Zondag 12/07/2020

Geuzebrouwer met een neus voor champagnevoetbal

Constant Vanden Stock 1914-2008

Met de zaterdag overleden Constant Vanden Stock (93) verliest het Belgische voetbal een van de meest markante persoonlijkheden uit haar geschiedenis en Anderlecht haar meest succesvolle voorzitter. Een geuzebrouwer die zijn club leidde als zijn bedrijf: streng, met veel geld, maar ook altijd bekommerd om de kwaliteit van het product dat hij aan de man wilde brengen. Net zoals zijn Belle-Vue moest Anderlecht smakelijk maar karakteristiek voetbal brengen.

Door Walter Pauli

Bij leven en welzijn was de minzaam ogende Constant Vanden Stock allerminst een doetje, maar een gehaaid zakenman, een keiharde werker en een clubvoorzitter die als het nodig was geen last had van overdreven complexen. In zijn eigen 'memoires', die hij door Hugo Camps liet optekenen, laat Constant Vanden Stock zich ook niet betrappen op valse vleierij of het versuikeren van een soms bitter verleden. Waarom zouden we het dan wel doen bij zijn eigen heengaan? Waarom schrijven: 'Constant Vanden Stock was de man die Anderlecht groot heeft gemaakt'? Dat klinkt zeer piëteitsvol, maar Vanden Stock senior zelf wist als geen ander dat dit nonsens was.

Als hem één eretitel toekomt, dan deze van de man die Anderlecht groter kon maken, de voetbalkenner die Anderlecht hoger deed reiken dan eender andere club gedaan had en later nog zou doen. Op KV Mechelen na, zij het slechts gedurende een seizoen of drie onder het mecenaat van John Cordier. Vanden Stock deed Anderlecht minstens tien jaar meedraaien op het hoogste Europese niveau. Sindsdien is er in het Constant Vanden Stockstadion (voor hem 'Astridpark' of 'Stade Emile Versé' geheten) een permanente nostalgie naar die gouden jaren. Het is een gevoel dat fierheid mengt met weemoed en gelatenheid: 'dit komt nooit meer terug'.

Het is een gevoel dat clubs als Ajax of Bayern München niét hebben. Goed, de kans is klein dat de Amsterdammers of de Beieren ooit nog eens drié Europese competities op rij zullen winnen, zoals Cruijff en co. dat deden in de periode 1971-73 en Beckenbauer en maats vervolgens tussen 1974 tot 1976. Maar Ajax won (onder van Gaal) wel nog de Champions League, net zoals Bayern München bij herhaling Europese hoofdprijzen afschoot.

Maar Vanden Stock begon niet van scratch af, noch bepaalde hij de huisstijl van de mauve-et-blancs. Integendeel, toen hij - in etappes - Anderlecht in handen kreeg, was dat al de beste voetbalclub van België, met de grootste spelers, een fantastisch palmares, en meer (Europese) ambities die wie ook. Dat was grotendeels het werk van Eugène Steppé, de manager (toen nog 'secretaris' geheten) van Anderlecht in de jaren vijftig en zestig. Vandaag is die naam vergeten en lijkt ook Anderlecht zelf de eigen geschiedenis of alleszins het eigen succes te laten samenvallen met de komst van Vanden Stock.

Toch zijn de twee meest legendarische Anderlechtspelers ooit mannen uit de pre-Vanden Stocktijd: Jef Mermans - de man die Anderlecht groot maakte - en Paul Van Himst - de man die Anderlecht zijn stijl schonk. En dan vergeten we maar snel historische namen als Martin Lippens, Jef Jurion, Jan Mulder, Wilfried Puis, Laurent 'Lorenzo' Verbiest, Pierre Hanon, Georges Heylens, Pummy Bergholz of Kialunda: allen pre-Vanden Stock. Al was het natuurlijk wel Vanden Stock die als jeugdcoördinator de achtjarige snotneus Van Himst zijn eerste aansluitingskaart bij paars-wit liet tekenen.

Voor Vanden Stock zijn intrede maakte, was de huisstijl van Anderlecht al verzorgd, aanvallend voetbal. Pierre Sinibaldi, de paars-witte trainer in de jaren zestig, perfectioneerde dit voor paars-wit zo kenmerkende glamoureuze spel, dat te veel leek op vakantievoetbal: oogstrelend, maar gratuit.

Tenminste: tegen buitenlandse topclubs. In België zelf had Anderlecht in de hoogdagen van Steppé geen tegenstander die naam waard. Zowel in de jaren vijftig als zestig zou Anderlecht per decennium zés maal kampioen spelen. Dat zou nadien vader en zoon Vanden Stock nooit meer lukken. Maar Europees waren de successen veel sporadischer. Er is eigenlijk maar één echte uitzondering, toen Anderlecht in 1962-1963, middels een dodelijk precies atoomschot van de onvolprezen Jef Jurion, het grote Real Madrid uitschakelde. Het was Anderlecht dat bij 'de koninklijke' de doodstraf voltrok van de keizerlijke generatie van Di Stefano en Puskas.

Maar dat was de uitzondering. Eind jaren zestig raakte de motor van Anderlecht aan het sputteren. Drie keer op rij werd Standard Luik landskampioen en in het verre West-Vlaanderen bleek Club Brugge een geduchte en vooral ambitieuze rising star. En zo dook ook Constant Vanden Stock op in de clubgeschiedenis van het Belgische voetbal. Niet dat geuzebrouwer Vanden Stock een onbekende was. Hij was in de jaren dertig zelf een verdienstelijk speler geweest bij Anderlecht en Union en hij kreeg nationale bekendheid toen hij van 1958 tot 1968 'selectieheer' werd van de Rode Duivels.

Vandaag zijn er zelfs die Vanden Stock om dat werk roemen, terwijl de Rode Duivels zich destijds voor geen enkel belangrijk toernooi plaatsten. Daarvoor hadden ze dat wel gedaan (ze speelden een verdienstelijk WK in 1954, met een toen spraakmakend gelijkspel tegen het Engeland van Stanley Matthews). En vanaf het ogenblik dat Vanden Stock in 1968 de fakkel doorgaf aan bondstrainer Raymond Goethals, speelden de Rode Duivels ineens een niveau hoger: plots wel erbij op het WK Mexico 1970, een halve finale op het EK 1972 en onterecht niet-gekwalificeerd voor het WK 1974.

Maar toen had Constant Vanden Stock zijn loopbaan in de voetbalbond al teruggeschroefd en koos hij voortaan voor één club met ambitie. Dat paste namelijk beter bij zijn eigen eerzucht, bij zijn mentaliteit van leider van een familiebedrijf ook. Daar wordt geen 'politiek' bedreven en worden amper compromissen gesloten. Daar is er maar één de baas. Die moet niet 'président' genoemd worden, 'monsieur' volstaat. En die laat zijn elftal zich ook als een mijnheer gedragen.

Inderdaad bleek Constant Vanden Stock op clubniveau iets te kunnen wat alleen de grootsten gegeven is: een neus voor talent ontwikkelen, voor goede aankopen en zo de ploeg structureel op een hoger niveau tillen. In Club Brugge slaagde hij er bijvoorbeeld niét in de andere dirigenten te overtuigen van de komst van Wilfried Van Moer, de strateeg van Beveren. Een beetje tegen zijn zin vertrok Van Moer dan maar naar Standard, waar hij de motor werd van de ploeg die daarna drie keer op rij landskampioen werd.

Hij attendeerde Brugge wel op een jonge Nederlandse aanvaller van de Amsterdamse club DWS, een wat schuchtere man die toch al zijn selectie voor Oranje verdiend had. En zo debuteerde Rob Rensenbrink in 1969 in de Belgische competitie bij Club Brugge. Maar dat jaar vertrok Constant Vanden Stock naar de ploeg waarvoor hij dertig jaar eerder gevoetbald had: RSC Anderlecht, een grootheid die even op haar adem trapte.

Dat kwam, ontdekte Vanden Stock, omdat Anderlecht aan dezelfde ziekte van heel Brussel leed: het kon de tering niet naar de nering zetten. Anderlecht leek op Sabena onder Carlos Van Rafelghem, op de Belgische staat onder opeenvolgende CVP-BSP-PVV-regeringen in de jaren zeventig, op zoveel 'nationale culturele instellingen' die uitgerekend in die gouden welvaartsjaren niet meer mee konden met hun tijd. Onder Steppé genoot Anderlecht van de eigen grandeur, maar het had chronisch geldgebrek en de accomodatie was afgeleefd en niet mee met de tijd. Steppé had nood aan geld om overeind te blijven. Vanden Stock hàd geld, bood het hem ook aan, maar werkte de zogezegd almachtige secretaris buiten zo snel als hij kon. Eén baas, één die de inhoud van het sportieve brouwsel bepaalde.

Vanden Stock deed dat met een merkwaardig voetbalintellect en gezond verstand. De vedetten van paars-wit hadden toen de spottende bijnaam van de 'madammen' van Anderlecht - de echte venten van die tijd speelden bij Standard: Piot, Dewalque en co. Vandaar dat de eerste transfers waarin Vanden Stock een hand had, die waren van 'dienende' spelers, zoals Jean Dockx (van Racing White) en Jan Verheyen (van Beerschot), mannen met een precieze, zelfs verfijnde techniek die ook konden bikkelen. Het was het begin van een niet-aflatende stroom binnenlandse transfers. Al heel vroeg kocht hij de amper 16-jarige Ludo Coeck over van Berchem, een linksvoetige met een dromerige pass en een afstandsschot dat stadia in vervoering bracht. Hij had bij Club Brugge zijn ogen goed de kost gegeven en haalde niet alleen de Nederlandse aanvaller Rob Rensenbrink weg, maar ook de technisch bedreven centrale verdediger Erwin Vandendaele. Uit het Brabantse ommeland kregen lokale lefgozers hun kans: Swat Van Der Elst, Hugo Broos, Gilles Van Binst, even later ook Franky Vercauteren.

En met zijn grote kennersoog pikte hij bij de ijzeren defensie van Standard de enige man weg die, ondanks zijn logge lijf, ook nog eens een onverwachte snelheid combineerde met voetbalintellect en een scherpe trap: Jean Thissen. Maar de ploeg werd pas echt compleet toen Vanden Stock ook buiten de landsgrenzen keek. Minstens zo belangrijk als de komst van de Nederlander Rob Rensenbrink was die van middenvelder Arie Haan. Bij het grote Ajax was Haan, een van de sterkhouders van Oranje op het WK 1974, door een ruzie op een zijspoor geraakt. Vanden Stock pikte de Ajax-vedette op en liet hem ondanks een stuitend overgewicht debuteren. Na een minder debuut bleek Haan een absolute voltreffer.

Ineens kon ook Anderlecht Europese bekers winnen. En niet zomaar zuinigjes. De eerste, de Beker voor Bekerwinaars, kwam er in 1976 na een 4-2 tegen West Ham. Het jaar erop won Anderlecht de Supercup na een grandioze 4-1 tegen Bayern München. In Anderlecht in Europa legt auteur Rudy Nuyens uit dat deze partij het einde betekende van de generatie Franz Beckenbauer-Gerd Müller-Sepp Maier, hoe in München de fakkel doorgegeven wordt aan de generatie-Rummenigge. Datzelfde jaar 1977 verliest Anderlecht de Europese finale met 2-0 van Hamburg. Nog een jaar later speelt Anderlecht zijn derde Europese finale in evenveel jaar, en nu gaat Austria Wien met 4-0 de boot in. En het jaar nadien wint paars-wit andermaal de Supercup, dit keer door in de heenronde het grote Liverpool van Ray Clemence en Emlyn Hughes met 3-1 af te troeven.

Onder Constant Vanden Stock was Anderlecht uitgegroeid tot een van de beste Europese clubelftallen. Met dit ene manco dat uitgerekend in die jaren geen enkele landstitel werd behaald, want het Club Brugge van Ernst Happel was elk jaar nét te sterk. Dat veranderde pas toen Vanden Stock in 1980 Ivic aanstelde als nieuwe trainer. Met zogezegd 'verdedigend' voetbal walste hij na verloop van tijd over alles en iedereen heen. En ook hier gold weer die mix van de aankoop van een paar bepalende buitenlanders, zelfs vedetten (de Deen Morten Olsen), binnenlandse toppers (Erwin Vandenbergh, René Vandereycken, Juan Lozano) en na verloop van tijd weer eigen talent. Het zou niet lang meer duren of Enzo Scifo, Georges Grün en Stéphane Demol debuteerden. Een generatie die de laatste Europese beker, de Uefacup in 1983, won tegen Benfica.

Voetbalkennis was één factor in het succes van Vanden Stock. Het was echte liefde voor het spel. Vanaf de jaren zeventig verruwde het spel zichtbaar, werd het defensiever en minder creatiever en bij scheidsrechters en clubleiders was er nog geen mentaliteit om die trend om te buigen. Tegen beter weten in wedde Vanden Stock op attractief, technisch spel, zij het gestoeld op fysieke paraatheid.

Mensenkennis was een andere troef. Zijn beslissing om het dagelijkse beheer toe te vertrouwen aan Michel Verschueren, de manager van aartsvijand RWDM, bleek een gouden greep. Samen bouwden ze de eerste loges en business seats in België. De omstandigheden zaten toen wel mee. Vanden Stock leefde in de tijd van 'het Brussel van Vanden Boeynants', toen voor de legendarische PSC-politicus en zijn zakenvrienden als Charly De Pauw the sky the limit leek en waar, om dat hoge doel te bereiken, niet moeilijk werd gedaan over een wat aparte omgang met belastingsgeld. Anderlecht ging dus niet vrijuit in de beruchte belastingszaak-Bellemans en liep later Europees tegen de lamp toen bleek dat Constant Vanden Stock in 1984 voor de cruciale halve finale tegen Nottingham Forest geld had 'geleend' aan de Spaanse scheidsrechter Eugenio Guruceta. In 1987 verongelukte die in duistere omstandigheden.

Tot die periode sloten de belangrijkste competities (Spanje, Italië...) zich nog geheel of gedeeltelijk af voor buitenlandse transfers. Toen dat veranderde, ten laatste na het Bosmanarrest, was het rijk van Vanden Stock uit. Ook al herhaalde Anderlecht de oude recepten: enige doorstroming uit de eigen jeugd (Walem, Kompany en etcetera), het aankopen van de beste Belgische spelers (Nilis, Degryse, De Bilde...) en af een toe een buitenlander met meerwaarde, toch bleek de Europese top te hoog gegrepen.

Constant Vanden Stock heeft met Anderlecht een zeldzaam spoor getrokken door Europa. Amper één Belgische club deed hem dat na: KV Mechelen, dat ook de Beker der Bekerwinnaars won (tegen Ajax), en nadien ook de Supercup (tegen PSV). Vanden Stock reageerde furieus: hij kocht Mechelen letterlijk leeg: alle sterkhouders transfereerde hij naar zijn eigen ploeg, tot trainer Aad De Mos toe. Toen dat niet meer kon, werkte het systeem-Vanden Stock niet langer. Alle voetbalkennis ten spijt, blijkt ook voor Constant Vanden Stock en zijn erven de grootte van het kapitaal de meest doorslaggevende factor in het najagen van Europees succes.

Anderlecht paste bij Constant

Vanden Stocks eerzucht en mentaliteit als leider van een familiebedrijf

Anderlecht paste bij zijn eigen eerzucht en bij zijn mentaliteit van leider van een familiebedrijf.

Voetbalkennis was één factor in het succes van Vanden Stock. Het was echte liefde voor de bal. Soms tegen beter weten in bleef Vanden Stock wedden op attractief, technisch spel, zij het gestoeld op fysieke paraatheid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234