Donderdag 28/10/2021

Gezellig bij Goethe

Beursstad. Congresstad. Mainhattan. Of Bankfurt. Frankfurt heeft de roep een stad van zaken te zijn. De voorbije week en ook nog dit weekeind is het alweer van dattum: om en bij de 300.000 bezoekers worden verwacht op de Frankfurter Buchmesse, 's werelds belangrijkste literaire hoogmis. Maar kunnen de duizenden beursbezoekers en zakenlieden zich ook nog amuseren als ze een dagje zoek te maken hebben in en om Frankfurt? Een bezoek aan de fun-zijde van de stijfdeftige stad aan de Main.

Huisjes met houten ornamenten, Karel De Grote op een sokkel aan het aloude stadhuis, de Römer. Aan de Römerberg ademt Frankfurt geschiedenis. Maar schijn bedriegt. De middeleeuwse huizen zijn replica's. Tijdens de geallieerde bombardementen van maart '44 is vier vijfde van het oude stadscentrum in puin gelegd. Historisch spoorzoeken in Frankfurt vraagt verbeeldingskracht en kennis van het verleden, want de zichtbare sporen zijn schaars.

Nochtans hééft de stad nogal wat geschiedenis. Onder FrederikI, alias Barbarossa, werd Frankfurt de plek waar de keizers van het Heilige Roomse Rijk zich lieten kronen. Dat gebeurde in de Kaisersaal in de Römer, die open staat voor het publiek. Frankfurt is ook de geboortestad van Duitslands literaire trots, Johann Wolfgang Goethe. In 1749 zag die het levenslicht in een burgerlijk gezin dat resideerde aan de Grosser Hirschgraben 23-25. Ook dat huis viel ten prooi aan de bommen van de Tweede Wereldoorlog. Maar de nagebouwde woning geeft een goed beeld van het leven in een Frankfurts herenhuis in de tweede helft van de achttiende eeuw. Wie van Goethe en cultuur niet genoeg kan krijgen, wordt op zijn wenken bediend in het Goethe Institut (Diesterwegplatz 72), met een ruime waaier aan evenementen, van klassieke concerten tot wijndegustaties. En nog meer geschiedenis: als handelsstad was Frankfurt eeuwenlang gaststad voor een grote en levendige joodse kolonie. Was. In het Jüdisches Museum (Untermainkai 14-15, aan de oever van de Main) is te zien hoe de nazi's, met de gruwelijke precisie hen eigen, de joodse woonwijken op luttele huizen na volledig met de grond gelijkmaakten en de joodse aanwezigheid decimeerden. Eén voorbeeldje van recente geschiedenis levert Daniel Cohn-Bendit, alias Rooie Danny, het boegbeeld van de Parijse studentenrevolte van mei '68. Cohn-Bendit schoolde zich later om tot politicus en werd schepen voor de Groenen in Frankfurt. Maar wie denkt dat Centraal-Frankfurt aan Danny's doortocht een groene long overhield, dwaalt. Frankfurt is druk, een big spender, en kosmopolitisch.

En jong, dat ook. In de wijk Bockenheim, ten noordwesten van het centrum, ruist en bruist het studentenleven met de bijna 30.000 jongeren die studeren aan de, jawel, Johann Wolfgang Goethe Universiteit. Vooral in en rond de Kiesstrasse bulkt het van de goedkope, jeugdige restaurantjes en cafeetjes. Nog zo'n levendige buurt is Bornheim, in het noordoosten van het centrum. De Berger Strasse is een paradijs voor culinaire genieters en shoppingjunks.

Die komen ook aan hun trekken in het winkelwandelgebied An der Hauptwache en Zeil, even ten noorden van de centrale Römerberg. Zeil is één ellenlange winkelstraat met filialen van internationale ketens zusterlijk naast originelere winkeltjes. Vergeet in ieder geval niet om eens binnen te lopen in de Zeilgalerie, een enorm winkelcomplex waarvan de enige charme het fenomenale uitzicht van op het dak is. Wie de behoorlijk strakke wind trotseert, wordt beloond met een fraai stadspanorama.

Shopping kan ook op de zaterdagse vlooienmarkt op de Schaumainkai aan de zuidelijke oever van de Main. Honderden, vooral Oost-Europese en Turkse handelaars en sjacheraars bieden de meest diverse en bizarre waren aan in slordige stalletjes waarin het heerlijk snuisteren is. Elpees uit de seventies, een onderdeel van een radiotoestel uit de jaren stilletjes, een krakkemikkig Afrikaans beeldje, of een Russische soldatenmuts voor 1 Duitse mark (20 frank)? Eén adres. De rivier is afgezoomd met bomen die een mooi herfstpalet schilderen. Je hebt een spectaculair zicht op de skyline van het financiële centrum aan de andere kant van de Main. Ben je het slenteren en onderhandelen moe, dan steek je de benen onder tafel op één van de talrijke boten die tot snackbar-café zijn omgebouwd. Een broodje met een Frankfurter worst en grote pullen bier? Wie dàt het toppunt van Germaanse gastronomie acht, zit hier gebeiteld.

Voor een gezondere, en vegetarische, schotel is het restaurant van het nabijgelegen Jüdisches Museum een aanrader. Frisse salades, hartige groententaarten en royale stukken fruittaart voor zoetekauwen, en allemaal koosjer! De omweg waard. Tegen twee uur 's middags ruimen de handelaars aan de Schaumainkaai hun onverkochte spullen op en is het tijd voor museumhoppen. Want de kaai heeft haar bijnaam Museumsufer, museumoever, niet gestolen. Het Etnologisch Museum, het Museum voor Kunst en Ambachten, het Duitse Filmmuseum, het Architectuurmuseum, het Museum voor Antieke Beeldhouwkunst en het Postmuseum, ze liggen er allemaal op een kluitje bijeen. Dé topper is wel Städelsches Kunstinstitut, goeddeels een erfenis van de negentiende-eeuwse verzamelaar en kunstliefhebber Johann Friedrich Städel. De man had een exquise smaak en zo kan de kunstliefhebber nu genieten van werken van Botticelli, Van Eyck, Rembrandt, Renoir, Rubens, Vermeer, Cézanne, Dürer en méér. Voor hedendaagse kunst is het Museum für Moderne Kunst (Domstrasse 10) een prima adres. De permanente collectie bevat werk van Lichtenstein, Warhol en Beuys; de tijdelijke exposities zetten Duitse of internationale artiesten in de kijker. Frankfurt heeft ook een boeiende set privé-galeries in de aanbieding. Die liggen kriskras verspreid in de stad, helaas. Maar wie snel wat wil meepikken, gaat best naar de Braubachstrasse, vlak bij de Römerberg, waar drie gereputeerde galeries bijna letterlijk naast elkaar liggen: Helmut Papst op nummer 32 heeft veel Britse artiesten, Klaus Lüpke op nummer 37 zit al dertig jaar in het vak en kiest vooral voor Duitse kunst, Wolfhard Viertel op nummer 12 brengt vaak risicovol, internationaal gericht werk.

Melomanen kunnen voor opera terecht bij de Oper Frankfurt (Willy Brandt-Platz) en voor concerten in de Alte Oper (Opernplatz). De groten van rock en pop strijken neer in de Festhalle, net naast het beurscomplex, onder de 256 meter hoge Messeturm en naast het moderne standbeeld van de 'hamerende man'. Alleen al voor toren en standbeeld zou je het beurscomplex bezoeken!

Dat beurscomplex ligt overigens vlak bij het hoofdstation. Praktisch voor wie een beurs bezoekt, maar voor de rest is de stationsbuurt van alle charme en aantrekkingskracht verstoken. De Taunus-, Kaiser- en Munchenerstrasse bieden een mix van aftandse rommelwinkeltjes en gore seksshops, waar 's avonds wat straatmadeliefjes op klanten hopen. Een te streng oordeel? Wel, her en der in deze stationsbuurt vind je een leuk en spotgoedkoop T-shirt. Je eet er voor weinig geld, maar de pizza of falafel is dan ook van weinig kwaliteit. Wél leuk, voor de liefhebbers en de durvers, is in een ietwat louche cafeetje gaan nippen van de Ebbelwoi, het Frankfurtse dialect voor Apfelwein. Cider dus, en dàt is de drank bij uitstek van de regio. Als hapje is Handkäse mit Musik de lokale specialiteit: een ronde kaas, gemarineerd, en geserveerd met brood en boter. Stoere kost voor een fiks stapje in de wereld.

Dat kan in een bijzonder gevarieerd aanbod aan cafés, disco's en muziektenten. De jonge buurten Bockenheim en Bornheim puilen ervan uit. Opvallend is het sterke aanbod Ierse pubs in de wijk Sachsenhausen, zeg maar de zuidelijke oever van de Main. Van recentere datum is de opmars van de Cubaanse bars. Zoals de Cubanen in het kielzog van de Buena Vista Social Club de muziekwereld veroverd hebben, zo hip staat het in Frankfurt om als avondlijke cocktail een Mojito, Daiquiri of Cuba Libre achterover te slaan. Leuke adresjes terzake zijn de Havana Bar (Schwanenstrasse 2), even voorbij de Römerberg naar het oosten toe, en CuBar (Textorstrasse 74) in Sachsenhausen.

Wil je de nachtelijke escapades de dag erna vergoelijken met een wandeling in het groen, dan blijkt Frankfurt maar zozo. Langs de binnenstadsring is een zestal groene ruimtes aangelegd. Die Wallanlagen bieden: wandel-, fiets- en relaxruimte binnen wandelafstand van het centrum. Ook de Zoo (Alfred Brehm Platz 16) is een aangename plek om te kuieren. Bijzonder is de Palmengarten, met botanische serres, rozentuinen, een meertje en, natuurlijk, palmbomen. De Palmengarten is een creatie van tuinarchitect Heinrich Siesmayer. Privé-initiatief dus, en dat is te merken aan de toegangsprijs: 10 mark, ongeveer 200 frank (5 euro). Al bij al blijven de groene oases in Frankfurt vrij schaars.

Zeker als je het groenaanbod vergelijkt met de natuurpracht in de omringende streek, het glooiende Taunus-gebied. Plekjes met namen als Bad Homburg, Bad Soden of Bad Nauheim getuigen van de aloude traditie die deze streek koestert als kuuroord. Doe jezelf een lol: als het éven kan, boek dan een kamer in één van die dorpjes rondom. Gebruik Frankfurt als baken van zaken en cultuur, en geniet voor de rest van de stilte en het groen van de Taunus. Een aanrader als uitvalsbasis is het dorpje Königstein, op 22 kilometer van Frankfurt en 26 kilometer van die andere stad in de buurt, Wiesbaden. Königstein is omringd door bossen waarin het lekker wandelen is. Ook het goed uitgeruste kuurbad annex sauna is een troef voor wie de zakenreis met rust wil combineren (24 mark per dag, ongeveer 500 frank of 12 euro). En Königstein heeft een alleraardigste kleine dierentuin met een zogenaamde 'streelweide'. Trek uit dat harnas van zakenman of -vrouw, duik in je slobbertrui en ga geitjes en ezeltjes strelen! Je culturele bagage en het zakencijfer van de firma hebben er geen donder aan, maar 't is vast iets heel therapeutisch.

Marc Peirs

Hoe erheen?

* Met de wagen: alle wegen leiden naar Aken! Via Antwerpen en Genk (E 313 en E 314), ofwel via Brussel en Luik (E 40). Aan de ring rond Aken de E 40 volgen naar Keulen. Daar gaat het richting zuiden via de E 35. De hele rit voert over autowegen en in Duitsland wordt hàrd gereden. Maar ook wie het iets rustiger aan doet, staat vanuit Gent, Antwerpen of Brussel in pakweg vijf uur tijd in Frankfurt.

* Met het vliegtuig kan, want Frankfurt heeft een luchthaven. Een optie voor wie meer geld dan tijd heeft.

* Per trein gaat het langzaam; reken op dik zes uur reistijd. Een ticket kost om en bij de 5.000 frank (123 euro).

En in de stad zelf?

Ben je met de eigen wagen, dan is parkeerplaats vinden een groter probleem dan de verkeersdrukte doorstaan. Tijdens de Boekenbeurs is er een gigantische parkeerplaats aan het Rostock-zwembad. Een gratis shuttlebusje brengt je dan naar het beurscomplex. Wil je na het beursbezoek de stad in, dan is het openbaar vervoer een beter alternatief dan de eigen wagen. Er is een halteplaats van de U-Bahn nét aan het beurscomplex.

Frankfurt heeft trouwens een uitgebreid net van U- en S-Bahnen, tram en metro dus. Je kunt tickets kopen voor een rit, een dag of een week, maar welke optie je ook kiest, het openbaar vervoer is prijzig. Een Tageskarte bijvoorbeeld kost je bijna 200 frank (5 euro).

Leuk is een ritje met de Ebbelwoi Expres, een weekendtram die sightseeing combineert met een glaasje cider. En wie van exotica houdt, kan een rit boeken in een heuse riksja: terwijl je lui achterover leunt in de aanhangwagen, fietst een privé-Flandrien je doorheen de stad. Boeken via RickshawService Nouri, Bornheimer Landstrasse 18, tel. 069/59.85.57.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234