Donderdag 26/11/2020

'Gewone moslims zijn wél bereid tot verandering'

In haar Nederlandse tijd als politica was ze hard en streng. Maar Ayaan Hirsi Ali (44) is milder geworden. Mohammed en de islam hoeven het raam niet meer uit, als moslims hun godsdienst hervormen en de 'Mekka-Mohammed' omarmen.

Ayaan Hirsi Ali is milder geworden. Niet in haar presentatie. Die is - tijdens het interview in een New Yorks hotel - als vanouds, zoals we haar kennen uit de hoogtijdagen van het islamdebat in Nederland: scherp, streng, bloedserieus. Bij tegenwind schampert ze op "jullie progressieve westerse journalisten", die het allemaal niet willen snappen.

Milder is ze wel geworden in haar opvattingen. In Ketters stelt Hirsi Ali dat hervorming van de islam nodig én mogelijk is. Dat is een 'verrassend optimistisch' standpunt, schrijft haar Amerikaanse uitgever HarperCollins terecht in de flaptekst van Heretic.

Voorheen bevond de in Somalië geboren auteur zich op de uiterste afwijzingsvleugel van de islamkritiek. Zij had elke hoop op veranderingen ten goede binnen de context van de islam opgegeven. Ze leek de islam eenvoudig te willen wegwensen en beschouwde de religieuze medemens volgens het beginsel (niet haar eigen woorden): de enige goede moslim is een ex-moslim.

Hirsi Ali zag een botsing der beschavingen, een "niet te vermijden confrontatie" tussen het Westen en de islamitische wereld. "In zekere zin zijn we al in oorlog", schreef ze in haar vorige boek, Nomade (2010). "Ik ga ervan uit dat het Westen wint."

Hoe? Wat haar betreft door massale bekering tot het christendom. Dat was de opmerkelijke slotsom van Nomade. Hirsi Ali - zelf geen christen - vond dat die botsing door een "religieuze competitie" moest worden opgelost. "Christelijke leiders (...) zouden er beter aan doen hun inspanningen te richten op het bekeren van zo veel mogelijk moslims tot het christendom."

Geen woord meer hierover in Ketters. In plaats daarvan stelt de auteur een grondige hervorming van de godsdienst voor, te vergelijken met de christelijke Reformatie. Bescheiden (of juist onbescheiden?) stelt Hirsi Ali dat zij geen 95 stellingen heeft, zoals Maarten Luther in het jaar 1517, maar slechts een soort vijfpuntenplan.

Het lijstje van vijf te 'amenderen' kernfacetten van de islam:

1. De onfeilbare status van Mohammed en de letterlijke lezing van de Koran.

2. Het investeren in het leven na de dood in plaats van het leven voor de dood.

3. De sharia.

4. Het principe van 'het goede bevelen en het kwade verbieden'.

5. Het gebod tot het voeren van de jihad.

Verkeerd begrepen

De Nederlandse uitgeverij Atlas lijkt het boek van haar eigen auteur overigens niet goed begrepen te hebben. 'Met de Arabische Lente leek de islamitische wereld aan een veelbelovende omslag bezig', meldt de achterflap. 'Maar de oorlogen in Syrië en Irak, de opkomst van de barbaarse Islamitische Staat en de aanslag op Charlie Hebdo tonen aan dat de relatie tussen de islamitische samenlevingen en het Westen (...) een gevaar vormt voor de wereldvrede.'

Twee keer mis. Hirsi Ali heeft het in Ketters helemaal niet over een oorlog tussen het Westen en de islam. Misschien ziet ze nog steeds dat gevaar voor de wereldvrede, wie weet. Maar ze schrijft er met geen letter over. Wel ziet ze een oorlog binnen de islam, tussen degenen die hervorming willen en degenen die terug willen naar de tijd van de profeet.

Ten tweede klopt die opmerking over de Arabische Lente absoluut niet. Hirsi Ali vindt, gelet op de Arabische opstanden, juist wél dat de moslimwereld aan een veelbelovende omslag bezig is. "De islamitische reformatie is geen fictie, ze is een feit." Dat is de grote verrassing van dit boek.

"Bij het schrijven van Nomade was ik van mening dat de islam niet vatbaar was voor hervorming, dat aanhangers van de islam maar het beste een andere god konden kiezen", schrijft ze. Maar toen kwam in een reeks Arabische landen de bevolking in opstand. "Ik zag vier nationale regeringen vallen (...) en in veertien andere landen protesten plaatsvinden, en ik dacht alleen maar: ik had het mis. Gewone moslims zijn wél bereid tot verandering."

Ook met de opvatting dat de Arabische Lente zou zijn 'mislukt', is ze het niet eens, zegt ze in het interview. Ja, die term 'Lente' was ongelukkig. Maar er is wel degelijk een langdurig 'gistingsproces' in gang gezet dat tot veranderingen zal leiden.

"Mensen in het Westen hebben een kort tijdsbesef. Ze denken dat die verandering ineens (knipt met de vingers) gebeurt. Ik heb het gevoel dat de westerse pers zich verveelt en denkt: het gaat ons niet snel genoeg. Terwijl dit dingen zijn die járen duren."

Ruimhartiger dan voorheen erkent Hirsi Ali dat de grote meerderheid van de moslims in de wereld vreedzaam en goedwillend is. Mekka-moslims, noemt ze hen, naar de eerste levensfase van de profeet, toen hij als een geweldloze prediker in Mekka verbleef.

Daar tegenover staat een (aanzienlijke) minderheid van Medina-moslims, genoemd naar de stad waar de profeet zich ontpopte als legeraanvoerder en wrede veroveraar. Uiteraard zijn zij de bad guys - salafisten, jihadisten, radicalen en intoleranten - de zuiveren in de leer die de geschriften letterlijk nemen.

De ideologische strijd in de islamitische wereld gaat om het veroveren van die grote groep, de Mekka-moslims. Hirsi Ali hoopt dat zij haar belangrijkste lezerspubliek zullen vormen en dat zij gewonnen kunnen worden voor een godsdienstige reformatie.

Maar hoe? Even piept de 'oude' Hirsi Ali om de hoek, die van Nomade, wanneer ze schrijft dat "wij in het Westen moeten eisen dat de centrale overtuigingen waarmee die geweldsdaden worden gerechtvaardigd, worden hervormd of afgezworen". Iets - gezond verstand misschien? - zegt ons dat dit zo niet gaat werken en inderdaad blijft het bij die ene opmerking.

Expliciete Koran

De nieuwe islam zal moeten komen, stelt de auteur, van een categorie die zij afwisselend "hervormers" en "dissidenten" noemt. Het is een veelsoortige stoet individuen, opgesomd in een appendix.

"De meesten zijn moslims, zij hebben de islam niet verlaten", zegt Hirsi Ali. "Dat maakt het zo interessant. Door de Arabische Lente, door de komst van Islamitische Staat, door de enorme crisis waarin de islam vandaag verkeert, zijn er steeds meer moslims, onder wie geestelijken, die naar buiten treden en zeggen: 'Luister, er klopt iets niet aan onze religie'.

"Sommigen van hen gebruiken de taal van interpretatie, anderen zeggen dat ze willen hervormen, wat aansluit bij mijn pleidooi voor reformatie. Ik steun ze allemaal, maar het punt dat ik in het boek wil maken is: verandering.

"Zeg niet dat mensen de Koran 'verkeerd begrepen' hebben. Er is niets verkeerd te begrijpen aan de Koran, de Koran is expliciet, veel explicieter dan alle andere heilige boeken. Er is niets verkeerd te begrijpen aan het gebod om de overspelige honderd zweepslagen te geven, of om de ongelovigen te onthoofden. Het is allemaal expliciet. Zó expliciet, dat mensen uit de moderne wereld naar arme landen als Syrië en Irak trekken om een kalifaat op te richten."

Hirsi Ali bedoelt niet, schrijft ze, "dat het geloof moslims vanzelfsprekend gewelddadig maakt. Dat is overduidelijk niet het geval." Toch behoort de oproep tot geweld tot de kern van de islam. "De Koran zelf spoort aan tot meedogenloosheid." En: "Ze moeten erkennen dat het aanzetten tot geweld aan de basis ligt van hun heilige teksten".

Dus ze moeten erkennen dat IS gelijk heeft? Er is binnen de islam een strijd gaande, zo schrijft u. Een grote groep vreedzame moslims zegt dat de Koran vreedzaam is. Daar tegenover staat een kleine groep die de jihad voert. En dan komt u en zegt: 'O, IS heeft gelijk! Zij zijn de ware moslims.' U steunt de interpretatie van de jihadisten, u steunt niet de vreedzame moslims.

"Wel, na 9/11 zei iedereen in Nederland: 'Het is niet islamitisch', en ik zei..."

Het is nu 2015.

"De gebeurtenissen hebben bewezen dat ik al die tijd gelijk had. Deze mannen volgen de letterlijke interpretatie van de Koran, zij volgen het voorbeeld van Mohammed in zijn Medina-jaren. IS probeert te herhalen wat Mohammed toen tot stand bracht. Waar ze niet in slagen, want ze hebben, anders dan Mohammed, te maken met de moderniteit."

Dus de Mekka-moslims zijn vreedzaam doordat ze hun eigen godsdienst niet begrepen hebben en hun religieuze plichten niet vervullen. Ze hebben het mis.

"Er is één islam, zo benadruk ik in het boek. Maar er zijn vele moslims. Je hebt degenen die het voorbeeld van Mohammed in Medina volgen. Je hebt de grotere groep die zich verbindt met Mohammed in zijn Mekka-jaren. Nogmaals, ik stel heel duidelijk dat dit de grootste groep is. En je hebt de dissidenten, die hun leven riskeren om van binnenuit theologische veranderingen te bewerkstelligen.

"Van de Medina-moslims moet je winnen op dat slagveld van ideeën, waar je ze theologisch verslaat. En de enige manier om de Mekka-moslims aan je kant te krijgen, is hen te overtuigen dat we een paar dingen moeten veranderen. Ik stel vijf punten voor, anderen hebben een andere aanpak."

Geweld en gruwel

Jammer is daarom dat die 'gewone moslims' ondanks hun cruciale belang nauwelijks in Ketters voorkomen. Althans, ze worden steeds genoemd als groep, maar krijgen -anders dan de extremisten en de dissidenten - geen gezicht.

Hirsi Ali is het met die constatering niet eens, maar geeft toe dat ze "opzettelijk vaag" is over wie de Mekka-moslims precies zijn. Verder stelt ze dat de gewone moslims, uitgedaagd door de modernisering, uiteindelijk voor een "grimmige keuze" komen te staan: "Hun geloof verlaten of de militante boodschap uit Medina omhelzen". Gelukkig, zegt ze, is er nu een derde optie: dissident worden.

Men kan zich een vierde optie voorstellen, die van de brave, democratische moslimburger die op pragmatische wijze zijn geloof beleeft (halal eten, beetje bidden, beetje vasten), maar daar lijkt de auteur geen genoegen mee te kunnen nemen. Een kwestie van intellectueel puritanisme?

Een ander manco van Ketters: de maatschappelijke werkelijkheid in de islamitische samenlevingen ontbreekt in het boek, behalve in de vorm van een ellenlange opsomming van geweld en gruwelijkheden. Onthoofdingen, eerwraakmoorden, zweepslagen, jongetjes met zelfmoordbommen, ouders die hun dochter vermoorden, tienermeisjes die tot de nek worden ingegraven en gestenigd, homo's van wie de genitaliën worden afgesneden...

Het is afschuwelijk, het gebeurt écht, en als bewijs voor de funeste invloed van het geweld in de heilige teksten heeft het zeker een functie. Maar de overdaad en de afwezigheid van moslims van vlees en bloed die wél deugen (afgezien van de dissidenten), ondermijnen de overtuigingskracht van de auteur. Zo bijt de islamkritiek zich in de eigen staart.

Soms schuurt Hirsi Ali vervaarlijk langs de grenzen van de waarheid. "In de hele moslimwereld krijgen kinderen een doodswens ingeprent", staat er. Of: "In veel delen van de islamitische wereld is elk onbetamelijk gedrag voldoende reden om een dochter of vrouwelijk familielid te doden", dat wil zeggen gedrag als "zingen", of "uit het raam kijken".

Of dit: "In de hele moslimwereld komt steniging voor. In Tunesië heeft de Commissie voor de Bevordering van de Deugd en de Preventie van Onzedelijkheid de steniging geëist van een 19-jarig meisje dat naaktfoto's van zichzelf online had gezet." In Tunesië worden nooit vrouwen gestenigd, en die commissie heeft helemaal niets in te brengen. (Trouwens, geen woord in Ketters over de democratische omwenteling in het seculiere Tunesië.)

En dan dat "theologisch debat", zoals ze het noemt, waarmee ze de extremisten denkt te kunnen verslaan. "Ik ben geen geestelijke", schrijft Hirsi Ali. Niettemin is haar strategie voor verandering puur theologisch. "We moeten met een theologisch antwoord komen."

Dan maar dictatuur

Waarom die fixatie op theologie? Waar in haar analyse is de maatschappelijke, economische, politieke, demografische, educatieve, technologische dynamiek? Vinden juist niet dáár de veranderingen plaats, ondanks de islam? En hobbelt de godsdienst daar dan niet achteraan?

Bij Hirsi Ali is het andersom: eerst moet de godsdienst zijn geamendeerd, pas daarná kan er sprake zijn van maatschappelijke veranderingen. "Pas als de islam kiest voor dit leven, kan de aanpassing aan de moderne wereld eindelijk beginnen."

Is dat wel een handige volgorde? In Tunesië bijvoorbeeld is veel moois tot stand gebracht: democratie, seculiere grondwet, geen sharia, gelijke rechten voor vrouwen. De seculiere moslims in Tunesië zouden toch wel gek zijn nu nog eens een theologisch debat over de kernwaarden van de islam aan te zwengelen?

"Nu bent u een literalist. Uw hele aanpak bestaat uit plannen: eerst dit, dan dat. De jonge en fragiele democratie in Tunesië wordt bedreigd door theologie, niet-hervormde, islamitische theologie. De 75 procent van de Tunesiërs die een seculiere staat willen, moeten vechten voor die vijf punten.

"Neem dat andere land van de Arabische Lente, Egypte. Daar is een seculiere beweging die zegt: als we de keuze hebben tussen de Moslimbroederschap en terugkeer naar dictatuur, dan gaan we maar terug naar dictatuur, want een slechte seculiere regering is beter dan de sharia. Dat is een theologische confrontatie. Als u dat niet ziet, jammer. Ik zie het wel, en ik denk dat de oplossing is dat theologisch debat te voeren. De president van Egypte, hij is een despoot, maar hij bepleit wat geen andere regering tot nu heeft gezegd: dat we een revolutie nodig hebben in de religie. Ik denk dat het daar nú het moment voor is."

Theologisch debat of maatschappelijke verandering? We zouden er in een langer gesprek graag over hebben verder geboomd. Het komt nog even aan de orde als we wijzen op het activisme en de dynamiek onder vrouwen in de islamitische wereld. Zij werken toch ook aan concrete hervorming, in plaats van het amenderen van religieuze teksten?

"Ten eerste praat u als een man, u woont in Nederland. U snapt niet dat vrouwen in Saoedi-Arabië die zich organiseren rond het recht om auto te rijden frontaal de sharia uitdagen, namelijk het concept dat een vrouw een mannelijke voogd moet hebben. Dat vrouwen in Egypte die zich organiseren om niet aangerand te worden, frontaal de sharia bestrijden, omdat het je recht is als vrouw op straat te lopen zonder te worden gezien als een seksobject. U ziet niet in dat de vrouwen in Afghanistan die woedend waren omdat een vrouw van 27 was gelyncht door een meute mannen, zonder iets te zeggen over de sharia wel degelijk de sharia frontaal aanpakken."

Waarom zou ik dat niet zien? Ik schrijf er voortdurend over.

"Ik weet niet wat u allemaal schrijft, maar ik weet wel dat u, de moderne pers, er niet in slaagt dat te zien. Als je in dat deel van de wereld woont en je zegt: 'Ik geloof niet in Mohammed', dan zijn de gevolgen hard. Raif Badawi, blogger in Saoedi-Arabië, zegt: 'Laten we denken over secularisatie in sommige aspecten van ons leven.' Hij pakt de sharia frontaal aan. Duizend zweepslagen."

Vrouwenrechten komen overigens niet voor in uw lijst van vijf te hervormen zaken in de islam. Waarom niet?

"Eh, als je elk van die vijf punten neemt, zie je dat elk punt de rechten van vrouwen beschermt, van minderheden, van homo's. Het is een boodschap van tolerantie.

"Neem het eerste punt, dat we een andere houding nodig hebben tegenover de Koran en de profeet. Mohammed trouwde met Aisha toen ze 6 jaar was (het huwelijk zou zijn 'geconsummeerd' toen het meisje 9 was en de profeet 55; RV). Je moet als moslim in staat zijn te zeggen dat je het uitdrukkelijk niet eens bent met Mohammed. En als vrouw moet je kunnen zeggen: 'Ik weet dat Mohammed dat indertijd deed, maar het was en is niet te rechtvaardigen, en in die zin ben ik het niet eens met Mohammed'. Zonder hem uit het raam te gooien.

"Dat is ook mijn eigen evolutie. Ik zie mannen en vrouwen, gelovigen, die door de Medina-moslims worden gedwongen de Koran in zijn geheel te slikken. Maar de dissidenten, de hervormers, zeggen dat het mogelijk is Mohammed te aanvaarden als je icoon, en het boek dat je het aanbidden waard vindt, zonder in alles mee te gaan."

Uiteindelijk, zo stelt ze, is dit in het belang van de islam zelf, want zonder renovatie stort het bouwwerk in. "Dit is een optimistisch boek."

Ayaan Hirsi Ali, Ketters. Pleidooi voor een hervorming van de islam, Atlas Contact, 288 p., 19,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234