Zaterdag 28/03/2020

Giuliani's 'cowboys' liggen weer onder vuur

Eenenveertig politiekogels maakten vorige week een eind aan het leven van Amadou Diallo, een West-Afrikaan die in New York een nieuw bestaan was begonnen. Voor de West-Afrikaanse gemeenschap in New York heeft Diallo's dood de symboolwaarde die de mishandeling van Abner Louima door de politie van Brooklyn vorig jaar had voor de Haïtiaanse gemeenschap.

NEW YORK.

THE NEW YORK TIMES

Onder het schreeuwen van slogans als 'No justice, no peace' and 'Fight back' verzamelde zich zondag een duizendtal mensen voor het huis in de Bronx waar de 22-jarige Amadou Diallo uit Guinee woonde tot hij vorige week donderdag door de politie van New York werd doodgeschoten.

Diallo was in 1997 uit Guinee geëmigreerd naar de Verenigde Staten. In New York kwam hij aan de bak door twaalf uur per dag prullen te verkopen op straat. Van de opbrengst daarvan stuurde hij een groot deel naar zijn ouders in Afrika. Hij werd doodgeschoten toen hij de hal van zijn flatgebouw binnenstapte. Vier undercover-politieagenten wilden hem ondervragen in verband met een recente moordaanslag op een taxichauffeur. Toen Diallo naar zijn jaszak greep, dachten de agenten dat hij een wapen wilde trekken. De agenten vuurden 41 schoten af, waarvan er negentien doel raakten. Diallo bleek ongewapend te zijn.

Het is vooral het groot aantal geloste schoten dat verontwaardiging heeft uitgelokt. Zelfs burgemeester Rudolph Giuliani, die bij schietpartijen doorgaans de verdediging op zich neemt van de politie, zei vrijdag dat zowel hijzelf als de politiecommissaris "verontrust" was over het aantal schoten.

De dienst Internal Affairs van de politie en het parket van de Bronx hebben een onderzoek geopend. Giuliani heeft de publieke opinie (en vooral de Afrikaanse en Afrikaans-Amerikaanse gemeenschappen) verzocht om de juridische uitkomst af te wachten. Maar dat wordt moeilijk nu de beruchte zwarte activist dominee Al Sharpton zich de zaak heeft aangetrokken. "Hebben wij het hier over politiewerk of over een vuurpeloton?", vroeg Sharpton zich donderdag af tijdens een conferentie over politiebrutaliteit. Ook Amnesty International neemt geen blad voor de mond: volgens de mensenrechtenorganisatie blijkt uit de verslagen over de schietpartij dat deze "conform is aan de patronen van politiebrutaliteit en onrechtmatig gebruik van geweld die wij over de voorbije jaren hebben vastgesteld".

De aandacht spitst zich deze keer toe op een elite-eenheid van de New Yorkse politie, de zogenaamde street crimes unit, waarvan de leden 's nachts in burger door de straten patrouilleren op zoek naar misdaden die nog moeten gebeuren. Om zich zo onopvallend mogelijk te maken kleden de agenten zich opzettelijk slordig en rijden ze rond in oude, geblutste auto's.

Sinds een paar jaar is de street crimes unit het instrument bij uitstek waarmee burgemeester Giuliani zijn nultolerantiebeleid in de praktijk brengt. In 1996, toen de eenheid een honderdtal agenten telde, was zij verantwoordelijk voor twintig procent van de arrestaties wegens illegaal wapenbezit, sinds 1997, toen het aantal agenten werd opgetrokken tot meer dan vierhonderd, is dat percentage gestegen tot veertig procent. Volgens politiecommissaris William Safir is het aan deze eenheid te danken dat het aantal schietpartijen in New York in de eerste helft van 1998 terugviel tot minder dan duizend, in vergelijking met 2.500 in de eerste helft van 1993. Maar er is ook veel kritiek op de tactieken van de street crimes unit door de gemeenschap en door andere politieagenten die vinden dat de eenheid, waarvan de leden graag van zichzelf graag dat zij 'meester zijn van de nacht', dringend ingetoomd moet worden. Ook openbare aanklagers zeggen op voorwaarde van anonimiteit dat er een probleem is met de eenheid. Omdat het haar taak is om actief naar misdaden te zoeken in plaats van erop te reageren, zoals gewone agenten doen, geraken vele zaken nooit tot in de rechtbank vanwege procedurefouten. In de Verenigde Staten moeten agenten een gewettigde reden hebben om iemand te achtervolgen of staande te houden. Hebben ze die niet, dan kunnen de verdachten vrijuit gaan, ook al werden er wapens of andere illegale zaken op hun persoon aangetroffen. "Ze hebben de reputatie cowboys te zijn", zegt een openbaar aanklager.

Zoals in het geval van de Haïtiaanse immigrant Abner Louima, die vorig jaar zwaar mishandeld werd door de politie van Brooklyn, is aan de zaak-Diallo ook een etnisch aspect verbonden. Zijn dood heeft de aandacht gevestigd op de weinig bekende Afrikaanse gemeenschap van New York, die sinds 1990 uitgegroeid is van 44.000 tot naar schatting 84.000, het gevolg van economische rampspoed en burgeroorlog in Afrika en een uitbreiding van het aantal visa voor de VS dat aan Afrikanen wordt verleend. Omdat zij relatief klein en nieuw is, heeft de Afrikaanse gemeenschap echter niet de politieke stem die andere gemeenschappen hebben. Sidique Abubakarr Wai, voorzitter van het United African Congress, vestigde in dat verband de aandacht op de moorden op verschillende tientallen Senegalese taxichauffeurs die het voorbije decennium zijn vermoord in New York zonder dat de politie veel moeite deed om de daders te vinden. Mogelijk kan de zaak-Diallo voor de Afrikaanse gemeenschap doen wat het geval-Louima voor de Haïtianen deed, namelijk zorgen dat er rekening mee wordt gehouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234