Dinsdag 19/01/2021

Gij zult minder maaien

We maaien ons gazon weer, dat hebt u de afgelopen dagen vast gemerkt. Wat trekt de Belg zo aan in de 'pelouse'? En heeft een afgetrainde grasmat nog wel toekomst, met de ecologische en economische malaise in het achterhoofd?

Wanneer precies kan niemand echt voorspellen, maar elke lente is hij eensklaps daar: de dag waarop half België zijn grasmaaier weer bovenhaalt en de machine dapper voortduwt door het opgeschoten groen. Een fenomeen dat vergelijkbaar is met Rokjesdag, ooit de wereld ingestuurd door de in 2009 overleden Nederlandse schrijver Martin Bril. Zoals de eerste blote vrouwenbenen menig man doen smelten, zo week wordt iedere tuinier van een vers gemaaid gazon. Onweerstaanbaar is de geur, en handen smachten om het te beroeren, als was het een perfect getrimde stoppelbaard.

Zachte regen, stijgende temperaturen en meer uren licht zorgen ervoor dat het gras nu fors begint te groeien, en dus zullen we ons weer collectief te pletter maaien in de strijd om de perfecte pelouse. Maar waarom doen we zo veel moeite voor een simpel stuk gazon? Evolutionair bepaald, zeggen Sara Adriaensen en Pepijn Verheyen. Zij is klinisch psychologe met een specialisatie in de tuinpsychologie en hij is tuin- en landschapsarchitect. Samen runnen ze Hortulus Tuinarchitectuur.

"Een gazon draagt bij aan een halfopen landschap, en daarin heeft de mens altijd meer kans gehad om te overleven", leggen ze uit. "Een te open landschap biedt weinig mogelijkheid tot leren en verkennen, een te dichte omgeving zonder open plekken geeft een gevoel van onveiligheid. In een halfopen landschap - gazon met struiken en bomen - kun je zien zonder gezien te worden, en dat is veilig."

Tweede verklaring voor de drang naar een goed getrimd gazon: mooi, fris gras associëren we met vruchtbare grond, iets waarvan de mens duizenden jaren lang afhankelijk was om te overleven. Een gazon met verdorde plekken wijst op een slechte, te droge bodem en dat spreekt ons daarom minder aan. Bovendien: de kleur groen brengt rust. Maar ook de textuur is belangrijk, weten Adriaensen en Verheyen. Als veel kleine grassen met bredere en smallere bladeren één mooi tapijt vormen, zorgt dat voor een geheel dat in balans is. Eenzelfde optisch effect krijg je bijvoorbeeld bij een wateroppervlak, een graanveld, een veld vol zonnebloemen, of een woestijnvlakte. Kijken naar een dergelijk geheel werkt erg rustgevend.

Maar er is nog meer. Met een perfect stuk gazon laten we zien dat we de natuur onder controle kunnen houden en naar onze hand kunnen zetten, leggen Adriaensen en Verheyen uit. "Toch is dat niet voor iedereen even belangrijk. Sommige mensen zien graag een ruiger stuk natuur, anderen willen liever een artificiëler stuk groen. Een onberispelijk gazon is dus niet voor iedereen het summum. Wij merken wel dat mensen uit de lagere klassen over het algemeen liever een gecontroleerde, aangelegde tuin zien dan wilde natuur. Bovendien vinden zij het vaak belangrijker wat anderen van hen vinden. Hun gazon mag zeker niet onderdoen voor dat van de buurman."

Voor en na het maaien

Vroeger was een uitgestrekt siergazon eerder iets voor de gegoede klasse, leggen de tuinpsychologe en de tuinarchitect verder uit. De armere mens had zijn grond nodig om voedsel te verbouwen. "Vandaag staat een mooi stuk gras nog altijd synoniem voor rijkdom. Zo'n groen biljartlaken vraagt erg veel beheer, en het toont aan dat de eigenaar ervan geld en kennis ter zake heeft. Heb je dat niet, dan wil je het toch uitstralen, vandaar dat armere mensen vaak nog meer moeite doen voor hun stuk gras."

Toch is zo'n puntgave pelouse wellicht geen lang leven meer beschoren. Adriaensen en Verheyen zien nu al dat de siertuin stilaan meer en meer verdrongen wordt door de functionele, natuurlijke tuin, waar de moestuin dan een onderdeel van vormt. De reden daarvoor? De ecologische en economische malaise.

"Als je een vlakke grasmat wil, dan moet je minstens wekelijks maaien", zegt Geert Meysmans, landschapsarchitect en praktijklector in de studierichting landschaps- en tuinarchitectuur aan de Brusselse Erasmushogeschool. "Hoe meer je maait, hoe strakker en compacter je gazon wordt. Dat vraagt allemaal erg veel energie. Niet alleen op fysiek vlak, ook wat brandstof of elektriciteit betreft. En dan hebben we het nog niet gehad over alles wat er met een gras gedaan wordt voor en na het maaien. Wil je een strakke, frisgroene grasmat, dan moet je bemesten, besproeien, verluchten, ontmossen, en verticuteren. Allemaal erg intensief qua tijd, materiaal, energie en water."

Bedreigde bijen

De vraag is of dat nodig is in stedelijke parken of andere openbare ruimtes, zegt Meysmans. Daar kun je beter extensief maaien: bepaalde delen maai je veel minder, zodat er ook andere planten en grassen groeien. Iets wat de biodiversiteit ten goede komt. Minder maaien zorgt voor een kruidenrijk gazon en bloeiende planten, waar bijvoorbeeld de met uitsterven bedreigde bijen op afkomen.

Ook particulieren kunnen dat principe gerust toepassen, legt Meysmans uit. "Maai het deel waar kleine kinderen spelen intensief, en reserveer enkele hoeken in de tuin die je maar vijf of zes keer per groeiseizoen met de grasmaaier bewerkt. Als je goed nadenkt over hoe zulke delen kunnen passen in de vormgeving van de tuin, hoeft dat absoluut niet slordig over te komen."

Begin er gerust deze lente nog mee, zegt Meysmans. Maai nu de eerste keer je gras, en wacht dan enkele weken af. Eén keer maaien per maand, meer hoeft dat niet te zijn. "Je gaat direct het resultaat zien: onmiddellijk krijg je andere grassen en planten in je gazon. Niet schrikken als je paardenbloemen in je gras ziet opduiken: dat kan geen kwaad. Beginnen er margrieten in je tuin te groeien, dan is dat zelfs een goed teken: een uitstekend uitgangspunt om een bloemenweide te beginnen. Wel opletten voor distels: je bent verplicht de bloeiende exemplaren te verwijderen, zo zegt het politiereglement."

Minder maaien voor een beter milieu: het moet tuinders met te weinig tijd als muziek in de oren klinken. Zijn het dan vooral dertigers en veertigers die het principe van de wilde tuin vereren? Nee, zegt Meysmans, vreemd genoeg niet. "De generatie vijftigers en ouderen heeft naar mijn aanvoelen meer oog voor die natuurlijke blik. Ik probeer mijn studenten aan de hogeschool wel meer in die richting te duwen, maar zij hebben het meer voor de strakke tuinen."

Natuurlijke Duitsers

Meysmans wijst er nog op dat wij daarin erg verschillen van Duitsland en de Scandinavische landen, waar de tuinen veel natuurlijker zijn. "Daar laten de mensen hun tuin veel meer op hun beloop. Zij zeggen: 'Wat de goedheid heeft om hier te groeien, zal er groeien.' Overigens kiezen zij niet louter uit ecologische overwegingen of luiheid voor een wilde tuin: het is dikwijls een bewuste keuze voor een concept. De meeste woningen in de Scandinavische landen kennen een erg strak design en bij wijze van contrast wordt daar dan een wilde tuin rond gecreëerd. Bij ons is dat eerder een minderheid. De meeste Belgen zijn er nog van overtuigd dat hoe strakker de woning is, hoe strakker ook de tuin moet zijn."

Het klinkt nochtans niet slecht: minder maaien sust het ecologische geweten en zorgt voor massa's extra tijd. En de tuin kan dan weer dienen waarvoor die ook bedoeld is: om even te verdwijnen uit een wereld vol rumoer en wispelturigheid. Of zoals Rutger Kopland ooit schreef:

'Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

de lege plekken in het hoge gras, ik heb

altijd gewild dat ik dat was, een lege

plek voor iemand, om te blijven'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234