Zaterdag 16/01/2021

Gif van Gonaives moet terug naar de VS

Vierduizend ton giftig afval dat in 1988 door het vrachtschip Khian Sea bij de Haïtiaanse havenstad Gonaives op het strand werd gedumpt, moet weer naar de VS worden verscheept. New York verplichtte het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het dumpen, om het afval terug te nemen. Anders krijgt het geen ophaalvergunning voor het New Yorkse huisvuil.

WASHINGTON.

IPS

Twee jaar lang voer de Khian Sea met assen uit de verbrandingsoven van Philadelphia rond, voor de kapitein zijn lading op slinkse wijze kwijt kon in het armste land van de Caraïben. De Afvalcommissie van New York is al begonnen met een project om het afval terug te nemen en de vervuilde zone te saneren, maar het stadsbestuur van Philadelphia is van oordeel dat niets hen verplicht om hetzelfde te doen. "Van de stad New York kan je tenminste nog zeggen dat ze het fatsoen heeft om dit schandaal op te lossen", zegt campagnevoerder Kenny Bruno van Greenpeace. "Philadelphia heeft de voorbije tien jaar slechts minachting getoond voor het volk van Haïti en geen enkele verantwoordelijkheid opgenomen voor het giftig afval."

De dumping op een strand niet ver van de haven van Gonaives in 1988 was het eerste bekende geval van een Amerikaanse afvallozing in een ontwikkelingsland buiten Mexico. Aangespoord door ongunstige milieueffectenrapporten over het giftige afval vragen Greenpeace, het Haiti Communications Project uit Boston, het Haïtiaanse Collectief voor Milieubescherming en Alternatieve Ontwikkeling (COHPEDA) al jaren een terugkeer van het afval naar de VS.

Nu schijnt er volgens deze groeperingen voor de eerste keer licht aan het einde van de tunnel. In juni 1997 kwam de Afvalcommissie van de stad New York met de Eastern Environmental Services (EES) al tot een overeenkomst. De directeur van EES, Louis Paolino, is de vroegere eigenaar van Joseph Paolino and Sons, één van de firma's die de uitvoer van het toxische afval naar Haïti op zich had genomen. Momenteel hengelt EES naar een ophaalvergunning van het New Yorkse stadsafval, maar volgens het gesloten akkoord zal het stadsbestuur die pas toekennen als EES in een nieuwe stortplaats voorziet voor het afval uit Haïti en 100.000 dollar ter beschikking stelt voor de afgraving ervan en verscheping naar de VS.

Ondercommissaris Chad Vignola van de Afvalcommissie vindt dat geen enkel bedrijf op een permanente opdracht van de stad mag rekenen, wanneer het niet in orde blijkt te zijn met fiscale of milieuwetten. "EES valt onder diezelfde voorwaarden." Toch zijn de milieubeschermers er niet helemaal gerust op.

Greenpeace waarschuwt dat de overeenkomst over de terugkeer van de giftige assen uit de verbrandingsoven van Philadelphia eind mei 1998 afloopt. Bovendien zou de overeengekomen 100.000 dollar maar in de helft van het bedrag voorzien dat nodig is om het strand in Haïti af te graven en het afval terug naar de VS te voeren. Greenpeace en het Haiti Communications Project (HCI) zetten de burgemeester van Philadelphia, Edward Rendell, het ministerie van Buitenlandse Zaken en de federale bureaus voor milieubescherming en internationale ontwikkeling in de VS onder druk om de gelegenheid niet voorbij te laten gaan en de schoonmaakoperatie in Haïti tot een goede einde te brengen.

Van een leien dakje verloopt de campagne van de milieuorganisaties geenszins. Volgens ambtenaren op dat ministerie kan Buitenlandse Zaken zich niet moeien, omdat er geen wetten werden overtreden toen het afval werd gestort. Van de kant van het stadsbestuur van Philadelphia komt er helemaal geen reactie. Ehrl Lafontant, de voorzitter van het HCI, heeft het over een vorm van 'milieuracisme'.

Ondanks het bevel van de Haïtiaanse regering om de giftige assen terug in te laden, vertrok de Khian Sea zonder lading terug naar de VS. Een deel van het gestorte afval bevindt zich nog altijd op een strook strand bij de haven van Gonaives. Het grootste deel werd naar een open betonnen bunker vier kilometer verderop, bij de stadje Lapierre, overgebracht. Toxische stoffen in het afval als lood, cadmium, kankerverwekkende dioxines en benzeen hebben de bodem in het gebied besmet.

In Lapierre stierven volgens COHPEDA vee en mensen aan vergiftiging door het afval. Omdat de gevallen medisch niet worden opgevolgd en er geen autopsies plaatsvonden op het vee, ontbreken evenwel harde bewijzen. Ook alle arbeiders die in '88 betrokken waren bij het transport van toxische materialen van Gonaives naar Lapierre zijn sindsdien gestorven. De arbeiders, die geen enkele beschermende kleding droegen, leden naar verluidt aan huidaandoeningen en gezichtsproblemen. Gevreesd wordt dat giftige stoffen inmiddels ook door de beschermende lagen van de stortplaats zijn gedrongen.

De Conventie van Bazel, die de export van gevaarlijk afval aan banden wil leggen, is er gekomen naar aanleiding van gevallen als die van de Khian Sea. Totnogtoe werd de overeenkomst echter niet door de Verenigde Staten ondertekend. Danielle Knight

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234