Woensdag 01/02/2023

Gentse barvrouw Motte Claus neemt op haar drieënzestigste afscheid van het nachtleven

'Nu kan ik aan de andere kant van de toog zitten'

Haar gelijkenis met een fotomodel op een schilderij leverde Motte Claus in 1973 een baan als caféhoudster op in wat het beroemdste nachtelijke ontmoetingspunt van artistiek en intellectueel Gent zou worden, de Hotsy Totsy. Eind volgende maand verlaat ze na 36 jaar - 'het is als een zucht voorbijgegaan' - het nachtleven. Maar ze zou niet 'Motje' zijn, mocht daar geen afscheidsfeest bij te pas komen. door Agnes Goyvaerts / Foto Filip Claus

Het was vanochtend weer halfvijf toen ze de deur van De Geus van Gent achter zich dichttrok. Maar om 13 uur zit ze, tot in de puntjes opgemaakt, ons op te wachten in Jour de Fête, een restaurant met een naam die voor haar bedacht kon zijn. Motte Claus komt er geregeld, onder meer met haar oudere vriendin, met wie ze zoals gewoonlijk de eindejaarsfeesten heeft doorgebracht op Sardinië. "Het was er zalig rustig, totaal anders dan in de zomer, als de mondaine wereld er neerstrijkt. We hebben lange wandelingen gemaakt en ik ben weer helemaal opgeladen. Ik heb zin om erin te vliegen, maar ik weet dat het na een maand of twee toch weer te zwaar zou beginnen te wegen. Ik ben 63 en na mijn operatie vorig jaar voel ik dat het tijd is om aan de andere kant van de toog te gaan zitten."

Het was Johan, de jongste broer van Hugo Claus, die Motte destijds voorstelde om in zijn privéclub, Hotsy Totsy, te komen werken. Waarom zij? Omdat er een schilderij hing - en nog steeds hangt - van de hand van Alice De Backer, waarop een sexy pin-up te zien is met wie Motte enige gelijkenis vertoonde. "Ik had geleerd om schilderijen te restaureren, maar ik was ermee opgehouden omdat ik vaak met gevaarlijke producten moest werken die schadelijk zijn voor de gezondheid. Ik was 28 en had op dat moment niets omhanden."

Dus zei ze 'ja' op het voorstel van Johan Claus, die zich voor de inrichting van zijn zaak aan de Oude Houtlei op de Hotsy Totsy Club van Al Capone had geïnspireerd. Er hing een gezellige, ietwat decadente jarendertigsfeer. Er waren koperen rails, pluchen banken, gesloten gordijnen en een gastenboek waarin niet-leden hun naam moesten schrijven.

Motte Claus leerde er die andere familie Claus kennen, die van Hugo, en in de eerste plaats Hugo's oudere broer Guido. Hij was journalist bij het Antwerpse socialistische dagblad Volksgazet en was onder meer gespecialiseerd in boksverslaggeving. Motte en Guido werden niet alleen een verliefd stel, ze bleken ook een bijzondere tandem in het café. "Guido had zijn contacten in de journalistiek en de sport, ik in de kunstwereld. Zo ontstond algauw een vaste en interessante klantenkring van kunstenaars en muzikanten, maar ook politici en magistraten. Wij bleken allebei een talent te hebben om mensen te linken, om ze met elkaar in contact te brengen. Dat doe ik nu nog met jonge mensen."

Vlaggen en rouwkransen

De Hotsy Totsy wordt legendarisch en viert hoogtij in de jaren zeventig en tachtig. Vaste klanten zijn onder anderen professor Hein en Els Picard, die er bijna dagelijks een spelletje chapeau spelen of kaarten, advocaat Piet Van Eeckhaut, die er iedere donderdag zijn jeugdvriend en gynaecoloog-kunstminnaar Maurice Van Gyseghem ontmoet, Jan Hoet, Gerard Mortier, Sylvia Kristel, plaatselijke journalisten en fotografen, kunstenaars als Enk De Craemer, Pjeroo Roobjee, Karel Dierckx, Guido Lauwaert, leden van het toenmalige gezelschap van Eric De Volder, Parisiana, Paul Snoek en natuurlijk de familie Claus. Hugo spreekt in die tijd voor zijn interviews vaak af in de Hotsy Totsy, de broers zijn allemaal geduchte kaarters en gokkers, en met vader Claus 'Pépé' kan Motte ook goed opschieten.

Een grote dag is de presentatie van Hugo's boek Het verdriet van België in maart 1983. De Hotsy Totsy is volledig ingepakt met Belgische vlaggen en rouwkransen, en de grote schrijver weet niet wat hem overkomt als hij bediend en achtervolgd wordt door een butler. Daar hebben Guido en Motte voor gezorgd - 'Hugo, je zei toch dat je ervan droomde een butler te hebben'. Roland Lippens zal nog vele jaren bij gelegenheid die rol blijven spelen.

Horen, zien en zwijgen

Ze is geboren in Wetteren, haar moeder had een winkeltje van rookgerei en prentkaarten, haar vader was schrijnwerker. "Eenvoudige mensen", zegt ze. "Maar heel sociaal en begaan. Vader was er erg op gesteld dat iedereen mooi voor de dag kwam. Op zondag ging hij graag paraderen met zijn dochters." Officieel heet ze Laurette Claus, haar roepnaam was Lotte. Op haar twaalfde veranderde dat in Motte - "omdat ik alles zo mottig vond" - en het is bij Motte gebleven.

Schoonheid is nog altijd een van de grote drijfveren in haar leven. "Toen Guido stierf (in november 1991, AG) heb ik aan mijn werkster gezegd: 'Zorg ervoor dat je mooi bent voor de rouwplechtigheid'. Er verzorgd uitzien doe je in de eerste plaats voor jezelf, maar het is ook een vorm van beleefdheid. Achter de toog sta je op een stenen podium. Je wordt bekeken en speelt een rol. Ik heb dat eigenlijk altijd geweten, maar ik werd me er pas van bewust toen ik een van de nieuwe jonge meisjes bij me aan het werk zag. Ze had de hele avond gewerkt en aan het eind moest ze geld voor twee pintjes ontvangen. 'Motte, hoeveel kost een pintje?', vroeg ze me. Ze had een hele avond lang haar mooiste kant laten zien, maar het elementairste - de prijs van een pint - wist ze nog niet. Als er een mooie jongen achter de toog staat, trekt dat meisjes aan. Dat heb ik ondervonden toen mijn zoon Kobe meehielp. Het omgekeerde geldt ook."

Minstens even belangrijk, zegt ze, is vriendelijkheid en vooral discretie. "Wij horen en zien alles, maar we zwijgen. Onlangs ben ik zelf nog eens op stap gegaan. Het werd een vrolijke avond. Ik ben zelfs van mijn stoel gedonderd. Als je dan de volgende dag moet horen 'Wel, het was me een avondje gisteren?' is dat niet fijn. Gent is al zo klein."

Gezocht: aandacht

Niemand wordt geboren als gastvrouw. Het is iets waar je wel talent voor kunt hebben, maar je moet het vooral leren uit ervaring. Motte: "Het is belangrijk dat je je stempel drukt. Zo kweek je een eigen publiek. De selectie gebeurt vanzelf. Klanten willen verzorgd en geëntertaind worden en het gebeurt dat sommigen zich verongelijkt voelen als ze niet voldoende aandacht krijgen. Tegen goede bekenden kan ik zeggen: 'Excuseer, ik moet nu een kwartiertje de plonge gaan doen', maar niet iedereen pikt dat. Je wordt goed als je werkt zoals een automaat. Dan kun je tijd maken voor je klanten.

"Ik heb veel boeiende mensen leren kennen. Maar het zijn vaak ook grote ego's die soms niet samen door een deur kunnen. Als Hugo te veel aandacht had voor de ene, was een andere jaloers. Daar moet je diplomatisch mee leren omgaan. Vroeger, toen Guido de baas was, durfde ik weleens stout te zijn. Ik was een flapuit. Vanaf het moment dat ik er alleen voor stond, heb ik geleerd om mijn tong eerst drie keer rond te draaien voor ik iets zeg.

"Ja, ik heb één keer iemand hardhandig aan de deur gezet, een dichter. Maar je mag nooit een scène maken. Iemand die een keer lastig was geweest, ving ik de volgende keer op aan de deur toen hij wilde binnenkomen. Ik zei hem dat hij niet meer welkom was. Niemand heeft iets gemerkt. Ik heb geen kabaal gemaakt en hij is niet meer teruggekeerd.

"Een van de moeilijkste dingen zijn klanten die dronken binnenkomen, want je kent hun voorgeschiedenis niet. Komen ze uit een agressieve sfeer? Wat hebben ze gedronken? Zo iemand krijgt van mij alleen nog water, zelfs geen koffie. Mensen die je zelf dronken ziet worden, zijn beter in de hand te houden. Maar hoe vaak heb ik mijn hart niet vastgehouden als ik ze zag vertrekken. We probeerden ze wel in een taxi te steken, maar ik herinner me nog één geval: een man die nog een heel eind moest rijden, naar Wannegem-Lede. Hij liet de taxi een blokje rond rijden en stapte dan toch in zijn auto."

Leven van 12 tot 5

Toen de Hotsy Totsy en het aanpalende huis werden verkocht en er een nieuwe uitbater kwam, was voor Motte het plezier eraf. In 2001 kreeg ze het voorstel om het café van het Geuzenhuis, het lokaal van de vrijzinnige verenigingen, uit te bouwen. Ze liet haar vriendinnen van Art Décolleté de kale ruimte herinrichten, in dezelfde boudoirstijl als de Hotsy Totsy. In het achterliggende zaaltje kwam opnieuw een biljarttafel. "Ik kreeg carte blanche en ik ben blij dat ik hier nu ondersteund word door een ploeg. Als er een lamp kapot is, moet ik niet zelf op een ladder klimmen." Een deel van de oude klanten blijft komen, maar door de ligging in de studentenbuurt en nabij Kinepolis is er ook een groot jong publiek bij gekomen. De vergaderzalen maken dat er ook op rustige dagen altijd wel volk is.

Vier dagen - of liever nachten - per week is Motte present. "In het weekend wordt het meestal 4 à 5 uur, de andere dagen kan ik iets vroeger sluiten. Als ik in de vroege ochtend wegga, moet alles opgeruimd zijn. De schoonmaakster moet alleen het grote werk doen, dweilen achter de toog en zo. Ik sta de volgende dag op rond de middag, ontbijt en van dan af aan is het werken voor De Geus. Bestellingen doen, naar de bank gaan, fruit halen (de kom sangria op de toog is een vast en populair gegeven, AG) en om 18 uur ben ik er. Als we om 19 uur opengaan, wil ik volledig klaar zijn. Ik ben een perfectionist, maniakaal soms. Er mag geen vuil glas blijven staan en als er gasten vertrekken moet de tafel onmiddellijk worden afgeruimd en schoongemaakt. Een lampje kapot? Dat moet meteen vervangen worden. Ik weet niet of het publiek het zou merken, maar ik zie het wel en dat zou enorm op mijn zenuwen werken. Alles wat ik zelf graag heb, verwacht ik ook elders. Een vuil glas in een restaurant kan me mateloos ergeren. Of onbeleefde mensen, die een bestelling roepen zonder 'alstublieft' of 'goedendag'. Die moet je opvoeden."

Matchmaker

Concurrentie? Hoe meer, hoe beter. Je moet er maar voor zorgen dat ze bij jou komen, en niet bij de buren. De Geus ligt in de studentenbuurt, maar het zijn degenen die niet van de cafés van de Overpoort houden die naar hier komen. Ze mixen zich met de klanten van vroeger, dat is goed. Iedereen is hier welkom, behalve als ze rechtse praat verkopen. We hebben het één keer voorgehad, dat er een zaal was verhuurd voor een vereniging die achteraf van het VB bleek. Daar kijken we nu goed op toe. Ik vind het belangrijk dat we aan vrijzinnigheid gelinkt zijn, ik heb daar ook nooit negatieve reacties op gekregen.

"Ja, politieke partijen hebben me al gepolst, zowel socialisten als liberalen. Maar ik ben geen dossiermens. Als ik iets doe, wil ik het goed doen en niet op een lijst gaan staan omdat ik een bekende kop heb."

Bekend is ze, want als ze niet achter haar toog staat, dan is ze te vinden op vernissages, in het theater of in de poëziewinkel. Tijdens de Gentse Feesten zat ze jarenlang in aangepaste tooi in een kiosk aan Sint-Jacobs, waar iedereen elkaar ontmoette aan haar 'dreupelkot' bij een glaasje jenever. Met haar vrouwenclub geeft ze toeristisch advies aan bezoeksters die Gent verkennen. Als er toch nog wat tijd rest, en ze niet bij haar kleinkinderen is, organiseert ze etentjes, waarop ze - opnieuw - mensen samenbrengt die elkaar niet of nauwelijks kennen.

"Neen, achter de toog staan is absoluut niet afstompend, integendeel. Iedere avond is anders. Het contact met de klanten heeft me enorm verrijkt. Maurice Van Gyseghem was mijn mentor. Hij zei me: 'Motte, dit moet je lezen. Die tentoonstelling moet je gaan zien.'" Ze organiseerde geregeld zelf artistieke evenementen, en zo zal ze ook haar afscheid inleiden. Er komt een expo met portretten van kunstenaars die in de jaren zeventig bijna allemaal klant waren in de Hotsy Totsy, gefotografeerd door Julien Vandevelde. Voor deze Compagnons de route heeft ze elke kunstenaar gevraagd om er ook een werk bij te hangen. Allen zijn ze op die vraag ingegaan. "Zelfs Roger (Raveel, AG) komt", zegt ze opgetogen.

Liefde voor kunst

In 2000 nam Motte samen met het Honest Arts Movement het initiatief voor een Poëzieroute door Gent, waardoor nu op achttien plaatsen een gedicht van telkens een andere dichter te lezen is. Op de zijgevel van de Hotsy Totsy staat heel toepasselijk een gedicht van Hugo Claus. "De meeste ideeën krijg ik terwijl ik zwem", vertelt Motte. "Ik zwem heel graag en als ik in Sardinië ben ga ik twee keer per dag in zee. Dan maak ik mijn hoofd leeg en komen de ideeën. Dat zal niet ophouden. Het is niet omdat ik stop met werken dat ik stop met nadenken."

Ze is niet bang om in het spreekwoordelijke zwarte gat te vallen. "Ik zal nu eindelijk eens rustig naar een vernissage kunnen gaan, zonder op mijn horloge te kijken en te moeten weglopen als de andere mensen binnenkomen. Of een toneelstuk van Eric De Volder tot het einde uitzitten. Er zal ook opnieuw tijd zijn voor vrienden. Samen tafelen en wat komeren is ook een kunst."

Compagnons de route, de Gentse kunstscene van de zeventiger jaren, van 24 januari tot en met 8 februari in De Geus van Gent, Kantienberg 9. www.geuzenhuis.be. Motte Claus trekt op 28 februari definitief de deur achter zich dicht.

Achter de toog sta je op een stenen podium. Je wordt bekeken en speelt een rol

De meeste ideeën krijg ik terwijl ik zwem. Ik maak mijn hoofd leeg en dan komen ze. Dat zal niet ophouden. Het is niet omdat ik stop met werken dat ik stop met nadenken

Alles wat ik zelf graag heb, verwacht ik ook elders. Een vuil glas in een restaurant kan me mateloos ergeren. Of onbeleefde mensen, die een bestelling roepen zonder 'alstublieft' of 'goedendag'. Die moet je opvoeden

n Motte op haar huwelijksdag met Guido Claus. Ze vormden niet alleen een verliefd stel, maar waren ook een bijzondere tandem in café Hotsy Totsy.

n Een bijzondere dag in de Hotsy Totsy: de presentatie van Hugo Claus' Het verdriet van België in maart 1983. Het café, waar Motte jarenlang achter de toog stond, werd voor de gelegenheid helemaal ingepakt met Belgische vlaggen en rouwkransen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234