Maandag 20/09/2021

ReportageDe reis van mijn leven

Gevonden in Marokko: mijn hart

Relatie op de klippen en twee dierbare vriendschappen op de schop: Katrin Swartenbroux moest in 2019 nodig even weg. Beeld Katrin Swartenbroux
Relatie op de klippen en twee dierbare vriendschappen op de schop: Katrin Swartenbroux moest in 2019 nodig even weg.Beeld Katrin Swartenbroux

In ‘DE REIS VAN MIJN LEVEN’ blikken De Morgen-pennen terug op een trip die onder hun vel kroop en misschien wel hun leven veranderde. Vandaag: een emotioneel gehavende Katrin Swartenbroux incasseerde fifty shades of blue(s) in Marokko.

De meeste mensen stappen op een vliegtuig om ergens naartoe te gaan, maar ik wilde gewoon weg. Dat klinkt bijzonder verwend, maar zonder die drang was ik mijn bed niet uitgekomen en had ik iemand moeten betalen om mijn doorligwonden te komen verzorgen – allicht met uw belastinggeld.

Soit.

Om maar te schrijven dat er aan mij doorgaans geen reiziger is verloren gegaan. Reizigers, dat zijn mensen die perfect weten hoe ze vakkundig moeten inpakken, die een paspoort vol stempels hebben en instant met vreemden kunnen connecten over waar je in Seoel de beste beondegi kunt snacken. Ik was meer het type dat spontaan op een flixbus of trein sprong om vervolgens in een Europese (hoofd)stad exact hetzelfde te doen als thuis. Koffie en wijn drinken op plekken die zodanig authentiek leken dat ‘sfeerbeheer’ allicht onderdeel was van het businessplan.

Mijn koffer was gewend aan de cadans van de kasseien die ik al kende, of tenminste heel erg leken op wat ik al kende. Maar in het voorjaar van 2019 overviel me plots de drang om mezelf niet meer tegen het lijf te lopen. Mijn relatie was afgelopen, ik was twee goede vrienden kwijtgespeeld, en ik kon me mijn vertrouwde omgeving onmogelijk voorstellen zonder projecties te zien van mensen die eens zo alomtegenwoordig waren in mijn leven.

Ik moest dus naar Ergensanders.

Ik moest naar Marokko.

Kwaliteit van hasj

Hoewel ik geen antikapitalistisch bot in mijn lichaam heb zitten (de melk in mijn fuck-de-elite-flat white is nog steeds van Alpro) heb ik de beatgeneration altijd geromantiseerd.

null Beeld Katrin Swartenbroux
Beeld Katrin Swartenbroux

Schrijvers als Jack Kerouac en Allen Ginsberg doopten hun inkt in de kleuren van het Noord-Afrikaanse land dat Edith Wharton omschreef als ‘too curious, too beautiful, too rich in landscape and architecture, and above all too much of a novelty not to attract one of the main streams of spring travel’.

Beatniks hadden in Marokko hun eigen bedevaartsroute ontwikkeld die begon in de gonzende straten van Marrakech, waarna reizigers ofwel noordwaarts trokken richting Tanger, waar William S. Burroughs zijn roman Naked Lunch schreef, of richting het zuiden, naar Essaouira en Diabat, waar Jimi Hendrix en Cat Stevens in Hotel du Pacha de kwaliteit van de hasj gingen testen .

De cultstatus die in de late jaren 60 en 70 rond het Noord-Afrikaanse land hing, werd gepopulariseerd in de film Almost Famous (2000), waar personage Penny Lane Marokko voorhoudt als het land waar ze zou kunnen ontsnappen aan haar jachtige leven als groupie van bands als Humble Pie.

Marokko dus, een plek die ver genoeg was om me ontheemd te voelen, maar dankzij de gigantische reeks foto’s van influencers die zich de bohemian aesthetic toe-eigenden toch niet helemaal vreemd leek. Compagnon du route was Jules, mijn bovenbuurmeisje met wie ik af en toe al eens msemmen mee ging kopen op de Turnhoutsebaan, want waarom zou je als blondine zonder rijbewijs of richtinggevoel alleen door een onbekend land reizen als je dat ook met twee kon doen.

De regels waren duidelijk: we zouden geen social media gebruiken, we zouden leren surfen en we zouden ons survivalinstinct constant geactiveerd houden door nooit langer dan drie dagen op eenzelfde plek te blijven. Vanaf het moment dat je niet meer moet nadenken over waar je je koffie en kefta zal gaan halen, heb je weer tijd om in je eigen hoofd te zitten – en dat was de laatste plek waar we beiden wilden resideren.

Soundtrack

We stippelden grofweg onze route uit: in twee weken van noord naar zuid, beginnende in Tanger en eindigend in Tamraght, een surfdorpje waar we een hostel met gratis surfplanken en een halfpipe hadden weten vast te leggen. ‘Eat Pray Love’, but make it street.

Net zoals de beatniks maar vooral vanwege onze brokeness zouden we het zo goedkoop mogelijk proberen te houden, al bleek dat in Marokko geen opdracht. Het feit dat zowat alle transacties cash moesten gebeuren maakte je hyperbewust van iedere dirham die je door je handen liet gaan.

Het eerste waar ik deze vreemde valuta aan uitgaf, was een muntthee in Tanger, een concept dat zodanig als een Eddy Wally-hit klinkt dat ik er geen lettertekens meer aan wil verspillen. Bovendien herinner ik me niet veel meer van die stop. Ik was een hele nacht wakker gebleven om playlists voor de trip te downloaden omdat dataroaming er onmogelijk zou zijn, maar hoe beslis je op voorhand wat de soundtrack wordt wanneer je gemoed zo stabiel is als een werptent?

null Beeld Katrin Swartenbroux
Beeld Katrin Swartenbroux

Of het nu de realisatie was dat ik enkel een Mitski-album offline had gezet of de confrontatie met de drukkende hitte en de hitsige drukte: dezelfde dag nog stonden we aan de gare routière met een busticketje.

Want jawel, wie zich in Marokko wil verplaatsen doet dat best per bus. Gruwelijke flashbacks aan het openbaar vervoer in België in het achterhoofd houdende, stonden we ruim een uur op voorhand klaar in de verzengende hitte, waar een soortement tourbus ons echter stipt op tijd oplaadde. Het ding had geen airco en reed dus de tweeënhalf uur richting Chefchaouen met de deuren open, wat op verschillende manieren verfrissend was. De komende weken zouden we zo bijna 900 kilometer afleggen door landschappen die als een aquarel aan ons voorbijgleden richting het water, beginnend met de felste tint.

Ik had nooit gedacht dat een kleur me naar adem zou kunnen doen happen, tot de bus ons in Chefchaouen uitspuwde. Natuurlijk wisten we dat dit The Blue City werd genoemd. Na de oprichting van de stad in de vijftiende eeuw kleurden de bewoners de muren blauw om de lucht en de hemel te symboliseren als herinnering om een spiritueel leven te leiden, al is het waarschijnlijk dat men er in de jaren 1970 nog een extra verflaag over heeft gezet om meer toeristen te lokken.

Obsessie

We hadden een paar steegjes verwacht en een voordeur waar alle toeristen foto’s voor namen. Maar plots stonden we daar, twee meisjes met een zwaar gemoed, volledig omringd door fifty shades of blue(s), een sensatie zo overweldigend dat we niet wisten of we ervan wilden weglopen, dan wel ons er volledig in onderdompelen. We inhaleerden schakeringen tot de ondergaande zon de muren in brand zette en zo nog meer nuances blootlegde.

Op een muurtje boven de stad vouwde ik mijn ondertussen stukgelezen kopij van Maggie Nelsons prozaverzameling Bluets open. “That this blue exists makes my life a remarkable one, just to have seen it. To have seen such beautiful things. To find oneself placed in their midst. Choiceless.” De Amerikaanse auteur begon aan het begin van het millennium alles rond de kleur blauw te verzamelen als afleiding van een gebroken hart, een obsessie die haar jarenlang gezelschap hield. “Is to be in love with blue, then, to be in love with a disturbance? Or is the love itself the disturbance? And what kind of madness is it anyway, to be in love with something constitutionally incapable of loving you back?

null Beeld Katrin Swartenbroux
Beeld Katrin Swartenbroux

Hoewel Marokko zich in al zijn verscheidenheid aan ons zou ontplooien – het groene van het Rifgebergte en de Ourika-vallei, de rode stad Marrakech en de oranje Sahara, het grijze stof in Fez, de mosterdkleurige waas van Casablanca, de witte kalk van Essaouira en het appelblauwzeegroen van de Atlantische Oceaan –, bleef het blauw de hele tijd aan me kleven.

In zijn boek Zur Farbenlehre (1810) verklaart Johann Wolfgang von Goethe ‘blauw’ als duisternis die door licht waarneembaar is, de hemel die blauw kleurt wanneer de donkere atmosfeer erachter door zonlicht verlicht wordt. Juist die dualiteit is fascinerend. ‘We denken graag na over blauw, niet omdat het zich aan ons opdringt, maar omdat het ons aantrekt, als iets dat al voorbij is’, aldus Goethe. Of zoals Nelson schrijft: ‘I am not interested in longing to live in a world in which I already live. I don’t want to yearn for blue things, and God forbid for any ‘blueness’. Above all, I want to stop missing you.

Bluets werd dan en daar mijn officieuze reisgids, samen met de Fitbit die ik net voor ons vertrek had aangeschaft. Ik vond het vreemd dat mijn gebroken hart zoveel sneller leek te pompen, terwijl je zou verwachten dat het zieltogend ligt leeg te lekken als een muf afwassponsje dat niemand nog uit de gootsteen durft te halen. Elke dag benaderde ik moeiteloos de honderd slagen per minuut, maar het display van het kleinood gaf aan dat ik voor de rest wel flink mijn best deed om vooruit te komen. Sommige dagen zaten we vijf uur op een bus, andere dagen verzetten we dertigduizend stappen omdat weglopen van je problemen ook een vorm van cardio is.

Pijn in het water

De meest memorabele voetafdrukken maakten we in de Talambotevallei, een tip van onze Airbnb-host Mohssin. Zijn vriend Ali sprak vloeiend Frans en Engels en zou ons gidsen, en aangezien wij toch al eens de Hobokense polders doorkruist hadden, dachten we dat we het Rif wel zouden aankunnen op onze sneakers. Laten we zeggen dat je bergen kunt verzetten op wilskracht alleen. Zelfs toen na een aantal uur bleek dat een deel van de route was ingezakt door het regenweer van de dagen ervoor en we de rest van de tocht al zwemmend moesten voortzetten. Toen we op de plek waren aangekomen waar meters boven onze hoofden de waterval van Akchour zich samen met het zonlicht een weg door een uitgehouwen rots probeerde te wurmen, hadden we het gevoel dat we een veel langere weg hadden afgelegd dan in kilometers om te zetten valt.

Est-ce que ça irait si on jetait des pierres et qu’on criait fort?”, vroeg Jules, die haar emotionele bagage al sinds de luchthaven stevig dichtgeritst had gehouden. Ali, die niet begreep hoe we in godsnaam op dat punt waren beland, kon alleen maar meewarig knikken en ging zich verderop op een rots voor de kop zitten slaan dat hij zoals zijn moeder hem wellicht had geleerd niet met vreemden had mogen meegaan terwijl wij stukjes van ons leed (en allicht ook onze longen) achterlieten in het schuim op het water.

Om hem gerust te stellen, vroegen we achteraf ook om een paar foto’s van ons in het grijsgroene meer. Zijn grijns keerde terug. “Bien sûr, pour Instagram, oui?”, zei hij toen hij onze smartphones alsnog horizontaal kantelde.

‘I want you to know, if you ever read this, there was a time when I would rather have had you by my side than any one of these words; I would rather have had you by my side than all the blue in the world.’

Ik zou een boek kunnen schrijven over mijn indrukken van Marokko en dat is allicht waarom zovelen het gedaan hebben. De geuren, de kleuren, de rijke mix aan culturele invloeden die het land net als zijn landschap rijk en divers maken. Koningssteden Fez en Marrakech, met de Al-Quaraouiyine Universiteit en de Bab Boujloud poort, de Saaditombes en uiteraard het Djemaa el Fna-plein en Les Jardins Majorelles. De overweldigende soeks en de smalle steegjes in de medina. De ­sinaasappelbomen en de liters versgeperst sap.

null Beeld Katrin Swartenbroux
Beeld Katrin Swartenbroux

Hoe ik in mijn beste Frans aan de buschauffeur probeerde uit te leggen dat ik een gekantelde blaas had en hij het stalen gevaarte aan de kant moest zetten of ik zou in mijn handen plassen. De waterschildpad Esmeralda die de nagellak van onze tenen at en de verse sardines die we roosterden op een grill die Marc Van Ranst nachtmerries zou bezorgen. De man die het nodig vond om zich naast ons af te trekken toen we nietsvermoedend lagen te zonnen, en de tienerjongens die hem wegjaagden en vervolgens voor ons wilden koken op het strand.

Wie laat je achter?

Hoe ik vanuit mijn stapelbed in Essaouira een mailtje stuurde naar een tattoo-artist om het woord ‘naive’ op mijn heup te laten inkten en hoe we leerden surfen en het zelfs in de eerste wankele minuut duidelijk was dat we gemaakt waren om golven te trotseren.

Ik zou kunnen tippen welke busmaatschappijen betrouwbaar zijn, waar de tajine het beste is, waarom je nooit de weg mag vragen aan locals maar wel moet vertrouwen op hun tips en in welke luxehotels je gratis kunt binnenglippen voor een drankje, maar wanneer ik concreet terugkijk op die reis lopen alle tinten, locaties en anekdotes in elkaar over. Betrouwbaar is zo’n verslag immers nooit, een persoonlijk relaas is altijd, welja, gekleurd. Wat je weet, hoe je je voelt en waarvoor je openstaat bepalen hoe een land bij je binnenkomt.

Het gaat niet om de bucketlist, het gaat om je bagage. Om wat en wie je meeneemt en wat en wie je er achterlaat. Sommige mensen verliezen hun hart aan een bestemming, ik vond het mijne er terug.

“What I know is that when I met you, a blue rush began. What I want you to know, is that I no longer hold you responsible.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234