Woensdag 27/01/2021

‘Gewoon vertellen wat je ziet, meer is het eigenlijk niet’

Een zondagskind, zo zou je Carl Berteele kunnen noemen. Altijd al droomde hij ervan om sportjournalist te worden. “In mijn vroegste herinnering zie ik mezelf in onze veranda liggen. Op mijn buik met de sportbladzijden van de krant voor mij op de grond. Waar die interesse voor sport vandaan komt? Geen idee. We hadden geen voetballers of coureurs in de familie. Niks. Mijn vader was scheidsrechter in het volleybal, misschien heeft dat er iets mee te maken.”

Feit is dat de kleine Berteele maar één doel voor ogen had: sportjournalist worden. En dus was op zondagavond niet alleen Sportweekend vaste kost, maar passeerden ook de Duitse en Franse variant op dat programma de revue. “Het kon me niet schelen wat er te zien was, maar het moest sport zijn.”

Berteele studeerde talen met het oog op een carrière in de sportjournalistiek. Aan de universiteit koos hij voor communicatiewetenschappen, alweer met het oog op later. En ondertussen hield hij mappen bij met informatie over onder andere de Tour de France en voetbalclub KV Kortrijk. Roland Garros volgde Berteele dan weer met een schriftje in de hand, om bij te houden welk percentage eerste opslagen binnen vielen. Allemaal dingen die hem later wel eens van pas zouden kunnen komen.

Tikkeltje geluk

Maar hoe beredeneerd dat allemaal ook was, wie zijn dromen wil realiseren heeft op de juiste momenten ook een tikkeltje geluk nodig. Dat geluk kwam er voor Berteele in de vorm van de oprichting van een commerciële tv-zender. “Toen ik bijna was afgestudeerd raapte ik al mijn moed bijeen en belde met Jan Wauters, toen chef van de sportredactie. Ik mocht stage komen lopen en net toen ik daar rondliep zag vtm het levenslicht. Een aantal sportjournalisten maakte de overstap, hun plaats werd ingenomen door radiojournalisten en ik mocht de gaten vullen. Ik was jong, had geen ervaring, maar kreeg toch mijn kans. “Zeg gewoon wat je ziet. Als dat lukt, zit je al voor zestig, zeventig procent goed”, zei Jan.

En Berteele had nóg wat geluk te goed, zo bleek. Eind 1992 had Jan Wauters immers zijn buik vol van wielerverslaggeving en dus moesten ze bij de radio op zoek naar vers bloed. “Ik zal niet zeggen dat ik me toen heb opgedrongen, maar ik heb wel duidelijk mijn belangstelling laten blijken.” (lacht)

Berteele kreeg zijn kans en mocht in 1993 naar Frankrijk om daar vanop de motor de Tour de France te verslaan. En opnieuw koos Dame Fortuna zijn kant. “Jan Wauters was het jaar voordien gestopt omdat hij net in die Tour zijn zin niet meer kon doen. Bernard Hinault was de grote patron van het peloton en hij regelde het verkeer van de motards. Maar Jan was een beetje een wringer die graag zijn eigen ding deed. En als je dan aan de andere kant met Hinault ook zo’n wringer hebt, dan is er een probleem. (lacht) Maar toen ik in 1993 aan de start kwam, was de plaats van Hinault ingenomen door Charly Mottet, een doodbrave gast. Nooit ook maar één probleem mee gehad.”

Onder de knie

En zo is Berteele dit jaar aan zijn 19de wielerseizoen toe. “Pas sinds een jaar of vier heb ik het gevoel dat ik mijn job volledig onder de knie heb. Ik weet nu perfect waar ik wanneer moet staan, wie ik moet zien en wie ik niet moet zien. Ik heb alles onder controle. Het is ook niet niks, natuurlijk. In een tennismatch staan er twee spelers op het veld, bij het voetbal zijn dat er al 22, maar in de Ronde van Vlaanderen heb je het wel over 190 renners, waartussen je je plaats moet zien te vinden. Dat vraagt tijd.”

Ook buiten de wedstrijd heeft de man op de motor zijn plaats gevonden. Terwijl heel wat sportjournalisten klagen over vedetten die steeds moeilijker te bereiken zijn, ondervindt Berteele daar weinig of geen last van. “Je moet voor sommige persconferenties inderdaad voorbij een PR-man. Maar dan weet je ook dat het goed georganiseerd zal zijn en dat je de tijd krijgt die je nodig hebt om je ding te doen. Die mensen weten intussen ook ook wie ik ben. En ze kennen Sporza, een merk dat voor kwaliteit staat. Ik moet niet meer vechten voor mijn vijf minuten met Tom Boonen. Dat zorgt voor een zekere rust.”

Al loopt het nog wel eens fout. “Ik herinner me een poging tot interview met Johan Museeuw, waarbij hij me blééf negeren. Zeventien keer hoor je me live op de radio ‘Johan?’ vragen, voor hij eindelijk wil reageren. Maar achteraf bezien was dat interview schadelijker voor hem dan voor mij. Zo’n incident laat ook sporen na, ik zal nog altijd niet spontaan op Museeuw afstappen om een babbeltje te slaan. Ik kan begrijpen dat je als renner in de aanloop van een belangrijke koers liever met rust gelaten wordt. Maar dan nog moet je het respect hebben om een journalist die je om een reactie vraagt te woord te staan. Renners moeten vooral gewoon blijven doen. Wielrennen is de sport van het volk.”

In het wielermilieu mag Berteele dan wel een bekend gezicht zijn, voor de buitenwereld bleef hij lang een nobele onbekende. “Wanneer ik samen met een collega van de televisie ergens arriveer, dan gaat voor hem de deur spontaan open. Ik moet eerst mijn naam zeggen - maar dan gaat die deur wel even wijd open.”

Al komt daar stilaan verandering in. Sinds hij vorig jaar in de Tourtalkshow van collega Karl Vannieuwkerke mocht opdraven wordt de radioman al wat vaker herkend. Al is dat peanuts in vergelijking met wat hem de laatste weken overkomt. Overal waar Berteele zijn kop laat zien wordt hij aangesproken. Zo nu en dan moet hij zelfs een handtekening zetten.

Schuld van ‘De Ronde’

Allemaal de schuld van De Ronde. Die zondagavondreeks mixt fictie met echte wedstrijdbeelden uit de Ronde van Vlaanderen van vorig jaar en daarbij komt ook Berteele zo nu en dan in beeld. “Waarschijnlijk was het nooit de bedoeling om mij zo vaak op te voeren, maar de camera die televisiecollega Renaat Schotte in beeld moest brengen weigerde dienst. Daardoor moet tv-kijkend Vlaanderen het nu met mij doen.” (lacht)

Veel uitleg kreeg Berteele vorig jaar niet, toen bleek dat er een camera op de helm van zijn motard was gemonteerd. “Ik wist niet wat, ik wist niet wie en ik wist niet hoe. ‘We zijn bezig met een fictieproject over de Ronde’. Daar moest ik het mee doen. De eerste drie minuten voelde ik me wat ambetant, maar daarna ben ik die camera vergeten en heb ik gewoon gedaan wat ik al jaren doe: radio maken. En plots ben ik nu een bekend gezicht. Een vreemde maar aangename ervaring. Niet dat ik het BV-schap ambieer, laat dat alstublieft aan mij voorbijgaan. Waar het mij om gaat is de appreciatie voor ons werk en die is dankzij De Ronde gegroeid.”

“Ik zit al negentien jaar op die motor maar nu pas lijken de mensen te beseffen wat ik doe. Je komt een paar keer met je kop op tv en plots kent iedereen je. Televisie is gewoon een andere wereld. Wat wij ook doen het blijft ‘maar’ radio.”

“En ik bedoel dat niet eens negatief. Het is ook simpel: als je naar sport kunt kijken waarom zou je dan naar de radio luisteren? In de zomer zitten veel mensen buiten of zijn ze op reis en dan is Radio Tour wel handig. Maar wanneer de streep in zicht komt gaan ze toch naar binnen. Je wilt ‘den arrivée’ van zo’n etappe gewoon op televisie zien. Dat zal nooit veranderen. Je moet alles ook in zijn context zien. Eén uur live-tv is, met enige zin voor overdrijving, goed voor het volledige jaarbudget van Sporza Radio.”

Ondanks dat enorme verschil ziet Berteele een overstap naar het televisiescherm niet zitten. Dé reden daarvoor is de motor. Sinds hij in 1993 voor het eerst als commentator achterop mocht, is de liefde voor die machine alleen maar gegroeid. “Ik ben nooit ook maar een seconde bang geweest. Ook niet wanneer we op volle snelheid van een col razen. Vanaf het eerste moment voelde ik me thuis op die motor. Regen, wind, hitte... Het maakt me allemaal niet uit.”

“Het is ook een enorm privilege. Er is maar één iemand die in de Tour de France op de motor zit en dat ben ik. Sorry, maar dat geef ik niet af. Voor niets en voor niemand. Dat is de absolute top. Je mag als voetbaljournalist zijn wie je bent, je zult nooit mee op het gras kunnen staan. Maar ik rij mee met iedereen. Pantani en Armstrong die met elkaar in de clinch gaan op de Mont Ventoux? Ik was erbij. Boonen die in de Ronde van Vlaanderen de macht definitief overneemt van Van Petegem? Ik zat in het wiel. Elke journalist wil op zo’n moment in mijn schoenen staan.”

Tv wordt beetje voorgetrokken

Een definitieve overstap zit er dan wel niet in, ook wie de Tour op televisie volgt kan daar Berteele horen. Sinds een tweetal jaren schakelen de televisiecommentatoren geregeld naar Berteele over voor een stand van zaken vanuit de buik van het peloton. Een logische evolutie, maar het combineren van radio en televisie bleek minder dan voor de hand te liggen dan het eerst leek. Er waren niet alleen technische moeilijkheden, ook voor Berteele zelf was de aanpassing moeilijk.

“Mijn grote probleem was dat ik te veel praatte. Mensen die naar de radio luisteren zien niets, dus als de renners naar links draaien, dan vertel je dat. Op televisie is dat overbodige info, maar daar stond ik in het begin niet bij stil. Ik was het ook niet gewoon om nu en dan te zwijgen. Als je dat op de radio doet, dan starten ze meteen een plaat. (lacht) Al heeft dat ook zijn voordelen. Als er tijdens een wedstrijd niets gebeurt dan draai je op de radio een plaatje. Op televisie moet je blijven praten, ook al is er niets te zien.”

Het verschil tussen radio en televisie manifesteert zich ook op een ander vlak. Berteele slaagt er met de voorjaarsklassiekers, de Tour en het veldrijden in om het overgrote deel van het jaar met wielrennen bezig te zijn. Maar wanneer het wielerpeloton vakantie neemt wordt hij op de sportredactie ingeschakeld. Bij tv-collega’s zoals Michel Wuyts is dat niet het geval. Het verschil zit hem in het aantal voorbereidingsdagen die de VRT-sportjournalisten in rekening mogen brengen. “Ik krijg twee voorbereidingsdagen voor het hele voorseizoen en drie voor de Tour de France. Voor televisie ligt dat aantal veel hoger. De uitleg daarvoor is simpel: op televisie bereik je een veel groter publiek. Maar het is toch niet omdat je met radio voor een kleiner publiek werkt, dat je daar dingen mag vertellen die niet kloppen omdat er geen tijd was om je degelijk voor te bereiden? Moet ik voor elke veldrit een voorbereidingsdag krijgen? Neen, natuurlijk niet. Maar als ik zie dat Michel ook voor de laatste cross van het seizoen in Oostmalle een voorbereidingsdag krijgt, dan vind ik dat overdreven. Want laat ons een kat een kat noemen: na een heel seizoen moet je de renners die een hoofdrol zullen spelen niet meer leren kennen. Ik heb in principe geen probleem met dat verschil tussen radio en televisie, maar je kunt niet ontkennen dat er een discrepantie tussen beide is. Moet daar verandering in komen? Dat is niet aan mij om te beslissen. Ik ben ook niet de persoon die op de barricaden gaat staan om dat te veranderen, maar ik vind wel dat het beter kan.”

Liever Luik-Bastenaken-Luik

Ondertussen kijkt heel Vlaanderen uit naar zondag, de dag waarop De Ronde van Vlaanderen wordt gereden. Ook voor Berteele is dat een speciale dag, al is de Ronde niet zijn lievelingskoers. “Geef mij maar Luik-Bastenaken-Luik met zijn lange, brede beklimmingen. Tijdens een klim van vier kilometer lang kun je eens langs de kopgroep rijden, je kunt je laten uitzakken om te zien hoe groot het verschil is of zelfs stoppen om het tijdsverschil te meten. Allemaal dingen die op de korte, explosieve hellingen van de Ronde niet kunnen. De Muur en de Koppenberg mogen we nu zelfs helemaal niet meer op, maar ook op de andere heuvels moet je ofwel voor ofwel achter de renners rijden.”

Al laat de Ronde ook Berteele niet koud. Zijn drie meest memorabele wielerherinneringen spelen zich allemaal in diezelfde wedstrijd af. “De Ronde van 1998, Museeuw demarreert en Vlaanderen wordt zot. Een ongelooflijk gevoel. Dan de Ronde van 2005: Van Petegem springt weg uit de kopgroep. Boonen countert en laat Van Petegem vervolgens achter. Voor mij nog altijd hét moment van de machtsoverdracht. En dan is er nog de editie van 2008. Met de motor in het wiel van Stijn Devolder op weg naar Geraardsbergen, terwijl een muur van lawaai op ons afkomt. Voor het eerst in mijn carrière kon ik toen minutenlang zelf niet horen wat ik aan het vertellen was.”

“En het mooiste moest toen nog komen. Tussen de Muur en de Bosberg staat er immers zo goed als niemand meer langs de kant. Het contrast tussen dat immense lawaai op de Muur en de stilte erna is onbeschrijflijk. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik er aan terugdenk. Die momenten, daar doe je het voor. Ik heb daar maar één woord voor: passie. Aan het eind van het crossseizoen kijk ik als een klein kind uit naar het voorjaar. Naar het moment waarop ik weer op die motor mag stappen. Dat blijft, ook na negentien jaar. En zo hoort het ook.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234