Woensdag 19/01/2022

Gered

Interview met de legendarische rockfotograaf

Mankowitz

Gered Mankowitz was pas achttien toen hij zijn bekendste foto's van de Rolling Stones maakte. Nadien volgden Marianne Faithfull, Jimi Hendrix, Kate Bush en George Harrison. Stuk voor stuk zijn het beelden geworden die de manier beïnvloed hebben waarop u en ik vandaag naar die sterren kijken, en veel van deze portretten groeiden uit tot iconen die vandaag even bekend zijn als de muzikanten zelf. Toch vindt Mankowitz - eenenzestig, inmiddels - zichzelf geen celebrity-fotograaf. 'Maar het toeval wil wel dat veel van de mensen die ik voor de lens krijg wereldberoemd zijn.'

DOOR BART STEENHAUT / FOTO'S GERED MANKOWITZ & ALEX VANHEE

Praat met Mankowitz en je hoort een man die beseft dat hij met zijn kont in de boter is gevallen. Uit elk woord spreekt liefde voor het vak en uit alles spreekt een diep re-spect voor de eindeloze stoet muzikanten die hij de voorbij vijfenveertig jaar voor de camera heeft zien passeren. Meer dan zeshonderd platenhoezen heeft hij op zijn cv staan en Mankowitz werd in '82 de eerste popfotograaf die een eigen tentoonstelling kreeg in een 'serieuze' kunstgallerij. Die expo was bedoeld als afscheid aan de muziek, maar het werd zo'n succes dat zijn carrière opnieuw in de lift zat. Vandaag ontmoet ik hem in Rotterdam, waar hij het leeuwenaandeel voor zijn rekening neemt in een tentoonstelling over de gouden jaren van de Rolling Stones. "Alles was nieuw en opwindend, toen. In de vroege jaren zestig stond de popmuziek nog in haar kinderschoenen. Ik wilde iets doen dat jongeren kon aanspreken. En popmuziek was het ideale medium."

Was het belangrijk dat je zelf min of meer dezelfde leeftijd had als de artiesten die je fotografeerde?

"Dat was cruciaal, ja. Beelden hadden ook een zeer korte levensduur. Ik werkte in dienst van een manager of een platenfirma, dus telkens er een nieuwe single of elpee werd opgenomen, kon ik aan de slag. Er zijn tijden geweest dat ik de Stones om de drie maanden voor mijn lens kreeg. Ze brachten toen twee elpees per jaar uit, en daar hoorde keer op keer een nieuwe look, een nieuw imago bij."

Hield je er rekening mee dat je werk langer kon meegaan dan een paar weken of maanden, dat ze, zoals blijkt nu, veertig jaar later, een blijvend effect zouden hebben?

"Nee, want popsterren gingen toen hooguit een jaar of twee mee. Alleen Elvis draaide langer mee, al was hij door zijn rollen in al die weerzinwekkende films eigenlijk ook een karikatuur van zichzelf geworden. Het idee dat je als rockgroep vijfenveertig jaar kon blijven meedraaien, was zo absurd dat niemand er woorden aan vuil maakte."

Wat was je eerste indruk toen je aan de Stones werd voorgesteld?

"Ze zagen er als echte kwajongens uit, en dat sprak me enorm aan. Ik voelde me meteen op mijn gemak in hun gezelschap. Ze waren heel aardig, en spaarden geen enkele moeite om me te doen voelen dat ik welkom was. Andrew Loog Oldham -hun manager- had besloten dat ik de nieuwe huisfotograaf van de Stones zou worden, en kennelijk hadden ze daar allemaal vrede mee. Ik vond hen heel vriendelijke, ontwapenende jongens. Ik had ook meer affiniteit met de muziek van de Stones dan met de platen van The Beatles. Dat zal ook wel geholpen hebben."

The Beatles en de Stones waren de grootse popgroepen uit de jaren zestig. Maar hoe groot was groot in die tijd? Was hun populariteit toen te vergelijken met de status die een groep als bijvoorbeeld Kaiser Chiefs vandaag heeft?

"Dat is een zeer goeie, maar hele moeilijke vraag. De Rolling Stones en The Beatles waren zo groot als een groep toen kon zijn. Dus als ik dat moet vergelijken met bands van vandaag kom ik eigenlijk alleen bij Coldplay en Radiohead uit. Met dat verschil dat succes vroeger veel trager kwam, en de populariteit van die groepen toen maar een fractie was van waar bands vandaag mee te maken krijgen. Vergeet niet dat een plaat toen nooit wereldwijd werd uitgebracht, hé? Daardoor was het effect veel minder. Van elke elpee kwam in elk land een andere versie uit, vaak verschillende liedjes en een afwijkende titel, vaak zelfs in de plaatselijke taal. Een Engelse band kon daardoor mega zijn in Duitsland en Oostenrijk, zonder dat er in Groot-Brittannië ooit iemand van gehoord had. Pas toen advocaten er in de late jaren zestig achter kwamen dat er lucratievere deals konden worden afgesloten door dezelfde elpee bij een platenfirma uit te brengen die wereldwijd hetzelfde product in de winkel kon leggen, veranderde de business."

Oldham bedacht voor de Stones een ruig imago. Hij verkocht ze als de vrienden van de duivel, als politiek subversieve rebellen met lang, ongewassen haar. Terwijl The Beatles volgens de overlevering keurige, grappige jongens waren. In hoeverre stemde het publieke beeld van die bands overeen met de realiteit?

"Nauwelijks. Als je naar de foto's kijkt die Astrid Kircher in Hamburg van The Beatles heeft gemaakt, dan zie je een ruige rockgroep. Stoere kerels in zwarte lederen jassen. Maar als ze even later Please Please Me uitbrengen, zijn het nette, ideale schoonzonen geworden met keurige kapsels. Ik ben met de Stones op tournee geweest door de Verenigde Staten, en daar kwam ik vaker met sex en drugs in contact dan mocht ik thuis zijn gebleven. Maar al bij al waren dat sobere tournees waar vooral heel hard gewerkt werd. In die dagen vlogen ze meteen na het optreden naar hun volgende bestemming, ergens in the middle of nowhere. Daar kwamen ze dan aan om drie, vier uur 's ochtends. Op dat uur was alles dicht, en viel er dus geen zak meer te beleven. Vaak was er niet eens televisie. Het enige wat je kon doen, was gaan slapen, tot je 's namiddags weer wakker werd en het tijd was om naar de concertzaal te vertrekken. Geloof me: erg glamoureus ging het er niet aan toe. De kleedkamers waren een aanfluiting, en in die tijd werd er nog niet met riders gewerkt, dus was er geen drank en nauwelijks eten. Meer dan eens was de zaal de avond voordien nog gebruikt voor een rodeo en stonk het er naar paarden en zweterige cowboys. Er werd dus helemaal niet zo goed voor hen gezorgd."

Kortom: geen wilde braspartijen of orgieën?

"Nee. Op de tournee die ik heb meegemaakt waren er welgeteld drié feestjes. En goed: daar werden alle remmen losgegooid. Eén keer heb ik samen met Bill bijna een hotel in de asse gelegd. De elektriciteit was uitgevallen, dus hadden we onze hotelkamer verlicht met gaslampen. Eén van die dingen schoot in brand, en binnen de kortste keren stond mijn matras in brand. Bill en ik zijn schreeuwend de kamer uitgerend, maar gelukkig hadden we een paar meisjes bij de hand die het hoofd koel hielden en het vuur doofden. Zo rock -'n'- roll waren we dus."

In die periode nam je haast wekelijks foto's van de Stones en Marianne Faithfull. Zou je je in die periode een vriend hebben genoemd?

"Gedurende de jaren zestig was ik heel close met Marianne, ja. En zowel met Keith Richards als Charlie Watts had ik ook een heel hechte band. Ik voelde me echt een lid van de bende, tot ze halverwege '67 braken met hun manager Andrew Loog Oldham. Ik denk dat ze geen andere keuze hadden, eerlijk gezegd. Vergelijk het met tieners die voortdurend met hun ouders in de clinch gaan. De Stones wilden vooruit, en ze hadden het gevoel dat Oldham hen in hun groei belemmerde. Alleen: ik vond dat ik hem wél loyaal moest blijven. En eerlijk gezegd: het interesseerde me ook niet zo om maar voor één band te werken. Dat leek me veel te beperkend."

Nooit spijt van gehad, achteraf?

"Nee. Ik heb meer toegang tot de Stones gehad dan de meeste andere fotografen, en ik kijk met veel plezier terug op die periode. Maar na '67 vond ik hen ook als mensen niet meer zo aardig. Doordat ze zo succesvol waren, begonnen ze zich heel anders te gedragen, en de drugs maakten hen ongenietbaar. Ik herkende hen haast niet meer. Brian Jones was altijd een haantje de voorste, dus was die van meet af aan met drugs in de weer. De rest rookte wel wat, maar daar bleef het bij, en als ze iets anders namen, deden ze dat in hun kamer en was ik er niet bij. Maar vanaf '67 circuleerden er nogal wat harddrugs in de band. Ze hadden heel nadrukkelijk voor het experiment gekozen. In hun druggebruik, hun muziek, hun relaties... Begrijp me niet verkeerd: het was een cruciale fase in hun carrière. Maar ik ben toch blij dat ik ze toen niet meer van op de eerste rij hoefde mee te maken."

De portretten die je van Jimi Hendrix hebt gemaakt zijn zo mogelijk nog bekender geworden dan je werk met de Stones. Hoe komt dat, denk je?

"Je ziet aan die foto's dat we het heel goed met elkaar konden vinden. Als studiofotograaf moet je over de gave beschikken om de mensen die je portretteert op hun gemak te stellen, want alleen dan zullen ze je een blik in hun ziel gunnen en kan je een goed beeld maken. Ik gaf ze altijd wat te eten, zorgde dat er wat hash in huis was en hield de sfeer heel ontspannen. Tijdens de shoot met Jimi rookten we een jointje, werd er thee gedronken en maakten we wat foto's voor we weer een stukje gingen eten. Ik legde -kortom- veel meer de nadruk op het sociale evenement dan op het werk. Dat leverde keer op keer de beste resultaten op."

De beroemdste foto's van Hendrix zijn allemaal door jou gemaakt. Waarom zijn die beelden beter tegen de eeuwigheid bestand dan die van de andere fotografen die hem destijds voor de lens hebben gehad?

"Die foto's zijn zo bekend omdat ik ze bekend heb gemáákt. In '82 was ik de eerste popfotograaf die een expo kreeg in een serieuze galerie. Daardoor werd mijn werk niet alleen als illustratiemateriaal gebruikt, maar verschenen er ook artikels over mijn foto's. Daardoor kreeg ik op een dag een telefoontje van Alan Douglas, de man die de nalatenschap van Hendrix beheerd. Hij wilde mijn foto's gebruiken op de hoes van een nieuwe best of die zou verschijnen. De cd werd een enorm succes, en sindsdien zijn mijn portretten zowat Jimi's officiële look geworden. Hij kijkt recht in de lens, ziet er fantastisch uit en heeft heel mooie kleren aan. Dat prikkelt de verbeelding, ook al heb ik hem heel sober, heel eenvoudig gefotografeerd."

Op het gevaar af cru te klinken: je hebt ook het geluk gehad dat Hendrix niet lang na die fotosessies gestorven is.

"Dat besef ik. Anders zouden mijn foto's vast overschaduwd zijn geweest, en waren ze nooit zo iconisch geworden. Al geloof ik wel dat Jimi ontzettend productief zou zijn gebleven. Net zoals er vijfenveertig jaar later nog steeds een enorme interesse is voor alles wat de Stones doen, geloof ik ook dat de belangstelling voor Hendrix nog zou zijn toegenomen. Doordat hij zeer jong gestorven is, hebben mijn foto's van hem een emotionele impact die ik destijds niet had kunnen voorzien. En omdat er zeer weinig mensen zijn die Jimi echt ontmoet hebben, beschouwen ze het zien van mijn foto's als het dichtste dat ze ooit bij hem in de buurt zullen kunnen komen. Dus ja: ik heb het geluk gehad dat hij vroeg gestorven is, net zoals ik mijn voordeel doe bij het feit dat we in een tijd leven waar de maatschappij geobsedeerd is door celebrity's. Anderzijds: de Stones leven wél nog, en mijn foto's van hen zijn ook overeind gebleven. Ik zeg altijd dat het heel aardig is van Mick en Keith dat ze nog steeds op tournee gaan om mijn werk te promoten. (lacht)"

Denk je dat popsterren zich toen minder bewust waren van hoe ze eruit zagen, dat ze nog niet wisten hoe belangrijk een imago wel voor ze was?

"Dat speelde zeker mee. Je mag niet vergeten dat de popmuziek toen nog in haar kinderschoenen stond, en zowel muzikanten als fotografen waren nog volop op zoek naar de beste manier om die in beeld te brengen. Het enige wat we zeker wisten, is dat we ons moesten afzetten tegen de showbizz zoals die toen bestond. We probeerden een band op te bouwen met een jong publiek. Ik weet nog dat veel muzikanten het helemaal niet leuk vonden als ze voor een oudere fotograaf moesten poseren. Want de meesten onder hen waren blasé en uitgeblust, vertoonden geen enkele interesse in die jonge bands, hadden niet de minste affiniteit met popmuziek. Dat is trouwens niet veranderd."

Vandaag krijgen fotografen amper een paar minuten om hun beelden te maken. Wat bij jouw foto's opvalt is dat je niet alleen zeer dicht bij de groepen staat, maar kennelijk ook ruim de tijd krijgt om je werk te doen.

"Ik had uren. De meeste fotografen reisden met een journalist mee, en brachten verslag uit van het bezoek van de Stones aan Parijs, of brachten Een Dag Uit Het Leven Van De Stones in beeld. Zelf heb ik er nooit bij stilgestaan dat ik in een bevoorrechte situatie zat. Ik vond het vanzelfsprekend dat de Stones de hele namiddag voor me uittrokken om foto's te maken. Beelden werden toen nog niet op wereldschaal verspreid, en iedereen werkte heel lokaal. Het enige doel dat ik met mijn foto's had, was dat er eentje goed genoeg was om op een platenhoes te zetten. Dat leek me de beste manier om mijn werk te laten zien."

Na de breuk met de Stones ben je wel door een zwarte periode gegaan, hé? Tussen '69 en '72 kwam je nauwelijks nog aan de bak.

"Dat waren mijn magere jaren, ja. In die periode ben ik zelfs even naar Los Angeles gegaan om te proberen daar een carrière in de film uit te bouwen, maar uiteindelijk is dat op niets uit gedraaid. Terug in Engeland heb ik het geluk gehad dat ik bij Mickie Most aan de slag kon, een man die populaire groepen als Slade, Mud, The Sweet en Suzy Quatro onder contract had. Dat waren stuk voor stuk ontzettend populaire artiesten toen. Ik stond dus haast voortdurend in de top twintig. Pas toen punk eraan kwam, kreeg ik het weer even moeilijk. Maar eens de jaren tachtig er waren had ik mijn draai opnieuw gevonden. Ik was inmiddels reclamefotograaf geworden, en ik werkte tegelijk met ABC, Duran Duran, Eurythmics en Kim Wilde. Ik heb toen een paar van mijn bekendste beelden gemaakt, en ook financieel was dat een zeer interessante periode. Bovendien waren de meeste van die bands zelf heel intensief met hun imago bezig en kon ik op een ontzettend creatieve manier met hen samenwerken. Ze beseften zeer goed dat een sprekende foto hun carrière enorm vooruit kon helpen."

Rond die periode heb je Kate Bush ontmoet, ook iemand waarmee je zeer lang zeer intensief hebt samengewerkt. Had je meteen in de gaten dat ze een bijzondere figuur zou worden?

"Absoluut. In de late jaren zeventig hadden platenfirma's nog een afdeling die jonge artiesten zorgvuldig begeleidden tot ze zich helemaal ontwikkeld hadden. Kate had net haar eerste elpee gemaakt waar iedereen compleet van ondersteboven was, en er zou een single uitkomen -Wuthering Heights- waarvan je zo voelde dat het een instant classic was. De eerste keer dat ik dat nummer hoorde, wist ik niet eens wat me overkwam. Het was een totaal nieuw geluid. Kate had alles, behalve een tot de verbeelding sprekend imago. Toen ben ik er als consulent bijgehaald. Ik kreeg een video te zien van een compleet verwilderd jong meisje dat danste als een heks, zich heel bizar gedroeg maar er tegelijk toch heel sexy uitzag. Ze deed me denken aan de ballerina's uit mijn jeugd waar ik altijd smoorverliefd op werd. Zo wilde ik haar dus ook aan het grote publiek presenteren, en Kate was meteen gewonnen voor het idee. Dus, toen heb ik haar een roze en een groene outfit gekocht en ben ik een oude boksring gaan zoeken om de foto te maken die al gauw wereldberoemd zou worden. Na twee uur make-up stapte ze uit de kleedkamer en mijn ogen vielen uit hun kassen. Ze zag er beeldschoon uit. Heel vrouwelijk, ook."

En nog steeds: buitengewoon sexy.

"(lacht) Bui-ten-ge-woon sexy. Het was toen nog niet de gewoonte dat zangeressen hun tepels toonden."

Was ze zich daarvan bewust, denk je?

"Dat heb ik haar nooit durven vragen, maar ze had net twee uur in de spiegel staan kijken, ze zal dus ook wel gezien hebben dat haar tepels door dat bloesje priemden. Voor we de echte fotoshoot deden, heb ik wat polaroids gemaakt. Ze wist dus perfect waar we mee bezig waren. Waar ik geen controle over had, is dat haar platenfirma achteraf een campagne opzette waarbij die foto op bussen kwam te hangen. En op enorme billboards. Veel chauffeurs bleven zo lang naar Kate kijken dat er ongelukken gebeurden. Ik heb meer dan eens gehoord dat het verkeer heel stroef verliep op plekken waar die foto hing. Er was nog nooit een zangeres geweest die er zo sexy uitzag."

Terwijl het -net als bij Hendrix- om een heel eenvoudig portret gaat.

"Dat is het geheim van een goede foto, volgens mij: dat je niet merkt hoeveel werk eraan vooraf is gegaan. In het geval van Kate Bush zie je gewoon een jonge, bloedmooie vrouw. Niemand hoeft te weten dat het twee uur make-up heeft gekost om haar zo naturel in beeld te brengen. Vaak lijkt het of ik een heel intieme band heb met de mensen die ik fotografeer. Zolang ze voor mijn camera staan, is dat ook zo, maar ik ben nooit zo naïef geweest om te denken dat die persoonlijke band verder gaat dan de muren van mijn foto-studio. Dus, eens de sessie erop zit, hou ik me meestal wat op de achtergrond. Er wordt een kus en een knuffel gegeven, maar achteraf gaat iedereen weer zijn eigen weg. Dat is goed zo. Ik heb nooit de ambitie gehad om me de levensstijl van een rockster aan te meten. Ik ben nooit een celebrity-fotograaf geweest, maar ik heb wel vaak interessante mensen gefotografeerd die toevallig ook beroemd zijn. Alleen: die bekendheid is nooit een doel op zich geweest."

Maar als George Harrison je persoonlijk opbelt om wat hoesfoto's te maken zeg je niet nee.

"Natuurlijk niet. Ik was toen echt in de wolken. Hij kwam helemaal in zijn eentje langs in de studio. Zonder bodyguards, zonder assistent. Hij had geen chauffeur, en zeulde zelf met zijn koffer kleren. Een Beatle! Uiteindelijk is hij negen uur in mijn studio gebleven, en hebben we er een fantastische dag van gemaakt. Een buitengewoon interessante man. En zeer bescheiden, bovendien. Van de nieuwe generatie artiesten zou ik Robbie Williams wel eens willen fotograferen. Dat is een interessante figuur met een sterke persoonlijkheid. Maar daar zit wellicht zo'n enorme entourage omheen dat ik de klus wellicht op tien minuten zou moeten klaren, en daar bedank ik voor. Want dan kan ik hem alleen in beeld brengen op een manier zoals iedereen hem al gezien heeft, en dat interesseert me niet."

Vandaag leef je vrijwel uitsluitend van je enorme archief, en straks verschijnt er een boek met een overzicht van je hele carrière. Ooit gedacht dat je foto's voor veel geld verkocht zouden worden?

"Absoluut niet. Vroeger zag ik er niet eens het nut van in om mijn negatieven bij te houden, maar op aanraden van mijn vader heb ik dat toch gedaan. Jarenlang heb ik mijn films bewaard in het soort plastic zakken die je in de supermarkt kreeg om je boodschappen mee naar huis te nemen. Ik wist echt niet waarom ik al die rommel bijhield. Maar inmiddels is dat archief een goudmijn gebleken. Een ander advies van mijn vader heb ik ook altijd goed onthouden: werk nooit gratis. Ik word heel vaak uitgenodigd op trouwfeesten, en dan vragen ze langs hun neus weg of ik misschien ook mijn fototoestel wil meebrengen. Wel, niet dus. Tenzij ze me willen betalen. En trouwens: ik doe geen trouwfeesten." n

info

The Decca Years -Iconic photographs of the Rolling Stones is nog tot 24 februari te zien in V!P's International Art Galleries, Westelijk Handelsterrein, Van Vollenhovenstraat 15, in Rotterdam, www.vipsart.nl. De foto's van Mankowitz zijn ook te koop via www.mankowitz.com

Heel aardig van Mick en Keith dat ze nog steeds op tournee gaan om mijn werk te promoten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234