Woensdag 02/12/2020

Gibraltar blijft wachten op duidelijke toekomst

De doorbraak leek nabij, na een jaar onderhandelen. Maar ook na een Londense tête-à-tête tussen de premiers Aznar en Blair staan Spanje en Groot-Brittannië geen stap dichter bij een oplossing voor de rotskaap van Gibraltar. In deze enclave van fish and chips wordt de Britishness te fel gekoesterd om in te ruilen voor een gedeelde soevereiniteit. Maar om Gibraltar gaat de Anglo-Spaanse twist uiteindelijk niet meer: binnenlandse strijdpunten bepalen de agenda.

Brussel / Londen

Eigen berichtgeving

Fabian Lefevere

Hoezeer de Gibraltarezen aan het Britse moederland vasthangen, bleek de voorbije maanden. De straten van het iet of wat stijlloze stadscentrum kleurden Brits weg. In een massale optocht van Union Jacks protesteerde nagenoeg de voltallige bevolking van 34.000 Gibraltarezen in maart tegen een mogelijke overdracht van The Rock, de rots die de Spanjaarden El Peñón verkiezen te noemen, aan Spanje. Toen de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, drie weken geleden Gibraltar bezocht, werd hij het mikpunt van het zich verhardende ongenoegen. Kreten als 'Judas' waren toen niet van de lucht, ook al zijn de Gibraltarezen inmiddels veel verder 'verspaanst' dan ze zelf willen toegeven.

Straw had het aangedurfd te melden dat zijn regering op een akkoord met de Spanjaarden afstevende. En dat een referendum onder de Gibraltarezen, nochtans een stellige belofte sinds de jaren zestig, niet zo nodig hoefde om dat te bekrachtigen. De Spanjaarden zouden de verlangde soevereniteit over Gibraltar krijgen die ze al driehonderd jaar claimen, sinds de Britse verovering in 1704 tijdens de successieoorlog. En de inwoners van Gibraltar, die mochten rustig Brits blijven en op alle andere vlakken dan defensie en buitenlandse zaken zichzelf besturen. Dat de Britse marinebasis een twistpunt bleef, zou wel weggevlakt worden. Uiteindelijk is Gibraltar allang niet meer het strategische knooppunt dat het in de geschiedenis ooit was.

Na het protest slikte Straw zijn woorden in: het nationalisme flakkerde ook op de Britse eilanden net iets te hevig op om er geen politieke schade van te ondervinden. Niet minder dan 75 procent van de Britse parlementariërs kantte zich immers openlijk tegen een akkoord zonder het beloofde referendum. Uiteraard speelt de historie. De weinige ernstige militaire bedreigingen aan Brits adres kwamen in het verleden niet voor niets vooral van de Spaanse armada. En het is met een sardonisch genoegen dat op de meest uiteenlopende plekken in Gibraltar nog steeds pancartes pronken die Britse overwinningen op de Spanjaarden bewieroken.

Vooral in Gibraltar zelf lijkt de emotie het nog steeds op de rede te halen: onder Spaanse voogdij zou Gibraltar plots wél tot de Europese Unie behoren (dat doet het als Brits overzees gebied niet), zou het met de nu al beloofde 55 miljoen euro van de Unie zijn verouderde haveninfrastructuur kunnen verbeteren, en zou er een einde komen aan de schier eindeloze files om de in staat van permanente stiptheidsactie verkerende Spaanse douane te passeren. Zelfs de huidige status van fiscaal paradijs is door Europese en internationale beperkingen niet langer van die aard om onder Britse vlag te blijven ressorteren. Maar zelfs daarover gaat de kern van de discussie niet langer: het in Gibraltar gekoesterde verleden is in Londen en Madrid vooral een hoogst rationeel voorwendsel om binnenlandse politieke twisten te beslechten, die nog weinig met Gibraltar op zich te maken hebben.

Tony Blair maakt er al langer geen geheim van dat hij op nogal wat punten - om het gezamenlijke Europese asielbeleid of de liberalisering van pakweg de energiesector niet te noemen - op eenzelfde lijn als Aznar zit, ook al behoren ze tot verschillende politieke families. Wil Blair zijn stempel drukken op de politiek van de Unie, dan kan hij haast niet zonder de goede vrienden uit Madrid. Het liefst zou hij Aznar Gibraltar op een presenteerblaadje aanreiken. Zodoende is voor de Britten de discussie over Gibraltar uiteindelijk een alibi geworden om te bekvechten over de vraag hoever ze zich precies willen integreren in Europa. Ze verschilt nog in weinig van het debat over de al dan niet invoering van de euro en het daartoe geplande referendum.

Ook voor Aznar heeft de discussie omtrent Gibraltar een duidelijke terugslag op zijn bestaan in la Moncloa, Spanjes politieke centrum. Een toegift aan de bevolking in Gibraltar zou allicht de middelpuntvliedende krachten in zijn land op hol doen slaan. Of de rotskaap een verreikende autonomie krijgt, wordt ook in het Baskenland of Catalonië gefascineerd gadegeslagen, tuk als die gemeenschappen zijn op meer zelfstandigheid. En natuurlijk is er ook nog de dubbelzinnige situatie van de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Marokko, die Spanje sinds 1956 weigert terug te geven. Jordi Pujol, de nationalistische minister-president van Catalonië, zei meteen na de ontmoeting tussen Aznar en Blair al naar een confederaal model te streven, "een terugkeer naar de situatie van het Habsburgse Spanje voor 1714, toen er duidelijk sprake was van gedeelde soevereiniteit".

Voor centralist Aznar is dat onaanvaardbaar. Op dat vlak is hij de ideologische erfgenaam van Francisco Franco. Het is geen toeval dat de vroegere dictator in de jaren veertig en zestig twee keer de grens tussen Spanje en Gibraltar vergrendelde.

In de enclave van 'fish and chips' wordt Britishness fel gekoesterd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234