Zaterdag 18/01/2020

Gent voor ‘girres’ en‘pezewevers’

‘Ne pezewever’ noemen ze het in Gent: iemand die afdingt op de kleinste zaken. Of in mijn geval: een ‘girre’, een gierige vrouw. Wie, zoals ondergetekende, dit soort van bijnamen met enige fierheid draagt, zit in Gent goed. In een stad die jaarlijks bijna 60.000 studenten en ‘immigranten’ uit alle hoeken van de wereld te verwerken krijgt, vallen er immers koopjes te doen. Er is voor elk wat wils: van goedkope boekenwinkels en koffiehuizen tot tweedehandskledingwinkels en restaurants.

Er is maar één grote ‘missing link’ voor budgetreizigers: goedkope logies. In het oude stadscentrum is er eigenlijk slechts één jeugdherberg, De Draecke in het Prinsenhof. Deze HIHostel in de schaduw van het Gravensteen is weliswaar de goedkoopste slaapgelegenheid van de stad (20 euro per persoon per nacht) en ideaal gelegen, maar mist persoonlijkheid. Voor amper drie euro meer kun je terecht in het Ecohostel Andromeda, een woonboot-guesthouse dat iets verder van de oude binnenstad afligt, maar overloopt van karakter.

‘Ver’ is in Gent overigens zeer relatief. De hele stad is makkelijk bewandelbaar, wat meteen al een paar euro uitspaart. En wie toch liever lui dan moe is, moet eigenlijk maar twee cijfers onthouden: ‘één’ en ‘vier’. Dat zijn de tramlijnen die de stad doorkruisen, van het Sint-Pietersstation tot Ledeberg en Wondelgem. Een enkel kaartje kost 1,20 euro, maar een gratis Lijnkaart is inbegrepen in de Gentse Museumpas.

Een dorp van een stad

De Museumpas is dé formule om cultureel Gent van binnen en van buiten te leren kennen. Voor amper twintig euro mag je niet alleen zonder beperking op bussen en trams springen, maar heb je ook toegang tot alle belangrijke musea en monumenten: van het STAM en het SMAK tot het Belfort en het Gravensteen. Voor Gentenaars zijn de musea zondagochtend overigens gratis. Jongeren onder de 26 jaar mogen een aantal musea (waaronder MSK, STAM en SMAK) altijd voor één euro binnen.

Maar een stad laat zich niet ontdekken achter de muren van musea, en dat geldt zeker voor Gent. Hoe indrukwekkend en divers de Gentse musea ook mogen zijn, het zijn niet die instellingen geweest die de Lonely Planet ervan overtuigd hebben Gent op de shortlist van topbestemmingen voor 2011 te zetten. Dat is de verdienste van de inwoners.

Gentenaars staan bekend om hun hartelijkheid en enthousiasme. Fier zijn ze, maar niet omhooggevallen. Koppigaards, maar geen ruziestokers. En hoewel de inwoners het zelf niet geweten willen hebben, heeft Gent zijn dorpse karakter tot op de dag van vandaag behouden. Ons kent ons en iedereen kent iedereen: Pol van ’t Dreupelkot, Joris de beiaardier, madame Temmerman, de gezusters Priem, Jozef de friturist, Bayram de ‘groenselmarsjan’, Betty van de Rococo, Walter De Buck en niet te vergeten de Bellemannen.

Bij die laatste moet je zijn om Gent op de meest authentieke manier te leren kennen: via de zondagsmarkten. Elke zondag tussen mei en september kun je meelopen in het zog van de luid roepende Belleman van Gent. De tocht doet liefst zes verschillende markten aan, van de bloemenmarkt tot de beestenmarkt, en is volledig gratis. Nu ja, gratis... Het is soms moeilijk om weerstand te bieden aan de mooie koopjes die op de Gentse markten te doen zijn. Vooral op de ‘prondelmarkt’ bij Sint-Jacobs, de oudste rommelmarkt van het land, lijkt de portefeuille soms vanzelf uit de tas te kruipen. Sportkousen, video’s, leren jassen of porseleinen vazen: op deze markt vind je het allemaal voor een prikje.

‘Vurt en veel’

Liefhebbers van tweedehands moeten in Gent echter niet wachten tot zondag om hun slag te slaan. Aan brocante-, antiek- en vintagewinkeltjes geen gebrek. Net om de hoek van de rommelmarkt, in de Baudelostraat, vind je bijvoorbeeld het Alternatiefke, waar oude en minder oude tweedehandskleding voor een prikje de deur uit gaat. En als je er dan toch bent, kan een bezoekje aan de buren van Market 15, een antiek- en brocante-meubelzaak waar ondermeer een oude Britse telefooncel of een antiek hobbelpaard te koop staat, nooit kwaad. Voor de betere tweedehandskleding (van Dolce & Gabbana tot Just in Case) kun je dan weer terecht in Depos’it in de Wijzemanstraat.

Om goedkoop te zijn, hoef je echter niet altijd tweedehands te kopen. Voor betaalbare vintage kun je ook terecht in de vele, vaak piepkleine, alternatieve winkeltjes die vooral de laatste jaren in Gent uit de grond zijn geschoten. Gebreide babykledij en ecologische kapstokken vind je in Fatima (Stuifstraat), handgemaakte jurken in Funni (Begijnengracht), de meest doorgedraaide gadgets in Willi’s Wereld (Oudburg).

En dan hebben we het nog niet over de ‘brolwinkels’ gehad, waar de dingen zo goedkoop worden aangeboden dat het je niet meer kan schelen als het na een dag kapot gaat. Tops Shop in de Lange Munt is in Gent bijvoorbeeld beter bekend als de ‘Vurt en Veel’, omdat er de meest uiteenlopende zaken voor bodemprijzen worden verkocht. Schoenen, sjaals, lavalampen en pluchen tijgers doen zelden meer dan 10 euro, maar de kwaliteit is niet echt ‘tops’.

Stadsvlucht

Zo zijn we ondertussen al een hele dag aan het winkelen en dat kost geld, zelfs in de Top Shops van deze wereld. Om zeker in de laatste week van de solden aan de verleiding te weerstaan, loop je in Gent dezer dagen beter het stadscentrum uit en ga je op ontdekking in de ‘alternatieve buurten’ van de stad, waar veel te zien, maar weinig te kopen is. Het Prinsenhof, de wijk waar Keizer Karel in 1500 geboren werd, is ideaal om even de drukke ‘Kuip’ van Gent te ontvluchten. Hier vind je architecturale hoogstandjes in nauwe middeleeuwse straatjes, in een woonwijk aan één van de mooiste kaaien van de stad. Amper drie winkels zijn er hier, en er is geen horeca te bespeuren. Heerlijk verdwalen is het ook in de Machariuswijk aan de Portus Ganda, met centraal de ruïnes van de Sint-Baafsabdij en de ‘Groene Kerk’, de gratis te bezoeken Grote Moskee in de Kazemattenstraat en de vele gerenoveerde beluikjes. Ook hier in de verste verten geen winkels te bespeuren en slechts enkele cafés.

De stilte jaagt het gepiep uit onze oren, maar brengt ook een nieuw geluid naar binnen: het grommen van onze maag. Valt er in Gent ook nog iets goedkoops te verhapstukken, behalve friet en kebab? Daarmee willen we zeker niet gezegd hebben dat een lekker pakje friet van Jozef op de Vrijdagsmarkt of een overheerlijk één-eurobroodje van slagerij De Hooiaard niet kan smaken. En al zeker als je dat broodje gaat oppeuzelen in de binnentuin van het Cafeetje van ’t Museetje in het Huis van Alijn, waar je allicht het goedkoopste pintje van de stad drinkt (1,40 euro).

Als je je eten niet zelf wilt meenemen, blijven er ook in het oude centrum nog tal van mogelijkheden. Zo kun je in het Groot Vleeshuis vanaf negen euro lunchen onder de Gandahammen. Tot eind januari drink je daar overigens jenever voor 1 euro per shot.

Voor een ‘eerlijke’ lunch kun je dan weer terecht in de Vooruit, de Gentse cultuurtempel waar ’s avonds de leukste feesten en concerten van de stad doorgaan. In de week kun je er overdag heerlijk lunchen in het Vooruitcafé. Een dagschotel kost slechts 8,90 euro, soep met brood 3,70 euro.

’t Schoon Volk

’s Avonds, wanneer het ‘schoon volk’ gaat eten, dan schieten de prijzen in Gent de hoogte in en wordt het zoeken naar een goede prijs voor een lekkere maaltijd. Wokliefhebbers zouden kunnen aanschuiven bij De Orchidee in de Vlaanderenstraat, waar je vanaf 8,50 euro je eigen Thaise schotel samenstelt. Voor de lekkerste spaghetti van de stad (7,60 euro) zakken studenten al generaties lang af naar de Kastart in Onderbergen.

Voor de beste prijs-kwaliteit van de stad moet je ’s avonds echter in de Sleepstraat zijn, de onvolprezen boulevard van de Turkse cuisine. In totaal telt deze straat niet minder dan twintig Turkse restaurants, die zeker op vrijdagavond stuk voor stuk bomvol zitten. En daar is reden toe: Turkse pides (altijd vergezeld van een slaatje en rijst) krijg je hier nog voor zes euro, maar tegenwoordig staan er steeds meer andere Turkse gerechten op de menukaarten. Zowel qua prijzen als qua kaart zijn er weinig verschillen tussen de restaurants, en overal krijg je een aperitiefhapje en een afsluiter (koffie, thee of likeur) van het huis. Topfavoriet bij de Gentenaren blijft terecht restaurant Akdeniz, op de hoek met het Sluizeken, waar je na een heerlijke maaltijd ook nog eens aan de waterpijp kunt.

Relaxen met een waterpijp, doorzakken in een café of dansen tot in de vroege uurtjes: om in Gent met weinig geld de nacht door te steken, moeten het zeker geen Gentse Feesten zijn. Om uit te gaan kun je van donderdag tot en met zondag perfect op de Vlasmarkt terecht. Opwarmen in de Jos, tot de vroege uurtjes dansen in de Charlatan en dan doorzakken in het Krochtje. Zo gaat de nacht snel voorbij.

Wie liever anderen aan het werk ziet dan zelf te shaken, kan op donderdag ook terecht in de Hot Club de Gand, waar dan gratis jazz-jamsessies worden gehouden, of op donderdag en vrijdag in de Club Central, waar salsa wordt gedanst.

Volwaardige concerten voor ‘democratische’ prijzen worden ook in het intercultureel centrum De Centrale georganiseerd.

En met al het geld dat je uiteindelijk hebt uitgespaard, kun je gerust nog een nachtje langer blijven plakken in de stad van de stroppendragers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234