Donderdag 05/08/2021

Commissie aanslagen

Getuigenis over chaotische coördinatie Brussels Airport roept nieuwe vragen op

null Beeld belga
Beeld belga

Hoewel de onderzoekscommissie naar de aanslagen stilaan klaar leek met het luik hulpverlening, zijn er nieuwe onduidelijkheden opgedoken. Brandweercommandant Dirk Keymolen van zone Vlaams-Brabant West schetste een chaotisch beeld van de gebrekkige coördinatie op Brussels Airport, dat verschillende commissieleden met bijkomende vragen opzadelde. Ook het doorgeven van het bevel tot sluiting van de Brusselse metro op 22 maart blijft voor discussie zorgen.

De Dir CP-Ops stond al vaker centraal in het graafwerk van de onderzoekscommissie. Het is de leidinggevende die op het terrein de coördinatie moet verzekeren tussen de verschillende hulpdiensten. Op 22 maart was echter allerminst duidelijk wie die cruciale rol speelde.

Wie minstens even Dir CP-Ops was, is Keymolen. Hij was immers de hoogste brandweercommandant in rang. Keymolen besliste met zijn zonecommandant echter al snel dat de algemene coördinatie bij terreur geen taak is voor de brandweer. Volgens hem kwam omstreeks 10 uur - dus twee uur na de explosies - ook bevestiging dat een commissaris van de politie was aangeduid.

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

"Ik heb die persoon fysiek echter nooit gezien, hij heeft zich nooit kenbaar gemaakt", voegde de brandweercommandant daar meteen aan toe. Iets wat bij heel wat parlementsleden de wenkbrauwen deed fronsen. "Waarom blijft u dan zelf geen CP-Ops, minstens tot uw opvolger effectief overneemt? ", wierp sp.a-fractieleider Meryame Kitir op. Onmiddellijk werd ze bijgetreden door Peter De Roover (N-VA), Servais Verherstraeten (CD&V) en anderen.

"In de feiten ben ik blijven coördineren, maar dus zonder de titel te dragen", verzekerde Keymolen. Zo riep hij extra middelen en ziekenwagens op, deelde hij het terrein in zones in en vroeg hij sweeping van de gebouwen met militairen.

Niettemin stond voor de brandweerman buiten kijf dat de politie de leiding in handen moest hebben. "Het ging om terreur. We zijn daar drie keer moeten gaan lopen voor ons leven bij meldingen van mogelijk gevaar, dus voor ons was dit zeer duidelijk", klonk het.

Onduidelijkheid rampenplan

Keymolen stipte trouwens nog een reeks pijnpunten aan. Dat het provinciale crisiscentrum verspreid zat tussen Leuven en de luchthaven bijvoorbeeld. Gouverneur Lode De Witte zei eerder al dat hij beslist had in Leuven te blijven, omdat het tijdens die eerste cruciale uren in de spits te lang zou duren om ter plaatse te geraken. "Daardoor werden echter beslissingen genomen in Zaventem waar de gouverneur niets van afwist, en vice versa."

Bovendien waren Keymolen en zijn brandweermensen ook niet op de hoogte van de afkondiging van de provinciale fase van het rampenplan. Nochtans was dat volgens anderen een automatisme of toch vrij snel gebeurd. Uiteindelijk vroeg de commandant uit voorzorg zelfs om het gemeentelijke rampenplan op te starten, niet wetende dat men al in de provinciale fase zat.

Groen-Kamerlid Stefaan Van Hecke toonde zich erg verbaasd over het relaas van Keymolen. "Veel zaken die me duidelijk waren tot vanmiddag zijn plots niet meer duidelijk", besloot hij.

Ook het oproepen van extra ziekenwagens dook opnieuw op. Keymolen uitte zijn frustratie dat het Leuvense hulpcentrum enkel bijkomende ambulances wilde sturen op vraag van de medische leidinggevende. "Als ik dat als officier vraag, doen ze dat niet." Daarom hebben we zelf extra ziekenwagens gestuurd. En hebben we intussen gevraagd om die procedures aan te passen. Want een brandweerofficier vraagt dat ook niet zomaar."

Communicatieproblemen

De medische coördinator - de Dir Med - heeft Keymolen trouwens ook nooit gezien. Al toonde hij er wel begrip voor dat die na zijn aankomst op de vooruitgeschoven medische post besloot om daar hulp te blijven bieden. "Dat is menselijk."

Veel problematischer was volgens Keymolen het totale gebrek aan coördinatie en communicatie met de Brusselse brandweer. "Zij hebben goed werk gedaan, ze waren niet overbodig. Maar er was geen overleg tussen Vlaams-Brabant en Brussel. Het was niet duidelijk wat die mensen van Brussel kwamen doen. Er is ook niemand komen vragen: 'Wat kunnen we doen? '"

"Nochtans is de afspraak duidelijk dat wie versterking gaat leveren in een andere zone zijn communicatiekanalen aanpast. Brussel heeft dat niet gedaan, waardoor we geen contact hadden", hekelde hij nog. "Dat was moeilijk werken. Op bepaald moment stonden brandweervoertuigen in de weg. Ik wilde die weg, maar kon niemand contacteren."

Ander pijnpunt was tot slot dat - volgens Keymolen - in de praktijk enkel de brandweer gebruik maakte van de multidisciplinaire communicatiegroep die normaal moet worden opgezet bij rampen. Het Leuvense hulpcentrum had daar volgens hem geen tijd voor.

null Beeld REUTERS
Beeld REUTERS

Sluiting van de Metro

Ook het doorgeven van het bevel tot sluiting van de Brusselse metro op 22 maart blijft in de onderzoekscommissie voor discussie zorgen. Nadat het crisiscentrum begin deze maand naar de politie wees, schoof ook die vandaag de verantwoordelijkheid af. De bal werd weer richting Brussels Gewest gekeild.

Wie had wie moeten waarschuwen over de sluiting van de Brusselse metro? De aanslag in station Maalbeek voorkomen was hoogstwaarschijnlijk sowieso onmogelijk, maar onrustwekkend is niettemin dat het bevel pas om 9u23 op het terrein geraakte. Of ruim een half uur nadat minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon dat bevel gaf.

"De formele verwittiging van de MIVB is geen taak van de politie", onderstreepte directeur Herbert Veyt van de Directie Operaties van de bestuurlijke politie (DAO). "De formele bekendmaking van een maatregel die bepaalde uitvoeringen vereist door externe diensten gebeurt niet door de politie, maar door de bevoegde overheden." "In dit geval het Brussels Gewest dus."

Hulpdiensten bij het metrostation in Maalbeek op 22 maart. Beeld photo_news
Hulpdiensten bij het metrostation in Maalbeek op 22 maart.Beeld photo_news

"Geen taak van de politie"

Nochtans had topman Alain Lefèvre van het federale crisiscentrum begin deze maand in de commissie duidelijk gesteld dat de federale politie het bevel had moeten doorgeven. Zo is het ook afgesproken in een protocol dat in oktober 2015 werd afgesloten met de MIVB, zei hij.

Maar dat sprak Veyt met klem tegen. Dat protocol gaat over operationele afstemming tussen partners op hetzelfde niveau, niet over de communicatie van strategisch genomen beleidsmaatregelen, argumenteerde hij. Intussen is dat uitgeklaard. Een nieuw noodplan van de MIVB - dat dateert van 24 mei - stelt volgens Veyt "heel duidelijk" dat de hoge functionaris van het Brussels Gewest instaat voor de verwittiging van de MIVB in geval van sluiting.

null Beeld belga
Beeld belga

Dat deed echter vragen rijzen bij CD&V'er Servais Verherstraeten. "Dat de Brusselse hoge functionaris nu in het noodplan wordt opgenomen, wijst dat erop dat er iets is fout gelopen? Was er sprake van een lacune, waardoor nu plots de hoge ambtenaar geëxpliciteerd moest worden? "

Volgens Veyt niet. In de praktijk loopt het volgens hem steeds zo. Ter illustratie haalde hij een hele reeks andere instellingen aan - zoals de NMBS, de Antwerpse haven en de scholen in het hele land - die ook niet door de federale politie werden verwittigd. "Want als we de redenering doortrekken, zou zoiets betekenen dat de federale politie ook de sluiting van kerncentrales zou moeten doorgeven, wat toch niet logisch zou zijn", vindt Veyt.

"Geen omwegen"

Dat deed commissievoorzitter Patrick Dewael (Open Vld) dan weer verbaasd opkijken. "Stel dat alle scholen moeten sluiten. Gaan we dat dan via alle bestaande netten - katholiek, Freinet, Steiner, gemeenschapsonderwijs, ... - vragen? Dat is toch pure kafka. Ik denk dat we dan kostbare tijd verliezen", wierp hij op. "Rechtstreekse lijnen zijn nodig. Zet desnoods de politieke verantwoordelijken in CC, maar dat moet rechtstreeks naar de MIVB gaan en niet via allerlei omwegen. Hier moeten we dringend zien uit te geraken, want het is perfect denkbaar dat het in de toekomst wel eens een kwestie van minuten zou zijn."

Veyt had alvast oren naar de oprichting van een extra cel binnen het federale crisiscentrum om de uitvoering en opvolging van beslissingen te verzekeren. Verschillende leden van de onderzoekscommissie spraken zich al uit in die zin. "Want het kan wel zijn dat alles perfect via het boekje verliep, maar dan is er iets fout met het boekje", zo vatte Stefaan Van Hecke (Groen) samen.

null Beeld Photo News
Beeld Photo News

Begrip

Veyt drong wel aan op begrip. De Brusselse metro was immers maar één van de vele sites die OCAD, het orgaan voor de dreigingsanalyse, als mogelijke doelwitten had aangestipt. "Ook voor de internationale stations, luchthavens, kerncentrales en de Antwerpse haven was sprake van "een gelijke, imminente dreiging". "En op dat moment was het niet mogelijk om enige prioriteit te stellen op vlak van dreiging."

Bovendien zijn crisissituaties per definitie erg chaotisch en moet er op korte tijd heel veel gebeuren.. "We moeten realistisch zijn. Als er sprake is van meervoudige aanslagen en een hele reeks maatregelen die gecommuniceerd moet worden, dan kruipt daar jammer genoeg veel tijd in", besloot Veyt. "Want je moet ook vermijden dat informatie verloren gaat of mis geïnterpreteerd wordt."

De politieman hielp trouwens nog een twistpunt de wereld uit. Zo had directeur Jo Decuyper van de spoorwegpolitie destijds aangeklaagd dat de beslissing tot sluiting van de metro in zijn persoonlijke mailbox was terechtgekomen, terwijl hij op dat moment uiteraard niet achter zijn computer zat. Even voordien was al een radiofonisch bericht met dezelfde boodschap naar alle communicatie- en informatiecentra (CIC) van de politie vertrokken, verzekerde hij. "De mail was dus louter een parallelle en informatieve bevestiging." Het radiofonisch bericht in het Nederlands en het Frans uitsturen, duurde 3 minuten en 29 seconden, gaf Veyt nog mee.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234