Maandag 25/05/2020

'Gezondheidszorg is óók een economische sector'

De evenwichten op de arbeidsmarkt staan zwaar onder druk. De zorgsector haalt de industrie in als jobmotor. Reden voor de werkgeverskoepel VBO om alarm te slaan. Peter Degadt, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet Vlaanderen, vindt die alarmkreet onterecht. 'Onze sector is een volwaardig onderdeel van de economie.'

"Weet u, toen ik nog jong was, waren er in mijn streek veel bedrijven die kinderwagens produceerden", zegt Peter Degadt ergens in het gesprek. "De bevolkingspiramide was toen nog anders opgebouwd, en veel jonge gezinnen zorgden voor veel geboortes. Vandaar de kinderwagens", lacht de gedelegeerd bestuurder van Zorgnet Vlaanderen.

De anekdote toont vooral inzicht in de economie. "Waarom zou vandaag rond de ouder wordende bevolking geen industrie gecreëerd kunnen worden. De vergrijzing biedt op dat vlak ook opportuniteiten. Er gaat vandaag al een hele economische realiteit schuil achter de brede rug van de gezondheidszorg. Innovatieve bedrijven ook vaak, actief in monitoring, medische apparatuur, farma, sterilisatie, logistieke processen, ICT. Wij zijn een deel van de economie en ik vind het niet fair om de non-profit enkel als een kostenpost te zien."

Peter Degadt moest deze week even op zijn tanden bijten toen het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) aan de alarmbel hing. Het aantal arbeidsplaatsen in de industrie zakte in het derde kwartaal tot 569.000, blijkt uit nieuwe cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Tegelijk zag de gezondheids- en welzijnszorg het aantal jobs toenemen tot 568.700. Het staat inmiddels vast dat de zorgsector in het vierde kwartaal de industrie zal inhalen.

Het aantal banen in België steeg tussen 2007 en eind 2012 met 170.400. Van die nieuwe jobs zijn er 163.500 of 96 procent te danken aan financiering door de overheid. De niet-marktsector, die vooral de overheid, het onderwijs, de gezondheidszorg en de welzijnszorg (rusthuizen, instellingen voor gehandicapten...) omvat, creëerde nog eens 91.100 extra banen. En dat is problematisch, zegt het VBO.

De toegevoegde waarde van die banen is minder, poneert het VBO?

Peter Degadt: "Ik ben het daar niet mee eens. Vooreerst moet je een onderscheid maken tussen de sectoren en niet alles op één hoopje gooien. In de zorgsector is de evolutie een gevolg van de vergrijzing die zich manifesteert. En van de technologische mogelijkheden die zijn ontstaan. Dat dat een stijgende tewerkstelling en stijgende kosten met zich brengt, klopt.

"Maar dit is geen exclusief Belgisch verhaal. We stellen het vast in alle OESO-landen. De Belgische gezondheidszorg scoort met 10 procent van het bbp net iets boven het Europese gemiddelde van 9 procent. Het is dus niet aan onze sector te wijten dat de competitiviteit van de economie bedreigd zou zijn. En de omliggende landen kijken aan tegen dezelfde prognoses als wij: volgens ramingen van PWC zullen de uitgaven voor zorg tegen 2020 16 procent van het bbp bedragen. Dat is een demografisch gegeven."

Daar staat wel een maatschappelijke kost tegenover?

"Ik begrijp de insteek van het VBO, en ik erken de problemen die het wil duiden. Waar ik het moeilijker mee heb, is het verband dat gelegd wordt tussen het toenemende overheidsbeslag en de stijging van de kosten in de zorgsector. Wij zijn net als de industriële sectoren een sector met typische, herkenbare problemen zoals de loonkosten, de indexkoppeling en de moeizame zoektocht naar personeel. Binnen vijf jaar gaat door de vergrijzing zo'n 20 procent van het huidige personeel met pensioen. Het zal een hele uitdaging zijn om die te vervangen. Schaarste leidt tot hogere loonkosten."

Er is wel een vreemde paradox aan de gang in de gezondheidszorg. Terwijl u nood hebt aan personeel om de vergrijzing op te vangen, bestaat er in vele gezondheidsinstellingen zowat een aanwervingsstop omdat het budget onvoldoende is?

"Klopt. De voorbije jaren is terecht gewerkt aan een positief beeld van onze sector, om studenten aan te sporen te kiezen voor een zorgberoep. Met succes, want de instroom is fors vooruitgegaan. Tegelijk hebben we ervoor gewaarschuwd dat de besparingen die minister Laurette Onkelinx oplegde zwaar zouden doorwegen op de sector. We hebben dat berekend: gemiddeld moet elk ziekenhuis ongeveer 1 miljoen euro besparen."

Besparingen zijn inherent aan budgettair moeilijke tijden, en de gezondheidszorgsector neemt een grote hap uit het overheidsbudget. De vraag naar efficiëntie moet gesteld worden.

"Ik betwist dat niet. Maar het zijn twee verschillende vragen. Vraag één is of we goed omgaan met de middelen, of we ze efficiënt besteden, of we performant werken. Het antwoord daarop is globaal positief, maar er is zeker nog ruimte voor verbetering. Vraag twee is of we een solidaire gezondheidszorg willen, dan wel of we iedereen aan zijn lot overlaten bij tegenslag of ziekte. Een duale gezondheidszorg is niet alleen ethisch onaanvaardbaar, maar is ook economisch minder performant. Een solidaire gezondheidszorg is ook voor onze economie een aantrekkelijke bruid.

"Hamvraag is natuurlijk: hoever gaat de solidariteit en wat laten we aan de individuele verantwoordelijkheid? Hoewel we samen de collectieve factuur van ons zorgsysteem betalen, zijn we het niet gewoon te redeneren in termen van keuzes als het over gezondheidszorg gaat. En toch is dat vandaag aan de orde. Wij zijn economisch bekeken niet minder performant dan om het even welke andere sector. Maar op een gegeven ogenblik kom je op het punt waar de herverdeling begint. Volgens ons heeft iedereen een gelijk recht op toegang tot gezondheidszorg. Aan niemand kan noodzakelijke zorg worden ontzegd omdat hij of zij het niet kan betalen."

En komt dat in het gedrang door de besparingsdrift?

"De essentie van het betaalbaarheidsprobleem in de gezondheidszorg is dat er in het verleden niet zo'n grote kloof was tussen het gezondheidsideaal en de medische mogelijkheden. Hoe kunnen we op een rechtvaardige manier grenzen stellen aan de gezondheidszorg?"

Doet u eens een suggestie?

"Bij het beantwoorden van die vraag worden we geconfronteerd met wat de incompatibiliteitsthese heet (van Yvonne Denier in haar boek 'Efficiency, Justice and Care', LID). Uitgangspunt van de these is de interne onverenigbaarheid van drie parameters: efficiëntie, rechtvaardigheid en zorg. Je kunt het vergelijken, aldus Denier, met een bord dat aan de deur van een autogarage hangt waarop geschreven staat: 'We bieden drie soorten diensten aan: goedkoop, snel en betrouwbaar. U kunt er telkens twee van hebben, maar geen drie. Als het goedkoop en snel is, zal het niet betrouwbaar zijn. Als het goedkoop en betrouwbaar moet zijn, dan zal het niet snel zijn; en als het snel en betrouwbaar moet zijn, dan is het niet goedkoop.' Bij de gezondheidszorg zijn de rivaliserende waarden economische efficiëntie, verdelende rechtvaardigheid en kwaliteitszorg. Ook hier lijkt het erop dat we er telkens twee kunnen hebben, maar geen drie."

Dus moeten we ergens op inboeten als we het systeem overeind willen houden?

"Ja, we zullen beter moeten plannen en van de gebruikers een iets grotere discipline vragen bij het gebruik van het systeem. We moeten naar de buurlanden durven te kijken en zien of we iets kunnen leren van hun aanpak. Ik stel bijvoorbeeld vast dat je bij ons zomaar naar een specialist kunt stappen zonder een huisarts te raadplegen, dat je drie, vier artsen kunt raadplegen om hetzelfde probleem op te lossen, zonder hen in te lichten, zodat de diagnostische tests de pan uitswingen, dat je ook voor niet-dringende zaken zomaar op de spoeddiensten terechtkunt.

"Daar staat een kostenplaatje tegenover. We vinden het als maatschappij vanzelfsprekend dat we een heel toegankelijk en betaalbaar gezondheidszorgsysteem hebben. Maar het zal een inspanning van iedereen vergen om dat zo te houden. Zowel de zorginstellingen als de patiënten mogen ter verantwoording worden geroepen. We hebben een genereus systeem, en het is daarom belangrijk dat iedereen correct blijft handelen."

Moet het systeem even toegankelijk blijven voor kettingrokers, alcoholisten of obese mensen?

"Ik begrijp de achterliggende idee van die vraag, ik heb de rapporten ook gezien over de vraag hoe ver de solidariteit moet gaan en waar de eigen verantwoordelijkheid speelt. Ik vind dat een ouderwets woord als burgerzin hier op zijn plaats is. Preventie is belangrijk, maar we moeten er ons voor hoeden mensen individueel te stigmatiseren. Een verkeerd voedingspatroon houdt trouwens vaak verband met armoede of opleidingsniveau."

Er is wel een stuitend gebrek aan transparantie, waardoor de financiering van het gezondheidszorgsysteem een onoverzichtelijk kluwen is?

"Absoluut en het is noodzakelijk dat daar verandering in komt. Zeker in het licht van de keuzes die we zullen moeten maken, is het belangrijk dat er openheid komt. De huidige besluitvormingsmechanismen in de gezondheidszorg zijn over hun houdbaarheidsdatum. Maatschappelijke keuzes maak je niet in een 'medico-mut', een orgaan waar tarieven worden afgesproken tussen verstrekkers en verzekeraars. Dat is een aanfluiting van de democratie. De burgers, de patiënten en alle verstrekkers van zorg moeten dat in dialoog kunnen bepalen. Het is in essentie een politiek debat."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234