Vrijdag 07/05/2021

'Gesloten' instelling is geen oplossing

De redenen waarom minister Vogels wenst vast te houden aan een voorstel dat moeilijk in het voordeel van de jongeren uitgelegd kan worden, zijn voor een aantal vluchtelingenwerkers onduidelijk.

Op 19/4/2000 kopte De Morgen 'Jonge vluchtelingen voortaan naar gesloten centrum', waarmee een tot dan toe onbekende nota van het kabinet van minister Vogels vroegtijdig uitlekte. Het artikel deed nogal wat vluchtelingenwerkers de wenkbrauwen fronsen. De opvang van buitenlandse niet-begeleide minderjarigen was tot dan toe feitelijk niet geregeld. Jongeren die asiel aanvragen, komen net als andere asielzoekers terecht in een opvangcentrum. Jongeren die geen asiel aanvragen, kunnen enkel opgevangen worden via de omweg van de bijzondere jeugdbijstand. Een plaatsing kan daar maar als het Comité bijzondere jeugdzorg oordeelt dat de jongere zich in een 'problematische opvoedingssituatie' (POS) bevindt, óf als de jeugdrechter moet ingrijpen. Sinds kort is er één opvangtehuis dat gespecialiseerd is in de opvang van niet-begeleide minderjarigen, met name 't Huis in Aalst, waar een vijftiental jongeren terechtkan. Voor álle jongeren geldt echter dat er te weinig plaats is binnen de instellingen van de bijzondere jeugdzorg om op alle vragen tot plaatsing te kunnen ingaan.

In april kwam daarop dus een onverwacht antwoord van het kabinet: alle niet-begeleide minderjarigen zullen eerst terechtkomen in één groot 'gesloten' centrum. Dat voorstel leek vooral ingegeven door de overtuiging dat nogal wat minderjarigen in de prostitutie verzeilen en extra bescherming nodig hebben. Nogal wat vluchtelingenwerkers waren daar niet gelukkig mee: ten eerste omdat de ervaring leert dat gelukkig slechts een relatief klein percentage van die minderjarigen in de prostitutie terechtkomt, en ten tweede omdat opvang in een grootschalig gesloten centrum niet meteen de ideale situatie is voor een jongere - ook niet voor wie beschermd moet worden tegen prostitutie en zeker niet voor wie net een oorlogssituatie, een andere bedreigende omgeving of gevangenschap is ontvlucht.

Uit de verhalen van jongeren die bij hun aankomst in België in de transitzone van de luchthaven werden vastgehouden, blijkt dat dit een bijzonder negatieve ervaring was. Hoewel de opvang en begeleiding in het voorgestelde centrum natuurlijk heel anders zouden zijn dan in het transitcentrum, blijven onzekerheid over de toekomst, de angst om gerepatrieerd te worden en het feit 'opgesloten' te zijn er even sterk spelen. Ook kan de vraag gesteld worden waarom er aan de nota geen degelijke rondvraag vooraf is gegaan bij mensen die op het terrein ervaring hebben en dagelijks met buitenlandse minderjarigen werken.

Binnen het platform van een 'werkveld'-werkgroep, aangehecht aan de Interdepartementale Commissie Etnisch Culturele Minderheden van de Vlaamse Gemeenschap, werd aan het kabinet van minister Vogels gevraagd een alternatief voorstel te mogen formuleren. Dat mocht, en op 26 juni was het nieuwe voorstel klaar. Dat richt zich in de eerste plaats naar jongeren die geen asielaanvraag hebben ingediend. Er wordt gesteld dat het ontwikkelen van een aanbod aan opvangstructuren voor niet-begeleide minderjarigen moet vertrekken van de specifieke nood van die minderjarigen aan onderdak, begeleiding en ondersteuning.

Een zorgvuldige opvang lijkt enkel mogelijk via kleinschalige voorzieningen, waarbij de voorziening elke minderjarige de aandacht, begeleiding en ondersteuning kan geven die hij/zij nodig heeft. Bovendien kan zo eveneens een vlotte toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en vrijetijdsaanbod gegarandeerd worden. Kleinschaligheid maakt het tevens mogelijk om jongeren met zware problemen over verschillende centra te spreiden.

Op die manier moet het mogelijk zijn verder te bouwen op de expertise van 't Huis, en een aantal specifieke, kleinschalige opvangcentra in te planten in middelgrote steden. Een jongere zou gemiddeld vier à vijf maanden in zo'n centrum verblijven, de tijd die nodig is om te bepalen in welke richting hij of zij het best kan worden begeleid. Vervolgens wordt voorgesteld de gespecialiseerde opvang verder uit te bouwen binnen de bijzondere jeugdbijstand (pleeggezin, begeleid zelfstandig wonen of kamers met aandacht) en aanvullend binnen de voorzieningen van het algemeen welzijnswerk. Zo zou er minstens voor de groep minderjarigen die geen asielaanvraag hebben lopen een aangepaste opvangstructuur kunnen worden uitgebouwd. Daarnaast is het aangewezen dat met de federale overheid rond de tafel gezeten wordt, om die ertoe aan te zetten ook voor de minderjarige asielzoekers een aangepaste opvang en begeleiding te voorzien.

Er volgden twee gesprekken met het kabinet en de minister van Welzijn. Uit de teneur van die gesprekken blijkt dat de minister zich moeilijk in het door de werkgroep geformuleerde voorstel kan vinden. De redenen waarom de minister wenst vast te houden aan een voorstel dat moeilijk in het voordeel van de jongeren uitgelegd kan worden en een voorstel dat vertrekt vanuit de noden van de jongeren en van het beetje expertise dat op het terrein aanwezig is niet ernstig in overweging wil nemen, zijn voor ons onduidelijk. Zéker omdat we er eigenlijk van overtuigd zijn dat de minister een goede aanpak van deze thematiek voorstaat. De toezegging om een alternatief voorstel te formuleren komt ons nu voor als een lege doos. Dat is spijtig, vooral omdat ernstig overleg met de betrokken actoren uit het maatschappelijk middenveld toch een belangrijke schakel in het beslissingsproces hoort te zijn. Wij willen via deze weg dan ook opnieuw aan de minister en de Vlaamse regering vragen het debat op een open wijze aan te gaan. Het is dringend, zowel voor de jongeren als voor de regering: in september worden de begrotingsgesprekken afgerond. Als de minister en de regering het belangrijk vinden om een opvang voor niet-begeleide minderjarigen te organiseren, mogen we dan verwachten dat daarvoor een budget beschikbaar zal zijn op de begroting van 2001?

'Ernstig overleg met betrokken actoren uit maatschappelijk middenveld hoort belangrijke schakel in beslissingsproces te zijn'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234