Vrijdag 13/12/2019

Interview

Gevangenisdirectrice Sofie Vantomme: ‘De vraag is, dóén we iets met deze mensen of niet’

Sofie Vantomme: ‘Ooit zal er écht geïnvesteerd moeten worden in gedetineerden. Dat kan niet eindeloos een taboe blijven.’ Beeld Bas Bogaerts

In Ooit vrij op VIER regeert directrice Sofie Vantomme met harde hand over de gevangenis van Brugge en zien we Natalie Valcke in die van Dendermonde de dagelijkse ellende managen. “Een zinvolle dagbesteding voor gedetineerden lost al veel op.”

In de tweede aflevering van Ooit vrij stuurt Sofie Vantomme (35) een Oost-Europeaan zonder verpinken voor een week “op strikt” omdat hij een fles door het raam van zijn cel heeft gegooid. De camera volgt het geklik van haar hakken als ze over de betonnen gevangenisvloer naar de isolatiecellen beent en ze achter elk kijkgat stoïcijns blijft voor de smeekbedes.

Op tv oogt ze een beetje tiranniek, maar als we ons aanmelden, stelt ze voor om het gesprek te laten doorgaan op de drugsvrije afdeling. In het hart van de gevangenis, met rondom ons op hun slippers van douche naar cel sloffende gedetineerden. Die haar bijna allemaal begroeten met “Hey!”. Als ze een wat oudere gedetineerde opmerkt, wat zwak te been, maakt ze tijd: “Zou je niet eens gaan wandelen? Je gaat daar deugd van hebben.”

Toch niet zo’n harde tante?

Sofie Vantomme: “O, er zit wel een beetje realiteit in. Als ik kwaad ben, ben ik oprecht kwaad. Dan kan ik dat moeilijk verbergen.”

Hoe wordt een jonge vrouw gevangenis­directeur?

“In mijn laatste jaar criminologie heb ik stage gedaan in de forensische afdeling van een instelling voor geïnterneerden in Zelzate. Ik kwam daardoor vaak in gevangenissen en voelde: deze wereld spreekt mij aan. Ik heb mijn eindwerk gemaakt over de gevangenis van Gent en ben er in contact gekomen met herstelconsulente Machteld Boudin. In 2007 ben ik zelf begonnen als herstelconsulente, een jaar later ben ik directeur geworden in de gevangenis van Ieper, en in 2013 hier.”

Als je criminelen vraagt naar de ergste gevangenis in België, noemen ze bijna altijd Brugge.

“Dat horen wij ook soms. Het hangt er wel van af op welke afdeling je belandt. We hebben hier veel lang­gestraften. Op de gesloten sectie gaat het er inderdaad een stuk strikter aan toe dan hier, waar alle celdeuren openstaan. Op de open­deur­sectie, waar we nu zitten, wordt er samen gekookt.

Gelachen. Drugsvrij betekent dat urine wordt gecontroleerd.

“Wie in Brugge aankomt, zit eerst een maand op de gesloten sectie. Daarna volgt je evaluatie. Doe je het goed, dan mag je hier naartoe. We hebben ook een zorgsectie gecreëerd, waar er een psychiater is en er therapeutisch met de mensen wordt gewerkt.”

Als er een drugsvrije afdeling is, dan is er ook een andere.

“Laten we er geen doekjes om winden: in de gevangenis zijn er drugs. Mensen die naar buiten gaan en weer binnen komen, brengen ze mee. Vooral cannabis en heroïne. We mogen geen naaktfouilleringen meer doen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Soms loop ik door de gangen en ruik ik de wietwalmen. Mensen geraken makkelijker verslaafd aan drugs in een gevangenis dan daarbuiten. (zucht) Dat klopt toch helemaal niet?”

Hoe krijg je dat ooit weg?

“Dat weet ik niet. Het aanbod creëren om elke dag te sporten en te werken? Een zinvolle dagbesteding is voor heel veel problemen een oplossing. Ik ben geen kritiek aan het geven op het systeem, ik benoem de realiteit. Om gedetineerden werk te kunnen geven, moet je ondernemers zien te vinden. Dat is allemaal niet zo evident. Het is opeens staking, deadlines worden niet meer gehaald en je bent je werkverschaffers kwijt.

“Onze mannen plooien handdoeken, steken afwasborsteltjes in elkaar, doen stikwerk in het naai­atelier. Ze doen ook de was en de strijk van zorgkledij voor rusthuizen. Veel valt er niet aan te verdienen, ongeveer een euro per uur. Het gaat erom dat er structuur in hun dag komt. Maar er is veel concurrentie. Van lage­loon­landen en beschutte werkplaatsen (nu maatwerkbedrijven, red.).”

Hoe moedeloos maakt het u om een ex-gedetineerde te zien terugkeren?

“Wie in een gevangenis werkt, ziet alleen diegenen die het niet goed doen. Als zoiets voorvalt, hebben wij de neiging om tegen elkaar te zeggen: ‘Voilà, daar heb je hém weer.’ Wie we niet zien, zijn al die anderen. Die in de massa verdwijnen en hun leven terug op de rails krijgen. Het is een gekleurd beeld en we moeten ons daarvan bewust zijn.

“Het is bewezen dat detentie geen positieve invloed heeft en recidivegevaar eerder verhoogt dan verkleint. Veel mensen komen uit de marginaliteit, raken niet aan een job, hebben een kind hier en een kind daar en nog eentje waar ze niet van weten. Ze gaan solliciteren en moeten een uitleg bedenken voor een gat van zoveel jaar op hun cv. Dat is het verhaal van veel van onze mannen, hier. Je kunt helaas ook je wiegje niet kiezen.”

Hoe was het om maandenlang een camera­ploeg in de gevangenis te hebben?

“Ik wilde eerst niet meedoen. Ik had niet zoveel zin om met mijn hoofd op televisie te komen, maar op een gegeven moment was er helemaal niemand die nog wilde, terwijl ik het wel belangrijk vond dat er een beetje maatschappelijk debat komt. Dat is de enige reden waarom ik me uiteindelijk liet overhalen. Ooit zal er écht geïnvesteerd moeten worden in gedetineerden. Dat kan niet eindeloos een taboe blijven. Wat hoor je ook allemaal niet, wat de buitenwereld deze mensen toewenst.

“Op een dag komt iedereen vrij. En jij mag kiezen: wil je dat je nieuwe buurman onder voorwaarden staat en opgevolgd wordt, of wil je iemand die verbitterd en verzuurd is? Dit is de vraag: dóén we iets met deze mensen, of zetten we ze op water en brood? Ik wilde laten zien hoe het hier écht is. En dan nog is het fragmentair. We kregen previews en vroegen de makers af en toe: ‘Kunnen we niet uitleggen wat hier de context van is?’ Waarop zij zeiden: ‘Dan is het geen goede televisie meer.’ Denk aan Marie-Louise in de eerste aflevering.”

De kleptomane.

“Ja, ze kreeg op haar verjaardag een kaartje en drie zoenen van de bewaking. De volgende dag was het hier op de mannenafdeling van: ‘Wij willen ook drie piepers en een kaartje!’ Maar die dame zat op de zorgsectie. Er is niets geacteerd in Ooit vrij. Geen enkele scène is overgedaan. Ik ben mezelf in de reeks, en wat mensen daarvan vinden, maakt mij niks uit. Een vraag die je wel eens krijgt: ‘Ben je niet bang?’ (rolt met haar ogen) Alleen al daarom was het goed om ja te zeggen. Het zijn gedetineerden, maar het zijn eerst en vooral ook mensen.”

U leek wel erg streng voor die man met zijn fles.

“Ja, maar daar kan ik écht niet tegen. En ze wéten het. We zitten hier met meeuwen, en die zijn gekomen omdat er voedsel naar buiten werd gegooid. Meeuwen zijn een beschermde diersoort. Het enige wat je mag doen is in de eieren prikken of ermee schudden. Je mag die nesten niet wegdoen. Dit hele gebouw is intussen ondergekakt. En zij onderhouden dat door voedsel naar buiten te gooien. Een week of wat nadat ik hier aankwam, zei iemand: ‘We hebben geen fatik-broodraper meer.’ Een fatik, dat is een gedetineerde die klusjes uitvoert. Er liep dus iemand constant tussen de blokken om brood op te rapen. Het is absurd, maar we hebben nog altijd een brood­raper. Als ik iemand op strikt stuur, hebben ze daarvóór meestal een stevige waarschuwing gekregen, maar dat zie je op tv natuurlijk niet.”

Hoe zou uw ideale detentie­systeem eruitzien?

“Het moet vertrekken van de persoon. Niet iemand per se in een superbeveiligde omgeving plaatsen. De norm zou moeten zijn dat gedetineerden de dag buiten hun cel doorbrengen. Werken, sporten, bezoek. En voor wie dat kan, ook effectief buiten de gevangenis. Om een netwerk te onderhouden of op te bouwen, te werken, tot een zinvolle dagbesteding te komen. Ik vind De Huizen van Hans Claus (kleinschalige detentiehuizen, red.) een prachtig project, maar ik geloof niet dat het voor alle gedetineerden kan werken, zoals hij zegt. Idealiter is er in een gevangenis niet meer beveiliging dan nodig.”

Wat zou u doen met dit gebouw, als u vrij van geldzorgen mocht kiezen?

“Tja, helemaal plat hè. (lacht) En een ster­vormige gevangenis in de plaats.

“Na deze gevangenis is er nooit meer een als deze gebouwd. Dit is de enige Belgische gevangenis volgens het antenne-model. Met lange gangen, ver van elkaar verwijderde secties. Bijna alle andere gevangenissen zijn ster­vormig, waardoor je vanuit één centraal punt al je personeel en al je gedetineerden ziet die los rondlopen. Er gaat nu ontzettend veel geld naar het vervangen van tegeltjes in de gangen die los komen te zitten. Er zitten scherpe kantjes aan, en je wilt er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren. Maar het kost hopen geld dat je liever geïnvesteerd had gezien in mensen.”

Natalie Valcke: ‘Vanaf dag één werken we naar de vrijlating toe’

Natalie Valcke: ‘Soms saboteren gedetineerden hun eigen vrijlating.’ Beeld Bas Bogaerts

Natalie Valcke (36) kwam in de eerste twee afleveringen van Ooit vrij nog niet in beeld, maar dat verandert maandag. Ze werkt al 13 jaar in gevangenissen en sinds mei van vorig jaar als psychologe in die van Dendermonde.

Over de kiem van haar engagement hoeft Valcke niet lang na te denken. “De colleges van professor Hedwig Sloore aan de VUB. Die zaten altijd vol. Hij besprak met ons geval­studies, zoals over Staf Van Eyken, de Vampier van Muizen. We deden toen zowat hetzelfde als wat ik nu doe. De beweegredenen achter het delict trachten te begrijpen.”

Hoe ziet een doorsneewerkdag eruit?

Natalie Valcke: “Dendermonde is een arrest­huis, waardoor er een permanente instroom is van nieuwe gedetineerden. Hierdoor hebben we van alles: van fietsendief tot iemand die net zijn gezin heeft uitgemoord. De dag begint doorgaans met gesprekken. ‘Hoe ben je hier terecht­gekomen? Wat is er gebeurd?’ Eigenlijk beginnen wij vanaf het moment dat iemand hier binnenkomt al naar de vrijlating toe te werken.

“In het eerste gesprek moet je soms vragen of de werkgever al is verwittigd, want mensen zijn na vrijheids­beroving ontredderd. Laatst had ik iemand die zich opeens realiseerde dat zijn drie honden nog in zijn appartement zaten.

“Ten tijde van de opnamen van Ooit vrij was ik bezig met die man van de Kanaal­moord, die laatst nog in het nieuws was (nieuw DNA-onderzoek wijst mogelijk op de veroordeling van de ver­keer­de verdachte, DDC). Hij en zijn maat hadden iemand vermoord, en volgens wat hij er zelf over vertelde, had hij alleen geholpen om het lijk te doen verdwijnen. Maar – zo benoemde hij het – ze hadden er ‘te weinig gewicht aange­hangen’. Voorts was er een Nederlander die in eigen land ook al in de cel had gezeten en het daar duizend keer beter vindt dan hier. Hij zegt op een gegeven moment dat hij de feiten beter in Nederland had gepleegd.” (lacht)

Was u meteen enthousiast over Ooit vrij?

“De meeste mensen die in de gevangenis werken, denken dat niemand zich voor hen interesseert. De buitenwereld denkt ook heel zwart-wit over gevangenissen. Vlaanderen is heel punitief. Een straf is iets symbolisch, iets dat uitgesproken moet worden, maar tegelijkertijd wil de maatschappij op de langere termijn beschermd worden. Die twee zaken staan een beetje haaks op elkaar.

“Als justitie in het nieuws komt, is de aanleiding altijd negatief: ‘Hoe is dat nu mogelijk dat die mens vrij rondliep?!’ Wel, 99,9 procent van alle gedetineerden komt ooit vrij. We doen iets ongemerkts, tot het eens een keer misloopt. En wie deze job doet, is ook niet uit op het grote Dankuwel. Ons doel is mensen op een zodanige manier vrij krijgen dat ze het niet opnieuw gaan doen. Voorwaarden opleggen op maat, beperkte detentie, elektronisch toezicht.”

De meest tragische figuur in Ooit vrij is Wilfried.

“Hij zegt het zelf: hij heeft een derde van zijn leven in de gevangenis doorgebracht, is een deel van het meubilair. In de gevangenis is er altijd iemand die over de schouders van Wilfried meekijkt. Zodra hij buiten mag voor penitentiair verlof, valt die hele structuur weg, en soms lijkt het alsof hij zijn eigen vrijlating aan het saboteren is. Zijn verloven verlopen goed, zijn gesprek met de VDAB verloopt goed, alle puzzel­stukjes beginnen te passen en dan heeft hij opeens geen zin meer.”

Je krijgt het gevoel dat hij nergens nog thuis kan zijn behalve in de gevangenis.

“Het is zijn veilige cocon, een klein celletje waarin hij alles weet staan. Wat je met lang­gestraften bij een eerste penitentiair verlof vaak hebt, is dat ze wat geld meekrijgen en daar verbaasd naar staren: ‘Wat zijn dit, euro’s?’ Zij rekenen nog in frank. Een smart­phone, een elektronisch bus­ticket, de uurregeling: aarts­moeilijk allemaal. Wij geven hen plannetjes mee: wandel in die richting, neem daar de bus. Achteraf hoor je dat ze alles te voet hebben gedaan. De maatschappij verandert razend­snel, en wij staan daar niet bij stil.”

Is blijk geven van schuld­inzicht nog altijd noodzakelijk om in aan­merking te komen voor voor­waardelijke vrijlating?

“Schuldinzicht is belangrijk, maar het is niet zo dat het de deur helemaal sluit of opent. Stel, er is een hele drugs­plantage bij je gevonden, wat voor zin heeft het dan om te blijven volhouden dat je dat nooit hebt gemerkt? Therapie houdt in dat je bereikbaar moet zijn. Zonder schuld­inzicht lukt dat niet. Je moet wel trachten te begrijpen wat de functie is van het ontkennen. Bij zeden­de­lin­quen­ten speelt vaak schaamte en dat vind ik op zich niet ongezond.”

De gevangenis van Dendermonde dateert van 1863.

“Het is een oud gebouw, maar als je gaat vergelijken, valt het nog mee. In de gevangenis van Vorst vallen de bakstenen letterlijk op de hoofden van de gedetineerden. Dendermonde heeft nog een bepaalde charme. De cellen zijn er wel erg klein. Ik ben wel altijd blij als ik ’s avonds de deur achter me dicht­trek.

“Er is ook voortdurend overbevolking. Het is een arrest­huis, we kunnen geen mensen weigeren. Als iemand op Oost-Vlaams grondgebied aangehouden wordt, komt die negen op de tien keer bij ons terecht. We kunnen moeilijk zeggen: ‘Ge moogt niet binnen.’ Dus dan wordt er een matras aangesleept.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234