Zondag 21/07/2019

Giorgio Armani presenta...

Hij wil niet alleen de koning van de mode zijn, maar ook de grote mecenas van Milaan. Na zijn megastore op de Via Manzoni stelde Giorgio Armani dit seizoen aan de verzamelde pers zijn theater voor: een voormalige Nestlé-fabriek, heringericht door Pritzkerprijswinnaar Tadao Ando. In dit impressionante monument van beton, glas en water vinden showrooms, een zaal voor defilés en een tentoonstellingsruimte onderdak.

Agnes Goyvaerts

Meneer Armani is geen losbol, dat weten we al langer. Woorden zoals perfectionist en controlefreak zijn hem meer op maat gesneden. Zijn defilés, die tot voor kort plaatshadden in het theatertje van zijn hoofdkantoor aan de Via Borgonuovo, zijn altijd perfect getimed en geregisseerd. Behalve opstoppingen van toeterende auto's en een kluit nieuwsgierigen op het trottoir aan de overkant, doen er zich nooit wilde taferelen voor. Modellen en Amerikaanse aankopers die in het nabijgelegen chique Grand Hotel et de Milan logeren, hadden voor de twee Armani-defilés, net zoals voor die van Versace, maar de straat over te steken om hun plaatsje in te nemen. Vanaf nu is dat anders. De voormalige Nestlé-fabriek ligt een behoorlijk eind uit het centrum, en om de hoek ervan hebben ook film- en fotostudio's een onderdak gevonden, waar andere merken hun defilés houden. Sinds kort kennen alle taxichauffeurs van Milaan dus blind de weg naar de Via Bergognone en op de antieke oranje tram nr. 2 kijkt men niet meer op als er weer een wolk zwarte mevrouwen met onmogelijke puntlaarzen neerstrijkt. Het zit er aan te komen dat dit snel een nieuwe buurt zal worden die je moet kennen, al is er nu, op de gerenoveerde fabrieken en enkele kleine bars na, nog niet veel te beleven.

Het centrum is te vol geworden, betoogt Armani, het is de ene winkel naast de andere, "de Brerawijk is een pizzeria geworden, er is te veel, te veel, te veel, het lijkt wel een soek". Hij droomde al langer van een nieuw gebouw dat Milaan een hedendaags karakter zou geven, maar in het hart van de stad is er geen plaats en het in een voorstad neerpoten heeft geen zin, vindt hij. De logische oplossing was dus iets bestaands herinrichten. De keuze om met de Japanse architect Tadao Ando samen te werken, lag min of meer voor de hand: beiden zijn ze meesters in soberheid. "Ik wou iets creëren dat zo eenvoudig mogelijk was, maar dat toch een blijvende waarde had", zegt Armani, "en ik heb altijd gehouden van de geest die Japanners in hun gebouwen kunnen steken."

Het Armani Teatro, zoals het officieel heet (in gedachten maak je onwillekeurig de link met de 'Scala van Milaan' of de Galleria Vittorio Emannuale), is een gebouw dat je niet koud laat. Je komt aan in de brede straat waar een neutrale maar grote fabriek uit de jaren vijftig staat. De zwarte limo's en gestroomlijnde chauffeurs ernaast wijzen erop dat hier tegenwoordig iets mondainers wordt verkocht dan chocolade of melkpoeder.

Voorbij de rode fluwelen touwen en de sierboompjes lopen we de honderd meter lange, hoge en lichtjes gebogen gang van lichtgrijs beton in. Hij is strak, maar niet koel, en vierkante zuilen die net niet tot het plafond reiken, geven het geheel iets vluchtigs, zwevends. Rechts door een hoog raam zien we een rechthoekig atrium waarin water staat. "La piscina", zegt Danila Tonelli, die ons vergezelt. Het is geen zwembad, gewoon een decoratieve waterpartij. "Dat is de enige toegeving die ik aan de architect hebt gedaan", vertelde Armani bij de voorstelling van het project. "Voor mij is dat zoveel vierkante meter verloren ruimte, maar voor Tadao Ando maakt zo'n waterpartij intrinsiek deel uit van zijn ontwerp. Dus heb ik me erbij neergelegd."

Achter la piscina ligt de tentoonstellingsruimte, een perfecte cocon voor allerlei soorten werk, met opnieuw vierkante zuilen en een betonnen zijmuur die ongeveer anderhalve meter boven de grond lijkt te zweven. Van de glazen wand erachter komt licht naar binnen gezwommen, de rest van het daglicht valt door een uitsprong in de zoldering door de originele koepel van de fabriek. Dit is de enige plaats waar het originele omhulsel nog te zien is. Bijna alles hier is in wit- of grijstinten, maar dankzij ingenieuze lichteffecten kan dat veranderen. Het best te merken is dat in de theaterzaal waar de defilés worden gehouden. Vloer en achterwand kunnen met een druk op enkele knoppen scharlakenrood, azuurblauw of grasgroen worden gekleurd, wat bij de presentatie van de zomercollectie ook meteen gebeurt. En misschien is het geen grootse architecturale verwezenlijking, maar het mag toch ook gezegd: op de meer dan 662 trapsgewijs opgebouwde plaatsen zit je gemakkelijk en je ziet van overal even goed. Het lijkt de evidentie zelve, maar het is niet overal zo vanzelfsprekend.

Tot in kleinste hoekjes

Tot slot wil ik absoluut een bezoek brengen aan wat men soms het kleinste kamertje noemt, een omschrijving die hier absoluut niet opgaat. Ik heb namelijk gehoord dat de herentoiletten heel bijzonder zijn. Daar zou water van een glazen muur gutsen, volgens architect John Pawson (een andere koning van het minimalisme), vergelijkbaar met een beroemde sculptuur van Philip Johnson, de Water Wall in Houston. In de lange gang, waar ook drie glazen tafels/bureaus staan, duw ik een deur open van een meter of drie hoog en sta meteen ten voeten uit oog in oog met mezelf, want de hele muur is spiegel. Aan het eind van de spiegelwand is een even hoge witte muur, waarvan ik me even afvraag waar de toiletten zich verbergen, want klinken zitten er niet aan. "Duwen", zegt Danila, en ze toont dat de muur zich naar binnen opent, en dan sta ik ineens in een van de tien toiletten die elk ongeveer even groot zijn als mijn keuken thuis. Zoeken naar knoppen of hendels hoeft hier niet. Wanneer je je achterste oplicht, treedt de spoeling vanzelf in werking. Bij meneer Armani wordt de stijl doorgetrokken tot in de kleinste hoekjes.

In Vanity Fair steekt John Pawson zijn bewondering voor het gebouw niet onder stoelen of banken: "Het Armani Teatro is een beetje La Scala, een beetje Milan Galleria, het heeft iets van de villa van Hadrianus en veel van Japan. Maar uiteindelijk is het uniek en alleen zichzelf, en daardoor in staat om iets nieuws te vertellen over Ando, over zijn opdrachtgever, en misschien zelfs over de mode."

'Ik heb altijd gehouden van de geest die Japanners in hun gebouwen kunnen steken'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden