Dinsdag 20/10/2020

Gewassen, geknipt en geschoren

Hij was geen systeembouwer, hij brak juist elk systeem af. Hij was een brokkenmaker, in de beste zin van het woord

In de herfst van 1865 zwerft Friedrich Nietzsche door de binnenstad van Leipzig en vindt in een antiquariaat een boek dat hem geheel onbekend is: "Ik weet niet welke demon me influisterde: Neem dit boek mee naar huis. Het gebeurde in elk geval tegen mijn gewoonte in om de aankoop van boeken niet te overhaasten. Thuis ging ik met de verworven schat in de hoek van de bank zitten en begon die energieke duistere genius op me in te laten werken. Hier schreeuwde elke regel om zelfverloochening, ontkenning, berusting, hier keek ik in een spiegel waarin ik wereld, leven en eigen gemoed in een verschrikkelijke grootsheid zag. Hier keek het volle belangeloze zonneoog van de kunst me aan. Hier zag ik ziekte en genezing, verbanning en toevluchtsoord, hel en hemel." Nietzsche is dan 21 jaar.

Het boek in kwestie was Die Welt als Wille und Vorstellung van Arthur Schopenhauer. Nietzsche werd er zo door beïnvloed dat hij als fundament van zijn eigen filosofie de wil handhaafde, zij het dan niet Schopenhauers blinde wil om te leven, maar de wil tot macht.

In diezelfde tijd trouwens moet hij zich de ziekte op de hals hebben gehaald die hem ten slotte te gronde zou richten: de syfilis. Vanaf 1889 kwijnt hij weg in krankzinnigheid op de eerste verdieping van zijn huis in Weimar. Hij overlijdt in 1900 - enkele jaren later werd het geneesmiddel tegen syfilis ontwikkeld, salvarsan.

Tussen de ontdekking van Schopenhauer en de krankzinnigheid in, in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw dus, schreef en publiceerde hij een groot aantal boeken, die in die dagen nauwelijks werden opgemerkt, maar in de twintigste eeuw gretig werden gelezen - en soms misbruikt. De nazi's bijvoorbeeld zagen in Nietzsche een filosoof die ze voor hun Herrenrasse-karretje konden spannen. Nietzsches Übermensch was in hun ogen de verpersoonlijking van de ideale nazi - je hoeft Nietzsche niet eens goed te kennen om te weten dat dat loeiende waanzin is.

De Übermensch is bij Nietzsche meer een beeld dan een concreet gedachte persoon. In Also sprach Zarathustra filosofeert Zarathustra beeldrijk over hem: "Waarlijk, de mens is een smerige rivier. Je moet al een zee zijn om een smerige rivier te kunnen opnemen zonder zelf vuil te worden. Zie, ik leer u de Übermensch kennen: hij is die zee, in hem kan uw grote verachting ondergaan." Hij is iemand met een aristocratische geest, vol heldenmoed en kunstmin (twee elementen die Nietzsche graag verenigd zag: het krijgszuchtige en het kunstzinnige), hij is iemand die weet hoe het er met de mensen voorstaat en juist daardoor erboven uit is gegroeid.

Nietzsche behandelt de Übermensch vaak in directe relatie tot wat ik hier maar even de Untermensch zal noemen, wij dus, gewone stervelingen. Daar heeft Nietzsche geen hoge pet van op: ze zijn niet tot veel meer in staat dan tot laag en vulgair gedrag, en hun bestaan wordt alleen gerechtvaardigd door die ene uitzonderlijke mens die eens in de zoveel tijd uit hun midden opstaat.

Nee, Nietzsche was geen groot democraat, om het voorzichtig te zeggen. Hij had een diepe minachting voor de democratie, om wat eerlijker te zijn. Daarin kreeg het plebs een gewicht dat het in geestelijke zin absoluut niet verdiende. Heldhaftigheid en de edele geest waren er opgeofferd aan christelijke ondeugden als medelijden en naastenliefde.

Nietzsche en het christendom, dat is een hoofdstuk apart. Hij was een fanatieke tegenstander van die godsdienst, vooral in de versie die de apostel Paulus van de leer van Christus had gemaakt. De verbetenheid waarmee Nietzsche zich tegen het christendom keerde, kan alleen verklaard worden vanuit zijn jeugd: hij kwam uit een door en door christelijk nest, hij was de zoon van een dominee en hij heeft zelf nog theologie gestudeerd. Vergeleken met de toon waarop hij tegen de godsdienst fulmineert, zijn de achttiende-eeuwse verlichters, die er zich ook tegen keerden, bezadigde wijze mannen, wie het aan bezieling ontbreekt.

En daarmee komen we dichter bij de kern van Nietzsche. De Übermensch, ach ja, het zal wel. De wil tot macht, vooruit maar, kan er wel bij. Zijn verwerping van de democratie, gooi maar in mijn pet. Maar wat niet in die pet past, is Nietzsches manier van filosoferen.

Hij is wel 'de filosoof met de hamer' genoemd. Dat is een aardig beeld: het geeft aan hoe Nietzsche te werk ging. Je zult hem niet snel kunnen betrappen op een uitvoerig uitgesponnen en behoedzame gedachtegang, op een wetenschappelijke betoogtrant (de wetenschap, daar had hij helemaal een broertje aan dood). Hij slaat je om de oren met stellingen, die hij zo scherp mogelijk formuleert. Hij zeept je zo in dat elk baardhaar van je overeind staat, hij rukt je hoofd naar achteren en scheert je met een mes dat eerder korte metten maakt met je huid dan met je haren. Hij wast je de oren, grijpt je bij de keel en snoert je de mond.

Op adem komen is er niet bij. Zijn werk bestaat voor het grootste deel uit korte felle stukken, soms niet meer dan één of enkele zinnen, hij is gek op de paradox, op onverwachte wendingen, op tegenspraak, op weerwerk. Humor en ironie zijn bij Nietzsche even zoveel spelden in een hooiberg: die relativeren wat hij wenst te zeggen, en dat wil hij niet. Misschien is er hier en daar sprake van hogere ironie, gecamoufleerd, maar ik betwijfel het: ik denk dat die ironie meer in de lezer dan in Nietzsche zit. Hij beschouwde zichzelf als de grootste aforismenschrijver in de Duitse cultuur (daarbij maar even Lichtenberg en Goethe en Heine en Hebbel over het hoofd ziend) - ook een genre dat erin hakt.

In een van de titels van zijn boeken komt de formulering "Umwertung aller Werte" voor: een herwaardering van alle waarden. Dat is een mooie omschrijving van wat Nietzsche wil: er is niets wat niet op de kop gezet moet worden, alles moet scherp en tot op de bodem worden doordacht en herzien. Hij was geen systeembouwer, hij brak juist elk systeem af. Hij was een brokkenmaker, in de beste zin van het woord.

Nietzsche heeft als filosoof even maar gevlamd, krap twintig jaar. Dat past bij zijn toon en stijl. Je moet er niet aan denken dat hij een ouwe wijze man zou zijn geworden en nog tot ver in de twintigste eeuw zou hebben geleefd. Kort en fel, dat paste bij hem - en die krankzinnigheid van hem is een eigenzinnig geschenk van de natuur, dat zich wonderlijk goed in het beeld voegt.

Wil Hansen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234