Dinsdag 18/05/2021

straatblog

Gent heeft zijn megastadion, in 't klein

null Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe

Journalist Tim F. Van der Mensbrugghe schrijft op regelmatige basis over wat hij hoort, ziet en meemaakt in 'zijn' Gent. Hoewel hij geen fluit van voetbal kent, kon de Ghelamco Arena hem helemaal overweldigen.

Er passeert een bus die min of meer in de juiste richting rijdt. Op goed geluk spring ik erop. Even overweeg ik de chauffeur te vragen of hij halt houdt 'ergens in de buurt van het nieuwe stadion van de Gantoise', maar dan valt mijn oog op de passagiers. De bus zit afgeladen vol Buffalo's. Van blauw-witte kinderen tot bejaarde supporters in een rolstoel.

"Normaal mag ik nu maar tot aan het rondpunt aan het UZ Gent rijden," kondigt de chauffeur aan via de luidspreker, "maar ik zal jullie afzetten op 200 meter van het stadion." Juij! Heel de bus euforisch.

Niet dat de brave man zijn belofte kan inlossen. Hoe dichter bij de Ghelamco Arena, hoe meer het verkeer strop komt te zitten. De laatste vierhonderd meter gaan sneller te voet. Het blauw-witte leger marcheert liever.

Van ver ziet de nieuwe thuisbasis van AA Gent er helemaal afgewerkt uit, maar als je dichterbij komt, waarschuwen stewards voor loshangende stukken gevel. Ook binnenin is lang nog niet alles op zijn effen. Her en daar liggen bouwmaterialen te wachten op installatie - veilig buiten het bereik van baldadige voetbalfans, dat wel. Op die details ga je pas letten als je bekomen bent van je eerste indruk, een ondubbelzinnig: "Oyoyeah, wauw, crimineel de max!"

Zelfs in lege toestand is de Ghemalco Arena een stoer bouwsel. Het contrast met voorganger 'den Ot' is enorm. Het Jules Ottenstadion was een doolhof van koterijen en betonnen misbaksels, deze nieuwe arena vormt één geheel. Doordat het bezoekersvak nog niet afgeschermd is, kun je helemaal rondlopen over de tribunes. Je gaat en staat waar je wilt. Alleen de vipruimte is hermetisch gesloten voor wie niet beschikt over het juiste loon of de gewenste connecties. Met een simpele persaccreditatie word je joviaal weggelachen door de securitymensen. 't Is al goed, dan stel ik mij wel tussen het geboefte van de spionkop.

Wanneer de aftrap stilaan nadert - ik geloof dat de tegenstander Stuttgart is, niet dat dat er iets toe doet - krijgen de 19.000 supporters enkele filmpjes voorgeschoteld. De boodschap van Jean-Luc Dehaene, supporter van het gehate Club Brugge, verdrinkt in gepassioneerd awoertgeroep. Het zoontje van commentator Filip Joos zorgt voor het eerste kippenvelmoment. Wanneer het ventje koddig 'Buffalo, Buffalo, A! A! Gent!' naar de camera roept, krijgt hij het hele stadion mee.

Wat een massa. Dit is een megastadion in 't klein, zoals ook Gent een megastad in 't klein is. "We zitten in een tempel!", brult een Buffalo enthousiast. De antieke Romeinen zouden trots zijn. Zij hadden hun brood en spelen, wij lokken het volk naar de tribunes met bier en voetbal.

Wanneer het allereerste doelpunt valt, ontploft de keet. "Hebt gij eigenlijk het doelpunt gezien?", vraagt een supporter als het gejuich gaan liggen is.

"Neen", antwoordt zijn maat een beetje beschaamd.

"Ik vrees dat niemand het allereerste doelpunt in het stadion gezien heeft!", beseft de eerste.

De supporters mogen tot hun verrassing bier drinken op de tribune. "Ik heb hier vanavond al meer pinten gedronken dan tijdens alle jaren in den Ot samen!", rekent er één uit. In zijn enthousiasme laat hij zijn sigaret vallen, die hij meteen oppikt en schouderophalend weer tussen zijn lippen stopt. "Het is hier zo proper dat ge van het beton kunt eten."

Resul Tapmaz (sp.a) duikt opeens op tussen de spionkop. Glunderen dat hij doet! Een schepen van Sport mag niet elke dag zo'n stadion inwijden. "Zie hem daar staan. In het Ottenstadion hebben we hem nochtans nooit op de tribune gezien!", rolt een supporter met de ogen.

Een sportverslaggever ben ik niet, dus vraag mij niet wanneer de tweede goal gevallen is en wie daarvoor verantwoordelijk was. Ik weet op het einde van de match wel dat AA Gent met 2-0 gewonnen heeft en dat iedereen - iederéén! - de Ghelamco Arena in zijn armen heeft gesloten. Je hoeft geen fluit van voetbal te kennen om van dit stadion te houden.

Na het toemaatje, een bonkende set van de Gentse dj-broers Dewaele met spectaculaire lichtshow en vuurwerk, knikt een uitgelaten Buffalo goedkeurend: "Er zit jazz in het stadion. John Zorn is er niets bij."

Ik ben geen muziekrecensent en weet dus niet wie John Zorn is, maar dat houdt mij niet tegen om dit spektakel vijf sterren te geven. Met krop in de keel. Ingewijd staat netjes.

undefined

null Beeld kos
Beeld kos
null Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
null Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Beeld Tim F. Van der Mensbrugghe
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234