Donderdag 13/08/2020

Literatuur

Gevaarlijke homo-erotiek in diepmenselijk verhaal: "Als kind was ik in het park veiliger dan thuis"

'Dit boek gaat over vreemd zijn en vervreemd zijn. Van een plaats, van de mensen om je heen, maar ook van jezelf.'Beeld ©Harry Gruyaert / Magnum Photos

In Wat jou toebehoort neemt de Amerikaan Garth Greenwell (38) ons mee in de wereld van het cruisen: homo-erotische ontmoetingen die zich afspelen in de schaduwen van openbare plekken. "De grens tussen lust en gevaar is er soms flinterdun, maar toch kun je ook daar warmte vinden."

In de ondergrondse toiletten van het Nationaal Paleis van Cultuur in de Bulgaarse hoofdstad Sofia ontmoet een homoseksuele Amerikaanse leraar de jonge en royaal geschapen Mitko, die hij betaalt voor seksuele diensten. De naamloze verteller vindt Mitko - lang, mager, breedgeschouderd, met een kortgeknipte soldatencoupe - prachtig en fascinerend op de manier waarop een wild dier dat is: zich niet bewust van zijn schoonheid, maar op natuurlijke, nonchalante wijze zelfverzekerd.

De leraar raakt geobsedeerd door de jongeman, wiens criminele voorkomen op hem het effect van vuur op een mot heeft. Hij zoekt de jongen verschillende keren op, nodigt hem vervolgens thuis uit. Er ontstaat een vreemde relatie tussen de twee, een soort tango waarbij het niet helemaal duidelijk is wie leidt. Is het Mitko, die hard onderhandelt over cash, maar zich na de transacties in de privésfeer installeert van de man die hij nu zijn 'vriend' noemt? Is het de verteller, die moet vaststellen dat zijn verlangen hem weerloos maakt en die krampachtig probeert om de relatie te ontdoen van de beschamende kanten?

De machtsverhoudingen tussen de twee wisselen voortdurend, terwijl de verteller probeert te begrijpen wat hij precies betekent voor deze katachtige jongen die op fluwelen poten zijn leven in- en uitwandelt. Is hij een hand die voedt, of is hij meer? En als hij de voedende hand is, waarom wordt Mitko, die nu weer poeslief is en dan weer afstandelijk, alsnog agressief?

Deels door het taalverschil, deels door de cultuur, deels door het feit dat de twee mannen niet méér van elkaar konden verschillen, blijft de kinderlijke, gewelddadige maar ook charmante outcast voor de verteller een mysterieuze vreemde. Pas als de air van gevaar die als een parfum rond Mitko hangt, omslaat van spannend naar angstwekkend, vindt de verteller de kracht om een streep te trekken onder zijn dwangmatige obsessie. Maar ergens tussen de plooien van hun liaison sluimert liefde, weet hij. Denkt hij. Hoopt hij.

Wat beweegt een mens om in de goot op zoek te gaan naar liefde, om te denken dat er waardigheid en verlossing schuilen in betaalde seks?

Wild verlangen

Maar terwijl die eeuwige vragen over het verband tussen verlangen en wat je ervoor doet om het bevredigd te zien universeel zijn, is de homo-erotische dynamiek particulier. De groezelige urinoirs en de donkere parken waar de ontmoetingen zich afspelen, lijken een allegorie te zijn voor de verwevenheid van emoties, lust en macht. De diepere drijfveren hiervoor ontdekken we in het tweede deel van het boek, dat naar het verleden van de verteller schakelt.

Als zijn vervreemde vader op sterven ligt, wordt hij aan het ziekbed gevraagd. Hij weigert te gaan. Getormenteerd dendert hij de dagen daarna door Sofia. Zijn gedachtegang zuigt ons als een windhoos mee in een imploderende woedeaanval.

Via een aaneenschakeling van reminiscenties leren we over het seksuele ontwaken van de verteller, die als jongen uit de conservatieve staat Kentucky al snel te maken kreeg met de walging voor zijn geaardheid. Zijn beste vriend, met wie hij zijn eerste erotische ervaring beleeft, verraadt en vernedert hem. Zijn vader ontdekt dat zijn 14-jarige zoon gay is en zet hem aan de deur.

En plots begrijp je wat de verteller doet: hij doolt. Hij zoekt niet, hij wordt gevonden. Keer op keer wordt hij als een magneet aangetrokken tot een situatie waar lust en schaamte, liefde en machteloosheid elkaar vinden in orgastische ervaringen.

De duisternis van het verhaal zit verrassend genoeg niet in de anonieme blowjobs in openbare toiletten of in het sluimerende onheil als de twee mannen er een weekend op uittrekken. De donkerte zit in de vernietigende ervaring van het waardeloos gevonden worden. Al de rest, ook de seks, zijn overlevingsmechanismen. De verteller verlangt naar intimiteit en vriendschap, maar kan die enkel in kleine behapbare porties aan. Wild verlangen overspoelt en verlamt hem, en uiteraard heeft het roofdier Mitko hem bij de keel en houdt hij hem dat verlangen voor als een kind dat een lolly krijgt aangeboden, maar ook weer wordt afgenomen.

Toch gebeurt dat niet ongestraft. In deel drie, jaren later - de leraar heeft intussen een stabiele relatie met een andere man - staat Mitko opnieuw voor de deur. Deze keer bruist hij niet meer van leven, de onoverwinnelijke loverboy lijkt nog maar een schaduw van zijn oude zelf. De landerige, rusteloze sfeer die inherent was aan het eerste deel loert opnieuw om de hoek. Je verwacht een bericht over aids, uiteindelijk blijkt dat een oudere venerische ziekte hem te pakken heeft. Geen ongeneeslijke ziekte, als je toegang hebt tot medicijnen.

Maar de kaarten liggen deze keer anders. De afloop ligt besloten in de geschiedenis, waar we uiteindelijk allemaal een speelbal van zijn.

Rechtzetting

Garth Greenwell vat de complexiteit van de homo-erotische beleving in de fijnste schakeringen. Terecht dus wordt Wat jou toebehoort als de nieuwe grote gay novel ontvangen. Het boek hoort thuis in het rijtje van boeken die worden verslonden omdat ze een stem geven aan andere genderidentiteiten: Orlando van Virginia Woolf (1928), Oranges Are Not the Only Fruit van Jeanette Winterson (1985), Brokeback Mountain van Annie Proulx (1997), Middlesex van Jeffrey Eugenides (2002). Deze boeken gaven pagina na pagina gezicht en herkenning aan een groep mensen die al bij al nog niet zo lang worden aanvaard in de samenleving.

Garth Greenwell.Beeld Karoly Effenberger

Wat Greenwell toevoegt, is evenwel een rechtzetting. Niet zozeer een verhaal in de stijl van 'we zijn zoals iedereen', maar een hele duidelijke 'we zijn anders en we willen daar respect voor'. Allemaal goed en wel dat holebi's mainstreamen, vindt hij, maar op die manier gaat ook een groot stuk boeiende en noodzakelijke gay culture verloren. Ook het promiscue van anonieme vluchtige seksuele contacten heeft waarde, aldus de auteur.

De ontmoeting van dit boek gebeurt tijdens het 'cruisen'. Kunt u aan de heteronormatieve Jan Modaal even uitleggen wat cruising precies is?

Garth Greenwell: "Cruisingsites zijn openbare plaatsen, zoals openbare toiletten, parken en winkelcentra, waar mannen naartoe gaan om seks met elkaar te hebben. Nu homo's niet meer in het verborgene leven, zou je denken dat het fenomeen verdwijnt, maar die plekken blijven bestaan. Mannen cruisen dus niet alleen omdat ze in de kast zitten, maar ook omdat het een deel is van de homocultuur.

"Cruising heeft verschillende verschijningsvormen. Je hebt de ruige vorm, zoals het bezoeken van openbare toiletten, waar de verteller Mitko leert kennen. Maar er is ook cruising in sportclubs. Er wordt bijvoorbeeld enorm druk gesekst in de douches van bepaalde fitnesscentra. Intussen bestaat er ook digitaal cruisen, via apps als Grinder."

Waarom legt u dit verhaal precies in het Bulgaarse Sofia?

"Ik heb er van 2009 tot 2013 gewoond en lesgegeven. Het was bizar om te moeten vaststellen dat ik de halve wereld was afgereisd om te ontsnappen aan het enggeestige Kentucky waar ik ben opgegroeid, en uitgerekend in een stad belandde waar dezelfde benauwde clandestiene sfeer rond homoseksualiteit hing.

"Het toilet waar dit verhaal begint, bestaat echt. Ik belandde er per ongeluk tijdens de eerste weken dat ik in Sofia was. Ik sprak de taal nog niet, maar zodra ik er binnen stapte, begreep ik iedereen en begreep men mij. De cruisingcode is overal dezelfde."

Het bevreemdende van een andere taal maakt de verwarring van de verteller nog groter. Mitko noemt zichzelf een 'vriend', geen prostitué.

"Tot Bulgarije in 2007 toetrad tot de Europese Unie, werd er over homoseksualiteit niet gesproken. Er is geen homogemeenschap, geen discours, er is niet eens een soort straattaal die door gays wordt gehanteerd. Terwijl je in het Engels een erg rijke taal hebt die wordt gebruikt in de homogemeenschap, heeft de Bulgaarse vertaalster van dit boek woorden moeten verzinnen voor wat ik beschreef.

"Mitko gebruikt het woord 'preyato' dat zowel vriend, vriendje of klant kan betekenen. Op die manier tekent het Bulgaars de krijtlijnen uit van het terrein waarop die relatie zich afspeelt.

"Je moet wel weten dat de definitie van prostitutie in homomilieus veel fluïder is dan in een heteroseksuele context."

Hoe bedoelt u precies?

"Sekswerk onder mannen is complex en ambigu. Veel homoseksuelen hebben op een bepaald moment in hun leven seks in ruil voor iets anders. Vaak wisselen die rollen af. De ene dag is iemand klant, de andere dag levert hij een dienst. Bij heteroprostitutie zul je niet snel zien dat de klant de volgende dag een andere rol opneemt.

"Het is bij homo's ook niet altijd een afgelijnde zakelijke overeenkomst. Het hoeft niet altijd over geld te gaan. Soms zijn erotische relaties vervlochten met andere soorten van banden en transacties.

"Ook erotiek en macht zijn nauw met elkaar verbonden. Die economische component is een van de vele manifestaties van die macht. In het Engels heb je wel meer termen die een bepaalde relatie aanduiden die zowel een affectieve als een economische band aangeven. Denk maar aan het begrip 'sugar daddy'. Dat suggereert ook een materieel voordeel in een erotische context. Toch zou niemand met een 'sugar daddy' zichzelf een prostitué noemen."

Los van de homoseksuele context en de erotische dynamiek tussen die twee mannen, gaat het verhaal inderdaad over macht. Wie heeft de macht, wie grijpt de macht? U laat zien hoe verlangen mensen machteloos maakt. Ook wie bevoorrecht is, kan aan het kortste eind trekken.

"In zekere zin geldt voor elke relatie dat er macht op het spel staat. Er wordt om gevochten. Het gevecht gaat niet alleen om het behouden van macht. Het gaat ook over overgave. Men wil soms ontwapend worden.

"Dat de Amerikaan privileges en een beetje geld heeft, en nog belangrijker, een paspoort, maakt hem machtig. Hij kan vertrekken als hij dat wil. Mitko heeft die keuze niet, maar dat maakt hem nog niet machteloos. Hij heeft ook macht, want er wordt naar hem verlangd.

"En hij heeft toegang tot geweld. Ook dat is een verschil tussen sekswerk in het homo- en het heteromilieu. Als een vrouwelijke prostituee bij een mannelijke klant is, loopt zij een risico. Bij een seksuele transactie tussen twee mannen, staat de klant in de zwakke positie. Verlangen kan er dus voor zorgen dat de geprivilegieerde het onderspit delft.

"Maar in dat kluwen van verschillende soorten macht delen de twee ook een gevoel dat bij momenten de privileges en de afspraken overstijgt. Uiteraard wil Mitko geld, dat is wat deze relatie in de eerste plaats initieerde. Maar dat verklaart niet waarom hij zich per se in zijn geboortestad wil vertonen met de verteller. Er zijn tedere momenten, waarbij Mitko de verteller deelgenoot maakt van zijn verleden, zijn eerste liefde... 'Je bent een echte vriend', zegt Mitko tegen de verteller. Je kunt dat op allerlei manieren onzin vinden, maar ik hoop dat er ook waarheid in zit."

U cruist al sinds uw 14de, zegt u. U bent een grote fan. Wat maakt het zo aantrekkelijk?

"De afgelopen jaren is de homocultuur mainstream gegaan. Mensen trouwen, krijgen kinderen, kopen huizen. Dat is een goede zaak, maar tegelijk dreigt de verscheidenheid en de radicale kant van die homocultuur verloren te gaan.

"Een van de mooie kanten van cruisen is bijvoorbeeld dat mannen die op die plekken komen dankzij hun verlangen klassen- en rassenverschillen overbruggen. Toen ik als jongeman in de parken van het racistische en conservatieve Kentucky cruiste, leerde ik mensen kennen van wie ik tot dan toe gescheiden leefde. Arme mensen, zwarte mensen. De verteller en Mitko zouden elkaar bovengronds nooit ontmoet hebben.

"Het idee dat er intieme relaties kunnen ontstaan tussen leden van verschillende sociale groepen, is prachtig en radicaal. Ik ben dankbaar voor de mogelijkheden die die plekken scheppen, ze maken mijn wereld groter."

Het zijn gemeenschapsplekken, zegt u.

"Sommige mannen gaan er elke dag heen, zitten op banken en aan picknicktafels en praten met elkaar. Ze kennen elkaar, vertellen elkaar verhalen.

"Tijdens de aidscrisis in de vroege jaren 80 dienden de grote cruisingsites in New York en San Francisco als informatiecentra. Mensen probeerden er te begrijpen wat er aan de hand was, hoe ze elkaar konden beschermen.

"Dat homo's in die grote steden veel sneller wisten wat er aan de hand was dan homo's die in de dorpen woonden, kwam door de snelle verspreiding van informatie op de cruisingplekken. Zelfs op de toiletdeuren in Kentucky stond in graffitiletters geschreven hoe je jezelf kon beschermen tegen het virus. Daar heb ik het geleerd, want op school werd er niet aan seksuele opvoeding gedaan, laat staan dat ik wist waar je een condoom moest kopen. Zelfs in de jaren 90 werden jongeren ziek omdat ze niet voorgelicht waren.

"Ik wil niet beweren dat cruisingspots niet gevaarlijk kunnen zijn. Mocht ik weten dat een van mijn studenten er rondhangt, dan zou ik me ernstig zorgen maken. Maar er gebeuren ook mooie dingen. Ik heb er vaak diepgang ervaren die ik nergens anders vond."

Vandaag is homoseksualiteit niet zo'n taboe meer als toen u jong was. Is het overdreven om te zeggen dat aids daar mee voor gezorgd heeft?

"Hoe vreselijk en tragisch aids ook is, het maakte homoseksualiteit zichtbaar. Al heeft de strijd om de walging en de paniek om te keren in medeleven lang geduurd.

"Kunst en literatuur speelden daar een belangrijke rol in. Het werk van Keith Haring was belangrijk. De memoires van Paul Monette, die in 1995 zelf overleed aan de ziekte, plaveiden de weg voor films als Philadelphia. Dat dwong mensen om voorbij de stereotype denkbeelden over holebi's te kijken en de realiteit te zien. Je zag mensen die in extreme omstandigheden voor elkaar zorgden, die rouwden om hun doden. Het werd erg moeilijk om vol te houden dat homo's niet kunnen liefhebben zoals hetero's.

"Dus uiteindelijk kwam er iets goeds uit aids, men moest onze menselijkheid erkennen. Maar we zijn ook zo veel verloren in die periode. Nu, in het post-aidstijdperk, zie je dat queer life op een bepaalde manier wordt verpakt. Nu portretteert men holebi's zoals hetero's. Dat is vooral bedoeld om mensen te sussen die homoseksualiteit walgelijk vinden. Het is belangrijk dat iedereen voor deze manier van leven kan kiezen, maar daarom moeten we die andere modellen nog niet weggooien, ook al zijn ze misschien radicaler en gevaarlijker."

In uw geval was het maar de vraag waar het echte gevaar schuilde. U werd door uw vader het huis uit gezet om uw geaardheid.

"Ik had het geluk dat mijn ouders gescheiden waren en mijn moeder me in huis nam. Was dat niet gebeurd, dan was ik dakloos geworden, want ik kon nergens anders heen.

"Homojongeren zijn erg kwetsbaar en vaak niet veilig in hun eigen huis; 40 procent van de dakloze tieners in de VS zijn lgbt. Holebi-jongeren lopen drie keer meer kans dan heterojongeren op het plegen van zelfmoord. Toen ik lesgaf in Bulgarije, was ik de enige man die openlijk homoseksueel was. Kinderen die met vragen over hun eigen seksualiteit zaten, kwamen met me praten. De eerste vraag was altijd: is het veilig voor jou om uit de kast te komen?

"De gesprekken die ik met hen had, had ik vroeger zelf ook met iemand moeten hebben. Als kind was ik in het park veiliger dan thuis."

Dat autobiografische deel van het boek wijkt af van de milde en weemoedige vertelstem in de rest van het boek. Het lijkt alsof het er in één gulp uitkwam.

"Dat hoofdstuk is het moeilijkste wat ik ooit heb geschreven. Ik was eigenlijk niet van plan om dat verhaal neer te schrijven.

"Het eerste deel 'Mitko' was af, ik had het in 2011 al gepubliceerd als een novelle. Tot ik op een dag werd gegrepen door een toornige stem in mijn hoofd. Ik stapte een café binnen en begon te schrijven op de achterkant van betaalbewijzen, servetten en andere soorten afval. Ik kreeg het niet genoteerd op een gewoon vel papier, ik moest het eerst in stukjes scheuren. Het was alsof ik mezelf wijsmaakte dat ik iets aan het schrijven was dat ik nadien zou weggooien.

"Toen ik klaar was, heb ik de tekst een jaar in een lade gelegd. Ik kon er niet naar kijken zonder ziek te worden. Ook tikken lukte niet, ik heb dat hoofdstuk uiteindelijk drie keer met de hand moeten herschrijven. Het was een gruwelijke ervaring."

Wat mij het meest aangreep in het boek, is hoe de uitsluiting en de schaamte die uw hoofdpersonage ervoer als jongen, lijnen uitzetten van een patroon dat schuldgevoel en zelfhaat blijft herhalen, en waardoor hij diezelfde pijn, afwijzing en onzekerheid opzoekt in zijn erotische relaties. Op dat moment gaat het niet meer over homoliefde, maar is het een diepmenselijk verhaal over hoe trauma ons vormt.

"Het boek gaat over vreemd zijn en vervreemd zijn. Van een plaats, van de mensen om je heen, maar ook van jezelf. De titel Wat jou toebehoort stelt veel vragen, het gaat over het verhandelen van menselijkheid. Wat is precies van jou? In hoeverre kan iemand voorkomen dat hij geen handelswaar wordt? Als je iemand betaalt voor seks, waar betaal je dan echt voor? Wat geef je iemand als je je lichaam verkoopt? In welke mate is de geschiedenis die ons heeft gevormd van ons? En van wie zijn we zelf? Waar horen we thuis? Is er iets wat ons toebehoort?

"Ik hoop dat dit boek ook toont hoe beide mannen, de verteller en Mitko, werden gevormd door het kapitalisme en het communisme. We worden niet alleen gevormd door trauma, maar ook door de geschiedenis waar we allemaal onderhevig aan zijn."

Beeld rv

Garth Greenwell, Wat jou toebehoort, Atlas/Contact, 224 p., 19.99 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234