Zaterdag 16/10/2021

Geschiedenis is fictie

Het zindert op het raakvlak van literatuur en verleden

door Dirk Van Hulle

Graa Boomsma

Amsterdam, Prometheus, 272 p., 595 frank.Craig Raine

uit het Engels vertaald door J. Eijkelboom, De Arbeiderspers, Amsterdam, 344 p., 1.399 frank.

Geschiedenis staat al eeuwenlang op gespannen voet met literatuur. Dat verklaart ten dele de fascinatie van beide disciplines voor elkaar. In de literatuur verdiepen zowel prozaschrijvers als dichters zich in het verleden. History: The Home Movie van de Engelse dichter Craig Raine is onlangs vertaald door J. Eijkelboom. Terwijl dit versepos een geschiedenis van Europa en Rusland vertelt, richt Graa Boomsma zich in zijn essaybundel Adam in Amerika op het verleden van de Verenigde Staten zoals dat aan bod komt in Amerikaanse historische romans. Poëzie en proza, Rusland en Amerika, geschiedenis en literatuur: een koud oorlogje.

De middeleeuwers hadden de gewoonte om vernieuwing te verdoezelen in de vorm van commentaren bij het werk van grote voorgangers. Van Bernard de Chartres is de uitspraak: "Wij zijn als dwergen op de schouders van reuzen." Toegepast op de naoorlogse Amerikaanse literatuur zijn de reuzen dan onbetwistbare autoriteiten zoals Thomas Pynchon, Toni Morrison, Don DeLillo of Paul Auster. Ze kunnen wellicht verder zien dan wij, maar vanaf hun schouders ontvouwt zich een nog weidser panorama.

Zo'n uitzicht biedt Graa Boomsma in Adam in Amerika, met alle voor- en nadelen vandien. Doordat de Nederlandse essayist zich concentreert op het thema geschiedenis, wil hij weleens veralgemenen om een "enorm historisch besef" als een van de "frappantste kenmerken van de moderne Amerikaanse literatuur" te kunnen presenteren. Het grote voordeel van dit encyclopedische vogelperspectief is dan weer het resulterende overzicht van meer dan een halve eeuw Amerikaanse historische literatuur (met handige index achteraan).

Terwijl de vooroorlogse historische roman voornamelijk een didactische functie had, zijn auteurs sinds de Tweede Wereldoorlog veeleer geïnteresseerd in de vervormingen van het verleden. Waar het om gaat is niet zozeer het verleden zelf maar wat wij ervan maken. Volgens T. Coraghessan Boyle is historie niets anders dan fictie. Herodotus, bijvoorbeeld, had zijn geschiedenissen ook maar van horen zeggen. In Paradise laat Toni Morrison haar protagoniste bronnenonderzoek verrichten naar het verleden van enkele zwarte families. Maar de archieven lijken het inzicht in de geschiedenis eerder te versluieren dan te onthullen.

Geschiedenis is voor de meeste naoorlogse Amerikaanse schrijvers niet het boekstaven van gebeurtenissen, maar het schrijven van "counterhistory", zoals Don DeLillo het noemt. Boomsma somt een indrukwekkende lijst op van alternatieve en bewust subjectieve geschiedenissen, zoals Rick Moody's Amerikaans barok, "een vertelling vol mededogen over een kleine geschiedenis die verknoopt raakt met de grote geschiedenis" of Richard Powers' Op weg naar een dansfeest, over drie boeren die op weg zijn naar een feest maar in de Eerste Wereldoorlog terechtkomen. Ook DeLillo' Onderwereld probeert de onderstroom van de geschiedenis aan het licht te brengen.

De relevantie van literatuur ligt volgens Boomsma in het commentaar dat ze verhalenderwijs levert bij clichégedachten, taalmishandeling of gemanipuleerde wereldbeelden. Heel wat schrijvers beschouwen het als hun taak de geschiedenis te herschrijven. Hun aandacht is niet gevestigd op het objectieve feitenmateriaal, wel op wat mensen verzinnen en geloven, "het perspectief, de persoonlijke invalshoek, de unieke blikrichting".

Het klinkt allemaal best wel pomo, maar dat ziet Boomsma verrassend anders. In verband met Gravity's Rainbow schrijft hij: "Laat er geen misverstand over bestaan; Pynchon is geen vrijblijvende postmodernist maar een moralistische modernist. Met zijn historische en hier en daar zelfs profetische spionageroman herschrijft hij de Tweede Wereldoorlog tot een slagveld waarop de technologie, die van de mens een willoos object kan maken, gedijt."

Boomsma vermeldt onder meer het sterke verhaal van 'Byron the Bulb' uit Gravity's Rainbow, over General Electric en Krupp die samenwerken in een prijskartel zodat ze de hele gloeilampenindustrie naar hun hand kunnen zetten. Op de personeelsdiensten van multinationals wordt intussen over personeelsleden gesproken in termen van 'bodies'. Grote lichten zoals Edison lopen er nog altijd rond; alleen worden ze nu ingezet als naamloze lijven in de lustig sanerende en fuserende nijverheid, aangedreven door technologiezucht en productiedrift. Gravity's Rainbow is meer dan een kwarteeuw na zijn publicatie relevanter dan ooit.

Onze neiging om overal verbanden te zien is misschien al te menselijk, maar dus ook universeel. Geschiedenis is verbanden leggen, het verlangen naar een verhaal, en bovendien het verlangen om deel uit te maken van dat verhaal. Geschiedenis heeft daarom iets van een bezwering: "Er moet een verhaal komen, er zal orde zijn."

Het verhaal is aan een comeback bezig, volgens Boomsma. "Het vertellen van verhalen is terug (is het ooit weggeweest?) maar het gebeurt niet meer zo argeloos en vanzelfsprekend." Boomsma voegt eraan toe dat het om een "nieuw soort realisme" gaat. Het negentiende-eeuwse realisme maakte het vreemde vertrouwd; de "nieuwe, ambitieuze realistische fictie probeert dat vertrouwde, dat in een onafgebroken beeldenstroom onze huiskamers binnenkomt, weer vreemd te maken."

Het gevaar bestaat dat de mens bedolven raakt onder de historische ballast van zijn eigen beschaving. Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven heeft Nietzsche al meer dan een eeuw geleden uitgeweid. Wat Cynthia Ozick als een voordeel beschouwt (het joodse volk draagt sinds eeuwen zijn geheugen met zich mee), ziet Toni Morrison weer als een nadeel. Voor de zwarten in Amerika kan het verleden een juk zijn. Een teveel aan geschiedenis heeft een verlammend effect. De urgentie van de dagelijkse overdosis losse berichten stimuleert alleen de vergetelheid. William Gaddis noemt het "de geest van de krant": wat er hier en nu is en waar je morgen de vis in verpakt.

Daarom is geschiedenis eerder de "collectieve vergeetput" dan het emmertje dat er voorvallen uit naar boven haalt. Zo vatten Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes het samen in Arthur Schopenhauer: een oorlogsverklaring aan de geschiedenis. Anderhalve eeuw voordat Pynchon het over de "vuilnisbelt voor conjunctieve hoop" had, noemde Schopenhauer de geschiedenis al een "vuilnisvat". Volkeren zijn louter abstracties en hun geschiedenissen lopen ten slotte altijd weer uit op een "knusse, voedzame en vette staat, met een keurig verzorgde grondwet, prima justitie en politie, techniek en industrie".

In Geschiedenis: de amateurfilm van Craig Raine lopen proza en poëzie, geschiedenis en literatuur, Oost en West in elkaar over. Het is een gefragmenteerd verhaal over Europa tussen 1905 en 1984, verteld in 87 korte opnames uit het privé-archief van twee families, die van Craige Raine en die van zijn vrouw Lisa Pasternak.

Oom Boris, de schrijver van Dokter Zjivago, komt er uiteraard ook in voor. Bijvoorbeeld in 1932, wanneer hij een officiële condoleancebrief voor de Literatoernaja weigert te ondertekenen ("Het is te kruiperig. / Sovjet-socialistisch verdriet"), nadat een collega zich door het hoofd heeft geschoten: "Een slogan van bloed / die de tegels besmeurt." De beelden die Raine vastlegt zijn heel precies. Zijn metaforen hebben het effect van een verbale camera: "haar crêpezijden rok geplooid / als selderij. Slank. Hard"; "zware vrachtwagens / die cyrillisch schrift in de velden snijden"; prikkeldraad die "als bemoeizucht" het ansichtkaartenuitzicht van Bergen-Belsen verscheurt.

Terwijl de geschiedenisboeken het verleden in vakjes stoppen, laat Raine zien hoe poreus de tussenschotten zijn. Dit is geen verhaal met goeien en slechten. De fascinatie van de Engelse oom Eliot voor het Duitse genetische onderzoek in de jaren dertig gaat heel ver. Toch is hij geen Engelse Mengele, gewoon een jonge arts die zijn weg zoekt. Enkele jaren eerder heeft hij als assistent voor het eerst een kind op de wereld geholpen. Het ging helaas mis: "Ergens ontvouwt zich de foetus. (...) Dood. / Hij wou dat hij nooit geboren was."

Alle personages in deze geschiedenis zijn van vlees en bloed, ook de groten der aarde. Een schitterend hoofdstuk is de scène waarin Lenin in 1924 geprepareerd wordt voor het mausoleum. "I'll make a sop of him," citeert de chemicus uit Shakespeares Richard de Derde terwijl hij de staatsman marineert in een mengsel van lanoline, glycerine, levertraan en formaldehyde. "Binnenkort is hij permanent. / De oude manier is de beste. Darmen eruit. / Die farao's hadden weet van vlees."

Van vooruitgang is geen sprake in Raines geschiedenis; alles plant zich gewoon voort. Wanneer Fedja Pasternak zijn vijftien jaar jongere nicht een huwelijksaanzoek doet, kiest Raine als achtergrond de zoo van Berlijn. Fedja probeert de terughoudendheid van zijn nicht te verklaren; misschien is het omdat ze neef en nicht zijn. "Meters verder, tegen de tralies, / de lummelende mongoloïde orang-oetan", is alles wat Raine daaraan toevoegt.

De geschiedenis gaat nergens heen; heengaan doen alleen levende wezens. Maar wel telkens opnieuw met overtuiging, na er eerst lustig op los geleefd te hebben. 'De geschiedenis herhaalt zich' is de titel van het voorlaatste hoofdstuk. In deze "routineuze eeuwige wederkeer" krast Raine zijn lexicon van gecensureerde geschiedenis. Het vluchtige overspel van Boris Pasternak met Tsvetajeva bijvoorbeeld: "Ze zal nooit vergeten / hoe zij na afloop sprak: / wat zullen we doen? // En zijn overgetelijk (sic) weerwoord: / we zullen vergeten dat dit gebeurde. / Gecensureerd."

De toevallige drukfout in de Nederlandse versie van deze geschiedenis is precies waar het om gaat. Onvergetelijk zijn alleen de historische momenten waar het grote verhaal aan opgehangen wordt; de rest is 'overgetelijk', net als Raines poëzie zelf. Ze zal de geschiedenis niet ingaan als een monument in de Engelse literatuur, maar wie ze leest zal er minstens een paar sterke beelden van blijven meedragen.

Terwijl Boomsma de eeuwige comeback van het verhaal registreert, haalt Raine met zijn prozaïsche poëzie de Muur tussen de genres onderuit. Hij koestert de antiparanoia van fragmentaire beelden, hoewel hij maar al te goed beseft dat de volledige fragmentatie het einde van de geschiedenis zou betekenen, het einde van de indruk dat die ergens naar op weg is. Geschiedenis is als The Road to Welville van T. Coraghessan Boyle. Niets lijkt zo verslavend als welvaart. Maar de allergrootste verslaving is misschien wel de geschiedenis zelf, het doel dat zich altijd verlegt. Ook al is de plot van de geschiedenis een fictie, het verlangen naar een verhaal zal wellicht nooit tot het verleden behoren. En "wat de tegenwoordige tijd betreft, / die ontspant zich in de wandelgangen / van de machteloosheid."

Een teveel aan geschiedenis heeft een verlammend effect. Geschiedenis is daarom eerder de 'collectieve vergeetput' dan het emmertje dat er voorvallen uit naar boven haaltTerwijl Boomsma de eeuwige come-back van het verhaal registreert, haalt Raine met zijn prozaïsche poëzie de Muur tussen de genres onderuit

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234