Woensdag 05/10/2022

Gerda dendooven bezocht tentoonstelling over illustraties van sprookjes

En dan die vettige wolf. 'Trek je kleertjes uit', zegt hij tegen Roodkapje, 'en kom bij mij in bed liggen.' En die Roodkapje doet dat nog ook. Dat onschuldige kind, of is ze vroegrijp met van die nieuwsgierige vragen?

In bed met de boze wolf

In Brussel loop sinds kort een tentoonstelling over sprookjes en hun illustraties. Wij stuurden illustratrice en vertelster Gerda Dendooven erheen. Ze raakte er onder meer onder de indruk van de boze wolf zoals die werd getekend door Gustave Doré. 'Wat een stuk van een wolf, wat een beest van een man.'

Er was eens... maar waar ging het eigenlijk over. Ik hou van sprookjes, gruwelijk en grof. Ik heb ze het liefste verteld, in het schemerduister, met veel medewerking van natuurelementen zoals wind, vuur, regen en nevel. Ik hou van sprookjes omdat ze zo passen in mijn kronkelige hoofd waarin ook alles kan. Het zijn wondere werelden bewoond door goed en slecht. Met veel erotiek in de gedaante van katten met laarzen of wolven met jurken. In sprookjes groeien er worsten op neuzen en hangen er afgehouwen paardenhoofden aan de muur die steeds weer zeggen: ik ken u. De rode schoentjes staan er nooit stil. En er wonen malse vrouwen die de aardlingen besneeuwen met de veren uit hun bedden. In sproken is het goed doch gevaarlijk toeven, daar is moed voor nodig. Ik wenste dat mijn leven een sproke was, schurend en spannend, zonder Disneyprinsen op witte paarden, want die betrouw ik niet.

Er was eens... en het bleef komen. Lang geleden waren er al sproken, overal ter aarde, en ze leken goed op elkaar. Ze vertelden over dwaze meisjes en slechte moeders, sluwe reuzen en venijnige heksen. Sproken zijn zo oud als het woord zelf. Het zijn uitgesproken vertelsels, bedacht om moraal door te geven. Goed en kwaad duidelijk te maken. Mensen op het rechte pad te houden in de donkere tijden voor het bestaan van de elektriciteit. Sproken werden thuis verteld, rond de haard of door rondtrekkende beroepsvertellers. Aan jong en oud. Maar bij de wrede of pikante details stopte oud de oren dicht van jong. En toen, zo rond 1500, bedacht de Italiaan Giovan Straparola dat het uitgesprokene toch een keertje opgeschreven of opnieuw verzonnen moest worden en hopla: daar stond de Gelaarsde Kat. Een slim mansbeest, vol erotiek en sluwe koketterie, in een geestig verhaal van spot en spuw op politiek. Na Straparola kwam Basile, hij tekende de eerste Doornroosje, Sneeuwwitje en Raponsje op. Deze Italiaanse sprookschrijvers bedachten precies zoals Dante een raamvertelling om de zelfverzonnen verhalen in te gieten. Wij zijn hen ondertussen al lang vergeten. Wij kennen wel nog de Fransman Perrault uit de zeventiende eeuw en de Duitse gebroeders Grimm uit achttienhonderd. Of Andersen, zoon van een arme schoenlapper, precies tweehonderd jaar geleden geboren in Denemarken. Maar er zijn nog andere schrijvers en sprookjes worden nog steeds verzonnen of herschreven.

Er was eens... en toen niet meer. Sproken zijn in oorsprong wreed en gruwelijk. Doornroosje en haar twee onwettige kinderen ontsnappen op het nippertje aan hun wrede schoonmoeder en oma. En Roodkapje wordt smakelijk opgegeten door de wolf. Sproken onthullen de onlogische waarheid der dingen en spreken over onderbewuste angsten en duistere verlangens. Maar Grimm en Disney hebben veel van dat heerlijke gruwelijks afgelikt.

Er was eens... maar waar ging het ook al weer over? Sproken gaan over het leven zelf. Het zijn metaforen met verwijzingen naar overspel, incest, machtswellust, kortom naar alles wat des mensen is. Blauwbaard, blauw van bedrog en geheime levens, vermoordt zijn vele vrouwen die ziek zijn van nieuwsgierigheid en dus eigenlijk ook niet te vertrouwen. Blauwbaard gaat over u en over mij. Of zou het over Hendrik VIII gaan? En dan die vettige wolf. 'Trek je kleertjes uit', zegt hij tegen Roodkapje, 'en kom bij mij in bed liggen.' En die Roodkapje doet dat nog ook. Dat onschuldige kind, of is ze vroegrijp met van die nieuwsgierige vragen? Waarom zijn uw armen zo groot? Om je beter te omhelzen, tiens. En waarom heeft u zo een grote mond? Om je beter te kunnen happen, evidemment. En hap, ze wordt opgepeuzeld. Er is geen redder, geen jager (een jager?!!!). Ze had haar tijd maar niet moeten verbeuzelen. Goed en slecht liggen dicht bij elkaar in één bedje.

Er was eens...maar voor wie? Oorspronkelijk waren sproken bedoeld voor volwassenen. Iedereen begreep ze en gebruikte ze naargelang zijn behoefte. Een man van veertig hoorde iets anders dan een jongeling van veertien. Maar helaas zijn de sproken sinds de Gebroeders Grimm vooral vertelsels voor kinderen geworden.

Er was eens... en hoe? Sproken volgen een eigen logica. Er is een structuur van vallen en opstaan en beloond worden met een gelukkig leven. Alles kan, er is geen tijdsindicatie, geen plaatsbepaling, want het begint met 'Er was eens...' Sprookjesfiguren zijn geen complexe personen. Iemand is mooi en bijgevolg ook goed. Je bent wat er staat: een boze stiefmoeder is slecht, en een dappere ridder is een redder. Het zijn geen fabels met beesten onder elkaar en ook geen legendes rond heiligen. Het zijn geen sagen met historiek of mythes met goden.

Er was eens... en toen niet meer. De sprookjes van toen zijn niet meer. Het scherpe is eraf geveild. Voor de zielenrust der kindertjes, maar vooral voor die van mama en papa. Want hoe leggen die aan hun kindertjes uit waarom de koning met zijn dochter wil trouwen? Disney heeft hen geholpen door er de scherpe hoeken af te wrijven. De kleine zeemeermin lost niet meer op in het schuim der zee maar trouwt met haar prins. Ze leven lang en gelukkig.

Er was eens... en bovendien heel veel. Hoeveel sproken bestaan er? En hoeveel varianten op eenzelfde thema? Er zijn er zoveel als de zee diep is, zoveel als de koning rijk is en die is zo rijk als er wolken zijn in de lucht op een bewolkte dag.

Er was eens... en toen nog een keer. Sproken raken nooit op. Ze blijven komen, altijd opnieuw en in een ander kleedje. Een mooier kleedje? Zeker een schattiger kleedje, vrolijker met meer luchtcirculatie. Wat is er met sproken dat ze geen versheidsdatum hebben? Zijn dood, seks, macht, afgunst onaantastbaar voor verval? Er was eens... maar waar was het ook al weer? In de Hallepoort in Brussel

Er was eens... en ik was er ook. De stenen herauten die de wenteltrap bewaken, fluisteren: Er was eens, er was eens, er was eens... en ze blijven komen, al die trappen. De wenteltrap is wel vijf verdiepingen hoog, je woont even in de toren bij Rapunsel. Er was eens... en voilà. Ik ben op de eerste verdieping van de Hallepoort, vanuit de diepte stroomt rood licht in de toren omhoog. Ik ben dus gewaarschuwd als ik de eerste zaal binnenkom.

Een bloementapijt van honderd rode margrieten ontvangt mij vriendelijk. Een vrouw roept vanachter een deurtje: Zuster Anna, zie je al iets? Neen, non rien, want de Hallepoort is tweetalig en de tentoonstelling is dat heel consequent ook. Zuster Anna uit Barbe-Bleue ziet niet veel, ik daarentegen. Ik ontdek oude volksprenten met vreemde, wrede verhalen, primitief gedrukt. Ik lees over de complexe moraliteit bij Blauwbaard. 'Past op voor schone schijn der man maar gij vrouw weest niet zo curieus en schendt het vertrouwen niet dat uw man u schenkt.' Ik ontdek de gruwelijke moederkoningin bij Doornroosje, ze zal uiteindelijk zelf in het bad vol slangen vallen. Ik zie de hoeden van de Gelaarsde Kat, het manteltje van Roodkapje, het rozenbed van Doornroosje, de glazen kist van Sneeuwwitje, het peperkoeken huisje, ik bekijk de prenten van vroeger en van nu en ik voel hoe ruimte en tijd weg glijden. In de verte klinken de stemmen van Anna, de Gelaarsde Kat, de wolf...

Ik geraak een beetje in de war van al dat sprookachtige. Maar het meest onthutsende zijn de vleselijke prenten van Gustave Doré bij Roodkapje. Wat een wolfsman en wat een voorlijk meisje. Ze weet van aanpakken, die Roodkapje. Je voelt de stevige billen van de wolf, je voelt zijn adem, zijn lichaamstemperatuur en je begrijpt dat hij zegt: Vooruit kleed je uit en kom bij mij in bed. De prenten van Doré zijn de wonderlijkste die ik ooit zag. Wat een stuk van een wolf, wat een beest van een man. Is Roodkapje het slachtoffer of stuurt zij alles zoals zij het wil? Dit getekende realisme maakt het onmogelijke mogelijk: plots lig je zelf in bed met de wolf. Honderd jaar later zal de kuise Grimm er zijn jager op loslaten.

Er was eens... maar in de Hallepoort is er een beetje te weinig. De keuze van de verhalen is beperkt, je ziet de bekendste sprookjes. Ook de tekenaars zijn een beetje voorspelbaar. Er is Doré, Anton Pieck, die de Efteling bedacht, Rie Cramer, Edmond Dulac. Allemaal uit vroeger eeuwen, wreed en gruwelijk en pervers vertellen ze hoe het leven is. Maar er is ook Disney. En door Disney denkt iedereen vooral aan het schattige van sprookjes. Er is moois te zien van vroeger en ook van nu. Er zijn pop-upboeken, lanterna magica's, tekenfilms. En er zijn voorlopers van het stripverhaal in de vorm van volksprenten in 'mannekensbladen', houtsnedes met primitieve kleurendruk. Er zijn kopergravures, en schilderijtjes van Delacroix, een jonge tekenares. Mooi om zien hoe illustraties modegebonden zijn en parallel lopen met wat er in de schilderkunst gebeurt. Er is het realisme van Doré, het symbolisme bij Dulac, de art nouveau van Rie Cramer, abstracte expressie bij Isabelle Vandenabeele. Ik zie een sprookje mooi geïllustreerd door Vandewoestijne en een heerlijk Sneeuwwitje van Luc Duflou. Er zijn toegankelijke reeksen van Klaas Verplancke en Thé Tjong-Khing. Maar ik mis Lisbeth Zwerger, Richard Scarry en Wim Hofman, Pieter Gaudesaboos en Tytgat. En waar ik vooral naar zoek, zijn de wonderlijke kartonboeken met 3D-platen. Figuren uit plasticine of stof gemaakt die je bijna kon vastnemen. Het leken verstilde momenten onder een laag suikerglazuur.

Er was eens... en u moet er ook eens zijn, het is een fantastische hap cultuur die niet uitsluitend voor kindertjes is bedoeld. En er is werk van gemaakt. De tentoonstelling zit boordevol goeds en moois en toch blijf ik een beetje op mijn honger: ik wil meer. Al kan ik in het smakelijke peperkoeken huisje van Hans en Grietje meteen mijn tanden zetten.

Gerda Dendooven

Nog tot 16 april 2006 in de Hallepoort, Zuidlaan 1000 Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234