Woensdag 23/06/2021

Gezegd is voortaan gezegd bij 'The New York Times'

De Amerikaanse krant The New York Times laat artikels niet meer nalezen door wie er in aan het woord komt. In ons land blijft nalezen een algemeen aanvaarde praktijk. 'Al botsen we stilaan tegen de grenzen aan', vindt de journalistenbond.

'We trekken een duidelijke lijn. Journalisten van The New York Times zeggen voortaan 'neen' wanneer een bron enkel een interview wil geven op voorwaarde dat hij zijn uitspraken achteraf kan nalezen en aanpassen." De nota die bij alle journalisten van de Times in de mailbox viel laat aan duidelijkheid niets te wensen over. En dat was net de bedoeling. "We legden de controle op de journalistieke inhoud van onze stukken steeds meer in handen van de verkeerde mensen", verduidelijkt hoofdredactrice Jill Abramson in haar eigen krant.

"Natuurlijk weet ik dat onze journalisten onder zware druk staan bij hun berichtgeving over wat er zich in Wall Street en het Witte Huis afspeelt. Met onze nieuwe richtlijn geven we hen een wapen om in te gaan tegen bronnen en woordvoerders die te verregaande controle eisen."

Vooral de politieke berichtgeving in The New York Times heeft zwaar onder de autorisatie van quotes te lijden. In die sectie van de krant werken journalisten vaak met anonieme bronnen om over het reilen en zeilen op Capitol Hill te berichten. Maar toen de hoofdredactie meer on the record informatie in die stukken wou moesten de journalisten met hun bronnen gaan onderhandelen. In ruil voor citaten met naam en toenaam eisten hun informanten dat ze die citaten mochten nalezen en eventueel aanpassen. Een toegeving die al snel tot misbruiken leidde.

"Het goedkeuren en wijzigen van quotes is ondertussen standaard geworden", schrijft The New York Times-journalist Jeremy Peters. "Van de absolute top tot de lagere niveaus, iedereen in Washington leest tegenwoordig na." En dat leidt tot bizarre toestanden, klaagt Peters aan. "Jim Messina, campagneleider van Obama, is nogal grof gebekt. Maar onze lezers komen dat nooit te weten omdat hij alle scheldwoorden er bij nalezing uithaalt. Of neem David Plouffe, een topadviseur in het Witte Huis. Bondig zijn is niet zijn sterkste punt en dus kort hij zijn breedsprakerige quotes voor publicatie consequent in."

Ook bij ons is het nalezen een gangbare praktijk. "Bij grote interviews doen we dat altijd", zegt Tom Meulenbergs, woordvoerder van vicepremier Vincent Van Quickenborne (Open Vld). "Maar dat betekent niet dat een journalist zonder die toegeving geen interview krijgt. Ik heb het gewoon nog nooit meegemaakt dat daar discussie over was."

Ook bij N-VA worden grote interviews met partijkopstukken nagelezen, zegt woordvoerder Jeroen Overmeer. "Al hebben we niet de gewoonte om veel dingen te veranderen. Maar zo'n interview is altijd een samenvatting van een veel langer gesprek en dan durft er al eens een nuance verloren gaan." Ook Meulenbergs wijst er op dat het nooit de bedoeling kan zijn interviews te herschrijven of al te kritische vragen er uit te filteren.

Toch zijn er toppolitici met een legendarisch slechte naam als het aankomt op herroepen van quotes. Guy Verhofstadt (Open Vld) of Yves Leterme (CD&V) bijvoorbeeld, in hun premiertijd, of Johan Vande Lanotte (sp.a). "Ik heb ooit meegemaakt dat zijn woordvoerster een van mijn vragen wou schrappen", weet Steven Samyn, chef Wetstraat van deze krant nog. Bij De Morgen geldt het principe dat wie erom verzoekt zijn eigen citaten mag nalezen en corrigeren op feitelijke fouten.

Geen verplichting

"Bij technische dossiers kan het ook in het voordeel van de journalist werken om een stuk te laten nalezen", zegt Pol Deltour, secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten. "Dan is het gewoon een manier om je zowel als journalist als geïnterviewde in te dekken." Maar dat betekent niet dat het nalezen van stukken een evidentie mag zijn. "In de journalistieke code staat nergens dat nalezen een verplichting is", zegt Flip Voets, ombudsman van de Raad voor Journalistiek.

"De code stelt alleen dat je als journalist de afspraken die je in dat verband maakt, moet nakomen. Afspraken die trouwens nooit de onafhankelijkheid van de journalist in het gedrang mogen brengen." En net daar wringt het schoentje. "We zijn stilaan aan het doorschieten", vindt Deltour. "Journalisten moeten er over waken dat ze niet te veel macht uit handen geven. We leven in een tijd waarin imago en public relations steeds belangrijker worden. De vraag om na te lezen is haast een automatisme en soms wordt er met een wel heel dikke stift gecorrigeerd. Dat kan toch ook niet de bedoeling zijn?"

Ten slotte en ter overweging: in Franstalig België is de praktijk van het nalezen totaal ongebruikelijk. In tegenstelling tot zijn voorgangers vraagt premier Elio Di Rupo (PS) geen nalezing. "Ik schrok me rot toen ik bij De Morgen begon en een gesprekspartner vroeg om een interview door te sturen", lacht onze Franstalige collega Martin Buxant. "Zijn die hun verstand verloren, dat ze niet meer weten wat ze gezegd hebben, misschien?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234