Zaterdag 07/12/2019

Seksuele intimidatie

Gezocht: lokdames in de strijd tegen seksuele intimidatie

Beeld Johanna Walderdorff

Vormen lokdames echt een efficiënt middel in de strijd tegen seksuele intimidatie, of is het eerder een ideetje dat de schijnwerpers zet op de politicus die het bedacht? Deze week kwam het voorstel van Brussels staatssecretaris Bianca Debaets. Hoe moet zo’n lokdame eruitzien?

Twee. Twee GAS-boetes. Dat was de balans na drie undercoveroperaties met ­lokdames door de lokale politie van Mechelen, sinds ze er daar in 2012 mee zijn begonnen. Agentes kleedden zich in ‘stadskledij’, wat dat ook wezen mag, en wandelden heen en weer in buurten waarvan de korps­leiding had bedacht dat het probleem zich mogelijk daar moest situeren. Twee ongelukkigen begingen de kapitale fout – nafluiten – waarna de lokdame op haar stappen terugkeerde, de inbreukpleger op de schouder tikte en haar politiebadge liet zien.

Misschien, opperde Bart Somers deze week, gedroegen de lokdames “zich nog iets te veel als agent”. Het Mechelse stadsbestuur is er hoe dan ook na drie sessies alweer mee gestopt en zegt nu hard in te zetten op preventie.

In Sint-Niklaas werd het algemeen politie­reglement per 1 januari op voorstel van gemeenteraadslid Veerle De Beule (N-VA) verrijkt met een artikel dat “storend gedrag zoals nafluiten, lastigvallen, aanraken of tegenhouden op straat” beschouwt als intimidatie en een GAS-boete van 350 euro stipuleert. Eerder pasten ook Zele, Mechelen en Brussel hun reglementeringen aan.

Je kunt er gif op innemen dat in wel meer Vlaamse gemeenten (nog) onbekende verkozenen op dit ogenblik aan een gelijksoortig voorstel zitten te pennen, in de eerder comfortabele wetenschap dat hier in tijden van #metoo behalve Jean-Marie Dedecker helemaal niemand tegen zal willen zijn.

Anders dan Bianca Debaets (CD&V) in Brussel heeft Sint-Niklaas voorlopig geen plannen met ­lok­dames. Het nieuwe reglement zegt wel dat er bij voorkeur een ‘getuige’ moet zijn van het ­incident, en dat een klacht zonder getuige niet veel kans maakt.

Je wordt dus op straat nagefloten door een groepje onaardige mannen en je wordt als vrouw verondersteld binnen die omgeving op zoek te gaan naar een aardige onbekende die het zag, bereid is je te vergezellen naar het politiekantoor om daar samen op een bankje het vervolg der gebeurtenissen af te wachten. Terwijl dit nu net een vrij klassiek patroon is in alle ­verhalen. Seksuele intimidatie komt het vaakst voor en is op z’n rauwst in de confrontatie tussen een groep mannen en een in haar eentje voorbijwandelende vrouw.

Het doet denken aan de inmiddels alweer ­afgevoerde antiseksismewet van toenmalig minister van Joëlle Milquet, het eerste antwoord van de wetgever op de spraakmakende ­documentaire Femme de la rue (2012) van Sofie Peeters. Goed bedoeld allemaal, maar zodra iemand hardop vraagt wat er nu concreet is ­veranderd, valt er een ongemakkelijke stilte.

Te midden van die stilte lanceerde de Brusselse staatssecretaris voor Gelijke Kansen Bianca Debaets deze week tegenover Bruzz een lok-idee next level, de lok-holebi: “Twee mannelijke agenten kunnen bijvoorbeeld hand in hand wandelen. Zodra er sprake is van fysieke of ­verbale agressie, kunnen die agenten meteen optreden en een boete geven.”

‘Dienstrokjes of wat?’

Bij de grote politievakbonden viel deze week amper iemand te vinden die hier iets over zeggen wilde, tenzij een afgevaardigde-op-rust en met de nodige nadruk off the record: “Probeer je een ochtendlijke briefing voor te stellen. ‘Agent Peeters, agent Janssens, jullie gaan vandaag hand in hand op de Lemonnierlaan in Brussel wandelen.’ Dat wordt een collectieve lachbui, zoiets gaat gewoon niet gebeuren. Maar ja, een bevel weigeren, dat kan ook niet, dus gaat men zich in alle mogelijke bochten wringen om dit te doen mislukken, zoals in Mechelen. Hoe zou u zelf zijn?”

Vanuit het perspectief van de lokdame valt te vrezen dat zij al net zo gemotiveerd voor haar rol zal zijn als Sandra Bullock in Miss Congeniality.

De ex-afgevaardigde: “Voor vrouwen bij de politie is het al vaak een hele strijd om hun ­mannetje te staan. Om dan nu opeens te horen te krijgen: ‘Trek eens een rokje tot boven uw knieën aan en ga wat wandelen door Molenbeek.’ Dat is over het algemeen niet de ambitie van een vrouw die bij de politie gaat. Het lijkt mij ook het volste recht van zo’n jongere agente om deze taak aan te voelen als beledigend. Waarom ik wel en zij niet?

“In de meeste wijken waar we het dan over hebben, stellen zich doorgaans ook wel meer ­problemen dan dit. Er wordt in Molenbeek al eens een politiewagen in brand gestoken, er razen wegpiraten door de 30 kilometerzone en er wordt openlijk gedeald. En dan moeten wij gaan ­focussen op die ene vent die ‘salope’ geroepen heeft naar een agente in burger?”

Volgens voorzitter Carlo Medo van het Nationaal Syndicaat van het Politie- en Veiligheidspersoneel (NSPV) werd het ­voorstel-Debaets door de mensen op het terrein onthaald met opgetrokken wenkbrauwen en een diepe zucht. “De vaakst gehoorde opmerking was: ‘Gaan we nu ook dienstrokjes moeten aankopen of wat?’ Waarom laten ze ons niet gewoon ons werk doen als flikken? We hebben nu al op alle niveaus mensen te kort. Telkens als we ergens in een van die moeilijkere buurten een controle doen, hoor je roepen: ‘Politiestaat!’ Misschien moeten we die hele mentaliteit maar eens ­terugdraaien. Die mentaliteit van: ‘O, er is ingebroken? Had je het raampje van je wc maar niet open moeten laten staan.’ De enige juiste attitude is: blijf van andermans erf. Simpel. Op straat is de politie de baas en het is nergens voor nodig om dat nu eens een keer te gaan proberen met ­jarretellen.

“Ik weet dat de maatregel goed bedoeld is, dat er paal en perk moet worden gesteld aan intimidatie tegen vrouwen op straat. En ik wil het ook niet zomaar afschieten, maar ik denk nog altijd dat mensen meer onder de indruk zijn van een patrouille en van een uniform.”

HandsAway

We treffen Brussels staatssecretaris Bianca Debaets in haar favoriete koffiebar op het Rouppeplein, op maar enkele tientallen meters van waar Sofie Peeters haar Femme de la rue draaide. Zo eenvoudig lijkt het, het traject van de toenmalige RITCS-studente laten overdoen door een agente in burger.

“Zo eenvoudig is het juist níét”, zegt Debaets. “Wij dénken dat wij de probleemwijken kennen, en we gaan daarbij uit van eigen ervaringen of getuigenissen uit onze directe omgeving. Waarom is het in Mechelen niks geworden met hun lokdames? Omdat ze die voor zover ik begrijp gewoon random de straat op hebben gestuurd. Wellicht naar wijken waarvan ze ­dachten dat zich daar misschien wel een ­probleem zou kunnen situeren. In Brussel heeft haast iedere vrouw haar ­verhaal. Ik had het hier een paar dagen geleden nog over met een journaliste van La Dernière Heure. Die wees de buurt rondom de Louizalaan aan als dé plek in Brussel waar ze altijd ­problemen heeft en het liefst in een wijde boog omheen loopt. De laatste wijk waarvan ik het dan weer zou verwachten.”

Ze toont ons op haar iPhone de app HandsAway. Kiezen tussen twee bolletjes: ­slachtoffer of ooggetuige? Volgende optie: fysieke of verbale agressie? Daarna: op straat of op het openbaar vervoer? Drie keer aanvinken en ­verzenden. Je kunt ook een bericht inspreken. Een kaartje toont het aantal meldingen. Op de voor Brussel ontwikkelde app van Debaets zijn het er nu nog nul, maar zij gaat ervan uit dat ­hufters binnenkort net zo zichtbaar zullen ­worden als de dichtstbijzijnde Uber.

Debaets: “Het bestaat nu al in Parijs en New York; men is er vorige week ook in Rotterdam mee begonnen. Om aan te geven dat dit geen Brussels, maar een grootstedelijk probleem is. In Parijs hebben al 7.000 mensen HandsAway, onder wie trouwens 31 procent mannen. Dat groeit en dat blijft groeien. De top van de ijsberg komt omhoog, je ziet in realtime wat er in je stad aan het gebeuren is. Tot je op een punt komt dat bepaalde wijken en straten er onvermijdelijk ­tussenuit gaan springen. Dan pas, als je dat een beetje in kaart hebt gebracht, wordt het zinvol een zone af te bakenen en daar lokagentes op af te sturen.

“In Parijs waren de door HandsAway aangeduide buurten totaal niet de buurten die men had verwacht. Ik weet dus niet of de Anneessenswijk dé probleemwijk is van Brussel; we weten enkel dat Sofie Peeters deze wijk goed kende en hier haar eindwerk heeft gemaakt. Het is ook ­gevaarlijk om te denken dat het iets is dat louter samenhangt met één enkele cultuur. De voorbije weken ging het ook over Vlaamse tv-makers, Hollywood-regisseurs en presidenten. Wij ­lanceren onze app in maart of april. Hij is  uiteraard gratis, je hebt ’m in minder dan een minuut op je telefoon.”

Mystery shoppers

Laat Molenbeek nu net die eerste Brusselse gemeente zijn waarvan de burgemeester zegt dat ze het inzetten van lokdames best een goed idee vindt.

Françoise Schepmans (MR): “We hebben niet direct plannen op korte termijn, dat niet. Wil je zo’n onderneming opstarten, dan moet je eerst de goedkeuring hebben van het Brusselse parket. Zo gaat het ook als de politie met een lokauto iets wil gaan doen aan een diefstallenplaag in een bepaalde wijk. Eerst definieer je het probleem, dan neem je gerichte maatregelen en vergewis je je ervan dat je juridisch sterk genoeg staat. Ik denk wel dat het parket ons zal ondersteunen als wij zoiets gaan proberen.

“We gaan afwachten wat die app ons leert. Als daar echt uit naar voren komt dat bepaalde straten of wijken in Molenbeek om een heel gerichte ­aanpak vragen, dan gaan we dat doen.”

350 euro bedraagt de boete in Sint-Niklaas voor 'storend gedrag zoals nafluiten, lastigvallen, aanraken of tegenhouden op straat'. Beeld Johanna Walderdorff

Jean-Marie Dedecker (LDD) ontwaart een teken des tijds: “Een opbod van wantrouwen, van altijd maar meer mystery shoppers. We hebben die straks voor alles waarbij we anderen wantrouwen. Minderjarigen die moeten testen of de arme man in zijn winkeltje natrekt of degene die het lotje koopt wel 18 is. Of hij geen sigaretten verkoopt aan iemand die nog geen 16 is. Onze weerbaarheidscoëfficiënt is aan het dalen en wat mij betreft blijft zo’n lokagent, of hoe men het ook wil noemen, wat het is. Uitlokking. Weet u wat mijn vrouw zegt als er een man aan haar komt? ‘Ge kunt een knietje krijgen.’ Zo ging het vroeger. Mensen trokken nog hun plan.”

Verleidingstruc

Bianca Debaets schermt met rechtspraak van de Nederlandse Hoge Raad die het in de steigers staande Rotterdamse project juridisch aftoetste op het gevaar van geprocedeer over de notie ­uitlokking.

Debaets: “Men zegt daar letterlijk dat de kledij van de lokdame in proportie moet zijn met de tijd van het jaar. Iemand die in de zomer door de stad loopt in een zomers kleedje, kan dus onmogelijk uitlokking worden aangerekend.

“Het gaat hier trouwens om een trendbreuk die we willen zien. Ik heb het roepen van ‘sale pute’ nog nooit weten werken als verleidingstechniek. Elk van die mannen komt daar op een dag vanzelf ook wel achter. Het heeft te maken met ­opvoeding. Met culturen waarin seksualiteit ­eenvoudigweg niet aan bod komt, waardoor ­jongeren het dan maar online gaan zoeken en daar enkel als object afgebeelde vrouwen ­ontmoeten. Uiteindelijk zal de strijd moeten ­worden gewonnen aan de keukentafel. Het wordt al een heel andere situatie als men in de echte probleembuurten gaat voelen dat de politie dit ernstig neemt. Dat je dat gevoel van straffeloosheid kunt wegnemen en mensen gaan beseffen: dit hoort echt niet, en het kan je ook nog eens op een stevige boete komen te staan.”

In Brussel gebeurt het nog vaak dat je bij een aangifte van een misdrijf aan het politieloket op een hoofdschuddende agent stoot die zucht: “Wat een idee ook om naar Brussel te komen.”

Debaets: “Agenten worden daar nu echt op getraind, hoor. In elke politiezone is er een ­referentie-officier bezig met het bestrijden van gaybashing. Onder meer door agenten erop te trainen dat ze zich onder geen enkele omstandigheid nog iets mogen laten ontvallen als: ‘Allee, u ziet toch wat voor wijk dit is?’ Ook reacties als ‘Maar madammeke, wat wilt ge nu toch?’, enkel omdat iemand een rok of hakken draagt, of alle andere vormen van victim blaming halen we eruit.

“Volgens onze studie heeft 88 procent van de vrouwen in Brussel hier last van; 30 procent blijft daar na zo’n incident last van hebben, met zelfs nachtmerries. Je hoort het toch voortdurend? Jonge vrouwen die echt houden van deze stad, maar wegtrekken, enkel omdat ze zich hier nooit vrij kunnen ­voelen. Die zich anders gaan kleden dan ze zelf zouden willen. Dat ­betekent dat het slachtoffer zich gaat aanpassen en bepaalde plekken mijden.

“De publieke ruimte is van iedereen. Het is nooit aan het slachtoffer om zich aan te passen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234