Donderdag 24/06/2021

Gevaar: gepensioneerden

Het is ontzettend waardevol dat de Belgische politiek ‘de pensioenen’ als dominant thema ontdekt, en zich niet langer concentreert op pakweg het statuut- en loonsverhoging van de secretaresse van de grote baas van de politie. Tegelijk baart die verenigde aandacht ook veel zorg: omdat de afgelopen week leerde dat de maatschappij van morgen nadrukkelijk aan de ketting ligt van het perspectief van vandaag. Door Walter Pauli

e laatste keren dat de meeste partijen tegelijk de noodzaak voelden om een tot een groot en ‘alomvattend’ politiek akkoord te komen, niet meerderheid tegen oppositie maar over grenzen van de coalities heen, moeten de Sint-Michielsakkoorden van 1992-’93 geweest zijn. Die Sint-Michielsakkoorden kregen destijds overal applaus. En toch: voor een Sint-Michielsakkoord in de pensioenen, bespaar ons Heer.

Vandaag neemt Jean-Luc Dehaene afstand van (delen van) zijn toen als formidabel geprezen hervorming: theoretisch juist, in de praktijk averechts werkend. Zo zouden de gescheiden verkiezingen van een Vlaams en een federaal parlement de beide niveaus onafhankelijker maken: nooit leidde het tot zoveel verwevenheid. Onder paars-groen kwamen daar nog eens de provinciale kieskringen en de kiesdrempel bij, tegen de politieke versnippering. Nooit werd de versnippering groter, nooit werden de grote partijen kleiner.

Bij de pensioenen dreigt dat weer zo te zijn: de politiek voert een fundamenteel debat, maar ziet niet dat sommige nochtans fundamentele inzichten de neiging hebben om sneller te verouderen dan de gepensioneerden zelf. En dat komt door een wurgende Wetstraatdynamiek, waar de eerste misstap uitnodigt tot een verdere faux pas.

Stap één: alle partijen legden de voorbije weken een ei rond de pensioenen, en telkens zorgden ze dat dit 'nieuws' was. Caroline Gennez (sp.a) gaat voor de tweede pijler, Alexander De Croo (Open Vld) mikt op een ‘loopbaanrekening’ met minder gelijkgestelde dagen, Marianne Thyssen (CD&V) haalde het nieuws met haar zelfs in eigen partij vaak verkeerd begrepen voorstel om 45 jaar lang te werken, Groen!-voorzitter Wouter Van Besien wil een sterkere eerste pensioenpijler en ‘hogere lagere’ pensioenen, en premier Yves Leterme was fier dat hij kon aankondigen dat men ook na 65 jaar zou mogen werken.

In al die voorstellen zal, zeker vanuit het gezichtspunt van die partijen, veel behartenswaardigs zitten. Maar het blijft ook een feit dat álle partijen hun inzet in het pensioendebat zo regelden dat het de voorpagina’s van de kranten haalden, de tv-journaals, en natuurlijk ook Terzake. Dat was de primaire bedoeling: het dagjesnieuws domineren (negatief uitgedrukt), de kiezer tonen waar we staan (al positiever gezegd). Misschien is anders doen onmogelijk in het huidige politico-mediatieke complex. Maar tegelijk blokkeert die positionering van in het begin het debat. Kan Marianne Thyssen nog terugkomen op het cijfer 45? Quid met Groen!, met hun eerste, en de sp.a met hun tweede pijler: zijn die niet gedoemd om vliegen van elkaar af te vangen?

Het is zelfs niet de vraag of het anders kan. Het móét anders. Dat leert de genese van onze moderne sociale zekerheid. Die kwam er nadat Achiel Van Acker nog tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim patroons en vakbonden rond de tafel kreeg. Op 24 april 1944 leidde dat tot het ‘ontwerp van overeenkomst tot sociale solidariteit’, het beroemde Sociaal Pact. Let vooral op de datum: 24 april 1944. Dat is dus nog voor de landing in Normandië, op 6 juni 1944. De sociale zekerheid werd hervormd in een land zonder vrije pers.

Even cynisch wezen: wellicht was dat essentieel. Omdat een akkoord dat resoluut mikt op het algemeen belang er slechts kan komen als geen enkele onderhandelaar voor de galerij speelt. In de lente van 1944 kon men geen politieke spelletjes spelen, want er waren geen partijen. Men dacht niet aan lekken, want er was geen vrije pers om die te noteren. Men kon geen electorale bijbedoelingen hebben, want er waren geen vrije verkiezingen.

Dit is natuurlijk geen pleidooi tegen freedom of speech. Het is wel een vaststelling dat het pensioendebat, anders dan toen, op zijn kop begint: met concrete voorstellen in de media, met politieke strijd. Terwijl het Sociaal Pact - we citeren even wijlen Herman Deleeck - juist “een grote sprong voorwaarts” was omdat de betrokkenen het éérst eens geraakten over “een totaalvisie op solidariteit”. Vandaar gingen ze dan naar het specifieke, concrete. Niet omgekeerd.

Stap twee: zo wordt de agenda van dit nochtans intergenerationele ‘pensioendebat’ van in het begin blootgesteld aan het schokkende ritme van de actualiteit. Als het davert bij Opel, staat het brugpensioen of de ontslagpremie hoger op de agenda dan de dag voordien. Dat leidt tot een dynamiek waarin alle problemen door elkaar gehusseld worden, waar grote basislijnen en praktische vertalingen ervan in elkaar geknoopt raken.

Waarom hervormen we de pensioenen? Om die collectief betaalbaar te houden? Om ons een beter inkomen op hoge leeftijd te garanderen? Of, zoals het nu lijkt, om meer volk aan het werk te krijgen en de economie draaiende te houden, zonder te veel extra immigratie? Van alles een beetje, maar enige zinvolle rangorde der dingen zou toch welgekomen zijn. Als we de activiteitsgraad omhoog willen - en dat móét - lijkt het redelijk om eerst de werk-lozen aan het werk te krijgen. Dan de (jongste) bruggepensioneerden: een misleidende term, want eigenlijk zijn dat oudere werk-lozen, geen jeugdige gepensioneerden. En ten slotte: de 60- of zelfs 65-plussers.

Zeker in een land met de ongeveer akeligste werkloosheids- statistiek bij jonge allochtonen in West-Europa lijkt die volgorde dwingend. Zeker omdat demografen leren dat er de volgende decennia alleen maar méér jonge ‘allochtonen’ zullen zijn. Tenzij de overheid haar centen liever investeert in de bouw van nieuwe gevangenissen dan bijvoorbeeld het optrekken van het lage wettelijke pensioen tot het niveau van vergelijkbare Europese partners (soms lijkt het daar inderdaad op).

Dat is zeker geen mordicus ‘neen’ tegen een verlenging van de beroepsloopbaan. Toen het wettelijk pensioen op 65 werd ingevoerd lag de gemiddelde levensverwachting voor de man op goed 64. De gemiddelde arbeider was dus redelijk ‘op’ rond zijn 65ste. Vandaag beschouwen zestigers zichzelf als ‘jonge senioren’ en hopen ze tot ver na hun tachtigste op een actief leven.

Dat zij die willen en kunnen blijven doorwerken: waarom niet? Zolang we hen maar niet blind dwingen. Want ook hier veranderen de zogezegd fundamentele inzichten tegen enig tempo. In de jaren zeventig voerde men in dit land ineens leeftijdsgrenzen in. Na 1968 leefde de idee dat de jeugd (en die alleen) de toekomst had. Voor het eerst moesten de universiteitsprofessoren verplicht op emeritaat - dat is een duur woord voor ‘proffenpensioen’. Protest bij de grijsaards, die knorden dat ze tot intellectuele inactiviteit werden veroordeeld. De publieke opinie hoonde hen weg als oude heertjes die zich vastklampten aan verworven posities.

Amper één generatie later staat ‘de waarheid’ op zijn kop, en met evenveel aplomb als destijds bouwen wetenschappers en opinie-makers nu de omgekeerde inzichten van toen rond. Nu móéten we langer actief blijven. Daarmee is niet gezegd dat het toen juist en nu fout zou zijn, of omgekeerd. Wel dat men vandaag best nadenkt over de neveneffecten voor later.

Want, stap drie: we leven in een periode waarin elke partij vol zelfvertrouwen nieuwe inzichten poneert, maar daarbij collectief vergeet op de eigen ideeën de ‘Johan Cruijff’-proef toe te passen. U weet wel, dat fundamentele inzicht: elk voordeel heeft zijn nadeel.

Voorbeelden? Wie de 65-plussers massaal aan het werk wil houden tot hun 67ste of zo, zal toch weten dat dit én de arbeid duurder zal maken, én de productiviteitsgraad zal doen dalen. Duurdere arbeid omdat oudere arbeiders nu eenmaal nooit bij de goedkoopste werknemers horen, als men ze gemotiveerd wil houden. En natuurlijk wat minder productiviteit: een 67-jarige metser klimt niet zo vaardig op de stellages als zijn kleinzoon van 19. De modale werkgever beseft goed dat zulks niet kan (vandaar die aanhoudende uitstoot van oudere werknemers), veel politici en opiniemakers gaan daar gemakshalve aan voorbij.

Erger: zelfs maatregelen die niet eens zo gek lang geleden (tijdens paars-groen bijvoorbeeld) genomen werden om de productiviteit op te krikken, lijken nu onder vuur te liggen. Een voorbeeld. In dit land krijgen verpleegkundigen vanaf hun 45ste (!) een VAT-regeling - Verkorting Arbeids Tijd - die op hun 50ste en 55ste in stapjes wordt uitgebreid. Die is ingevoerd om de grote uitstroom van ‘oudere’ verpleegkundigen in te dijken, juist wegens hun slopende beroep. De VAT behoort tot de zogenaamde ‘gelijkgestelde dagen’: dagen waarop men niet werkt en die toch meetellen in de berekening van het pensioen.

Verschillende partijen (LDD van Jean-Marie Dedecker, Open Vld van Alexander De Croo) willen die gelijkgestelde dagen weg: ze ondergraven de solidariteit, de samenleving moet niet betalen voor persoonlijk comfort. In dit geval riskeren de oudere verpleegkundigen dus een extra sanctie, juist omdat ze actief bleven. Het is een pervers neveneffect van een in se eerbaar inzicht. Mag het gezegd worden? Niet alle gelijkgestelde dagen, niet elke arbeidsduurverkorting dienden voor een cursus macramé.

Stap vier: in deze activeringshysterie klinkt die andere argumen-tatie nauwelijks door. Er zijn soms intrigerende overeenkomsten tussen het discours van een Alexander De Croo en een Frank Vandenbroucke. De actieve Vlaming wordt verengd tot een homo faber, een werkende mens. ‘Werk’ is dan: betaalde arbeid.

Valt bijvoorbeeld tussen wal en schip: de combinatie arbeid en gezin. Weze het nieuwe en vaak precaire eenoudergezinnen (versta: een vrouw alleen met kinderen, in het beste geval van dezelfde man), weze het ‘klassieke’ gezinnen waarvoor ouders (versta: vrouwen) inderdaad even de arbeidsmarkt hebben verlaten, niet uit een new age-achtige zucht naar zelfontwikkeling, maar omdat kinderen niet alleen centen, doch ook enige aandacht nodig hebben. Moet dat gesanctioneerd met ofwel een kleiner, ofwel een later pensioen?

Welk maatschappijmodel hebben de pensioenhervormers eigenlijk voor ogen? Iedereen voortdurend aan het werk? Wie intussen voor de kinderen zorgt? Niet meer de grootouders. De jonge opa’s en oma’s zullen verdwenen zijn, want er is geen brugpensioen meer. De wat oudere bomma en bompa zullen vaak ook ná hun 65ste naar de fabriek of het kantoor moeten. Schrap dus al die informele en zeer ‘gratis’ (voor de overheid) zorg van grootouders die kinderen opvangen, die op hun ziek kleinkind passen op schooldagen, die op woensdagmiddagen paraat staan: ze zijn straks ‘aan het werk’.

Maar werkte deze ‘sandwichgeneratie’ van actieve ouderen dan niet? Zorg voor de kleinkinderen en de 80- of 90-jarige overgroot-ouders, zo lang dat nog ging. Het alternatief is redelijk duidelijk: de overheid zal straks nog veel zwaarder moeten investeren in (naschoolse) kinderopvang en ouderenzorg, zeker in een razendsnel vergrijzend Vlaanderen. Misschien mag de prijs van dergelijke neveneffecten ook eens berekend worden.

Dit is géén pleidooi om géén pensioendebat te houden. Het is een oproep om het beter te doen. We staan niet voor een hervorming met de allure van een Sint-Michielsakkoord, maar voor een nieuw Sociaal Pact. Als het minder is, is het slechter, en is de kans groot dat men meer kwaad dan goed doet. Inzake kiesdrempel, tot daar aan toe, dat stremt hoogstens de Wetstraat. Inzake pensioenen kan het een sociale ramp zijn.

Ja dus aan een globale en ernstige hervorming. Met de politieke moed die zoiets vereist, maar ook met de nodige wijsheid en wat menselijk mededogen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234