Woensdag 23/09/2020

Uit het archiefInterview

‘Geweldig dat nieuwe generaties blootgesteld worden aan onze nonsens’: Pythoneer Terry Jones (1942-2020)

Terry Jones.Beeld AFP

Terry Jones, Pythoneer van het eerste uur, veranderde samen met de heren Cleese, Gilliam, Idle, Palin en Chapman de comedy voor eeuwig. De regisseur en komiek gaf geen interviews meer sinds 2016 omdat hij kampte met progressieve afasie, een vorm van dementie waardoor hij langzaam zijn spraakvermogen verloor. Herlees hier een interview met Terry Jones, dat in 2006 verscheen in ‘Humo’.

Moeten wij Terry Jones hier echt nog aan u voorstellen, of weet to zelf ook wel dat de man het meest onderschatte lid was van de onmogelijk te overschatten comedybende Monty Python, dat hij sindsdien iets bescheidener successen genoot met het schrijven van wonderlijke kinderboeken als ‘Eric the Viking’ en ‘Dr. Fegg’s Encyclopedia of All World Knowledge’, en dat hij de laatste jaren aan een zinloos bestaan in een bejaardentehuis wist te ontsnappen door op onnavolgbare wijze de presentatie te verzorgen van geschiedenisprogramma’s-met-een-twist als ‘The Crusades’, ‘Medieval Lives’ en ‘Terry Jones’ Barbarians’? Wij gokten voor het gemak maar op het laatste, en besloten zonder verdere plichtplegingen onze openingsvraag tevoorschijn te toveren.

Beste meneer Jones, hebt u enig idee hoe hot u de laatste tijd bent op de Vlaamse televisie?

Terry Jones: ‘Welja, uw uiterst charmante landgenote Frieda Van Wijck is hier net langs gekomen (voor haar `Spraakmakers’-interview, red.) en zij vertelde me dat de complete ‘Flying Circus’-reeks nog eens wordt uitgezonden bij jullie. Erg leuk: ik vind het altijd geweldig dat nieuwe generaties blootgesteld worden aan de krankzinnige nonsens die we met Monty Python gecreëerd hebben.’

U heeft ook een documentaire over ‘Het Cijfer 1' gepresenteerd. Eerlijk: u zult uw uiterste best moeten doen om een wiskundeanalfabeet als ik warm te maken voor een programma over de geschiedenis van een cijfer.

Jones: (lacht) ‘Mijn beste, ik ben ook altijd al een complete nul geweest in wiskunde. En net daarom heb ik toegezegd toen ze me voor de presentatie vroegen: het gaf me de kans eens wat bij te leren. Zo ben ik ondermeer te weten gekomen dat onze cijfers van oorsprong Indisch zijn, en niet Arabisch, zoals ik altijd gedacht had.’

‘Overigens hebben we het programma vooral ‘The Story Of One’ genoemd omdat we dat wat sensationeler vonden klinken dan ‘The Story Of Numbers’ of zo. Had anders wel gekund, want eigenlijk gaat het over alle cijfertekens, van nul tot en met negen.’

Met mede-Pythoneer Eric Idle.Beeld REUTERS

In uw documentairereeks ‘Terry Jones’ Barbarians’ probeert u aan te tonen dat de barbaren - te weten: alle niet- Romeinen - niet de primitieve wildemannen in lendendoeken waren waarvoor ze vaak doorgaan.

Jones: ‘Exactly. De Kelten bijvoorbeeld stonden technisch veel verder dan de Romeinen. Zij hadden al wegen voordat de eerste heirbaan werd aangelegd, en de Romeinen hadden een groot deel van hun wapentuig en gereedschap van hen afgekeken.’

‘Op veel gebieden waren de Romeinen naar onze normen zelfs veel grotere barbaren dan de volkeren die ze onderwierpen. In het oude Rome was het bijvoorbeeld de gewoonste zaak van de wereld om een ongewenste baby op de stedelijke vuilnisbelt te gooien. Regelmatig gingen de patriciërs er langs om een baby die er gezond genoeg uitzag mee naar huis te nemen en als slaaf op te voeden. Krankzinnig toch? En een vrouw was je ook beter niet in de Romeinse samenleving: vrouwen hadden geen rechten; wettelijk bestonden ze niet eens. Ze waren letterlijk eigendom van hun vader of hun echtgenoot. Was ik., een vrouw geweest, ik zou veél liever bij de Kelten gewoond hebben.’

Opgeblazen gevoel

U hebt recht van spreken: in uw Pythontijd deed u haast niks anders dan vrouwen spelen.

Jones (lacht): ‘Well, quite. Wist je trouwens dat de vrouwenrollen in ‘Flying Circus’ oorspronkelijk gespeeld werden door, ehm, echte vrouwen? Maar om de één of andere reden werkte dat niet; het werd pas echt grotesk als ik een jurk over m’n harige kont gooide en een hoog stemmetje opzette.’

Over harige konten gesproken: hebt u een tijdje terug niet nog eens geposeerd als de befaamde naakte orgelspeler uit de begintitels van ‘Flying Circus’?

Jones (enthousiast) ‘Ja, dat was lachen. Twee jaar geleden kreeg ik een telefoontje van een bijzonder aardige kunstenares die voor één of andere tentoonstelling portretten van komieken schilderde, of ik niet wilde langskomen. Fair enough, ter plekke begint ze foto’s van me te nemen om te kunnen naschilderen. Dodelijk saai, vond ik, dus ik vroeg: ‘Waarom doen we niet eens iets totaal ongepasts? De naakte organist, dertig jaar later, is dat niks?’ En zo kwam het dat mijn 61-jarige bum een paar weken later te bewonderen viel op een deftige tentoonstelling van de Royal Society for Portraiture, of iets van die strekking. Een doorslaand succes, naar het schijnt (kakelende lach).’

Die naakte organist is natuurlijk legendarisch, maar het bekendste personage dat u ooit gespeeld hebt, is toch wel Mister, Creosote, de ontploffende vetzak uit de Pythonfilm ‘The Meaning Of Life’. Hoe ging die ontploffing eigenlijk in z’n werk?

Jones: ‘Om praktische redenen had ik drie kostuums: één om neer te zitten, één om in rond te kunnen wandelen, en één kostuum van rubber dat opgepompt kon worden, voor de explosie. Dat is wel nooit echt ontploft: op het cruciale moment zie je een paar blank frames, en vervolgens zie je hoe alles en iedereen onder de ingewanden van Mister Creosote zit. Ik was eigenlijk verbaasd dat het werkte. (Mijmerend) Drieëneenhalf uur heb ik in de make-up moeten zitten. Jolly good fun, als ik er nu aan terugdenk.’

Vindt u het niet jammer dat uitgerekend Mister Creosote uw bekendste personage werd? Python-humor wordt gekenmerkt door understatement en surrealisme, terwijl Mister Creosote toch niet veel meer was dan, eh...

Jones: ‘ ...een ontploffende fat bastard (lacht)? Dat was ook de bedoeling van die sketch: toen ik ‘m begon te schrijven, noteerde ik in grote letters bovenaan de pagina: ‘A sketch in the worst possible taste’. Ik durf te stellen dat ik dat ook heb waargemaakt. Bovendien gaf die sketch me de gelegenheid om de komische mogelijkheden van kots ten volle te benutten. Niet onbelangrijk, want kots is wat mij betreft het meest ondergewaardeerde comedy-rekwisiet.’

Mister Creosote had uiteraard zijn charmes, maar de beste sketch die ik me van u kan herinneren, is toch die waarin u een concertpianist speelt die zich de woede van zijn publiek op de hals haalt wanneer hij ‘The Bells Of St. Mary’s’ inzet op een zogenaamd ‘muisorgel’, een uniek instrument waarin een batterij levende muizen en een enorme houten hamer een rol van betekenis spelen.

Jones: ‘Ah, ‘Musical Mice’! Erg geestig ja, al is de ‘Spanish Inquisition’-sketch toch mijn favoriet, vooral omdat ik geen enkel idee heb waar ‘m de grap nu eigenlijk zit (lacht). En ik ben ook nog altijd helemaal weg van de sketch over de killing joke, de mop die zo goed is dat mensen zich er letterlijk dood om lachen, en die zodoende door de Geallieerden als wapen ingezet wordt in de Tweede Wereldoorlog.’

Een mens zou zich kunnen afvragen of jullie bij het schrijven van dat soort van de pot gerukte onzin geen geestesverruimende middelen gebruikten.

‘Nee hoor, wij waren te oud om, eh, jong te zijn in de sixties, ik denk dat het daar aan lag. Plenty of alcohol, dat wel, maar spul zoals marihuana en LSD, dat was toch meer iets voor jongere mensen. Overigens vermoed ik wel dat er onder de Pythonfans veel enthousiaste marihuanarokers zitten. Toen we in ‘82 in de Hollywood Bowl optraden, moest ik voor de ‘albatros’-sketch in het publiek gaan zitten. lk kan me herinneren dat ik van de geur alleen al apestoned werd (lacht).’

Geklopt door het bakje

Ziet u de andere Pythons eigenlijk nog wel eens?

Jones: ‘John (Cleese) en Eric (Idle) verblijven meestal in de States, dus hen zie ik niet zo vaak, maar toevallig ben ik vorig week nog gaan lunchen met Terry (Gilliam) en Mike (Palin). Terry woont hier om de hoek, dus hem zie ik eigenlijk vaker dan me lief is, en Mike is altijd al een goede vriend geweest, hoewel zijn huidige status van huisvrouwenfavoriet mij vooral op de lachspieren werkt. Mocht het je overigens interesseren, gisteren nog heb ik een afspraak gemaakt met Ray Davies van The Kinks, om eens iets te gaan drinken. Ray woont twee straten verder.’

Een vraagje tussendoor: Humo heeft ooit een commercial opgenomen met uw collegakomieken MeI Smith en Griff Rhys Jones. Zou u...

Jones: ‘In geen honderd jaar, my friend (lacht). Commercials heb ik altijd geweigerd. Aan Melbourne Public Transport heb ik ooit wel de toestemming gegeven om in een tv-commercial een song te gebruiken die ik geschreven had: ‘Like Traffic Lights’ (te vinden op ‘Monty Python’s Contractual Obligation Album’, nj). Dat nummer werd gespeeld over beelden van autorijders die in de file aan hun neus zaten te pulken (lacht). Maar acteren in een commercial zou ik nooit doen. Zelfs niet voor Humo.’

Terug naar Monty Python: hebt u ook niet het gevoel dat de BBC tegenwoordig iets breeddenkender is dan in jullie tijd? Ik bedoel:zouden jullie zijn weggeraakt met de incontinente bejaarde dame uit ‘Little Britain’ of de transseksuele SM-praktijken van ‘The League of Gentlemen’?

Jones: ‘Op sommige gebieden misschien wel, maar op andere gebieden dan weer helemaal niet. In de tijd dat wij begonnen, was de BBC nog bereid risico’s te nemen. Toen we destijds met het voorstel voor ‘Flying Circus’ naar de directie stapten, vroegen ze ons waarover het programma zou gaan. ‘Weten we niet’, antwoordden we. Waarop de directie: ‘Gaat het over muziek?’ Wij: ‘Geen idee’. Directie: ‘Wie is jullie target audience?’ Wij: ‘Weten we ook niet’. Antwoord van de directie: ‘In dat geval mogen jullie dertien afleveringen maken’ (lacht). Dat zou vandaag onmogelijk zijn: nu moet je eerst een demonstratietape overhandigen en een publiekstest doen voor je programma ook maar een kans maakt op tv te komen. Jammer.’

Veel mensen vinden dat met ‘Little Britain’, ‘Extras’, ‘Nighty Night” en ‘Green Wing’ eindelijk weer programma’s gemaakt worden van het niveau van Monty Python en ‘Blackadder’.

Jones: ‘Ik heb ooit één aflevering van ‘Little Britain’ gezien, and thoroughly enjoyed it, maar van die andere series heb ik nog nooit gehoord. Het probleem is dat ik eigenlijk nooit tv kijk. Ik hou gewoon niet van televisie; ik vind het een ontzettend vermoeiend medium. Altijd al zo geweest: ik kan me herinneren dat mijn ouders een piepklein zwartwit tv’tje kochten in 1952, en dat ik dat rotding vanaf het allereerste moment hartsgrondig haatte.’

(verbijsterd) De maker van enkele van de meest geweldige tv-programma’s ever kijkt zelf geen tv?

Jones: ‘Nope, ik heb er gewoon nooit zin in. Al wijs ik in dezen ook met een beschuldigende vinger naar de moderne technologie: vraag me niet waar het toe dient, maar sinds kort heb ik iets op m’n tv-toestel staan wat ze een skybox noemen, en daarom dien ik tegenwoordig de strijd aan te binden met twee afstandsbedieningen - minstens één te veel. Sinds ik dat ding in huis heb, ben ik er nog geen enkele keer in geslaagd mijn tv aan te zetten. It defeats me every time. Niet dat ik dat een ramp vind, hoor. Al moet ik zeggen dat ik wel graag eens naar ‘The Barbarians’ had gekeken, een BBC-programma van een zekere Terry Jones. Schijnt heel goed te zijn.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234