Maandag 16/05/2022

Gezocht: zelfrespect voor het Vlaams Parlement

‘Er was nogal wat te doen over het feit dat het Vlaams Parlement de begroting moest bespreken in afwezigheid van zijn minister-president. Ik noem bewust geen namen. Ik wil het hebben over ‘een minister-president’, ‘een oppositie-fractieleider’, maar vooral over ‘het parlement’. Toen in de middeleeuwen in Engeland het eerste parlement werd opgericht, was dat omwille van het beginsel: ‘No taxation without representation’. Dus geen kredieten, geen mogelijkheid om belastingen te heffen om die kredieten te financieren, dus geen begroting zonder een debat tussen de vorst met de vertegenwoordigers des volks. Dat beginsel dateert al lang voor Montesquieu. Keizer Karel moest zich al nederig wenden tot de Grote Raad om toestemming vragen om belastingen te mogen heffen. Maar een Vlaams minister-president hoeft dat niet meer van dat Vlaams Parlement. Hij mag zich veroorloven om niet te verschijnen: ‘Ik heb beter te doen’. Als er één moment is dat de regering zich moet verantwoorden, dan toch op de vergadering waarop beslist wordt waaraan men het zuurverdiende geld van al die hardwerkende Vlamingen wil besteden?

Dat is geen verwijt aan de oppositie: die heeft haar rol gespeeld. Het citaat dat de fractieleider gebruikte kan gênant zijn, maar wel juist. ‘Plus haut le singe monte, plus on voit son cul.’ Dat komt uit de Essais van Montaigne, wereldliteratuur dus. Maar niet de oppositie, doch de meerderheid moet haar parlement laten respecteren. En mijn partij maakt deel uit van de Vlaamse meerderheid, dus ik heb recht van spreken. Volgens de grondwet hebben de kamers het recht een lid van de regering te vorderen. Ik heb destijds meermaals meegemaakt dat de Kamer de eerste minister sommeerde. En dat ligt dus buiten de macht van de oppositie. De meerderheid moet de fierheid hebben om niet op haar kop te laten zitten.

De eerste garant van de rechten van een assemblee blijft natuurlijk de voorzitter. In zijn tijd had Jean Defraigne de zitting van de Kamer zelfs niet geopend indien eerste minister Martens niet aanwezig was bij de bespreking van de begroting. In Vlaanderen doen mensen stoer op recepties in plaats van flink te zijn in het verdedigen van hun parlement, waarvoor ze betaald worden. En met de voorzitter dragen ook de fractieleiders van de meerderheid hun verantwoordelijkheid. Ik heb vaak meegemaakt dat de Franstalige liberaal Robert Henrion ‘non’ zei tegen de regering, tot woede van ‘zijn’ vicepremier Jean Gol. Ik brulde, Henrion fluisterde, maar met hetzelfde resultaat: ‘Il faut que le ministre soit présent’.

Het gebrek aan zelfrespect van het Vlaams Parlement gaat zo ver dat de meerderheid stelselmatig teksten stemt die ze niet kán gelezen hebben. Ze zijn namelijk onleesbaar en onbegrijpelijk. Een paar jaar terug verscheen een mobiliteitsdecreet. Tot drie keer toe heb ik geprobeerd de eerste vijftien bladzijden te lezen. Pas na een derde poging heb ik durven concluderen dat dit te moeilijk was voor iemand die maar een gewoon universitair diploma heeft. Hun zelfrespect is dus zo laag dat ze zelfs niet meer eisen dat ze kunnen begrijpen wat hun voorgelegd wordt. Of het nu welzijn is of onderwijs: elk Vlaams departement hanteert zijn eigen, voor de buitenwereld onbegrijpelijk, jargon. Dat leidt tot de ranzige situatie dat de steden en gemeenten al consultants over de vloer krijgen die ons tegen betaling aanbieden om die decreten en bepalingen te komen uitleggen. En niemand van al die verkozenen die daartegen protesteert.

Dat leidt weer tot een andere aberratie: de wetten zijn onbegrijpelijk, dus rechters beginnen ze te interpreteren. Goedmenende rechters omdat ze niet anders kunnen, anderen met veel wellust om hun zin te doen. In Frankrijk heet dat ‘le gouvernement des juges’.

De drie machten moeten elkaar in evenwicht houden. In die zin kan ik de minister-president niet verwijten dat hij de ruimte inneemt die het parlement hem laat. Als de gemeenteraad mij niet meer interpelleert, doe ik ook mijn goesting. Het is wellicht de natuurlijke neiging van de uitvoerende macht om zijn zin te doen, maar daartegen dient net het parlementaire systeem. Het gaat niet om de neiging van een individu, maar om de merites van het systeem. Een parlement moet zelf respect afdwingen. Als dat niet gebeurt, eindigen we dus met een eerste minister die zelfs de moeite niet meer neemt om zijn begroting in de Kamer te verdedigen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234