Zaterdag 07/12/2019

Gezondheidszorg

Gezondheidseconoom: ‘Landen moeten vroeger in dialoog gaan met farmabedrijven’

Het medicijn van baby Pia kostte 1,9 miljoen euro. Beeld Francis Vanhee

Het medicijn voor baby Pia kostte 1,9 miljoen euro. Om een betere onderhandelingspositie tegenover farmabedrijven te hebben, gaat België informatie uitwisselen met acht andere landen. Een goede stap, zegt gezondheidseconoom Lieven Annemans (UGent), ‘maar we moeten verder gaan’. 

Vindt u dit een goed plan? 

“Zeker. Op Europees vlak heeft de Commissie niet veel armslag inzake gezondheidszorg, omdat het een bevoegdheid is van de lidstaten. Dus moeten de landen zelf samenwerken. Dat is de enige mogelijkheid om dingen vooruit te laten gaan. 

“Tien jaar geleden hadden wij dit al eens voorgesteld. België nam enkele jaren geleden een initiatief met Nederland, Luxemburg en Oostenrijk om samen te werken bij onderhandelingen. Maar het heeft blijkbaar erg lang geduurd om deze negen landen rond de tafel te krijgen om informatie met elkaar uit te wisselen. Vermoedelijk heeft de zaak van baby Pia voor ons land alles in een stroomversnelling gebracht.” 

Door met elk land afzonderlijk te onderhandelen proberen de bedrijven landen dus tegen elkaar uit te spelen? 

“Inderdaad. Door informatie uit te wisselen over de geneesmiddelen sta je als land dus sterker. Er is wel een belangrijke voorwaarde voor het succes van zulke initiatieven. Als je weet dat een bedrijf binnen enkele jaren met een middel tegen een ziekte komt, dan moet je niet alleen informatie uitwisselen, maar ook tijdig een dialoog met dat bedrijf opstarten. Dat staat nu nog niet in de plannen. 

“Nog voor bedrijven hun belangrijke klinische studies opstarten, moet je hun vragen wat ze willen bereiken met het geneesmiddel. Welke studies gaan ze precies uitvoeren? En welke prijs hebben ze in gedachten? Dat gebeurt al, maar dit zou een ideaal platform zijn om dat systematisch toe te passen. Als ze er vroeg genoeg bij zijn, kunnen de landen de ontwikkeling van het geneesmiddel ook mee sturen.”

Wat is het voordeel? 

“Soms gebeurt het dat een bedrijf maar een studie van een half jaar laat uitvoeren. Daarmee moet je het dan stellen. Landen kunnen er dan voor ijveren om de studie bijvoorbeeld een jaar te laten duren. 

“Je kunt adviezen geven over de duur van de studie, maar ook over de patiënten waarbij ze moet worden uitgevoerd. Het bedrijf is niet verplicht dat op te volgen, maar het weet zo wel beter wat het mag verwachten als de tijd komt om een aanvraag voor de terugbetaling van een medicijn in te dienen.”

Waarom zijn Duitsland en Frankrijk steeds tegen zulke initiatieven? 

“Dat heeft er simpelweg mee te maken dat Duitsland en Frankrijk grote landen zijn. Ze vinden dat ze het zelf al goed aanpakken en daarvoor geen andere landen nodig hebben. Frankrijk zette weliswaar ooit een pilootproject rond early dialogue op, maar daar is niet veel gevolg aan gegeven. Ik denk dat de negen landen samen groot genoeg zijn om ook een impact te hebben.” 

Voor welke ziektes is dit interessant? 

“Vooral voor zeldzame ziektes. Pia is geholpen met gentherapie voor haar erfelijke spierziekte. Maar ook voor hemofilie (de bloedziekte waardoor een wonde bij een patiënt langer blijft bloeden, YV) zit gentherapie in de pijplijn. Ook als dat medicijn op de markt komt, zal het heel duur zijn.”  

Gezondheidseconoom Lieven Annemans. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234