Vrijdag 25/09/2020

Gezocht: een thuis voor 1,5 miljoen ontheemden

Nieuwe ellende dreigt voor 1,5 miljoen Haïtiaanse ontheemden die sinds de aardbeving overleven in bijna 1.400 overbevolkte kampen, vooral in en rond de hoofdstad Port-au-Prince. Te midden van tropische regens en het nakende orkaanseizoen leeft een meerderheid sinds 12 januari in spontane nederzettingen zoals het voetbalveld van Fleuriau, opgejaagd door overstromingen, honger, ziekte en geweld. Slechts een minderheid werd geherhuisvest in modelkampen zoals Corail. Families daar voelen zich gegijzeld door de hulpindustrie. Allen bevechten dezelfde vijand: extreme armoede.

Kampen in en rond Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince zijn een humanitaire tijdbom

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zoekt koortsachtig naar nieuwe locaties voor menswaardig onderdak maar wordt gehinderd door rijke privé-eigenaars. Zij weigeren hun grond af te staan of verdrijven ontheemden naar heuvelachtige staatsgronden buiten de stad. Daar dreigen aardverschuivingen.

Camp Fleuriau

Bedreigd door rioolwater en grondbezitters

Bij het openen van zijn tent kijkt Renald Derazin (29) ’s ochtends met bezorgde blik naar het peil van de poel die zich op het gewezen voetbalveld voor hem heeft gevormd. Door de tropische buien van het regenseizoen kruipt het zwarte, stinkende, water dagelijks dichterbij. Zijn kamp in Tabarre, een lagergelegen stadsdeel in Port-au-Prince, wordt bevloeid door een riviertje dat regenwater aanvoert uit de hoger gelegen bergen. Ook rioolwater mondt daarin uit. “De latrines die we hier in januari op het voetbalveld hebben gegraven zijn ook al overstroomd”, zegt hij en wijst naar een houten constructie verderop. “In tenten naast de poel stromen er tijdens regenbuien al uitwerpselen binnen.”

De 263 families in ‘Camp Fleuriau’, samen 1.311 mensen, hadden hun tenten eind maart al verplaatst naar het glooiende terrein ernaast, twee derde voetbalveld groot. Omdat deze grond afloopt stroomt bij regen ook van bovenaf water de tenten binnen. De zelfgegraven afwateringskanalen zijn te ondiep om de stortbuien op te vangen. “Bovendien lekken de meeste tenten en zelfgemaakte hutten”, zegt Renald.

Verder opschuiven kunnen de gezinnen niet meer. De lap grond wordt omzoomd door twee drukke verkeersaders. “Nochtans móéten we hier weg, onder druk van de omstandigheden, en omdat de eigenaar van dit terrein, een gemandateerde van achttien erfgenamen, de grond wil verkopen en de opbrengst verdelen”, zegt Renald, die door de bewoners aangeduid werd verkozen als informele groepsleider.

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die namens de Verenigde Naties in Haïti verantwoordelijk is voor ‘camp management’, zoekt nu koortsachtig een nieuw terrein. Een aartsmoeilijk proces omdat talrijke terreinen nog bedolven liggen onder 20 miljoen kubieke meter puin, alle vrije openbare terreinen in Port-au-Prince al bezet zijn door andere ontheemden, en omdat Haïtiaanse grootgrondbezitters hun terreinen weigeren uit te lenen uit vrees dat het permanente nederzettingen worden.

De eigenaren maken dat desnoods manu militari duidelijk. “De IOM vond vorige woensdag een terrein voor ons in de Rue Roumain, nabij de VS-ambassade. Ze hadden toestemming gekregen van de lokale burgemeester. Toen eigenaar Franck Ciné, CEO van telefoonmaatschappij Haïtel, op de hoogte werd gebracht stuurde hij een groep gewapende lui die de IOM-werklui verjaagden.” Een IOM-woordvoerder bevestigt het incident, en zegt nu met de eigenaar te onderhandelen over een oplossing.

Ondertussen evolueert de situatie in Camp Fleuriau van kwaad naar erger. Renald wijst op de zwermen muggen boven de poel. “We hebben al een vijftigtal malaria- en drie tyfusgevallen gehad in dit kamp.”

Renald vertelt hoe zijn vrouw en twee dochters Helena (5) en Anna (3) het elke dag zwaarder krijgen. Vooral Anna lijdt onder de situatie. Ze huilt bijna onophoudelijk. Het kindje werd enkele weken voor de aardbeving zwaar verminkt op de buik en bovenbenen tijdens een ongeval met kokend water. “Sinds we hier wonen heeft Anna het erg moeilijk. We zijn bang dat er op haar gehavende huid infecties ontstaan. Tijdens de aardbeving bevond ze zich in een ziekenhuis met haar moeder. Dat stortte deels in maar ze ontsnapten. Ons eigen huis is ook ingestort. We hoorden het gerucht dat er een tsunami op ons afkwam, waarop ik alle buurtbewoners op dit voetbalveld verzamelde. We dachten dat het einde van de wereld aangebroken was. Twee weken lang hebben we daarom 800 VS-dollar aan cash spaargelden opgemaakt aan eten voor de 150 families die er toen waren.” Vandaag heeft Renald bijna niets meer. Hij toont zijn spaarboekje. Er staat nog 5 dollar op. Voor de aardbeving knoopte hij de eindjes aan elkaar met allerlei kleine jobs. Ondertussen studeerde hij talen.

Tegenover de internationale hulpverleners heeft Renald een dubbel gevoel. Boven aan het kamp staan nu wel een tiental toiletcabines, maar door de nabijheid van de straat worden ze ook door niet-bewoners gebruikt. Ze zijn sneller vol dan ze geleegd kunnen worden.

“We kregen ook vijftig tenten van katholieke zusters en honderd tenten van Médecins sans Frontières France, waarvan vijftig kleine”, zegt hij, wijzend wijst naar enkele campingtentjes. “Alleen de tenten van de zusters zijn goed. De andere tenten laten nu al water door. Het was goedbedoeld maar hun tenten zijn niet bestand tegen tropische regenbuien.”

Dertig van de kleine tenten werden ook nooit opgezet. “Omdat er meteen na de distributie een straatbende beslag wou leggen op de grote tenten hebben we politiebescherming ingeroepen. De agenten hebben ons geholpen, maar namen nadien zelf ‘als betaling’ dertig van de kleine tenten mee.”

De veiligheid in het kamp is nog altijd slecht. “Zowel ’s nachts als overdag lopen hier dieven rond. Een vrouw die enkele van haar schilderijen uit het puin redde werd bestolen door twee gangsters met 9 mm-pistolen. Dealers komen op dit terrein ook ’s nachts soms drugs verkopen. Ze zijn gevaarlijk.”

Er zijn ook al aanrandingen geweest. “Meisjes en vrouwen die zich buiten moeten wassen werden al door passanten betast.” Renald zegt dat er onder de bewoners zelf veel huiselijk geweld is. “Er zijn mannen die hun vrouwen slaan, maar er is ook een zwangere vrouw die haar man met een steen op het hoofd sloeg nadat hij haar voorstelde om abortus te plegen. De vrouw is nadien door haar man verjaagd.”

In dit kamp zijn nu ongeveer vijftien vrouwen zwanger. Sinds de aardbeving werden hier al vijf baby’s geboren, zoals Woodley Volcimé (geboren op 11 mei). Zijn moeder Betty moet hem alleen opvoeden. “Mijn man liet me in de steek voor de geboorte. Mijn moeder was al ziek voor de aardbeving, mijn vader was al dood. Mijn jongere broer stierf tijdens de aardbeving”, zegt ze zacht. “Ik zie geen toekomst voor mezelf of mijn kind. Ik heb geen hoop.” Woodley is niettemin gezond, in tegenstelling tot baby Arstil (2,5 maanden), die een oorontsteking heeft. Zijn moeder Dieula heeft een huidinfectie, van ontstoken muggenbeten die ze openkrabde.

Het kamp krijgt sinds kort twee keer per week bezoek van een arts van het International Medical Corps. Maar Renald zegt het jammer te vinden dat ze geen beroep doen op de medische kennis in het kamp. Verpleegster Marie-Françoise Saint-Fleur (39) bood haar diensten al aan maar werd geweigerd. “Nochtans zou ik hier met basisgeneesmiddelen nuttig werk kunnen verrichten”, zegt ze. “Als er ’s nachts medische problemen zijn moet ik de mensen doorverwijzen naar een hospitaal.”

Twee mensen in het kamp kwamen eerder om door een gebrek aan hulp. “Marjorie Saint-Hilaire (35) stierf na een week van hevige maagkrampen”, zegt Renald. “Een man van 45 die al ziek was haalde het ook niet. Hij stierf alleen.”

Saint-Fleur weet wat het is om als slachtoffer niet geholpen te kunnen worden. Zelf lag ze tijdens de aardbeving twee dagen onder het puin. Haar been is gewond. Een stuk hoofdhaar is weg. Er is een diep litteken te zien. “Lange tijd was ik in shock, maar”, maakt ze zich sterk, “ik wil weer werken.”

Camp Corail

Kraaknet, maar gijzelaars van hulpindustrie

Op een open vlakte aan de voet van de bergen rond Port-au-Prince herbergt het uitgestrekte Camp Corail Cesselesse sinds april meer dan 1.300 families. Ze leven hier in een ‘modelkamp’ nadat ze door de VN geherhuisvest werden. Tussen de kwalitatieve, manshoge, familietenten van hulporganisatie World Vision is er in de lengte een drietal, en in de breedte een vijftal meter tussenruimte. Op de geëffende grond zijn voldoende witte keien uitgestrooid zodat er bij regen geen modder ontstaat. Rondom zijn diepe afwateringskanalen gegraven. Het kamp is in ‘blokken’ verdeeld.

Elke blok beschikt over waterbevoorrading. In houten cabines huizen propere douches en toiletten. Onder houten daken zijn er ook open vergaderruimtes. Voor de kinderen is er zelfs een speelplein, met schommels. En toch, toch zijn ook deze ogenschijnlijke ‘luxe-ontheemden’ ongelukkig over hun leefomstandigheden.

“Ja, de hygiëne is beter dan Camp Golf waar we voorheen verbleven”, zegt het echtpaar Auguste Verelle en Dorville Savesse, beiden 42, die in ‘Block 01PO4’ een tent delen met hun zeven kinderen. “Maar hier staat elke dag een harde wind die stofwolken veroorzaakt, er staan nergens bomen om beschutting te zoeken en we hebben hier nauwelijks iets omhanden”, zegt Auguste. “Overdag doen we bijna niets. Er is geen werk, behalve kleine jobs die we soms uitvoeren voor World Vision zoals het graven van afwateringskanalen. De kinderen doen ook niets. Ze kunnen hier niet naar school. Misschien in september, werd ons verteld. Soms mogen ze gaan spelen, dat wel, maar meestal vervelen ze zich.”

Voor hun maaltijden krijgen ze twee keer per week basishulp zoals rijst en olie, maar dat volstaat niet. “We gaan naar de markt. Maar omdat Port-au-Prince zo ver is (20 kilometer, mr) doen we dat maximum twee keer per week. Veel geld hebben we niet meer. Quand c’est fini, c’est vraiment fini. Ik weet niet wat we dan moeten doen. Eigenlijk willen we zo snel mogelijk terug naar onze buurt Delmas. Daar groeiden we op.”

Meerdere families delen dezelfde zorgen. “Wanneer ik naar de markt in de stad ga moet ik veertig gourdes (ongeveer één dollar) uitgeven aan transport. Dat snijdt in ons budget”, zegt Amelie Belonie (43), die met haar echtgenoot en drie kinderen een tent bezet. Seraline Moline (30) probeert zelf handel te drijven. Ze verkoopt wat naaiwerk op de markt. Met de opbrengst koopt ze vers voedsel. Maar ook haar spelen de transportkosten parten. “Ik geef 30 gourdes uit aan een moto-taxi, soms hou ik maar 25 gourdes over om eten mee te kopen. Dat is te weinig om mijn kind voldoende eten te geven.”

Canaan

Staatsgrond zorgt voor aanzuigeffect

Hoe lang de ontheemden in hun kampen moeten blijven weet niemand. Hun zoektocht naar een nieuwe thuis is erg onzeker omdat velen huurders waren. De eigenaars zijn dikwijls zelf getroffen. Ze willen eerst hun huizen herstellen, dan pas hun huurwoningen. Door de economische situatie kan dat lang duren. Dan nog is het niet zeker of ze door de strengere bouwvergunningen toelating krijgen. Steeds meer ontheemden vestigen zich daarom op staatsgronden, waar er minder kans is verdreven te worden - zeker nu er vorige week voor eind november presidentsverkiezingen zijn afgekondigd.

Naast de openbare pleinen en parken van Champs de Mars nabij het ingestorte presidentieel paleis, die al sinds januari overvol zitten, vestigden vele duizenden ontheemden zich ook op de kale heuvels rond Port-au-Prince, die deels uitkijken op modelkamp Corail.

Op de heuvel ‘Canaan’, hun ‘beloofde land’ volgens de bewoners, heeft Jean-François Blanc (36) zijn stukje land met een zelfgemaakte hut afgebakend met een houten omheining en een bedrukte gele lint die hij tijdens de hulpoperatie van januari op de kop tikte. ‘Out of service. Do not use’, schreeuwen de letters elke bezoeker toe. “Deze waarschuwing gaat op voor ons”, zegt hij wat cynisch, geflankeerd door zijn vrouw Guirlande (23) en Jean-Odie (6). “We trokken hier naartoe omdat ons huurhuisje vernield werd. Tot vandaag kregen we geen hulp, op een klein tentje en een paar zeilen na, terwijl zij daar beneden alles in de schoot geworpen krijgen”, en hij wijst naar Camp Corail. “Zij krijgen gratis water en wij moeten 5 gourdes per bidon betalen. Zij krijgen gratis toiletten en wij moeten ons behelpen met eigen latrines.”

De bewoners van de heuvel hebben zich nu zo goed en kwaad als het kon zelf georganiseerd. Advocaat Julien leidt hun verkozen comité. Jean-François: “Hij is al gaan praten met de kamporganisatie in Corail maar ze konden ons niets beloven. Met de overheid onderhandelen we om hier meerdere jaren te wonen. Deze grond is maagdelijk.”

Jean-François toont trots een moestuintje van vijf vierkante meter. De eerste maïsstengels schieten uit de grond. Maar zijn oogst op het hellend vlak is nu al bedreigd. “Als het regent spoelt de losse aarde weg.”

Door de erosie dreigen op steilere stukken ook aardverschuivingen. Voor de Haïtiaanse thuislozen is momenteel geen enkele grond veilig. Toch verspreiden ze zich elke dag verder in alle richtingen. Van op de heuvel Canaan en langs de noordelijke Route Nationale 1 deinen blauwe tentzeilen uit als golven van menselijke ellende. Nog even en er wonen ontheemden op de nabijgelegen anonieme massagraven van de tienduizenden aardbevingsslachtoffers.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234