Donderdag 22/10/2020

Gerrie Knetemann, renner van Oranje

Er zijn artikels die je als journalist eigenlijk liever niet schrijft, ook al zit er een goed verhaal in. Een levensverhaal van Gerrie Knetemann, een relaas dat ook een terugblik is op de ploeg die hij hielp mee omvormen tot een van de allerbeste teams ooit: Ti-Raleigh. Gerrie Knetemann was niet de kopman, wel de motor, de ziel van de legendarische ploeg van Peter Post. Toen 'Kneet' de boel mee bestierde, was Nederland de sterkste wielernatie ter wereld.

Walter Pauli

Pezen afgeknapt, zenuwen ook. Bot versplinterd. Spieren gescheurd, uit elkaar gerukt. Het is een van de afschuwelijkste wielerongelukken ooit - tenminste van die waar geen doden bij te betreuren zijn. Dwars door België, 1983: Knetemann keek in volle wedstrijd even achterom en knalde op volle snelheid tegen een slecht geparkeerde auto aan. Achteraf zou hij nog zeggen dat hij mazzel had: dat hij naar het Universitaire Ziekenhuis van Gent werd gebracht, omdat het ongeval in Vlaanderen gebeurde, en niet in Spanje. "Dan was ik mijn arm kwijt geweest, en mijn been ook." Maar terwijl Knetemann het hele seizoen 1983 revalideert, lopen in de ploeg die hem zo dierbaar is de spanningen hoog op tussen sportdirecteur Peter Post en kopman Jan Raas. Nu was het voordien ook niet altijd koek en ei tussen die twee sterke (en slechte) karakters, maar doorgaans was 'Kneet' de buffer geweest. Gerrie Knetemann, de welbespraakte grapjas. Een uiterst sterk renner ook - vandaar dat ook hij veel prestige genoot - maar niet zo beenhard als Raas. Als kopman ging Raas ook vaak voor zichzelf. Knetemann deed dat minder. Behalve in de tijdritten, want dan was het toch ieder voor zich. Zelfs Bernard Hinault, een van de grootste tijdrijders aller tijden, kreeg van Knetemann wel eens een nederlaag aangesmeerd. Maar zeker in de jaren tachtig was Gerrie Knetemann de man die in de koers de ploeg bestuurde. Dat deed hij ook buiten de wedstrijd, op hotel, op oefenkamp. "Als ik niet in het ziekenhuis had gelegen, was het nooit gebeurd", jammerde Knetemann in de jaren na 1983. 'Het' is de splitsing van het team dat de zeven, acht jaar daarvoor het peloton domineerde als geen ploeg voordien had gedaan.

Gan Mercier

Het succes van die ploeg was ook dat van Knetemann. Toen Gerrie Knetemann (°1951) in 1974 prof werd, had het Nederlandse wielrennen geen goede basis. Als Nederlandse amateurs prof wilden worden, moesten ze naar het buitenland. Hennie Kuiper startte zijn profcarrière bij het Duits-Belgische Rokado. Joop Zoetemelk werd prof bij Flandria, de trots van West-Vlaanderen, met Beaulieu (dus 'boer' De Clerck) als cosponsor. Nadien koos Tour-renner Zoetemelk voor een Franse ploeg, eerst Gitane, dan Gan Mercier. Gan Mercier was een absolute topploeg. Frankrijks volksheld Raymond Poulidor was er de kopman, tot de directie in 1974 Mercier uitbreidde met een Nederlandse vleugel: Joop Zoetemelk, diens vriend Gerard Vianen, de Zeeuw Cees Bal, en de jonge neo-prof Gerrie Knetemann. Knetemann debuteerde in dat Franse team omdat er geen volwaardige Nederlandse alternatieven waren. Het ploegje Frisol had nog enige ambitie, maar die was er niet bij illustere formaties als Tim-Oil, Ormas Sharp of het bizarre Ti-Raleigh, een Engelse fietsenfabriek die ook op de Nederlandse markt mikte. Ti-Raleigh: Knetemann dácht er niet aan.

Toen Knetemann in Frankrijk debuteerde, kreunde het peloton nog onder het absoluut despotisme van Eddy Merckx. In die dagen was Merckx een combinatie van Dzjengis Khan en de Zonnekoning: om en bij de vijftig overwinningen per jaar, en daar zaten altijd een paar klassiekers tussen, en grote rondes, en ritten, noem maar op. Ook al was zijn loopbaan nog niet gedaan, toch wisten alle renners dat hij 'de beste aller tijden' was. En toch was het de ambitie van een team als Gan Mercier om daar iets aan te doen. Niet met de oude Poulidor, maar met de Nederlanders.

En dat werkte, of toch bijna. Knetemann zelf zou de grote Merckx het eerst zien tijdens de Catalaanse Week, in het begin van het seizoen. Hij had hem zelfs nodig. Knetemann reed wel bij een Franse ploeg, maar een woordje Frans spreken, dat ging de jonge Nederlander niet goed af. En tijdens zo'n rit in de Catalaanse Week krijgt hij problemen met zijn fiets. Maar hoe legde hij dat uit aan de mecaniciens? Maar Knetemann had lef. Hij wist dat Merckx een tweetalige 'Brusseleir' was. En dus fietste de jonge Nederlander tot naast De Grootste: 'Ik heb een schroevendraaier nodig. Hoe vraag ik dat?' Merckx: "Probeer maar eens met 'tournevis.'"

Vlaanderen vs Nederland

Niet dat bij Knetemann een vijs los stond. Hij en zijn ploegmaats wisten goed waar ze mee bezig waren. Kopman Zoetemelk had Merckx al geklopt in Parijs-Nice en deed dat weer in de Catalaanse Week. Tot afschuw van heel Vlaanderen gaat de hier zo heilige Ronde van Vlaanderen naar een Nederlander, Cees Bal. Merckx werd pas vierde. Hij zou dat jaar geen klassieker winnen. Knetemann deed dat wel, en zelfs in de Amstel Gold Race. Die had toen nog niet hetzelfde statuut als de Ronde van Vlaanderen, maar was het jaar voordien wel gewonnen door Merckx himself. Die topfavoriet werd afgelost door een relatief onbekend jongmens, een stevige kerel met bril op de neus en het haar een beetje langer in de nek, volgens de mode van die dagen: Gerrie Knetemann. Zijn overwinning mocht er zijn. Knetemann rijdt op de lastige Keutenberg weg van zijn medevluchters (onder wie Kuiper). Hij krijgt het peloton achter zich aan maar houdt een voorsprong van 1 minuut 45 vast. Op twintig kilometer voor de finish geeft de achtervolgende groep er de brui aan, Knetemann wint solo met 3 minuten 21 voorsprong. Achter hem sprinten Walter Planckaert, Walter Godefroot en Freddy Maertens voor de troostprijzen: het waren dus goede ploegen met grote namen die het hoofd hadden gebogen voor de jonge Nederlander. Het jaar daarop debuteert Knetemann in de Tour. Hij wint de overgangsrit naar Albi, niet toevallig op de verjaardag van zijn moeder. Voor 'gevoelsmens' Knetemann zijn die bijzaken belangrijk.

Het Post-tijdperk

Wie zowel de Amstel Gold Race kan winnen als een etappe in de Tour, is een bekende naam in het peloton, in Nederland zelfs een halve held. Ook Peter Post kon niet naast Knetemann kijken. Post was ploegleider geworden van dat ploegje Ti-Raleigh. Als renner stond Post bekend als keizer van de zesdaagsen. Wie jarenlang de zesdaagsen kan domineren, moet niet alleen sterk zijn, maar ook slim, en slinks, en goed kunnen praten, en gezag uitstralen, en afspraken kunnen maken, en die nog gestand kunnen doen ook. Dat zijn ook allemaal kwaliteiten voor een goede ploegleider.

Een goede ploegleider kan maar één zaak niet zelf: de wedstrijden rijden en winnen. Hij heeft dus goede renners nodig. Het is te zeggen: hij zoekt renners die iets kunnen, en die hij dan kan opleiden tot toppers. En dat was de ambitie van Post. Hij kieperde de Britten buiten, ontsloeg de slechte Nederlanders en bundelde het Nederlandse talent samen in zijn team. En dus kwam Gerrie Knetemann, na amper twee jaren Franse dienst, toch naar de Nederlandse ploeg Ti-Raleigh. Post haalde ook Hennie Kuiper erbij. En die snelle amateur met talent, een zekere Jan Raas. Verder Gerben Karstens, Bert Pronk, Jan en Piet van Katwijk, Aad van den Hoek, na een paar jaar ook Cees Priem, Leo van Vliet en - het zijn de jaren zeventig - twee tamelijk langharige Nederlanders: Henk Lubberding en Johan van der Velde. Daarnaast een mooie stilist uit Duitsland, een jongen met een wat kinderlijk uiterlijk en playboy-allure, Dietrich - 'Didi' - Thurau. Ten slotte de onvermijdelijke inbreng uit België: Paul Wellens, Wilfried Wesemael, veel later ook Frank Hoste en Ludo Peeters. Die buitenlanders 'hoorden erbij'. Een Nederlands journalist drukte het zo uit: "Wie fietste in het shirt van Ti-Raleigh, werd tot halve Nederlander genaturaliseerd. Hij hoorde bij 'onze' nationale ploeg, hij hielp mee aan 'ons' succes. Als zij wonnen, waren ook wij blij."

In het begin waren die mannen nochtans niet echt gekend. Wie Vlaamse wielerboeken uit die tijd bekijkt, vindt de namen terug van 'Johan Raas' en 'Gerrit Knetemann'. Maar vanaf 1977 kon niemand meer naast de ploeg-Post kijken, ook al was hij dat ene jaar wel Jan Raas kwijt (die reed bij Frisol, maar was het jaar nadien al terug bij Post). Ook Eddy Merckx niet. Voor het eerst sinds jaren kwam hij er niet meer aan te pas in Milaan-Sanremo: Merckx' lievelingsklassieker ging naar Jan Raas. Raas wint ook de Amstel Gold Race, Knetemann is de eerste in de Henninger Türm, toen een klassieker op het niveau van de Amstel Gold Race. Merckx wint geen klassieker meer. Hij probeert zijn seizoen te redden in de Tour. In de proloog al is de nieuwe hiërarchie duidelijk. Eén: Thurau (ploeg-Post); Twee: Knetemann (ploeg-Post). Drie: Merckx. Verder in die Tour krijgt Merckx de inzinking van zijn leven in de rit naar L'Alpe d'Huez. De winnaar van die rit is Kuiper, de andere kopman van Post. In totaal wint Ti-Raleigh in die Tour acht ritten (Thurau vijf, Knetemann twee, Kuiper één), klasseert het twee man bij de topvijf (Kuiper twee, Thurau vijf) en wint de ploeg met bravoure het ploegenklassement. Merckx doet nog een wanhopige poging om terug te vechten op het WK in San Cristobal, maar daar zorgt Post-kopman Thurau voor de beslissende demarrage. Alleen Moser kan mee, de latere winnaar. Merckx niet. Die eindigt die dag als 33ste, de allerlaatste die over de streep komt.

Eerste modern team

Als het rijk van Eddy Merckx in de periode 1976-1977 zo snel instort, dan heeft dat vele oorzaken. Maar één ervan is de komst van een nieuwe generatie, erg getalenteerde concurrenten. Die manifesteert zich in Italië (met Moser), Frankrijk (met Hinault) en Nederland, met... ja, niet met één renner. Met een ploeg. Moser was een klassieke Italiaanse kopman, Hinault een absolute kampioen, de renner die tot nu toe Merckx het dichtst heeft benaderd. En Ti-Raleigh was het eerste moderne topteam. Met renners die afzonderlijk al erg getalenteerd waren, maar in groep haast onklopbaar. Iedereen wist wie de kopman was - die heette Jan Raas -, iedereen wist wie de renner was die de orders gaf - dat was Gerrie Knetemann - en iedereen deed zijn werk. En pas als Raas niet kon, mocht één van de ploegmaats gaan. En wie zich niet schikte in dat systeem, vloog eruit.

En zo haalde de ploeg-Post verwoestend uit, met Jan Raas als absolute uitblinker en alle andere renners, die op hun beurt wonnen. Zelfs de Belgische helpers Wilfried Wesemael en Paul Wellens wonnen om beurt de Ronde van Zwitserland. Ook Gerrie Knetemann won veel, onder meer de Vierdaagse van Duinkerke en vooral Parijs-Nice, voor Bernard Hinault nog wel.

Lepe tactiek

Niet dat Ti-Raleigh daardoor een populaire ploeg werd. In Nederland wel, ja. Maar niet in het buitenland. Daarvoor was de ploegtactiek soms toch te leep, en - het moet gezegd - de concurrentie vaak te mak. Maar toch. In de Ronde van Vlaanderen 1983 rijdt een kopgroep van negen man. Drie Raleighs erbij: Raas, Van de Velde en Ludo Peeters. Eén demarrage van Raas, en Peeters en Van de Velde gaan uitdagend aan de kop van de achtervolgers rijden, zo van 'Probeer maar, wij halen jullie toch terug.' Raas wint, Peeters is twee. In Parijs-Brussel loopt het echter uit de hand. Twee man voorop, Rudy Pevenage en Jacques Hanegraaf, een jonge renner van Post. "Ik kan niet", zegt Hanegraaf, "jij mag winnen." Pevenage gelooft het en rijdt tientallen kilometers voorop. En dan, heel gemeen, demarreert Hanegraaf van achter zijn rug uit. Na de finish werd het ei zo na een vechtpartij. Niet dat het altijd zo stiekem gebeurde, maar toch. Ti-Raleigh had de reputatie niet mee te rijden in de ontsnapping ('Mag niet, Raas is onze kopman') en ook niet in de achtervolging ('Kunnen niet, hebben vooraan Knetemann - of Lubberding, of Peeters, of Priem, of Oosterbosch - mee').

Maar dat negatieve beeld alleen doet natuurlijk afbreuk aan de geweldige successen van de ploeg-Post. De belangrijkste daarin zijn twee wereldtitels - Knetemann in 1978, Raas in 1979 - en één Tour de France: Zoetemelk in 1980. Het WK 1978 op de Nürburgring was het eerste zonder Eddy Merckx. Twee man raken voorop: Knetemann en Moser. Moser is veruit de snelste. Knetemann is op van de zenuwen. In volle finale begint hij te braken, op zijn fiets - toen was de tv nog zo keurig om dat níét in beeld te brengen. Hij sprint toch, en met alle kracht. Knetemann wint met een paar centimeter voorsprong. Hij huilt tranen met tuiten - hij huilde altijd, want hij was een emotioneel man. En dan volgde nog eens de eerlijkste commentaar ooit: "Voor hetzelfde geld was ik tweede geworden. Nou ja, niet voor hetzelfde geld. Voor meer geld."

Tempobeul en sfeerbeest

Toch was Knetemann geen eendagsrenner. Hij was op zijn best in de Tour: in totaal won hij tien ritten, en acht dagen droeg hij de gele trui. Bovendien was Knetemann de tempobeul die Ti-Raleigh gewoon onklopbaar maakte in de ploegentijdritten. Van 1978 tot 1982, vijf Tour de Frances op rij, won de Ploeg-Post íédere ploegentijdrit, en in die tijd waren er vaak twee in plaats van één. Toen in 1983 niet Ti-Raleigh won maar Coop-Mercier, was dat op alle radio- en tv-journaals een belangrijk feit. Welja, voor het eerst was Gerrie Knetemann er niet bij: hij revalideerde, weet u wel.

Een goed klassement rijden in de Tour interesseerde Knetemann nochtans niet. Hij klom behoorlijk, maar deed dat niet echt graag, en zeker niet in de hoogste Alpen- en Pyreneeën-cols. Wat hij wel deed, was het tempo bepalen op de eerste cols, en nadien was hij de leider van 'de bus'. Dat kon hij als geen ander: in een grote ronde én de sfeer erin houden, én toch de winnaarsmentaliteit niet verloren laten gaan. Knetemann wist als geen ander: des te meer je wint, des te beter de sfeer. Het één kon niet zonder het ander, dat vergaten Post en Raas wel eens.

Knetemann niet. Nooit lukte dat beter dan in de Tour van 1981. Volg mee: proloog: Knetemann twee, na Hinault. De eerste dag wint Raas de eerste halve rit, Ti-Raleigh de tweede halve (ploegentijd)rit. Knetemann pakt geel. Rit drie is voor Lubberding (de rit naar Luik, vijf man vooruit, één Hollander met vier Belgen. Rara wie wint). Rit vier is een tijdrit: Hinault wint, voor Zoetemelk en Knetemann. Dan een paar dagen niets, en dan begint het grote festival. Rit zeven. Voormiddag wint Ti-Raleigh de ploegentijdrit, namiddag wint Raas de spurt. Rit acht: Oosterbosch wint. Rit negen: Raas wint weer. Rit tien: Priem wint. Rit elf: Zoetemelk wint tijdrit en klopt Hinault. Rit twaalf: Knetemann wint. Die avond geeft Hinault op. Ti-Raleigh en Zoetemelk hebben de Tour op zak, ze moeten alleen controleren. En dat doen ze: Zoetemelk wint nog de laatste tijdrit en werd op zijn 33ste eindelijk winnaar van de Tour. Nederland stond op zijn kop. Ieder dorp had zijn criterium. Het kon niet op, het kon niet stuk.

Toch wel. Drie jaar later was er geen Ti-Raleigh meer. Er kwam een ploeg-Post (Panasonic) en een ploeg-Raas (Kwantum). Knetemann ging nog door, in andere ploegen: hij koos geen kant tussen zijn oude vrienden. Zijn eerste belangrijke overwinning vierde hij in 1984, in de GP Cerami, het bewijs 'dat hij het nog kon'. In 1985 won hij zelfs de Amstel Gold Race, elf jaar na zijn eerste zege in die koers. Knetemann was die dag zo aangedaan, dat hij wenend over de streep reed. Het was de comeback van het jaar. Half Nederland huilde mee, en meer dan Nederland alleen. Ergens in België, voor een tv, slikte een opgeschoten jongen snel de krop uit de keel. Belachelijk sentimenteel gedoe, weg ermee.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234