Dinsdag 07/02/2023

Gezocht: ontwerper met zakelijk inzicht

Nu zelfs grote modenamen steeds moeilijker kunnen overleven, wil de Vlaamse overheid een modefonds oprichten om de sector beter te ondersteunen. 'Veel ontwerpers kampen met twee grote gebreken: geen kapitaal en weinig zakelijk inzicht.'

Het idee is om een Vlaams Huis van de Mode in het leven te roepen, met betaalbare atelier- en verkoopsruimte, een adviescentrum en een modefonds om ontwerpers praktisch en financieel bij te staan. De Vlaamse regering heeft een haalbaarheidsstudie besteld, die nog deze zomer afgerond moet worden.

"De sector staat onder druk", legt Vlaams-minister Kris Peeters (CD&V) uit. "Dat werd het afgelopen jaar nogmaals bewezen door de moeilijkheden die enkele Vlaamse topontwerpers ondervonden." Eind 2012 hield het Belgische label Sandrina Fasoli er nog tijdelijk mee op omdat het geen groeikapitaal vond. Walter Van Beirendonck moest zijn modewinkel in Antwerpen sluiten, Olivier Strelli en hoedenontwerper Christophe Coppens deden noodgedwongen de boeken toe. De prijs werd te hoog, vond Coppens. "Het is altijd moeilijk geweest, maar zoals het de voorbije jaren gaat, is onmenselijk en onmogelijk."

Moordend ritme

De immense financiële druk en het moordende ritme zijn vaak gehoorde problemen. Ontwerpers hebben doorgaans maar twee keer per jaar een verkoopmoment. Met het geld dat ze daarmee verdienen moeten ze zes maanden toekomen. Een modeshow kost enkele honderdduizenden euro's, een eigen winkel al snel meer dan een miljoen. Tel daar de economische crisis bij en je krijgt een gevaarlijke cocktail.

"Het is heel moeilijk om kapitaal te vinden", zegt modeontwerpster Annemie Verbeke. "De banken spelen hun rol van bankier niet meer, willen het risico niet meer nemen. Maar als ontwerper moet je alles voorfinancieren: de leveranciers willen hun geld vooruit, en de klanten betalen pas dertig of zestig dagen nadien. Het is overleven, met het mes op de keel. Voor beginnend talent is het nog moeilijker: als één op de honderd slaagt, zal het veel zijn."

Designers kunnen vandaag wel al rekenen op het fonds CultuurInvest, beheerd door Participatiemaatschappij Vlaanderen, en het Flanders Fashion Institute (FFI) voor ondersteuning. Zij het beperkt. Het FFI is goed voor een jaarlijkse subsidie van 665.000 euro, 350.000 als je het budget voor onderzoek ervan aftrekt. "Een druppel op een hete plaat", bekent Agnes Wené van het FFI. "Er is nood aan meer middelen vanuit de overheid. De Belgische mode geniet nu nog een sterke internationale reputatie, maar er is opvolging nodig. Het is een belangrijke markt die we niet mogen loslaten."

Bovendien groeit de commerciële druk in België en Europa. De loonlasten zijn hoog, de afzetmarkt klein. Multimerkenboetieks kopen door de crisis minder en voorzichtiger in. Jonge of onbekendere designers vormen in hun ogen een groter risico dan de bekende, grote luxehuizen à la Prada en Dior.

Duurzame designers

Maar de concurrentie komt ook van de andere kant, van ketens als Zara en H&M die trends in sneltreinvaart kopiëren én een stuk goedkoper aanbieden. "Iedereen kan hip zijn tegenwoordig, en vaak voor weinig geld. Mensen hebben nu ook meer aandacht voor lifestyle in het algemeen, geven hun geld meer uit aan reizen en bio-eten. Dat speelt de modeontwerpers parten", zegt ontwerpster Marina Yee.

Als een van de Antwerpse Zes maakte ze de groei en hoogdagen van de Belgische mode mee vanop de eerste rij. Vandaag begeleidt ze ook opkomend talent als docente aan de Gentse Academie van Schone Kunsten (KASK). "Toen ik begon, was er veel minder op modevlak, en was er ook meer steun (zoals de ontwerpersprijs de Gouden Spoel, KVDP). Nu gaan de kraantjes toe."

Yee pleit voor meer (financiële) ondersteuning van jonge designers, zij het weloverwogen. "Zo'n fonds klinkt goed, maar er is in de eerste plaats een vernieuwingsplan nodig. Anders is het water naar de zee dragen. We moeten ons de harde vraag durven stellen: hebben we niet al genoeg mode en ontwerpers? Zijn er evenveel consumenten? Wie we wel zeker moeten ondersteunen zijn mensen met een nieuwe kijk, met een oog voor duurzaamheid en nieuwe technieken. De sector moet zich heruitvinden."

Al volstaat een vernieuwende, creatieve blik niet om het te maken. Wat ontwerpers vaak nekt, is een gebrek aan zakelijk inzicht. Een modelabel runnen is evengoed managen, pr verzorgen, financiële deals sluiten en budgetbeheer. Uit verschillende hoeken klinkt kritiek dat modeopleidingen in België, zoals de Antwerpse Modeacademie, daar amper aandacht aan besteden. Dat ze vooral oog hebben voor het creatieve, en hun studenten onvoldoende klaarstomen voor het echte werkleven als ontwerper. Yee: "Terwijl het toch gaat om een business, een product creëren én aan de man brengen."

Artistieke scholen zouden dan ook in zee moeten gaan met economische opleidingen, zegt Yee. Meer inzoomen op het aspect fashionmanagement. In landen als Nederland, Zweden en Groot-Brittannië staat men daar al verder in. "Ontwerpers die het schijnbaar goed doen, zoals Dries Van Noten, hebben naast het creatieve ook een groot managementsgevoel. Zij die de laatste jaren zijn weggevallen of het erg moeilijk hadden, waren vaak mensen die vooral van het artistieke doordrongen waren. Een tip voor jonge designers: vorm een collectief waarin je minder kwetsbaar bent maar toch jezelf kunt zijn."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234