigen als het na zessen zou worden. Het leven op de boerderij verloopt - zo zullen we merken - immers volgens een vast tijdschema, en de koeien wachten niet om te worden gemolken. Ik bel Sophie Bruneteau, de boerin die ons op haar domein zal ontvangen, en ze schat dat we er over een kwartier wel zullen zijn. Het is nog even zoeken tot we de pijl naar ‘La Ferme du Faingot’ zien. Vier ganzen versperren ons de weg, maar als de boerin komt aanlopen maken ze klapwiekend plaats. De jongens springen vol verwachting de auto uit. “Wat zien die kippen er zacht uit!”, is het eerste wat Elliott zegt, en Zowie is al onderweg naar de koeienstal. Sophie, de jonge boerin, gaat ons voor naar de tent. “Daarna ga ik de koeien melken, ik heb speciaal even gewacht”, vertelt ze. Langs een smalle weg, met hier en daar een modderplas en een koeienvlaai, bereiken we een grote weide en onze tent. Als Sophie het donkerbruine tentzeil openmaakt, ligt er een nostalgisch plaatje voor ons: een boerenkamer met plankenvloer, een robuuste tafel met zes verschillende stoelen er omheen, een voorraadkist, een houtkachel en een centraal werkeiland met zinken blad en gootsteen. Dit wordt ons huisje voor de komende drie dagen, we trekken er zo dadelijk in.

Nostalgie

‘La Ferme de Faingot’ is een van de vijf boerenbedrijven in Frankrijk die onder de paraplu van ‘Un lit au Pré’ sinds vorig jaar bezoekers ontvangen voor een week of een weekend. Drie ervan liggen in het noordwesten, twee in het centrum van het land. Per domein zijn er maximum zes tenten, die zo ver van elkaar staan dat je de buren niet hoort. De onze kijkt uit op een indrukwekkend groen, glooiend landschap, met geen enkel huis in zicht. Sophie overhandigt ons elk een pakketje lakens en linnen, toont de douches naast de geitenstal, en geeft een kruiwagen om de bagage op te halen. Dan spoedt ze zich naar haar koeien die dringend moeten gemolken worden. Wij verkennen verder ons domein. Achter in de tent zijn twee slaapkamers, een met een dubbel bed, een met stapelbedjes. In de living is een bedstee waar twee kinderen of een volwassene in kunnen slapen. Muren van houten kistjes kunnen dienen als legplanken, oude koffie- en suikerblikken dienen als nostalgische decoratie. Onder de gootsteen vinden we een assortiment geëmailleerde schalen, kookpannen en servies. Alles is brandschoon. Het ziet er wat oud uit, maar het is gloednieuw. We hebben het getroffen; het is een mooie zomerdag en we kijken ernaaruit om na de rit van 450 kilometer buiten te avondmalen, aan de kampeertafel. In le cellier (letterlijk de voorraadkelder) of het winkeltje vinden we het nodige: worst, kaas, tomaten, boter, wijn, limonade, en hout om morgenvroeg de kachel mee aan te steken. In een schriftje met de naam van onze tent op, noteren we wat we hebben meegenomen. Dat wordt bij het vertrek afgerekend. Als de bedden met donsdekens zijn opgemaakt, en Zowie fier komt melden dat hij koeien kan melken, installeren we ons in de avondzon en glijdt in de bijna tastbare stilte alle stress van de stad van ons af.

HET Betere Boerenbed

De Britten hadden al snel een naam bedacht voor dit soort kamperen: glamping, een samentrekking van glamour en camping. Het summum van glamping vind je in het Verenigd Koninkrijk, waar sjieke tenten worden opgebouwd in de buurt van beroemde zomerfestivals, zoals Kerala Camp op Glastonbury. Ze zijn vaak geïnspireerd op exotische tenten of hutten in Zuidoost-Azië of tenten in Afrikaanse wildparken. De ‘Festihutten’ die bij ons op muziekfestivals zijn neergepoot, zijn een stuk eenvoudiger, maar beantwoorden aan dezelfde verwachting om niet meer met een eigen tent te moeten sleuren en ’s morgens niet te ontwaken met rugpijn door de luchtmatras. Bij ‘Un lit au Pré’ speelt vooral de combinatie van het leven dicht bij de vrije natuur met het minimum aan comfort dat de beter gesitueerde stedeling verlangt. Want dat is het publiek waar ‘Un lit au Pré’ op mikt, vertelt de directeur van de Franse afdeling, Guillaume Wibaux: “Het zijn niet de klassieke kampeerders die bij ons boeken, maar mensen met een drukke baan, al dan niet met kinderen. Ze willen, niet te ver van huis, even de laptop, televisie en games achter zich laten. En er is winst voor beide partijen: voor stadskinderen is het een leuke manier om kennis te maken met het boerenbedrijf, voor de kleine boeren is het een broodnodige aanvulling op hun inkomen.”Wibaux zag de goed uitgeruste tenten voor het eerst in Engeland, en hij was meteen verkocht. De uitvinder ervan bleek een Nederlander te zijn, Luite Moraal, een voormalige directeur van Center Parcs. Hij begon in 2003 in Nederland met ‘Het Betere Boerenbed’ en introduceerde het concept in Engeland. Wibaux nam contact op, associeerde zich met hen, en begon vorig jaar de Franse versie uit te bouwen, ‘Un lit au Pré’ (letterlijk ‘een bed in de weide’). Het principe en de tenten zijn overal gelijkaardig. De organisatie levert en onderhoudt de tenten, zorgt voor de inrichting, de reservaties en de administratie en zoekt geschikte boerenbedrijven. De boeren die geselecteerd worden krijgen een percentage van de boekingen, en kunnen met de producten van hun winkeltje een cent bijverdienen. Zij moeten enkel zorgen voor koud stromend water aan de tenten en twee aparte douches.

Echte boeren

Als de duisternis valt, brengen we de petroleumlampen naar buiten, en worden de gezelschapsspellen bovengehaald. Elliott zorgt voor een vuurtje in de buitenhaard. Die gaat sneller aan dan de houtkachel binnen en zorgt voor een warme gloed bij ons laatste glas wijn. De jongens moeten niet gepord worden om naar bed te gaan, ook dat is weer een avontuur. Tanden poetsen aan de gootsteen en de knuffels klaarleggen, en we horen ze niet meer tot negen uur ’s ochtends. Wie we wél horen, is de haan die van bij het eerste ochtendgloren luidkeels laat weten dat we uit de veren moeten. De boerin had ons gewaarschuwd dat het ’s ochtends kil kan zijn in de tent, en dat we best de kachel aanmaken om de vochtigheid te verdrijven. Dat lijkt me mannenwerk, en in afwachting dat de man van dienst uit zijn bedstee komt, ga ik een douche nemen, en breng ik op de terugweg fruitsap en verse croissants mee uit de cellier. Nu heb ik dringend nood aan een kop koffie, maar dat gaat niet zo snel. Terwijl ik aan de andere tenten vrolijke rook uit de schoorstenen zie kringelen, hangt er bij ons vooral een blauwe walm binnen in de tent. Elliott krijgt de kachel uiteindelijk aan de praat, en dan is het nog wat geduld oefenen tot de waterketel wil zingen. Ondertussen heeft de boer de afsluiting verplaatst, en zijn de koeien afgezakt naar de weide voor onze tent. Op vijf meter afstand staan de beesten naarstig te grazen. Koeien zijn de rijkdom van Normandië. Samen zorgen ze voor een kwart van alle vlees- en zuivelproducten van Frankrijk. Dit is de streek van de Camembert, de Livarot, de Pont l’Evêque. Maar ook hier zijn de boeren boos. Later zie ik langs de weg een bordje staan: “1 litre de lait à la ferme = 0,20 euro, un litre au supermarché = 1,20 euro”.

Plastic moet weg

“Elke twintig minuten gaat er in Frankrijk een klein boerenbedrijf overkop”, vertelt Guillaume Wibaux. “De meeste moeten het hoofd boven water houden met een bijberoep, met gastenkamers, of rechtstreekse verkoop van producten, maar de toestand is zeer ernstig. Toen ik een advertentie plaatste bij de start van ‘Un Lit au Pré’, kreeg ik prompt 400 aanvragen. Grote boerderijen of hobbyboeren die beloven 'activiteiten' te organiseren voor de gasten, vallen al onmiddellijk af. Het is de bedoeling dat de boer ook boer blijft en geen hotelier wordt. Voor ons zijn de ligging en het landschap belangrijk, evenals de authenticiteit. De boeren moeten geen spelletjes doen voor de kinderen, ze moeten boeren. Bedrijven met legbatterijen of grootschalige varkensstallen komen niet in aanmerking. Die plastic glijbaan die hier staat, moet trouwens weg. Plastic is taboe in ‘Un Lit au Pré’.” Wibaux is uit Parijs gekomen voor zijn inspectieronde langs de boerderijen. Een delicate opdracht, zegt hij. “Voor de boeren is het in het begin een beetje zoeken. Wat wordt er van hen verwacht? Ze moeten gastvrij zijn, maar zich niet opdringen. Ze moeten er zijn, maar op de achtergrond. Het moet een echt boerenbedrijf zijn, maar daarom moeten er geen spinnenwebben hangen”, zegt Wibaux. Hij wijst naar een stapel hout die bedekt is met blauwe plastic zakken. “Dat kan dus niet, die zakken moeten weg.” Iedere boerderij is weer anders, zegt hij. “En dan merk je ook dat de mensen verschillende aandachtspunten hebben. Bij sommigen is de cellier een pareltje dat zo in een magazine zou kunnen staan, bij anderen ziet het er erg basic uit, met enkel het hoogstnodige van de boerderij.”Na het ontbijt maken we een tochtje naar de kust. Steden als Honfleur en Cabourg liggen op een halfuurtje rijden. Langs ons dorp, La Roque Baignard, loopt de ‘Route du Cidre’. Dit is behalve de streek van de appelen (cider en calvados) ook de kweekplaats van de mooiste en duurste renpaarden van Frankrijk. Van de grote stoeterijen (les haras) vertrekken de paarden eind augustus naar het paardenmekka Deauville, waar ze worden verkocht. Op de eerste dag van de veiling, zo lees ik in Ouest France, koopt een sjeik uit Dubai een jong paardje voor 900.000 euro. Nu begrijp ik waarom deze uitgestrekte domeinen er zo fraai verzorgd bij liggen. Ook de stadjes aan de kust lijken elke morgen door een schoonmaakploeg onder handen te zijn genomen. Gek toch hoe snel je aan de rust gewend bent. De kustplaatsjes met hun souvenirwinkels, crêperies en terrassen kunnen ons maar matig boeien, en ook de jongens protesteren niet als we na een eenvoudige mosselmaaltijd terugkeren naar onze tent. Joshua, het Engelse buurjongetje, komt voetballen, wij nestelen ons met een boek in de ligstoelen en er is niemand die zijn e-mails, internet, radio of games mist. Open van april tot eind oktober. Foto’s en alle verdere informatie via www.unlitaupre.fr en www.boerenbed.nl.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234