Donderdag 24/09/2020

Gered door een ladeblok

Ik hoef de vraag niet te stellen, hij heeft mijn nieuwsgierige blik al onderschept. De pleister op zijn linkerhand? ‘Met de fiets gevallen bij het station van Mechelen’, zegt hij. Terwijl hij het vertelt, schiet hij in een lach. ‘Dat zou pas een mooie primeur zijn: man die aardbeving in Haïti overleeft, verongelukt met fiets in Mechelen.’

Nee, Wouter De Weerdt is zijn gevoel voor humor niet kwijtgespeeld in de aardbeving. De 45-jarige VN-medewerker noemt zichzelf een koele kikker, maar ook een bofkont. “Ik had dood moeten zijn”, zal hij tijdens zijn overigens nuchtere relaas meermaals verzuchten. ”Zo’n aardbeving is een loterij met heel weinig winnende loten. Ik was een van gelukkige winnaars.” Het was dinsdag 12 januari, 16.50 uur plaatselijke tijd. Wouter De Weerdt, budget and planning officer bij de electorale cel van VN-vredesmissie Minustah, zat op kantoor. Verkiezingen organiseren is zowat zijn specialiteit. Voor hij in 2008 naar Haïti verkaste, had De Weerdt drie jaar in Kinshasa gesleten om er met de Monuc de verkiezingen voor te bereiden, eerder verbleef hij voor diverse VN-organisaties in Kosovo, Kenia, de Comoren en Mali. Door plaatsgebrek was zijn dienst gehuisvest in een bijgebouw van het zeven verdiepingen tellende Hotel Christopher, dat door Minustah tot hoofdkwartier werd omgebouwd. Dat triviale gegeven zou van levensbelang blijken, maar dat kon De Weerdt om 16.49 uur niet vermoeden. “Het was business as usual”, begint hij zijn verhaal. “Alle expats zaten nog op kantoor, maar de Haïtiaanse medewerkers waren naar goede gewoonte al vertrokken. Volgens hun contract moeten ze tot halfvijf werken, en geen minuut langer. We hebben ons wel eens geërgerd aan die stiptheid, maar nu moet ik toegeven dat die houding honderden levens heeft gered. Lang werken is echt niet goed voor de gezondheid, dat is nu wel bewezen.”“Ik had net met een Belgisch-Libanese collega een powerpoint voor de parlementsverkiezingen van eind februari doorgenomen. Ook Marc, onze Franse chef, was even over onze schouders komen meekijken. Het was de laatste keer dat ik hem heb gezien. Mijn collega was net de deur uit toen het gebeurde, zonder de minste waarschuwing. Een collega uit Alaska heeft me achteraf het verschil uitgelegd tussen diepe en ondiepe aardbevingen. De diepe komen uit het binnenste van de aarde en kondigen zich met veel gerommel aan. Maar dit was een ondiepe beving. Van de ene seconde op de andere werden we met een onwaarschijnlijk geweld heen en weer geschud. Om een idee te geven van de natuurkracht: we rijden bij Minustah met Nissan Patrols, bakken van twee ton. Welnu, die werden door de schok gewoon weggesmeten.”

Onder het bureau

“Mijn geluk is dat ik op de Comoren en in Congo al verschillende aardbevingen heb meegemaakt. Lichte schokken, maar ik herkende het onmiddellijk. Instinctief ben ik onder mij bureau weggedoken, een seconde later en ik was er geweest. Het gebouw, een annex van een villa die de VN bij het hotel had gehuurd, is als een kaartenhuis ineengezakt. We zaten op de benedenverdieping, maar gelukkig was er boven ons alleen nog een terras met daarop enkele wooncontainers voor Egyptische blauwhelmen. Die hebben de schrik van hun leven opgedaan toen ze ineens drie meter naar beneden zakten, maar zij bleven tenminste ongedeerd. Het geluid van de schok en de instorting was apocalyptisch. Toen het voorbij was, volgde er een bevreemdende stilte die snel doorbroken werd door het gekreun van zwaargewonden. Mijn Franse chef en mijn Keniaanse college heb ik letterlijk horen sterven, een vreselijke ervaring. Ik probeerde hen nog moed in te spreken, toen het kreunen stopte, kon ik alleen maar hopen dat ze in een coma waren geraakt.” “Ik heb mijn leven te danken aan een stalen ladeblok. Mijn bureau zelf was onder het gewicht helemaal opgeplooid, maar het massieve ladeblok heeft standgehouden. Veel ruimte was er niet, maar ik kon wat bewegen en vooral: ik zag licht. Sommige collega’s hebben vijftien uur in het pikkedonker gezeten, dat is pas traumatiserend. Op eigen kracht geraakte ik niet weg, de ravage was te groot. De grote schuldige zweefde vlak boven mijn hoofd: de betonnen dakplaat van wel 30 centimeter dik. Kijk, als deze aardbeving zoveel slachtoffers heeft gemaakt, dan ligt dat ook aan de erbarmelijke bouwkwaliteit op Haïti. Ze gebruiken te weinig of minderwaardig cement, vlechten geen ijzers in hun beton, er is geen enkele controle van de overheid. De meeste bouwheren verwaarlozen funderingen en dragende structuren, maar ze gieten wel een betonnen dak van 30 centimeter dik. Dan kunnen we later nog een verdieping bijbouwen, redeneren ze, zonder zich ook maar een seconde af te vragen of hun gebouw daarop is berekend. Die kortzichtigheid heeft vele duizenden mensenlevens geëist.”“Egyptische en Canadese blauwhelmen waren snel ter plaatse. Ik had alweer geluk: omdat mijn bureau dicht bij de buitenkant lag, werd ik als een van de eersten bevrijd. Ik heb slechts veertig minuten vastgezeten. Buiten kon ik mijn ogen niet geloven. Hotel Christopher was als een soufflé ingezakt, van een toren van zeven verdiepingen schoot een stulp van anderhalve verdieping over. ’s Anderendaags ben ik de Indiase veiligheidsverantwoordelijke tegengekomen, compleet van de kaart. Hij vertelde hoe hij om tien voor vijf was buiten gestapt en het hele gebouw achter zijn rug als een toneelgordijn naar beneden was gekomen. “Ik heb daar ontzettend veel collega’s verloren. Ik kende alle kaderleden, ook het Tunesische posthoofd, zijn assistenten en secretaressen. Er ging geen dag voorbij zonder dat we contact hadden of samen lunchten, voor hetzelfde geld bevond ik me op het moment van de schok in het hotelgebouw. Voor mijn ouders moet het verschrikkelijk zijn geweest. Ze dachten de hele tijd dat ik in het hotel verbleef, ook al omdat die naam in mijn mailadres voorkomt. Bovendien hebben ze de Franse ambassadeur op de televisie horen verklaren dat er in het hotel geen overlevenden waren. Ze hebben de hele woensdag doodsangsten doorstaan, tot mijn mailtje er ’s avonds is doorgekomen.”

Met blote handen graven

“Ik ben de hele tijd bij de reddingsoperatie gebleven. Het ging tenslotte om collega’s en vrienden, bovendien was ik na de dood van mijn chef ook hiërarchisch verantwoordelijk. De chaos was compleet, alle wegen zaten potdicht. Jordaanse blauwhelmen zijn te voet van de luchthaven gekomen om ons te helpen. Wat die mannen hebben gepresteerd, daar neem ik mijn pet voor af. Met blote handen begonnen ze in het puin te graven, onvermoeibaar. Ze kropen met gevaar voor eigen leven in duistere holtes, terwijl er om de haverklap nog naschokken volgden. Er is naderhand veel kritiek gegeven op de trage start van de reddingsoperaties, en op de passiviteit van de VN. Ik vind dat goedkoop, gelet op de omstandigheden heeft iedereen zich tot het uiterste ingespannen.” “Uren heb ik aan de rand van de puinhoop gezeten. Ik heb de hele tijd met mijn Belgisch-Libanese collega gepraat die bedolven lag, zelfs haar hoofd was geklemd. Ze leed verschrikkelijke pijn, ze smeekte aldoor om haar eruit te halen en haar niet in de steek te laten. Wat ik allemaal heb uitgekraamd om er de moed in te houden. Peptalk, maar ook onnozelheden. Dat we ons alvast geen zorgen meer moesten maken over die powerpointpresentatie en zo. Het heeft tot twee uur ’s morgens geduurd om mijn collega eruit te halen, ze was nog bij bewustzijn. Na de eerste zorgen hebben ze haar op een brancard gelegd. Zes blauwhelmen hebben haar te voet naar het militair hospitaal bij de luchthaven gedragen. De tocht door de stad was hallucinant. Iedereen was buiten op straat. Hele blokken waren verdwenen, andere stonden nagenoeg ongeschonden overeind. De stevigheid van de constructie? Of dom geluk? Ik weet het niet. “In het hospitaal was het alle hens aan dek. Het hele binnenplein was als operatiezaal ingericht, er lagen matrassen op de grond, er werd geamputeerd in het licht van schijnwerpers. Het was slagveldgeneeskunde, voortdurend prioriteiten leggen, kiezen tussen hopeloze gevallen en kanshebbers. Gewone dokters zouden het niet aankunnen, maar de Argentijnse legerartsen waren fabuleus. Ik ben nog de hele nacht bij mijn collega gebleven. Haar hand vasthouden, zeggen dat her vliegtuig klaar stond om haar te evacueren, het zijn kleine gebaren die op zo’n moment een groot verschil maken.”“’s Anderendaags ben ik op de crisiscel van Minustah gaan werken. Alle handen waren welkom, want de meeste kaderleden waren omgekomen. Het liefst van al was ik daar gebleven, maar ik moest naar België terug om mijn papieren in orde te brengen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234