Dinsdag 22/06/2021

George Bush in de voetsporen van zijn vader

Terwijl zijn vader bekendstaat als een man met een brede kennis en grote intellectuele capaciteit, heeft George W. de reputatie wel slim maar intellectueel lui te zijn en onwetend over vele politieke zaken

'Hoe meer je naar hem kijkt, hoe minder je ziet'

Tom Ronse

De diverse biografieën die in het laatste jaar verschenen over de Republikeinse presidentskandidaat George Bush beginnen doorgaans met zijn stamboom. Dat is geen toeval. Wat Bush betreft, is de stamboom niet zomaar achtergrondinformatie maar de essentie. Neem hem weg en er schiet niets meer over dat van George W. een kanshebber maakt op het machtigste ambt ter wereld. In dit land dat er prat op gaat dat het als eerste alle erfelijke privileges heeft afgeschaft, heeft hij het leven van een aristocraat geleid. Al zijn successen waren een direct gevolg van zijn naam en familieconnecties. Het gaf hem een zelfvertrouwen dat vele kiezers aantrekkelijk vinden. Hij lijkt ervan overtuigd dat hij in november zal winnen. Zoveel werd hem al aangereikt op een zilveren schaaltje. Waarom ook niet het Witte Huis? Portret van de man die volgende week tijdens de Republikeinse Conventie in Philadelphia officieel als presidentskandidaat zal worden aangeduid.

De stamboom dus. George Walker Bush is de zoon van president George Herbert Walker Bush, de kleinzoon van senator Prescott Bush, een directe afstammeling van president Franklin Pierce en een verre neef van koningin Elizabeth van Engeland. Diverse van zijn ooms en grootooms waren of zijn machtige figuren in Wall Street. Als kind bracht hij zijn vakanties door in familiedomeinen in Maine en Florida, in het gezelschap van andere telgen van old money-families: de Roosevelts, Whitneys, Vanderbilts, Fords, Mellons en Harrimans.

Een appel valt niet ver van zo'n stamboom. De schaduw van George Bush senior heeft altijd boven zijn oudste zoon gehangen. "Zijn vader was als een God voor hem", zei een vriend uit zijn studententijd. Hij legde er zich in die mate op toe om in zijn vaders voetsporen te treden, dat het soms moeilijk is om hun bio's uit elkaar te houden. Net als George senior deed George W. zijn studies in de elitescholen van Andover en Yale, waar hij lid werd van zijn vaders studentengenootschap. Net als zijn pa werd hij daarna piloot van een gevechtsvliegtuig. Hij verloofde zich op dezelfde leeftijd als zijn pa en wou net als hij op zijn twintigste trouwen en in dezelfde stad gaan wonen waar zijn vader na zijn huwelijk had gewoond (hij was echter zo haastig dat zij zich onder druk gezet voelde en de relatie afbrak). Net als pa richtte hij daarna met familiekapitaal een firma op om olie te boren in Texas. En net als pa begon hij enkele jaren later aan zijn politieke carrière. Nu wil hij, net als pa, president worden.

Toch zijn er ook opvallende verschillen tussen junior en senior. Vader Bush was een uitstekende student, zijn zoon een heel matige. Terwijl zijn vader als vrijwilliger naar de oorlog ging, zorgde zijn zoon ervoor dat hij ver van het slagveld bleef. Vader Bush had meteen succes in de oliebusiness en de politiek; zijn zoon mislukte keer op keer en moest telkens door zijn familieconnecties gered worden. Terwijl zijn vader bekendstaat als een man met een brede kennis en grote intellectuele capaciteit, heeft George W. de reputatie wel slim maar intellectueel lui te zijn en onwetend over veel politieke zaken. Maar junior heeft ook kwaliteiten die zijn vader niet bezit. Hij is charmant, sociaal en heeft een aangeboren talent om met mensen om te gaan. Vrienden prijzen zijn warmte en zijn gevoel voor humor, die hij van zijn moeder geërfd zou hebben. Er is nog een verschil: George seniors moeder had hem zo diep ingeprent dat alleen slecht opgevoede mensen pochen, dat hij zijn zinnen vaak zo draaide dat het woord 'ik' er niet in voorkwam. George heeft van dergelijke remmingen geen last, integendeel. Hij eist de eer op voor elk succes waar hij zelfs maar van ver iets mee te maken had. In zijn autobiografie, waarvan hij zelf geen letter schreef ook al staat enkel zijn naam op de omslag, wordt met geen woord gerept over de hulp die hij kreeg van machtige vrienden, soms dezelfde mensen die eerder zijn vader hielpen. Nochtans is die hulp de rode draad die door zijn levensverhaal loopt.

George W. werd in 1946 geboren in New Haven, waar zijn vader toen zijn studies afmaakte na zijn dienst als piloot in de Tweede Wereldoorlog. Twee jaar later vertrok het gezin naar Texas, waar de jonge Bush opgroeide terwijl zijn pa carrière maakte in de olieontginning. Hij was vijftien jaar toen hij naar de Phillips Academy in Andover, Massachusetts, werd gezonden. Dat was en is de duurste en meest elitaire privé-school van het land. Zijn schoolresultaten waren eigenlijk niet goed genoeg om daar toegelaten te worden, maar hij was een Bush. In Andover was hij een slechte maar populaire leerling. Ook daar waren zijn cijfers te pover om naar een elite-universiteit als Yale te mogen gaan, maar weer opende zijn naam de nodige deuren.

Het was een woelige tijd in Yale. De tegencultuur, de hippies en vooral de protestbeweging tegen de oorlog in Vietnam ontketenden er felle debatten. De jonge Bush hield zich daar ver buiten. Hij was een student van de oude stempel en hield meer van fuiven dan van studeren en politiek. Hij werd preses van de studentenclub die de reputatie had de zwaarste drinkers van Yale onder zijn leden te tellen. Preses Bush gaf het voorbeeld. "Als hij begon, kon hij niet stoppen", vertelde een vriend. "Ooit was hij zo dronken dat hij rollend over straat naar huis terugkeerde." Bush' studentenclub was ook berucht wegens extreme studentendopen. Er kwam een schandaal nadat aspirant-leden gebrandmerkt waren met gloeiende ijzers. Bush verdedigde de praktijk. "Het was niet erger dan brandwonden van sigaretten", zei hij.

Bush liet zich ook opmerken door zijn vele studentikoze grappen. Een keer werd hij aangehouden omdat hij een goalpaal had uitgerukt, een andere keer omdat hij een kerstkrans uit een winkel had 'geleend'. Zoals zijn pa werd hij lid van Skull and Bones, een geheim genootschap waar alleen de beste studenten bij mochten, plus aristocraten zoals Bush. Wat hij daar uitspookte weten we niet, want de leden van Skull and Bones moeten zweren dat ze alles wat er gebeurd en gezegd wordt, geheim zullen houden. Verwonderlijk was het dus niet dat hij slechts met moeite zijn bachelor's diploma haalde. Hij heeft geweigerd zijn cijfers vrij te geven, maar mensen die ze zagen, zeggen dat hij met de hakken over de sloot was gesprongen. Zijn slechtste vakken waren politieke wetenschap, buitenlandse zaken en economie.

Na Yale begonnen wat hij later zijn "nomadische jaren" zou noemen. Om te vermijden dat hij zou worden opgeroepen voor dienstplicht in Vietnam, bood hij zich aan als vrijwilliger bij de National Guard van Texas. Dat is een soort reserveleger dat hoogst zelden in het buitenland opereert. Bush was natuurlijk niet de enige die op die manier het slagveld probeerde te vermijden. Er sneuvelden toen 350 Amerikanen per week in Vietnam. De National Guard had een lange wachtlijst van kandidaten en George scoorde laag in zijn toelatingsexamen. Maar zijn naam was Bush. Een telefoontje van hogerhand volstond. Dienst bij de Guard omvat zes jaar, maar na de training is het een parttimebezigheid: nu eens een week, dan weer een weekend. George leerde er een gevechtsvliegtuig besturen, maar de laatste acht maanden van zijn dienst daagde hij niet meer op. Niemand viel er hem lastig om. Intussen werkte hij af en toe voor vrienden van zijn vader. Soms deed hij ook maandenlang niets, behalve uitgaan en drinken.

Toen hij 26 was, werd zijn vader op een nacht gewekt door luid gekletter. George, die met zijn 15-jarige broer was uitgegaan, had in zijn zatheid de vuilbakken van de buren omvergereden. Toen zijn vader hem berispte, antwoordde hij: "Zullen we het buiten uitvechten?" Het kwam niet tot een handgemeen, maar zijn vader stuurde hem als straf voor enkele maanden naar Houston om er met gettokinderen te werken. Die ervaring had een ontnuchterend effect. George vertrok daarna naar Harvard, waar hij ook door zijn naam binnen mocht, en haalde er in 1975 zijn 'Master of Business Administration'-diploma.

Daarna keerde hij terug naar Texas om er, zoals pa, olie te boren. Oom Jonathan Bush zorgde voor het nodige kapitaal. Drie jaar later - hij was intussen gehuwd met Laura Welch, die zo stil en verlegen was als hij luid en zelfverzekerd - probeerde hij verkozen te worden in het Congres maar dat mislukte. Zijn bedrijf deed het intussen ook niet goed: het vond weinig olie en maakte zware verliezen. Drie miljoen dollar was erin geïnvesteerd, maar in 1982 was het geen 400 000 dollar meer waard. Het werd van de dood gered door Philip Uzielli, een vriend van James Baker, die toen stafchef was in het Witte Huis en nauw bevriend met de vice-president, Georges vader. Uzielli kocht 10 procent van Georges bedrijf voor 1 miljoen dollar, ruim 25 keer meer dan de marktwaarde.

Het duurde echter niet lang of George was Uzielli's miljoen ook kwijt. Bankroet leek onvermijdelijk, maar weer sprongen familievrienden in de bres. Georges bedrijf fuseerde met een andere oliefirma, Spectrum 7. Ook dat stevende, onder Georges leiding, resoluut naar het failliet. Weer werd hij door zijn naam gered. Een wat groter bedrijf, Harken Energy, nam Spectrum 7's schulden over en gaf Bush voor 600.000 dollar aan aandelen in Harken en een goedbetaalde 'no show job' - hij hoefde niet eens op te dagen. "Ze geloofden dat Georges naam een grote hulp voor hen zou zijn", zei Bush' Spectrum-vennoot Paul Rea. En dat was ook zo. In 1988 werd vader Bush president. Een jaar later brak het oliestaatje Bahrein plots de onderhandelingen af met de multinational Amoco over de ontginning van olie voor de kust van Bahrein. Na gesprekken met Michael Ameen, een consultant van het State Department waar Bush' vriend James Baker intussen de leiding had, gaf Bahrein een exclusief contract aan Harken, een bedrijf dat nooit eerder in het buitenland had gewerkt en nooit onder de zee had geboord. Monte Swetnam, die voor Harken met de Bahreini's onderhandelde, bevestigde later dat zij Harken hadden gekozen vanwege George Bush.

De Bahrein-deal duwde Harkens aandelen omhoog. Zes maanden later verkocht Bush het gros van zijn aandelen. Dat wekte verwondering, want Harkens aandelen waren nog steeds aan het stijgen. Enkele weken later was niemand nog verwonderd. Irak viel Koeweit binnen en de aandelen van alle oliefirma's die zaken deden in de Golf zakten als bakstenen. Dat George via zijn regeringsconnecties wist wat er ging gebeuren, kon natuurlijk niet bewezen worden.

Enkele jaren eerder had de oliemiljonair Eddie Chiles, een oude vriend van vader Bush, besloten om de Texas Rangers, een professioneel baseballteam, te verkopen. Dat werd Georges grote doorbraak. Hoewel hij officieel nog in dienst was van Harken werd hij gerekruteerd door de kopers, een groep investeerders met Bush-connecties, om de public relations van de Rangers te verzorgen. Hij werd het gezicht van het team, kwam vaak op tv en werd een bekende figuur in Texas. De investering werd een enorm financieel succes toen Arlington, een voorstad van Dallas, het team een nieuw stadium schonk op kosten van de belastingbetaler. Toen Bush na acht jaar zijn aandeel in de Rangers, waarvoor hij 600.000 dollar had betaald, incasseerde, leverde hem dat 15 miljoen dollar op, een winst van 2.400 procent.

George kon nu zeggen dat hij een succesvol zakenman was. Hij had een bekende naam en een bekend gezicht, hij was klaar voor de volgende stap. In 1994 stelde hij zich kandidaat voor gouverneur van Texas. Het was een slecht jaar voor de Democraten. Ze verloren zwaar in het Congres en raakten ook verscheidene gouverneurszetels kwijt, onder meer in Texas, waar Bush 53,5 procent van de stemmen kreeg. Vier jaar later werd hij moeiteloos herkozen.

Hoe deed hij het als gouverneur? De statistieken zijn niet denderend. Van de vijftig staten staat Texas nummer één op de lijst inzake luchtvervuiling, giftige gaslozingen en het aantal kinderen zonder ziekteverzekering, derde in honger, vierde in het aantal schoolverlaters, vijfde in armoede en tienerzwangerschappen. Het staat nummer 47 inzake sociale voorzieningen, 48 in uitgaven voor volksgezondheid, parken en cultuur en 49 in milieuzorg (telkens per capita).

Bush maakte zich populair met belastingverlaging, waar de rijkste Texanen het meest van profiteerden. Ook zijn law and order-beleid viel in de smaak van zijn conservatieve staat. Hij verzwaarde de straffen voor minderjarige misdadigers, waardoor het aantal jongeren in de gevangenissen verdrievoudigde. Bezit van een gram cocaïne volstaat nu in Texas om achter de tralies te komen. Bush werd dan ook beschuldigd van hypocrisie toen vorig jaar een biografie over hem verscheen waarin beweerd werd dat ook hij in zijn wilde jaren een cocaïnesnuiver was. Hij weigerde vragen over zijn eventueel drugsgebruik te beantwoorden. "Toen ik jong en onverantwoordelijk was, was ik jong en onverantwoordelijk. Meer heb ik daarop niet te zeggen", was zijn standaardrepliek. Later voegden medewerkers daaraan toe dat hij geen drugs had gebruikt sedert 1974, wat speculaties over de periode daarvoor nog deed toenemen. Maar er kwamen geen nieuwe onthullingen en de controversie werd begraven.

Bush is ook recordhouder in doodstraffen. Onder zijn gouverneurschap werden 135 mensen terechtgesteld. Tucker Carlson, een conservatieve journalist van wie Bush geen kritiek verwachtte, beschreef in Talk hoe Bush voor hem lachend Karla Faye Tucker nabootste, een ter dood veroordeelde die Bush in een CNN-interview om genade had gesmeekt. "Ik moet er geschokt hebben uitgezien", schreef Carlson, "want hij hield onmiddellijk op met grijnzen."

Criminologen beschrijven het gerechtssysteem in Texas als het meest onfaire van Amerika. Het Opperste Gerechtshof van Texas bevestigde doodvonnissen in drie gevallen waarin de advocaten tijdens de processen hadden geslapen. De rechter zei dat de grondwet wel stelde dat de beklaagden recht hebben op een advocaat maar niet dat die advocaat wakker moet zijn. Beklaagden zitten soms wekenlang in voorarrest zonder dat ze een advocaat mogen spreken. Toen het parlement van Texas een wet goedkeurde die stelde dat onbemiddelde beklaagden binnen twintig dagen een advocaat moeten krijgen, gebruikte Bush zijn veto. Ook een wet die de executie van mentaal gehandicapten wou verbieden kelderde hij met zijn veto.

Zijn gouverneurschap is Bush' enige politieke ervaring. Hij doet die wat belangrijker lijken door voortdurend op te merken dat Texas, als het een onafhankelijke staat zou zijn, de elfde grootste economie ter wereld zou hebben. Maar op kritiek op de armzalige gezondheidszorg of het vrijwel onbestaande milieubeleid in Texas antwoorden Bush' aanhangers dat dat niet de fout van George is: de gouverneur heeft immers weinig te zeggen in Texas, zijn macht is op allerlei manieren ingeperkt. Een domein waarin de gouverneur wel een grote bevoegdheid heeft, is de benoemingen. En die heeft Bush gebruikt om een corrupt systeem op te zetten, waardoor honderden miljoenen staatsgeld naar zijn vrienden stromen, die hem op hun beurt miljoenen schenken voor zijn verkiezingscampagnes.

Een voorbeeld. De University of Texas, een staatsinstelling, heeft een investeringsfonds met een kapitaal van negen miljard dollar, dat beheerd wordt door de University of Texas Investment Management Company (Utimco) waarvan de raad van beheer benoemd wordt door de gouverneur. Bush benoemde bevriende politici en zakenlui in die raad en zorgde ervoor dat er een wet werd goedgekeurd waardoor de beraadslagingen van de raad geheim blijven. De voorzitter van de raad was Tom Hicks, een schatrijke investeerder en geldschieter van Bush' verkiezingscampagne. Hicks was ook de man die de Texas Rangers overnam van Bush en zijn vrienden in een deal die van Bush een multimiljonair maakte. Hicks gebruikte Utimco om miljarden staatsgeld te investeren in bedrijven waar hijzelf nauwe connecties mee had en in bedrijven van vrienden van Bush en andere Republikeinse leiders. Onder de begunstigden: de Carlyle Group, een investeringsbedrijf geleid door vader Bush' ex-ministers Baker en Darman, waarvan ook pa Bush aandeelhouder en adviseur is; het KKR Fonds, geleid door Henry Kravis, een vriend en genereuze financiële donor van Bush père et fils; Prime Enterprises II, gecontroleerd door de gebroeders Bass, oliemagnaten die eveneens vader en zoon Bush herhaaldelijk hebben geholpen; Maverick Capital, een firma van de Wyly-broers, oude vrienden van de familie Bush die eveneens grote sommen schonken voor hun verkiezingscampagnes.

Diezelfde namen keren terug in de lijst van stichtende leden van de 'Pioneers' die 100.000 dollar of meer gaven voor Bush' presidentiële campagne. Die lijst groeide snel met honderden andere namen. Want Bush had zovele bedrijven geholpen. Enron bijvoorbeeld, een energiebedrijf waarvan de directeur van Bush zelf een wetsvoorstel mocht schrijven om zijn bedrijfsbelasting te verlagen. De directieleden van Enron schonken zijn campagne 550.000 dollar. De meest vervuilende bedrijven van Texas gaven Bush bijna een miljoen dollar. Hij had zijn ambtenaren immers belet om reglementen uit te vaardigen die hen zouden dwingen hun vervuiling te verminderen. Ze zullen dat wel vrijwillig doen, zo luidde Bush' filosofie. En dan waren er de vele bedrijven die hem dankbaar waren omdat hij een wet tot stand had gebracht die hen beschermde tegen eisen tot schadevergoeding van consumenten. Vele andere bedrijven uit het hele land gaven met gulle hand omdat hij in Texas bewezen had dat hij zijn weldoeners niet vergeet. Geen enkele kandidaat had ooit zoveel gekregen van zoveel sectoren. De geldstroom was zo overweldigend dat verscheidene kandidaten zich terugtrokken nog voor de voorverkiezingen begonnen. Bush besloot om federale subsidies te weigeren, zodat hij niet gebonden was aan uitgavelimieten die gelden voor kandidaten die wel overheidsgeld aannemen.

Hij kon meer uitgeven aan verkiezingsreclame dan alle andere kandidaten samen en verpletterde de concurrentie. Alleen John McCain bleek een taaie tegenstander, maar ook hij bleek uiteindelijk niet opgewassen tegen Bush' geldmachine. De reclame kwam niet alleen van de Bush-campagne zelf. In de cruciale voorverkiezing van New York was er plots een alomtegenwoordige televisiespot die McCain beschreef als een vriend van de vervuilers en Bush als een voorvechter in de strijd tegen luchtvervuiling. De spot ging uit van de 'Republikeinen voor zuivere lucht', een groep waar nog niemand van gehoord had. Milieuorganisaties noemden de reclame schaamteloos. Toen bleek dat de 'Republikeinen voor zuivere lucht' niemand anders waren dan de Wyly-broers, die 2,5 miljoen dollar hadden uitgetrokken om hun oude vriend een zetje te geven.

Bush' campagne bestond vooral uit vage slogans zoals zijn eindeloos herhaalde 'compassionate conservatism' ('conservatisme met een hart'), wat dat concreet ook moge betekenen. Belastingvermindering, vooral voor de rijksten, was zijn voornaamste programmapunt. Hij hengelde zonder gêne naar de steun van christelijk rechts, dat veel van het voetvolk leverde voor zijn campagne. Toen tijdens een tv-'debat' aan de Republikeinse kandidaten gevraagd werd door welke filosoof zij het meest beïnvloed waren, antwoordde hij vroom: "Christus". En ja hoor, de kandidaten die de vraag na hem moesten beantwoorden, grepen ook naar de bijbel. Voor de rest probeerde Bush debatten, interviews, persconferenties en vragen van kiezers zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Hij hield er meer van om baby's te kussen en met zijn jongensachtige grijns te poseren voor de camera's.

Hoe zou Amerika draaien onder president Bush de Tweede? Het zou een goede tijd worden voor de bedrijfswereld, voor zover dat al niet het geval is. Als Bush zijn Texaanse gewoonten voortzet, zal hij menig uurtje in het ovale kantoor slijten door Solitaire te spelen op zijn computer. Dat is althans wat hij volgens een van zijn biografen als gouverneur vaak deed. "Bush weet weinig over, doet weinig aan en geeft weinig om regeren", schrijft een andere biografe, de Texaanse journaliste Molly Ivins. Hij weet niet alleen weinig over vele aspecten van de regeringspolitiek, hij gaat ook prat op zijn gebrek aan detailkennis. "Zijn stijl bestaat erin om de meeste beslissingen over te laten aan anderen", schrijft Paul Burka, de politieke redacteur van Texas Monthly, "zo kan hij controversie vermijden en succes opeisen. Als iets goed lukt, strijkt hij de eer op, als het mislukt, geeft hij anderen de schuld. Zoals president Reagan is hij slechts geïnteresseerd in een beperkt aantal zaken en negeert hij de rest, en zelfs de dingen die hem interesseren, laat hij door anderen uitwerken. Het komt erop neer dat hij als president een boegbeeld zou zijn en het aan anderen zou overlaten om het land te regeren."

Wie die anderen zijn, blijkt uit het indrukwekkende team van adviseurs dat hij rond zich heeft verzameld. Zoals zijn running mate Dick Cheney zijn het allen oudgedienden uit de regeringen van Reagan en pa Bush. Zij dicteren Bush' speechen en werken zijn programma uit. De prioriteiten: uiteraard belastingverlaging, minder sociale voorzieningen, hogere militaire uitgaven, een 'Star Wars'-antirakettensysteem en een meer gespierde, unilaterale buitenlandse politiek. Voorlopig leidt Bush in de opiniepeilingen, en de Republikeinse conventie die maandag in Philadelphia begint, zal hem wellicht nog meer wind in de zeilen geven. Hij heeft meer charme dan Gore en de kiezers zijn wat uitgekeken op de huidige vice-president en de bagage van Clinton-schandalen die hij meesleept. Bush lijkt zelf niet te twijfelen aan zijn overwinning. Maar zelfs sommige Republikeinen vrezen dat zijn aanhang zal afbrokkelen wanneer het publiek meer aandacht begint te besteden aan de verkiezingsstrijd. "Bush' grootste kwetsbaarheid is dat hoe meer je naar hem kijkt, hoe minder je ziet", schrijft Lars-Erik Nelson in de New York Review of Books, "elke verwezenlijking, behalve zijn herkiezing als gouverneur in 1998, verdampt bij nader toezien". Of zoals Jay Leno in zijn tv-show over George W. opmerkte: "Nice suit, nobody in it". 'Mooi pak, maar er zit niemand in.'

Bush is ook recordhouder in doodstraffen. Onder zijn gouverneurschap werden 135 mensen terechtgesteld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234