Zondag 29/11/2020

Geschiedenis van een paspoort

Het verhaal begint eenvoudig en schitterend, met een vondst. We schrijven 1916, op een trein in Oostenrijk. Rekruut Thadeus Dreyer is op weg naar het front, een gewisse dood tegemoet. Dan komt bij hem in de wagon een man die zich bekendmaakt als Viktor Kretzschmar. Kretzschmar heeft meer geluk dan Dreyer, want hij reist naar een stopplaats op de lijn München-Salzburg, waar hij aangesteld is als seinwachter, in oorlogstijd een luizenbaantje. De alomheersende waanzin heeft zich echter ook van Kretzschmar meester gemaakt, want hij daagt Dreyer uit tot een partijtje schaak met een ongeziene inzet. Wint Kretzschmar, dan zal Dreyer zich ter plaatse een kogel door de kop jagen. Wint Dreyer, dan wisselen ze hun paspoorten en kleren. Dreyer haalt het, trekt het seinwachtersuniform aan en gaat voortaan als Kretzschmar door het leven. De oude Kretzschmar, nu Dreyer, vertrekt naar het front.

Het lot van mensen valt samen met hun naam. Staat er 'Kretzschmar' op je paspoort, heb je mazzel. De eigenaar van het identiteitsbewijs 'Dreyer' daarentegen, lijkt voorbestemd tot kanonnenvlees. 'Lijkt', want jaren na de oorlog duikt de naam Thadeus Dreyer weer op. De persoon met dit nomen heeft zich aangesloten bij de nazi's en zal het tot vertrouwensman van Göring schoppen. Met de arme seinwachter Kretzschmar gaat het inmiddels niet goed. Als hij hoort van Dreyers schitterende loopbaan, krijgt hij het gevoel dat zijn lot hem samen met zijn naam ontstolen is. Als wraakoefening ensceneert hij een gigantisch ongeluk op de lijn München-Salzburg, net wanneer Dreyer in de trein zit. Maar zat Dreyer wel tussen de passagiers? En is nazi-officier Dreyer dezelfde man als diegene die vijftien jaar eerder een schaakspel verloor?

Van dit soort fantastische speculaties staat Amphitryon van Ignacio Padilla bol. In een klassieke spionageroman volgen we een man die verschillende identiteiten aanneemt en daardoor in een intrige terechtkomt die hij zelf niet meer onder controle heeft. Hier volgen we de geschiedenis van een naam, die in de loop der tijd aan verschillende mannen toebehoort. Een rekruut verspeelt door een schaakspel zijn naam aan Viktor Kretzschmar. Die zal het front niet overleven, maar de naam wordt toegeëigend door de jood Jacobo Efrussi, die in 1918 sneuvelt, waarna het paspoort overgaat in handen van een zekere Richard Schley. Die zal met de naam 'Dreyer' carrière maken. Maar ook Dreyer-Schley heeft zijn lot niet in eigen handen. Voortdurend wordt hij gemanipuleerd door de duivelse Alikoshka Goliadkin, in naam zijn vriend maar in werkelijkheid zijn verrader. Tot ook Goliadkin de controle over het spel verliest. Amphitryon is een van de ingewikkeldste romans die ik in tijden gelezen heb. Het verhaal strekt zich uit over meer dan een halve eeuw Europese geschiedenis, op locaties als Wenen, Genève, Londen en Frankfurt, met een veelheid van personages en bovenop vier verschillende vertellers die elk op een ander tijdstip hun eigen interpretatie van de feiten weergeven. Een tweede lezing is dan ook absoluut onontbeerlijk en dan nog mag je geen zin overslaan. Dat komt omdat Padilla uiterst karig is met het verstrekken van nuttige informatie. Soms kun je een wending in het verhaal slechts afleiden uit een bijzin of een verspreking van een van de vertellers. Als Padilla een echte spionageroman had willen schrijven, had hij meer duidelijkheid moeten verschaffen over de motieven van zijn personages. Wendingen in de plot moeten weliswaar als een verrassing komen, maar toch nooit geheel onaangekondigd. Het mooist is het wanneer de lezer constateert dat hij ziende blind was. Dat hij het verhaal had kunnen voorspellen, maar dat hij om de tuin geleid werd. In Amphitryon werkt het niet zo: er overkomt de personages en de lezer van alles waar zij alleen akte van kunnen nemen. Zij worden bewogen als stukken in een schaakspel zonder dat ze het bord overzien.

De titel van de roman is ontleend aan de Griekse mythologie, maar verwijst ook naar het plan-Amphitryon: een van de vele mislukte coup-pogingen tegen Hitler. De samenzweerders - allen hoge nazi-officieren - maakten daarbij gebruik van dubbelgangers. Mythologie, nazi-Duitsland, aanslag op Hitler: deze motieven doen denken aan een andere recente roman van een jonge Mexicaanse auteur. Vorig jaar verscheen De zoektocht naar Klingsor van Jorge Volpi bij dezelfde Nederlandse uitgever (en deels met dezelfde vertaalster). Volpi en Padilla zijn allebei in 1968 geboren in Mexico-Stad en hebben langere tijd in het Spaanse Salamanca verbleven. Op het achterplat looft Volpi zijn generatiegenoot. En de fotootjes op de flap vertonen verdachte gelijkenissen: dezelfde haarsnit, behoorlijk kaal al, dezelfde onmodieuze bril, hetzelfde loensende linkeroog. Alleen Padilla's lippen zijn wat dunner en hij ziet er ook minder uit als een crimineel. Wie net Amphitryon (of Klingsor) uit heeft, weet het even niet meer. Dreyer-Kretzschmar, Padilla-Volpi, wordt hier misschien opnieuw een spel gespeeld met identiteiten?

Ter geruststelling: het gaat wel degelijk om twee verschillende personen. Er bestaan foto's waar ze samen op poseren. Volpi en Padilla behoorden zelfs tot dezelfde literaire groep, 'crack' genaamd, die in 1996 een manifest publiceerde. Daarin zetten zij zich af tegen de schrijvers die aan 'Latijns-Amerikaans magisch-realisme' doen. Namen willen ze niet noemen, "om niet het verwijt te krijgen dat ze misogyn zijn", maar het is vrij duidelijk dat vooral hun landgenote Laura Esquivel geviseerd wordt. Esquivel schreef de bestseller Como agua para chocolate (toepasselijk vertaald als Rode rozen en tortilla). Haar succes is gebaseerd op een mix van Mexicaanse couleur locale, volkse magie, kookkunst, een snuifje zacht feminisme, wat new age en, helaas, een beperkt literair talent. De jonge honden van crack hebben zich voorgenomen tot nader order geen Mexicaanse literatuur meer te lezen, om niet aangestoken te worden door nationale stereotiepen. Hun grote voorbeelden zijn de universele, kosmopolitische Latijns-Amerikanen, zoals Borges, en de grote Midden-Europeanen (Broch, Kis, Musil, Roth...).

Het lef en de onbevangenheid waarmee Padilla en Volpi zich op de Europese erfenis gestort hebben, verdienen bewondering. Helemaal vormvast zijn ze echter niet. Volpi is nog te uitleggerig en wijdlopig; Padilla maakt het wel erg ingewikkeld zonder dat daar een evenredig rendement tegenover staat. Maar, toegegeven, alles liever dan Esquivel.

Peter Venmans

Ignacio Padilla

Amphitryon Oorspronkelijke titel: Amphitryon Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu De Bezige Bij, Amsterdam, 224 p., 18,50 euro.

Er overkomt de personages en de lezer van alles waar zij alleen akte van kunnen nemen. Zij worden bewogen als stukken in een schaakspel

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234