Dinsdag 02/06/2020

George W. Bush en de vrouwen

In de negentiende eeuw stond de strijd tussen de voor- en tegenstanders van de slavernij hoog op de agenda. In de twintigste eeuw namen de democratische krachten het op tegen het nazisme, het communisme en andere despotische ismen. Vandaag moeten we de strijd aanbinden met alle wreedheden waarbij meisjes en vrouwen gedood en verminkt worden.

Jammer maar helaas blijkt president Bush deze zomer steevast voor het verkeerde kamp te kiezen in de essentiële emancipatorische strijd ten voordele van de gediscrimineerde meisjes en vrouwen in grote delen van Afrika en Azië.

Het allergrofste waar we de afgelopen maanden getuige van konden zijn, was wel dat president Bush vorige maand 34 miljoen dollar schrapte die bestemd waren voor UNFPA (het VN-bevolkingsfonds), dat in 142 landen projecten heeft lopen. De reden: de Amerikanen kunnen zich niet vinden in politieke opties die abortus en gedwongen steriliseringen tolereren, met name in China. Maar wat betekent dat in de praktijk?

Begin dit jaar wilde UNFPA met een kraamproject in Burundi starten. In Burundi wordt slechts een vierde van de bevallingen begeleid door een kraamvrouw (bijna geen enkele door een geneesheer), één vrouw op de acht sterft er tijdens de bevalling.

Door de beslissing van president Bush werd dit Burundese project echter geschrapt, net zoals een trainingsproject voor kraamvrouwen in Algerije, een aids-centrum in Haïti en een Indiaas project ter bestrijding van zuigelingensterfte.

De conservatieven hebben gelijk als ze zich verzetten tegen de vaak brutale Chinese geboortepolitiek. Maar enkel in Washington kan men oplossingen voor China verzinnen die doden in Burundi tot gevolg hebben.

Het is niet enkel door te snoeien in de fondsen van UNFPA dat Bush de derdewereldvrouwen schade berokkent. Hij probeert ook een zeer belangrijk internationaal vrouwenrechtenverdrag te blokkeren.

Dat verdrag, het zogenaamde Cedaw-verdrag (Cedaw staat voor Conventie voor de Uitroeiing van alle vormen van Vrouwendiscriminatie), is voor Amerika zelf niet belangrijk, maar zou het zou wel een belangrijke emancipatorische hefboom kunnen zijn in die landen waar vrouwen zwaar gediscrimineerd (lees: gedood ) worden.

De huidige Amerikaanse regering spant zich ook in om initiatieven als de wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg, die eind deze maand plaatsvindt, het vuur na aan de schenen te leggen omdat ze in tal van voorbereidende documenten verwijzingen naar abortus meent te bespeuren. Organisaties die informatie over abortus verschaffen moeten uiteraard niet meer op Amerikaanse financiële steun rekenen.

En terwijl George Bush trots was omdat hij het aids-fonds 500 miljoen dollar kon toezeggen zal het toegezegde geld waarschijnlijk nooit aangewend kunnen worden omdat de Amerikaanse regering het fonds ronduit onmogelijke eisen stelt.

En wat te denken van de strijd tegen de vrouwenhandel? Spannen de conservatieve Amerikanen zich niet samen om op dit toch wel cruciale punt de verdediging van de derdewereldvrouwen op te nemen?

Heeft Bush hier geen karakter getoond? Neen. Uit het antwoord op een verwijtende brief van een aantal prominente conservatieve leiders blijkt dat de regering "passief zal blijven in de strijd tegen de vrouwenhandel. Men is tevreden met een status-quo".

Volgens de regering gaat het in al de opgesomde gevallen om abortus en seks. Dat klopt niet. Waar het wel om gaat, is dat er elk jaar 500.000 vrouwen sterven bij zwangerschappen of bevallingen, dat er ter wereld 100 miljoen vrouwen en meisjes 'vermist' zijn omdat ze niet voldoende voedsel of medische hulp kregen of omdat ze geaborteerd of vermoord werden omdat ze van het vrouwelijke geslacht waren; dat 60 procent van de kinderen die nooit lager onderwijs krijgen, meisjes zijn; dat 130 miljoen meisjes genitaal verminkt werden, dat er jaarlijks tussen de één miljoen en twee miljoen meisjes in de vrouwenhandel belanden.

Als ik kwaad ben, is dat vooral omdat ik bij al deze cijfers gezichten zie van mensen die ik ooit ontmoet heb: Aisha Idris, een Soedanese boerin die incontinent is gebleven nadat zij op veertienjarige leeftijd en zonder gepaste kraamverzorging moest bevallen van een doodgeboren kind; Mariam Karega, een jonge vrouw die haar stervende kind moest verzorgen in een Tanzaniaans dorp ver van alle medische hulp; Sriy, een dertienjarig verstandig en levendig Cambodjaans meisje dat door toedoen van haar stiefvader in de prostitutie belandde en dat waarschijnlijk ondertussen aan aids gestorven is.

In plaats van zich te bekommeren om het lot van Aisha Idris, Mariam Karega of Sriy smeedt Amerika nu bondgenootschappen met Iran, Soedan en Syrië en saboteert het aldus de pogingen om het leven van de meest hulpbehoevenden te redden. Soms denk ik wel eens dat we de ruggengraat van de As van de Middeleeuwen geworden zijn.

Nicholas D. Kristof is redacteur van The New York Times.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234