Dinsdag 21/01/2020

Getuigenis Olivier Trusgnach werkte inspirerend

Brussels parket trachtte 'zaak-Di Rupo III' in maart van vorig jaar nog te reactiveren

BRUSSEL.

EIGEN BERICHTGEVING

In de nasleep van de zaak-Di Rupo hebben er eind 1996 nog minstens twee onderzoeken plaatsgehad inzake verdenkingen van pedofilie tegen vice-premier Elio Di Rupo (PS). Dat schrijft het Duitse weekblad Stern deze week. Het blad spreekt van "nieuwe aanwijzingen". Volgens onze informatie gaat het om onderzoeken die reeds een jaar geleden zijn afgerond en gebaseerd waren op getuigenissen die even labiel bleken als diegene waarmee de jonge Limburger Olivier Trusgnach destijds de zaak-Di Rupo I ontketende.

Op 24 november 1996, ruim een week na het losbarsten van de zaak-Di Rupo I, wordt Jean-Michel R. verhoord door de Brusselse BOB. Aanleiding is een (nooit uitgezonden) interview van R. met de RTBf. Daarin uit hij beschuldigingen aan het adres van de ministers Jean-Pierre Grafé (PSC) en Elio Di Rupo. R. zegt dat hij reeds in augustus 1996 - lang voor het opduiken van Trusgnach - zijn verhaal deed bij de politie van Namen, maar dat men er daar nauwelijks aandacht aan schonk. Tijdens het verhoor op 24 november heeft R. het over seksfuiven "met jongens van 15 en 16 jaar" in een appartement in de buurt van Namen. Tijdens de tweede ondervraging, de volgende dag, zijn de leeftijden al gestegen tot 17 jaar. Een buurtonderzoek levert niets op. Personen die volgens R. zijn verhaal kunnen bevestigen doen het tegenovergestelde. Begin december verricht de Naamse gerechtelijke politie een huiszoeking in het door R. aangewezen gebouw. Er wordt niets gevonden en het onderzoek Di Rupo II - waarin inmiddels sprake is van "jongeren van ongeveer twintig jaar" - sterft een stille dood.

Eind november begint onderzoek-Di Rupo III, dit keer op basis van de verklaringen van ene D. Hij spreekt van seksfuiven met minderjarigen in een appartement in Woluwe. Ook in de verklaringen van D. gaan de leeftijden van de "slachtoffers" op en neer. Om die reden wordt ook dit onderzoek al na enkele dagen stilgelegd. In de nasleep van de zaak-Di Rupo I maakt de procureur-generaal van het Hof van Cassatie Eliane Liekendael in de kamercommissie die oordeelt over het al of niet opheffen van de parlementaire onschendbaarheid van Di Rupo gewag van de "nieuwe onderzoeken". In de dagen die volgen wordt echter op geen enkel moment een indicatie gevonden die de verhalen van R. en D. op wat voor wijze dan ook bekrachtigt, integendeel.

Opmerkelijk is wel dat de Brusselse procureur Dejemeppe op 28 maart 1997 het onderzoek-Di Rupo III nog nieuw leven tracht in te blazen. Een speurder van de Brusselse BOB ontvangt die dag van Dejemeppe een kantschrift met het verzoek dit onderzoek op discrete wijze voort te zetten. Als enig resultaat komt er korte tijd later een rapport waaruit blijkt dat er nog geen steeds geen enkele aanwijzing is dat er iets klopt van de door D. gemelde feiten. (DDC)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234