Woensdag 13/11/2019

Meesters vh doek

Gilda De Bal: "Soms sta ik versteld van wat ik in me heb"

Gilda De Bal Beeld Stephan Vanfleteren

In onze tweede reeks 'Meesters van het doek' vraagt Margot Vanderstraeten acht film- en theatergrootheden de kleren van het lijf. Hun ziel leggen ze bloot voor de lens van Stephan Vanfleteren. Vandaag: Gilda De Bal.

Weet je wat ik het geheim van een goede acteur of actrice vind?", vraagt ze ergens middenin het gesprek, mijmerend en met haar ogen dicht. Het blijkt geen vraag maar een bedenking die ze hardop maakt, en waarop meteen haar antwoord volgt. "Dat goede acteurs een geheim met zich meedragen."

Haar ogen weer open: "Begrijp je me? Een goede acteur laat niet in zijn ziel kijken. Zijn ziel is een mysterie. Je denkt, terwijl je hem bezig ziet, de hele tijd: wat zit er toch in dat koppeke, waar denkt die toch allemaal aan, wat draagt die allemaal met zich mee? Philip Seymour Hoffman, helaas overleden, was zo iemand. Een subliem acteur die in al zijn rollen intrigeert en fascineert. Ik kon hem zo bewonderen voor de risico's die hij nam. Hij speelde nooit op veilig. Daar houd ik van, van die spanning. Daniel Day-Lewis, waar ik al even zot van ben, heeft diezelfde aantrekkingskracht. Net als, jammer genoeg ook al overleden, Robin Williams. De drie die ik nu opsom, zijn totaal verschillende acteurs, maar ze hebben dat geheim met elkaar gemeen. Ook Meryl Streep past voor mij in dit zelfde straatje. Ik vind haar ongelooflijk goed. Ze is zo'n uitmuntende actrice dat haar vakmanschap haar zelfs zuur opbreekt. Onlangs nog zei iemand me: 'Ja, maar la Streep kun je echt alles laten doen, haar spel is een truc, ze hoeft haar trukendoos maar open te maken en hupsakee, haar personage staat er.' Ik heb veel moeite met zo'n opmerking, die Streep echt alle onrecht aandoet. Ik denk dan: ja, het zal wel dat haar spel een truc is. Acteren is nu eenmaal techniek, wat had je gedacht. Maar wát een buitengewone trukendoos heeft Meryl Streep dan wel niet. Wat een talent. Wat een vakbeheersing, die ver voorbij de techniek gaat. Wat een mysterie dus ook."

Vorig seizoen speelde u de hekserige moeder Violet in Augustus, ergens op de vlakte; gebracht door Olympique Dramatique en geschreven door de Amerikaanse acteur en scenarist Tracy Letts, die met dit stuk in 2007 de Pulitzer-prijs voor Drama won. Van het succesvolle theaterstuk werd ook een film gemaakt. Uitgerekend Meryl Streep vertolkt daarin diezelfde Violet die u speelde...
"Op een middag, voorjaar 2014, ben ik in mijn eentje naar August, Osage County gaan kijken. Ik heb de film tot me laten komen. Een paar maanden later ben ik weer vanaf nul begonnen en heb ik me ten volle gegeven aan mijn eigen theatervertolking van Violet.

"Ik heb nooit gedacht: dit kan ik niet, dit durf ik niet.' Ik wéét dat ik Meryl Streep niet ben. Bovendien, en dat was dan toch wel bevrijdend, is film erg verschillend van theater. Je kunt acteerwerk in een film niet vergelijken met acteerwerk op het podium.

"Ik weet intussen - dat is een voordeel van de jaren - tamelijk goed wat ik kan en niet kan. Ik heb mijn lichaam, mijn stem en mijn ervaring; als ik die optimaal inzet, krijg je een optimale Gilda De Bal. Meer heb ik niet te bieden, daarmee moet men het doen, en ik ook. In de voorstellingen van Augustus heb ik alles gegeven wat ik in me had. In die zin zelfs dat ik er perfect mee had kunnen leven als Violet, dat opperste kreng van een vrouw die iedereen het bloed van onder de nagels haalt en ook zichzelf niet kan uitstaan, mijn laatste rol was."

U weet wat u kunt en niet kunt. Maar weet u, als actrice, ook altijd wat u in zich heeft? Kunt u nog verrast zijn door het personage dat u neerzet?
"O ja, ik sta soms versteld van wat ik in me heb. Nog altijd. Almaar meer zelfs. Dat komt omdat ik - en nu noem ik opnieuw een voordeel van het ouder worden - met de jaren alle schaamte en schroom van me afgeworpen heb. Ik durf nu echt alles, ik laat me gaan en denk: iedereen kan de boom in.

"Ik durf me grenzeloos belachelijk te maken op repetities. Ik vind zelfs dat repetities daarvoor dienen: je moet op je bek gaan. Je moet foute keuzes durven te maken. Juist door die foute keuzes weet je beter wat goed is, via welke sporen je verder moet zoeken naar de invulling van je personage. Een acteur die tijdens de repetities niet geregeld flagrant op zijn bek gaat, kan nooit goed zijn. Wie niet faalt, kan niet uitblinken.

"Violet, uit Augustus, heb ik werkelijk zonder enige reserve gespeeld. Ik wist niet dat ik zo'n kreng kon spelen, en dat ik tegelijkertijd mededogen kon opwekken voor haar kwaadaardige karakter, dat hoe dan ook een resultante was van een leven vol frustraties en kwellingen... Acteur Tom Dewispelaere, die met deze voorstelling, gesteund door Stijn Van Opstal, zijn regiedebuut maakte, kon tijdens de repetities soms zeggen: 'Maar gij zijt echt goed zot hé, Gilda.' Omdat ik totaal ongegeneerd, en uiteraard in functie van mijn personage, op weg naar de premièrevoorstelling al mijn registers opentrok. Ook registers die ik van mezelf nog niet kende. Heerlijk, vooral als je je door niets laat tegenhouden en nieuwe dimensies aan je vertolking kunt geven."

Misschien is de sprong oneerbiedig, maar: de ziekte van Hodgkin, lymfeklierkanker, had u pakweg dertig jaar geleden wél bijna tegengehouden. Is het daarom ook dat u zo nuchter zegt: ik had er perfect mee kunnen leven als Violet mijn laatste rol zou zijn geweest? Omdat u de dood ooit in het lijf heeft gehad?
"O, dat weet ik niet. Ik word dit jaar 66. Ik zit in een sector die geen zekerheden kent.

"Vorig jaar ging ik aan twee langspeelfilms meewerken. Fijn en goed, dacht ik; te meer omdat het over twee toffe projecten ging, scenario's waarin ik me kon vinden en waarnaar ik uitkeek. Helaas: de films werden afgekeurd door het Vlaams Audiovisueel Fonds. Met als gevolg dat de producenten, bij gebrek aan geld, hun plannen staakten.

"Ik denk dus dat ik de rol van Violet ook om die reden gespeeld heb alsof het mijn laatste zou zijn: je weet het in ons vak nooit. En officieel ben ik met pensioen hè. Al moet ik zeggen dat ik nog niet gewaarword dat ik professioneel zogezegd 'uitgerangeerd' zou zijn. De vraag naar actrices van mijn leeftijd, zowel voor film als voor theater, zal altijd bestaan, hoe oud ik ook word. En met die realiteit prijs ik me gelukkig: ik wil het spelen niet moeten missen.

"Maar om op je vraag in te gaan: de ziekte van Hodgkin heeft me inderdaad bijna klein gekregen. Dik dertig jaar geleden, toen ik die kankerdiagnose kreeg en toen mijn wereld, van de ene dag op de andere, instortte. Ik was in de bloei van mijn leven, pril dertig, met een dochtertje van vijf, Sarah, die nu als regisseuse aan de slag is in Nederland, en een veel knappere madame is dan ikzelf, maar goed. Vic en ik (Vic De Wachter, acteur en partner van Gilda De Bal, red.) waren nog maar pas een stel... Alles was zo roze en veelbelovend.

"Tot ik die ene avond op tv een documentaire zag over lymfeklierkanker. Ik liep al maandenlang rond met de gezwollen nekklieren waarover de patiënten in de docu spraken. Maar ik ging er niet mee naar de dokter, dat doet een optimist namelijk niet. En als mijn ex-man me zei dat ik die knobbels toch echt eens moest laten controleren, antwoordde ik: 'Dat komt omdat ik mijn stem zo veel gebruik. Ik zal gewoon een keelontsteking hebben, of iets dat daarop lijkt.'

"Ik zag die bewuste uitzending, ik luisterde naar de getuigenissen van de patiënten en ik wist nog voor de diagnose dat ik aan Hodgkin leed. Als ik zeg dat mijn wereld instortte, betekent dat wel wat, hoor. Al van kindsbeen ben ik iemand bij wie het glas altijd halfvol is. Als de zon schijnt, ben ik blij met die zee van licht en warmte. Als het regent, ben ik blij met het water, dat goed is voor de bloemen, die de volgende dagen weer zullen bloeien. Optimisme is mijn natuur. Zwaarmoedigheid is me onbekend.

"Vergeet niet dat dertig jaar geleden het woord kanker als een echte banvloek klonk. De medische wereld stond nog lang niet zo ver als vandaag. Wie kanker had, ging dood, daar kwam het op neer. En zo dachten ook mijn ouders. Ik was hun enige kind, de dochter naar wie ze zo verlangd hadden. En ik zou dus sterven. Hun verdriet heeft me misschien nog meer gekraakt dan mijn eigen ziekte.

"Maar hoera: intussen ben ik al meer dan dertig jaar kankervrij. En toch praat ik nog over die ziekte, die ik misschien het liefst van alles zou vergeten. Maar zo werkt het niet. Ik wil kanker absoluut bespreekbaar helpen maken; daarom dat ik me graag, ook in naam van enkele organisaties, inzet als het over deze goede zaak gaat. Verder weet ik, zoals vele ex-kankerpatiënten, dat je de gevolgen van die ziekte nooit helemaal van je afschudt. Ik heb sinds die zware behandeling, chemo en bestraling, minder reserve. Ik ben sneller moe. Na een voorstelling zal ik zo goed als nooit iets drinken met collega's. Ik ga niet uit. Ik drink en rook niet. Ik zorg goed voor mezelf, omdat ik alleen op die manier optimaal kan functioneren. Ik heb het spelen ook nodig om me goed te voelen. Ook toen ik ziek was, ben ik zoveel mogelijk blijven spelen."

Mensen die de diagnose van kanker krijgen, zien na een poos soms een voordeel in die ziekte. Ze herschikken hun prioriteiten bijvoorbeeld. Of ze genieten meer van elke dag. De wereld die instort, houdt ook het begin van een nieuwe wereld in.
"Bij mij vond geen grote ommezwaai plaats. Allicht omdat ik het leven sowieso al elke dag plukte. Maar ik denk wel dat ik, door die klap, meer mededogen heb gekregen. Ik ben me er sindsdien beter van bewust dat alle mensen, jonge mensen incluis, een eigen parcours met hindernissen hebben afgelegd. Iedereen draagt zijn eigen, hoogstpersoonlijke verhaal, zijn eigen pijn en verdriet en frustratie. Niemand is vrij van tegenslagen.

"Hoe banaal het ook mag klinken: het komt de wereld dan ten goede als je haar met een open en niet-oordelend vizier benadert. Ik ben altijd vriendelijk, tegen iedereen, waar dan ook. Vriendelijk zijn tegen de ander kost niets. Maar het brengt veel op, ook voor mezelf."

Beeld Stephan Vanfleteren
Beeld Stephan Vanfleteren

U was enig kind. Dat was in de jaren vijftig eerder ongebruikelijk. En dan klimt dat enig kind ook nog op het theaterpodium.
"Ik heb enorm veel liefde gekregen. Te veel misschien. In die zin dat mijn vader het erg moeilijk had om me los te laten. Toneelschool was voor hem dan ook het ergste van het ergste. De ironie wil dat mijn ouders, die in Mechelen een textielzaak uitbaatten, bij het amateurtheater betrokken waren; dus dankzij hen ben ik met die wereld in contact gekomen. Al vanaf mijn tweeëneenhalf speelde ik Cupidootje.

"Een amateurgezelschap vond mijn vader geestig en ongevaarlijk. Maar vrouwen die als beroep acteerden, beschouwde hij allemaal als hoeren. Kiezen voor acteren betekende kiezen voor een armoedig bestaan. Toch heeft hij me 'Gilda' genoemd, naar de gelijknamige Amerikaanse film noir waarin Rita Hayworth - samen met Glenn Ford - de hoofdrol speelt. Hij moet, hoewel hij actrices laag-bij-de-gronds vond, voor Hayworth een grote boon hebben gehad. (lacht) Ik denk dat hij vooral bang was voor m'n toekomst. En hij wilde controle houden.

"Zegt het begrip gogogirl je iets? Ik was zo'n gogogirl. In de Mechelse dancing Club Number One, die erg trendy was, vol glitterballen hing en waar de muziek van James Brown, Otis Redding en Wilson Pickett door de boxen galmde, warmde ik als zestienjarige al dansend het publiek op. Niet dat ik daar stond te paaldansen of me in pornografische standjes op het podium hees. Zo ging dat in die tijd niet. De sfeer van onze dansnummers, en ook van de verschillende pakjes die de gogogirls droegen, paste bij die van Claude François. Heel leuk, en ik verdiende er voor die tijd waanzinnige bedragen mee: duizend frank per avond, en een avond duurde tot één uur!

"Mijn ouders gingen elke keer mee naar de dancing. Ze zaten aan een tafel en wachtten tot mijn optreden voorbij was. Daarna gingen we naar huis. Ik mocht dus het publiek met mijn acts opwarmen, daar zagen ze geen enkel probleem in. Maar ze moesten mij, en vooral ook de jongens rond mij, in de gaten kunnen houden.

"Over mijn naam wil ik nog dit kwijt: ik heb heel lang officieel Gilberta geheten, omdat het gemeentehuis de naam Gilda weigerde te aanvaarden. Iedereen noemde mij Gilda, op enkele juffen in de katholieke school na. 'Die nonnen noemen me Gilberta', zei ik thuis tegen mijn vader. 'Als ze dat doen, moet je hen niet antwoorden', zei mijn vader, die me nadien ook van die school heeft gehaald. We hadden het thuis niet zo voor de katholieken.

"Ik heb mijn naam pas officieel kunnen veranderen toen mijn ouders al overleden waren. Ze hebben nooit geweten dat er nu Gilda op mijn identiteitskaart staat."

Maar u deed, ondanks uw vaders inspanningen, toch uw zin?
"Ik heb na de middelbare school enkele jaren in de winkel van mijn ouders gewerkt, maar vond er niet veel aan. Op mijn eenentwintigste deed ik mee aan het toelatingsexamen aan het conservatorium in Brussel, ik was meteen geslaagd. Na die opleiding kreeg ik werk in de KVS. Onder Nand Buyl heb ik elf jaar gewerkt, tot ik echt genoeg had van die voorspelbare manier van spelen.

"Het spel van de KVS, waar ik nochtans een erg plezierige tijd heb beleefd, kon me niet langer boeien. Nand bood me nog een hoofdrol aan, maar ik zei: 'Nee, bedankt'. En ik ging naar de Blauwe Maandag Compagnie, waar we, met Luk Perceval, een geheel ander soort theater maakten. Daar ben ik nog het dankbaarst om: dat ik, samen met Vic trouwens, dat kantelmoment binnen ons vak zo actief heb mogen meebeleven. Dankzij de Blauwe Maandag heb ik écht leren spelen.

"Bij de KVS moest je als acteur niet uit je pijp komen. Je moest doen wat er op het script stond: 'En nu schenk je koffie, en nu neem je de kop vast, en nu neem je een slok'. Alles lag tot in de puntjes vast, wie zich niet hield aan die instructies, kreeg op z'n dak. Het niveau van de komedies die we er speelden, was nooit om over naar huis te schrijven. In het beste geval speelden we een flauw aftreksel van een succesvolle voorstelling die we in Londen hadden gezien.

"Mijn vader is, voor alle duidelijkheid, op zijn mening teruggekomen. Hij was erg trots op wat ik deed."

Vic, uw man, kreeg les van Dora van der Groen. Zij was zijn leermeesteres. U ging naar Brussel en moest het zonder Dora doen.
"Dat heb ik soms betreurd: dat ik die invloed van Dora heb gemist. Maar ik betreurde die afwezigheid van Dora toch vooral omdat anderen het zo vaak over haar hadden. Soms te vaak, naar mijn gevoel.

"Vandaag haal ik nog altijd die acteurs eruit die van Dora les hebben gehad. Ze hebben haar stijl en haar taal geabsorbeerd, en ik bewonder hen daarvoor. Maar als ik eerlijk ben: ik denk dat ik het met Dora nooit had uitgehouden, of ik moet het omgekeerd zeggen: Dora had het met mij nooit uitgehouden. Het is bekend dat ze voor vrouwen meedogenloos was. Ik had zo'n harde aanpak nooit gered. Ik was te braaf toen, te beschermd opgegroeid vooral. Ik was niet het soort mens met wie zij kon werken. Denk ik."

Om goed te spelen, is het nodig om je te bevrijden van allerlei ballast, zei u daarstraks. Kunnen ouders ook zo'n ballast, een rem op volledig losgaan, vormen?
"Vermoedelijk. Maar een kind kan zich ook vrijvechten, al is dat niet makkelijk, en het is een werk van lange adem, je bent er nooit klaar mee. Ook niet na hun overlijden, vermoed ik nu. Mijn beide ouders zijn in de jaren negentig overleden, eerst mijn moeder, enige jaren later mijn vader, die aan botkanker is gestorven.

"Het rare is dat ik vandaag ouder ben dan mijn moeder ooit is geworden. Ze werd maar 62. Ze had een chronische infectie aan haar luchtwegen, een vorm van astma. Zonder puffers kon ze niet vrij ademen, bleef de druk op haar borst heel groot. Maar de puffers van die tijd waren belastend voor het hart. De medicatie die mijn moeder voor haar zieke luchtwegen moest inhaleren, hebben uiteindelijk tot een hartstilstand geleid.

"Na haar overlijden vonden we in huis overal puffertjes, verstopt achter de kussens van de bank, in een lade... We wisten niet dat ze die medicatie zo hard nodig had om haar leven draaglijk te maken. Ze heeft ons niet willen zeggen hoe zwaar het ademen haar viel. Ik herken dat natuurlijk. Als ik naar de dokter ga, moet ik al bijna dood zijn.

"Ik mis mijn ouders. Maar ze zitten in mij. Ook letterlijk. Ik lijk hoe langer hoe meer op mijn moeder, op het angstwekkende af. Een poos geleden lag ik op bed en nam een selfie. De foto die ik van mezelf had genomen bleek een kopie van een foto van mijn moeder op haar sterfbed. Toen moest ik wel even bekomen, dat was een hele verwarrende gewaarwording."

Kijkt u vaak naar uzelf?
"Niet. Boven liggen alle opnames van de tv-reeksen en films, en soms ook een theatervoorstelling, waarin ik heb gespeeld. Ik kijk er nooit naar. Ik wil mezelf niet zien. Ik leg de lat zo hoog dat ik de hele tijd commentaar op mezelf zou hebben. Naar Vic kijk ik wel heel graag. Ik zie hem graag spelen. En op zijn spel geef ik nooit commentaar.

"Vic en ik hebben veel samen gespeeld. Ik vond dat fantastisch, om tegenover mensen te staan die het beste uit je halen. Er zijn acteurs die absoluut willen schitteren tussen mensen van mindere kwaliteit. Dat zijn niet mijn favoriete acteurs. Ik wil vooral het omgekeerde: ik wil dat de kwaliteit van anderen me boven mezelf doet uitstijgen. Dat is de reden waarom ik meer dan veertig jaar geleden toneel ben gaan doen: maak me beter dan ik ben, verras me."

Beeld Stephan Vanfleteren

Wie is Gilda De Bal?

Geboren op 19 december 1950
Studeerde drama aan het conservatorium in Brussel
Begon haar loopbaan bij de KVS, stapte daarna over naar de Blauwe Maandag Compagnie, onder regisseur Luk Perceval, en Het Toneelhuis
Schitterde in films als De helaasheid der dingen (2009) en De zusjes Kriegel (2004)
Speelde in televisieseries als Cordon (2014), Clan (2012) en Heterdaad (1996-1999)
Stond op het podium in o.a. Augustus, ergens op de vlakte (2004), Romeo & Julia (2012) en Oom Vanja (2003)
Heeft een dochter, Sarah, en is samen met acteur Vic De Wachter

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234