Zaterdag 19/09/2020

Georgette Leblanc, de vrouw van het Niets

Het verhaal is bekend: Maurice Maeterlinck schoof zijn maîtresse Georgette Leblanc naar voren om de eerste Mélisande te zijn; de Parijse Opéra comique wilde de Schots-Amerikaanse Mary Garden, omdat Leblanc enkele jaren voordien te veel schandaal geschopt had als Carmen. Componist Claude Debussy koos de kant van de opera. Grote ruzie, scheldbrieven in de krant, dreigementen met een proces en mocht dat niet lukken, zelfs een duel. Maar uiteraard haalde niet de dichter maar de opera haar slag thuis. Exit Georgette.

Of toch niet helemaal. Het vervolg van het verhaal is minder bekend. Maeterlinck had Leblanc leren kennen toen zij een seizoen lang geëngageerd was aan de Munt in Brussel om er Carmen te zingen en La Navarraise van Massenet. ("La Nanavarraise", zei Munt-directeur Maurice Kufferath, want Leblanc was negentien jaar en schopte als Anita tegen de heilige huisjes van de opera, "het lichaam gehuld in zwarte lompen, de blonde haren in de war").

Geen wonder dat men opnieuw aan Leblanc denkt als twintig jaar later Pelléas voor het eerst in Brussel - en voor het eerst buiten Parijs - zal worden opgevoerd. Op 2 september 1906 lezen we in het Brusselse weekblad L'Éventail dat zij in de Munt de rol van Mélisande zal zingen en al met Debussy aan het repeteren is.

Maar tien dagen later heeft ze zelf nog niets gehoord en schrijft dan maar een bezorgde brief naar Brussel. Begin oktober staat tot ieders verbazing in hetzelfde tijdschrift de "definitieve bezetting": opnieuw Mary Garden! Volgt een heftige briefwisseling tussen Leblanc en Debussy, die de plooien probeert glad te strijken. Maar natuurlijk wordt het wéér Garden. Leblanc zal tot 1912 moeten wachten om - in Boston! - aan de beurt te zijn.

Het was niet het enige dat in Brussel fout liep. Debussy klaagt steen en been over "het kleine volkje met de gezwollen pretentie": "De Belgen praten en beloven veel, om er zich daarna weer rustig en schijnheilig van af te maken."

Op de repetities blijft hij beleefd, zoals L'Éventail mild ironisch meedeelt: "Hij is - uitzonderlijk fenomeen - opgewekt en goed gehumeurd." Maar hij vlucht al vóór de première naar Parijs, waar hij zijn ongenoegen de vrije loop laat: "Veertien dagen lang heb ik les moeten geven aan een orkest waarvan de Vlaamse geest ongeveer even wendbaar is als een gewicht van 100 kilogram." Dient het gezegd dat volgens de Belgische pers de première een "triomf" was?

Terug naar Leblanc. Zij had een broer, Maurice, een gerateerde dichter die in Frankrijk wereldberoemd werd met romannetjes over de 'gentleman-inbreker' Arsène Lupin. Zijzelf zou later over hem zeggen dat hij een dandy was, die "in 1900 de mode van 1835 lanceerde;"

In de eerste van die romans speelt de vuurtoren van Tancarville (het dorp aan de Seinemonding, waar beiden geboren zijn) een centrale rol. Dat fallussymbool nam Georgette in de jaren twintig als pleisterplaats om er, samen met haar vriendin Margaret Anderson, salon te houden.

Nadat Maeterlinck haar had verlaten voor een jongere vrouw, ontdekte Leblanc namelijk haar lesbische kant.

Margaret was ook niet de minste. Zij was de eerste die het gewaagd had in haar tijdschrift Little Review uittreksels uit Ulysses van James Joyce af te drukken. Ze kreeg er een proces voor aan haar been, vanwege verspreiding van obscene publicaties.

In de jaren die volgen, waarin Leblanc wanhopig een hopeloze strijd aanbindt met haar kanker, herinnert Leblanc zich een brief die zij veertig jaar eerder aan Maeterlinck schreef: "Ik ben als een zeepbel die drijft in de lucht en die met niets reëels verbonden is; zelfs diep in mij voel ik dat ik niets ben."

Het kan geen toeval zijn dat Debussy in nagenoeg dezelfde bewoordingen het wezen van Mélisande had beschreven: als een "wezen dat nooit verandert", een "niets".

Misschien had Leblanc toch de première moeten zingen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234