Zondag 20/10/2019

"Geplande hervorming kinderopvang is juiste weg"

Beeld PHOTO_NEWS

"De geplande hervorming van de kinderopvang van baby's en peuters is de enige weg om het versnipperde kinderopvanglandschap in Vlaanderen te stroomlijnen. De omschakeling is en blijft een moeilijke evenwichtsoefening en we begrijpen dat de verandering vragen oproept in de sector. Maar wij vragen de sector wel om vertrouwen". Dat zeggen Filip Winderickx, afdelingshoofd kinderopvang van Kind & Gezin en transitiemanager rond het nieuwe kinderopvangdecreet, en Margot Cloet, adjunct-kabinetschef van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen in een gesprek over het nieuwe Vlaamse kinderopvangdecreet.

De kinderopvang in Vlaanderen zal vanaf 1 april 2014 grondig veranderen. Zo zal elke opvang een vergunning moeten hebben van Kind en Gezin. Er komt ook een geleidelijke gelijkschakeling tussen de verschillende soorten opvangvoorzieningen, zowel op het vlak van voorwaarden als financiering. Tegen 2020 zouden de hele omschakeling moeten rond zijn. Tegen dan wil Vlaanderen ook een opvangplaats kunnen bieden voor elk gezin met een behoefte aan kinderopvang.De Vlaamse kinderopvangsector wordt wel eens vergeleken met de typisch Vlaamse bouwstijl. "Iemand zet eerst een huis en bouwt er nadien een achterkeuken, een kippenhok, een borstelkot, enz... achteraan. Dat maakt dat het kinderopvanglandschap en de regelgeving heel heterogeen en versnipperd is. Doel van het nieuwe decreet om alles beter te stroomlijnen".

Aan de grote omschakeling is jarenlang gesleuteld. "Hier is jaren overleg aan vooraf gegaan, niet alleen met de sector en vertegenwoordiging van gebruikers maar ook met de partijen, lokale bestuurders, ouders, enz...", zegt Margot Cloet van het kabinet-Vandeurzen.

Momenteel bestaat het Vlaamse kinderopvanglandschap grotendeels uit gesubsidieerde onthaalouders (circa 31.000 plaatsen), zelfstandige onthaalhouders (circa 5.800 plaatsen) erkende en gesubsidieerde kinderdagverblijven (zo'n 18.800) en de zelfstandige kinderdagverblijven (circa 39.000 plaatsen). Die verschillende opvangvormen verschillen zowel op het vlak van voorwaarden als financiering.

Grotere stroomlijning
Het nieuwe decreet moet daarom zorgen voor een grotere stroomlijning. Zo blijven er nog twee grote opvangvormen over. Enerzijds de gezinsopvang (de vroegere onthaalouders) waar maximaal 8 kinderen tegelijk aanwezig mogen zijn en anderzijds de groepsopvang (de bestaande erkende en gesubsidieerde opvang en de zelfstandige kinderdagverblijven) waar minstens 9 kinderen tegelijk aanwezig zijn. Naast de gezins- en groepsopvang komt er ook een regeling voor opvang aan huis.

Een belangrijke nieuwigheid is dat alle opvanginitiatieven een vergunning zullen nodig hebben. Nu zijn er nog opvanginitiatieven die werken zonder attest of erkenning van Kind en Gezin. Dat zal met het nieuwe decreet dus niet meer mogelijk zijn.

Beeld PHOTO_NEWS

Naast een harmonisering van de vergunningsvoorwaarden komt er ook een geleidelijke gelijkschakeling van de financiering tussen de verschillende opvanginitiatieven. Dat laatste vormt een delicate oefening. De zelfstandige sector klaagt traditioneel over een onderfinanciering tegenover de erkende gesubsidieerde sector.

Er is de voorbije jaren wel sterk geïnvesteerd in de zelfstandige sector, met name in de uitbreiding van het inkomensgerelateerde systeem of IKG-systeem, waarbij ouders betalen in functie van hun inkomen en de kinderdagverblijven dankzij de overheid een gegarandeerde dagprijs krijgen. Ook in 2014 wordt 7 miljoen geïnvesteerd in het IKG-systeem (1.055 bestaande plaatsen die omgezet worden in IKG en 478 nieuwe IKG- plaatsen).

Maar er blijft een kloof tegenover de erkende gesubsidieerde sector. Zo krijgt die laatste sector omgerekend gemiddeld 54 euro per plaats/dag terwijl de subsidie voor een zelfstandig kinderdagverblijf met IKG-tarief rond de 35 euro per plaats/dag ligt. Bedoeling is die kloof tussen 2014 en 2020 volledig dicht te fietsen.

Getrapte subsidies
Er komt vanaf april 2014 een getrapt subsidiesysteem waarbij elke gezins- en groepsopvang met een vergunning onder bepaalde voorwaarden start met een basistegemoetkoming (trap 1). Aan die basissubsidie wordt wel de voorwaarde gekoppeld dat zeker de kinderbegeleiders Nederlands moeten kennen en dat ook Nederlands wordt gebruikt in de werking. Wie bovendien een nieuwe kinderopvang wil starten in een plaats waar er eigenlijk geen opvang nodig is, zal mogelijk ook geen basisbedrag krijgen.

In trap 2 zitten de opvanginitiatieven die werken met een inkomensgerelateerd tarief (dat zijn de zelfstandigen met IKG-systeem en de erkende en gesubsidieerde initiatieven waar ouders al automatisch betalen volgens hun inkomen) en met bepaalde voorrangsregels krijgen bovenop het basisbedrag een bijkomende subsidie.

Trap 3 is de zogenaamde plussubsidie voor kinderopvang die kwetsbare gezinnen ondersteunt. Daarnaast zijn er aanvullende subsidies mogelijk voor inclusieve kinderopvang (opvang voor kinderen met een beperking) en voor flexibele opvang.

Hoeveel de hele omschakeling zal kosten, is moeilijk te zeggen. Er zijn wel simulaties, maar veel hangt af van de toekomstige keuzes van de opvanginitiatieven zelf. Maar om een voorbeeld te geven: uit het antwoord van minister van Welzijn Jo Vandeurzen op een parlementaire vraag van Open Vld-politica Vera Van der Borght blijkt dat het 176 miljoen euro zou kosten om alle zelfstandige kinderdagverblijven onder te brengen in trap 2 (met IKG dus).

Beeld PHOTO_NEWS

Het is ook de bedoeling in het decreet een aantal instrumenten in te schrijven om een pure vermarkting van de sector tegen te gaan en om het probleem van de schijnzelfstandigheid in te dijken. Dat veroorzaakt een fiscale en financiële scheeftrekking met zelfstandige kinderdagverblijven die werken met werknemers.

Het zou de bedoeling zijn - er wordt nog volop over onderhandeld - om een groepsopvang die gesubsidieerd wordt door de overheid (vanaf trap 2) met meer dan 18 kinderen te verplichten met werknemers te werken en om met een sociaal oogmerk te werken. Dat laatste betekent onder meer dat de subsidies naar een sociaal nut gaat en dat de winst niet doorgesluisd wordt naar aandeelhouders.

Op die manier zou men vermijden dat grote spelers enkel om commerciële redenen vergunningen opkopen en subsidies opstrijken. "In Nederland is de kinderopvang daar aan kapot gegaan. Grote spelers kopen plaatsen op. Alles wat opbrengt wordt doorbetaald aan de aandeelhouders. Er wordt bespaard op alle kosten en de kwaliteit van omkadering gaat achteruit. Dat is de pure vermarkting die we in Vlaanderen willen vermijden", aldus Winderickx.

Vragen
Binnen de kinderopvangsector leven er vragen - en hier en daar wat ongerustheid - over het nieuwe decreet. "We begrijpen die vragen, zegt Winderickx. Maar sommige opvanginitiatieven hadden mogelijk teveel verwacht van het nieuwe decreet. "Er zijn er misschien die gedacht hadden dat het nieuwe decreet alles zou oplossen en dat er in 2014 een gigantische zak geld op tafel zou liggen. Maar dit decreet is geen deus ex machina. Het is een constante evenwichtsoefening. Maar laat er geen vergissing over bestaan, indien we de doelstelling van het decreet - voldoende, kwaliteitsvolle, toegankelijke en betaalbare kinderopvang - willen realiseren, is er geen andere weg mogelijk".

"Er verandert inderdaad veel, maar wij vragen wel wat vertrouwen. We zullen rekening houden met de problemen die er zijn", aldus Winderickx. Margot Cloet vult aan: "We voorzien een transitieperiode van 6 jaar. Je moet het decreet zien als een masterplan dat de sector een sokkel biedt met een duidelijke financieringssysteem en een duidelijk kader. Sommigen zullen misschien vrezen hier en daar iets verliezen, maar op termijn zal iedereen erbij winnen".

Beeld PHOTO_NEWS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234