Zondag 25/08/2019

Opinie

Gisteren bouwden we kampen, morgen bouwen we steden

Regen heeft het vluchtelingenkamp in Duinkerke herschapen in een modderpoel. Beeld Bob Van Mol

Bob Pleysier is voormalig directeur-generaal van Fedasil.

Het standpunt van Bart Eeckhout (DM 13/1) over het Europees socialisme naar aanleiding van de Deense 'plunderwet' was vernietigend: "Graaf toch gewoon een diepe kuil en ga je erin liggen doodschamen."

Eens waren sociaaldemocraten bakens in asielbeleid. De crisis van 1993 werd bezworen door Louis Tobback en die van 2000 door Johan Vande Lanotte. Daar moet aan toegevoegd dat crisissen toen vooral 'binnenlands' waren, al had 2000 met de Balkancrisis toch ook al een Europese dimensie. Ooit liet ik, als directeur van het Klein Kasteeltje, Betty Melaerts in De Morgen optekenen dat Johan Vande Lanotte, een performant minister, te weinig oog had voor de internationale dimensie van migratie en asiel. Dat leverde me een reprimande op.

Tijden veranderen. Socialisten zijn weg. De bakens heten nu De Block en Francken. En het migratieprobleem is verontrustend uitgedeind. Zelfs de burger in Lommel en Sijsele ziet Azië en Afrika al over zich heen rollen. En zijn vertrouwen in de nationale en Europese bewindvoerders slinkt.

Bob Pleysier. Beeld Jimmy Kets

Het lijstje van de voorgestelde EU-oplossingen is lang, maar oogt niet effectief: bootjes vernietigen in Libië, versterken van grensbewaking (Frontex), hot-spots in Italië en Griekenland, de judaspenning van 3 miljard aan Turkije, spreiding van asielzoekers... De maatregelen van de Europese landen dienen vooral om de vluchtelingenlast naar de buurlanden af te leiden: prikkeldraad op de grenzen, terreur-bewind tegen asielzoekers, afschaffen van Schengen, verbod op gezinshereniging, ontradingscampagnes in herkomstlanden, beperken van het verblijfsrecht, verstrakking van de Conventie van Genève, kindergeld en sociale woningen afschermen tegen asielzoekers, het vertragen van de asielaanvragen en - de jongste in de rij - het in beslag nemen van bezittingen van asielzoekers (Denemarken).

Van sociaaldemocraten die in de meeste Europese landen in de oppositie zitten, zou ik dan verwachten dat ze een offensieve humanitaire strategie ontwikkelen om het krampachtige, soms populistische, rechtse beleid in Europa frontaal aan te pakken met fundamentele alternatieven. Niet dus.

Een oplossing van migratie en asiel is beter naarmate ze dichter bij de oorsprong ligt, naarmate ze duurzamer en meer geïntegreerd is, naarmate er meer partijen winnen (of minder partijen verliezen), en naarmate er internationaal draagvlak is.

Ontwikkelingssamenwerking is het eerste antwoord dat op al deze criteria goed scoort. Het zou te ver leiden om te analyseren waarom ontwikkelingssamenwerking niet, of toch veel te weinig, heeft gewerkt. Kort: de verspreide inspanning van ontwikkelingssamenwerking om op korte of middellange termijn te kunnen renderen, is te afhankelijk van factoren als de vorm van ontwikkelingshulp, de internationale handelsverhoudingen, politieke stabiliteit, de kwaliteit van instituties, geografische omstandigheden, etnische verhoudingen...

Een tweede good practice is opvang in de regio. Het adagium voor vluchtelingenopvang is: beperk het migreren van mensen die hun thuis moeten verlaten tot een minimum, zodat ze dicht bij hun oorspronkelijke habitat blijven en terugkeer realistisch blijft. Maar ook hier is de praktijk deprimerend. Opvangsites worden snel kampen, getto's van jarenlange uitzichtloosheid. In de vluchtelingenkampen van de VN is de gemiddelde verblijfsduur 17 jaar.

Afgelopen jaar deed ik een bescheiden poging om die principes en uitzichtloze migratiestromen te combineren in één oplossing: Europa moet in Afrika een nieuw groeipunt bouwen (DM 18/8). 'New Lampedusa' was de werknaam voor die wervende stad van de toekomst, die als ze succesvol zou zijn gevolgd zou worden door meer gelijkaardige steden. Die stad zou voor het Afrika een eerste dam zijn tegen het verlies van jonge krachtige mensen én de uitvoer van grondstoffen (win). Migrerende Afrikanen zouden er een goede plek vinden om een toekomst te bouwen (win) en daar zou Europa uniform en dwingend al zijn immigratieprocedures organiseren en zo geweldloos zijn grenzen beschermen (win) en zo een einde maken aan de Middellandse Zee-route en de mensenhandel (win).

Ik kreeg nogal wat reacties, de meeste negatief, gaande van naïef tot neokolonialistisch. Maar ook wel constructieve, van spontaan enthousiaste mensen ("tiens, waarom niet ?") tot wetenschappers, politici, internationale experts, filosofen met congruente ideeën, tot zelfs ondernemers die zich in staat meldden om morgen wooninfrastructuur te leveren. Er ontstond een embryo van een denkgroep die deze piste wil exploreren. Onrealistisch?

In een interview met architectuurblad Dezeen legt UNHCR-expert Kilian Kleinschmidt uit hoe hij het Zaatari-kamp met 100.000 vluchtelingen in Jordanië samen met de stad Amsterdam en een netwerk van geëmigreerde Syriërs over de wereld wil uitbouwen tot een stad. Intussen verliet Klein-schmidt de UNHCR omdat hij meent dat humanitaire hulp een doodlopende straat is en hij wil investeren in de bouw van de steden van de toekomst.

Socialisten aller landen, verenigt u: "Yesterday we built camps, tomorrow we build cities."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden