Maandag 25/01/2021

Getekend door de tijdgeest

Twee musea volgestouwd met kunstwerken uit het fin de siècle heeft hij nagelaten: eentje in Brussel en eentje in Doornik - het tweede is zowaar een ontwerp van architect Victor Horta. Welkom in de wonderlijke wereld van kunstverzamelaar Henri Van Cutsem.

De schatrijke Brusselaar Henri Van Cutsem (1839-1904) was de eigenaar van het chique Hôtel de Suède. Hij verzamelde antiek, chinoiserieën en eigentijdse schilderijen voor zijn salons in de Kunstlaan. Daar nodigde hij zijn vrienden uit voor causerieën en concerten in de tentoonstellingsgalerijen die de jonge en veelbelovende Horta in 1890 tegen de woning mocht aanbouwen. Het stadspaleis bestaat nog altijd: in wat vandaag het Charliermuseum heet - genoemd naar de beeldhouwer die er na Van Cutsems dood mocht blijven wonen - lijkt het alsof de heer des huizes net naar buiten is gewandeld.

Het museum is een goed bewaard geheim waar interessante tijdelijke exposities worden opgezet, maar de schilderijen en tekeningen die er in de stijlvol gedecoreerde kamers worden getoond, zijn geen topstukken. Omdat de Belgische Staat Van Cutsems legaat weigerde - de bevoegde ambtenaar struikelde over een 'gewaagd' naakt - besliste de verzamelaar dat het grootste deel van zijn nalatenschap naar Doornik zou verkassen. Bij zijn vriend Horta bestelde hij een gloednieuw museum in art nouveau.

Vandaag worden Van Cutsems kroonjuwelen er bewaard tussen oude meesters als Rubens of Van der Weyden. Twee stevige Manets, een Monet, een Seurat, een kleine Courbet, een oplichtende Emile Claus, fijne Fantin-Latours en nog veel meer fraais hangt er zomaar in zalen die dringend een likje verf kunnen gebruiken. Deze zomer is een deel van de vaste collectie opgeborgen en stelen 130 tekeningen er de show.

Kunst als troost

De genereuze Van Cutsem volgde zijn neus en kocht wat hij goed vond: realistische landschappen, academische genretaferelen en ongezien modern werk. Nog voor de kunstenaars van de Brusselse avant-gardekring Les XX in 1884 hun officiële entree maakten, had hij al heel wat werken van hun hand in huis. Geïnspireerd door wat hij op de salons van stercurator Octave Maus te zien kreeg, schafte hij zich schilderijen van Ensor en Manet aan, een Seurat, twee tekeningen van Vincent van Gogh: na Anna Boch was Van Cutsem dus de tweede Brusselaar die het talent van de Nederlander nog tijdens diens leven naar waarde schatte.

De aanleiding van deze verzamelwoede? Alleen goede kunst brengt troost. Na de dood van zijn enige zoontje en zijn vrouw Laure bleef Van Cutsem eenzaam achter in het veel te grote pand. Voortaan zou hij zich met schoonheid omringen. Op zondag nodigde hij artiesten en andere vrienden uit voor diners en exquise concerten. De mecenas kende geen maat. Aan artiesten bood hij reisbeurzen of zelfs ateliers aan. Wie ziek was, werd behandeld door de beste artsen.

Horta mocht voor de kunstcriticus Sander Pierron een woning ontwerpen, en Van Cutsem betaalde minstens een deel van de rekening. Voor Henri de Braekeleer liet hij in Antwerpen een heus mausoleum bouwen. De beeldhouwer Guillaume Charlier en zijn echtgenote werden Van Cutsems huisgenoten in de meesterwoning op de boulevard in Sint-Joost-ten-Node.

Na de dood van de mecenas in 1904 zou Charlier zijn enige erfgenaam zijn. Hij stouwde twee musea vol met de kunstcollectie van zijn beschermheer. Het huis werd overgedragen aan de gemeente Sint-Joost en als museum ingericht, maar Horta's nieuwbouw in Doornik kreeg de lekkerste brokken. Een eeuw later vormt de collectie Van Cutsem nog altijd de harde kern van wat er te zien is. Zelfs de toegangsprijs lijkt sindsdien nauwelijks geïndexeerd: voor 2,6 euro kom je er in. Jammer genoeg lijkt de elegante vestibule met ontvangstbalie wel een bezemhok waar sculpturen zich staande houden tussen een hoop rommel, maar voor je het weet sta je in het ruime atrium dat naar de zalen leidt.

Uit de bijna 1.500 schetsen, voorstudies en afgewerkte tekeningen die Van Cutsem voor een prikje kocht van aanstormende talenten als James Ensor, William Finch of de Nederlander Jan Toorop heeft conservator Jean-Pierre De Rycke een slimme keuze gemaakt van 130 exemplaren die over vier zalen zijn verspreid. Het museum is niet heel groot, maar het baadt in uitnodigend daglicht. Van de ene ruimte beland je naadloos in de andere, als in een ingenieus ontworpen slakkenhuis. Het grondplan heeft iets van een schildpad of een eekhoorn in de vlucht, met gespreide vleugels. Dat heeft ook een praktische kant, want vanuit het atrium kan één bewaker moeiteloos de vier armen in het oog houden.

Van Cutsems artistieke voorkeuren spoorden perfect met zijn epoque. Als liberale vrijdenker met geld, goede smaak en oog voor 'het sociale vraagstuk' schafte hij zich werken aan die de tijdgeest weerspiegelden. De mecenas was gesteld op vérité - de bronzen beeldengroep op het dak van het museum is niet toevallig een allegorie van de Waarheid die de Kunst bevrucht.

Ongenadige mistral

Omstreeks 1900 kom je dan moeiteloos uit bij het naturalisme. In heel wat tekeningen voel je de koorts van de grootstad en het moderne leven naar het recept van Baudelaire: artiesten gingen voortaan met eigentijdse thema's aan de slag en gaven op straat hun ogen de kost. Vraag het aan Constantin Meunier die mijnwerkers in beeld brengt, of de onderschatte Duits-joodse stadsschilder Lesser Ury die aan de Brusselse academie studeert en van wie Van Cutsem fraaie impressionistische aquarellen koopt. De armoede en de al even contemporaine ondeugd worden genadeloos opgetekend door Félicien Rops en Henri de Toulouse-Lautrec. In de tekeningen van Henri de Braekeleer is het stil, in de grootstad van Guillaume Vogels of outsider Nestor Outer klopt een jachtig hart.

Vandaag vinden we het allesbehalve evident, maar in die tijd was het slechts een stap van naturalisme en realisme naar het dromerige, enigszins wereldvreemde symbolisme. Van Cutsems collectie omvat dan ook tekeningen van Belgische 'idealistische' grootmeesters als Fernand Khnopff, Jean Delville en de wat miskende Henri Ottevaere.

De onbetwiste scharnierfiguur tussen al deze genres en stijlen is James Ensor, die in Doornik met 55 tekeningen bijna de helft van de selectie voor zijn rekening neemt. De straatscènes en personages die hij - altijd op de rug gezien - van achter het raam in zijn Oostendse atelier schetst, zijn op zich al de reis waard. De tekeningen van slapende huisgenoten en banale voorwerpen in Ensors kamers kondigen een mild maar verontrustend surrealisme aan. Zelden oogde wat vertrouwd is zo onheilspellend. Je ziet Ensor kijken en twijfelen: als we een tafelpoot of een inktpot al niet begrijpen, hoe zit het dan met de rest van de wereld ? Toch laat hij zijn lijnen als krolse katten over het blad spelen.

Dat brengt ons bij het topstuk van de collectie, Olijfbomen in Montmajour (1888), een van de eerste tekeningen die Vincent van Gogh in de Provence realiseerde. Alsof het de ongenadige mistral zelf is waaien de krasjes van het neo-impressionisme en de expressieve arabesken van de art nouveau in je gezicht. Een verfrissende ervaring is het, en dat geldt meteen voor de hele expositie. Mérite un détour, zegt de Michelingids dan.

In heel wat tekeningen voel je de koorts van de grootstad en het moderne leven naar het recept van Baudelaire: artiesten gaven op straat hun ogen de kost

De onbetwiste scharnierfiguur tussen alle genres en stijlen is James Ensor, die met 55 tekeningen bijna de helft van de selectie voor zijn rekening neemt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234