Donderdag 04/06/2020

Gent, gij vuile parel aan de Leie

Gentenaars lopen graag te verkondigen dat ze toch zo rebels zijn. O, en tegen wie komen ze dan in opstand? Tegen de West-Vlamingen die de boel overnemen en grote schoonmaak willen houden? Ach, zolang een Gentenaar met een knipoog zijn gedacht kan zeggen, is hij content.

Collega Eva Keustermans ligt in de knoop met haar geliefde Gent. "Ik heb een klein beetje een identiteitscrisis wat Gent betreft", schrijft ze in een van haar mails over de Gentse ziel. "Waar ik het zelf het moeilijkste mee heb, is dat het grootste cliché - dat we een duurzame, groene stad zijn - totaal niet lijkt te stroken met de realiteit."

Bon, ik dacht altijd dat het grootste cliché was dat wij Gentenaars rebels zijn. Dat maken we onszelf graag wijs, zwaaiend met onze stroppen. Eva is afkomstig uit de Kempen en woont nog maar elf jaar in Gent. Bijna al haar Gentse vrienden zijn West-Vlamingen. Aha! Dat verklaart alles: ons perspectief is anders. Ik ben een geboren Gentenaar, ik heb gezien vanwaar Gent komt. Als anderen vooral zien wat er nog moet veranderen - dat er te weinig openbaar groen en te veel autoverkeer is - begrijp ik hen en geef ik hen gelijk, maar toch zeg ik: wees blij met de weg die Gent al afgelegd heeft. Nergens in Vlaanderen heeft de industrie een stad zo ingepalmd als in Gent. Zelfs het trotse Gravensteen bood ooit onderdak aan een spinnerij.

Al tijdens de middeleeuwen was Gent een textielstad, tweederde van de 65.000 inwoners was actief als textielarbeider. "Het was uitzonderlijk dat zo'n groot percentage in een proto-industriële sector werkte", stipt de West-Vlaamse Gentenaar en professor geschiedenis aan de UGent Jan Dumolyn aan. "Die mensen kwamen regelmatig in opstand. Vandaar komt het idee van de harde, opstandige mentaliteit tegenover gezag. Van Gent zegt men altijd dat het een rebelse stad is, daar wordt mee gekoketteerd. Toch berust dat op reële geschiedenis."

Fabriek-Gents

We spoelen enige eeuwen door - sorry, Keizer Karel, gij zijt niet relevant genoeg - naar de industriële revolutie, die Gent als eerste stad van het Europese vasteland bereikte. In de negentiende eeuw nam de textielnijverheid ongeziene proporties aan, wat alweer gepaard ging met volksopstanden.

In het MIAT, het museum gewijd aan het Gentse fabrieksverleden, tref ik Leopold 'Pauly' Verhoene (80), die als vrijwilliger de antieke weefgetouwen bedient. Op zijn veertiende begon Pauly te werken in de Usines Cotonnières, een weverij aan de Wiedauwkaai. Oude Gentenaars kennen die nog als de Grasfabriek.

Twee dagen na zijn laatste schooldag stond hij al tussen de weefgetouwen. "Een lawaai zoals ik er nog nooit één gehoord had", zegt hij. "Daardoor roepen wij veel meer dan andere Gentenaars, maken we ook meer gebaren. Ik heb nog altijd die gewoonte van in de weverij. Wij noemden ons Gents fabriek-Gents." Pauly werkte er nog niet lang voor hij zijn eerste staking meemaakte. "Wij hadden geen vakbond nodig. Op één, twee, drie konden we vijfhonderd weefgetouwen stilleggen. Dat is dat rebelse karakter", zegt hij.

Gent stond toen vol fabrieken, herinnert Pauly zich. "Die hebben mee de ziel van de stad bepaald. De industrie maakte Gent een vuile stad. De fabrieken stonden allemaal aan het water en iedereen smeet daarin wat hij kwijt wou. De mensen zelf waren vuil van in de beluiken."

De honderden Gentse beluiken waren berucht voor hun erbarmelijke leefomstandigheden. Arbeidersgezinnen die het platteland inruilden voor de stad vonden er onderdak. Tegenwoordig blijven er nog maar een tiental over, weggestoken in hoekjes waar je ze niet verwacht, maar ook buiten de beluiken bleef Gent lang grijs en grauw. "Pas onder Frank Beke is de stad beginnen te verschonen", zegt Dumolyn.

Gentwerpen

In 1994 trad Beke aan als Gents tweede socialistische burgemeester, na voorganger Gilbert Temmerman. Sindsdien verpopte Gent zich tot toeristische parel. "Gent moet opletten dat het niet te veel succes krijgt", vindt Jan Dumolyn. "Maar een nieuw Brugge? Neen, daarvoor is er een te grote kritische massa van jonge mensen."

"In mijn ogen is Gent géén rebelse stad", stelt Nicolas Marichal. Deze Gentenaar is hoofdredacteur van Use-it, een vzw die geestige kaarten maakt om jonge toeristen door de Belgische steden te gidsen. "We zijn de nieuwe Antwerpenaars geworden, de nieuwe stoefers van Vlaanderen. 'Gentwerpen' noemen ze die mentaliteit. Ik kom soms Antwerpenaars tegen die nederig zijn, die zich verontschuldigen omdat ze naar Gent gekomen zijn. We worden zelfgenoegzaam en tegelijk kloppen we ons op de borst dat we rebels zijn. Alles lijkt hier fantastisch, terwijl Gent ook zijn problemen heeft. Ik dacht dat we 2.000 heroïnejunkies hadden. Er wonen hier niet enkel supergastvrije mensen die de hele tijd barbecues organiseren."

"De hippe, progressieve elite van Gent - waar wij jammer genoeg ook toe behoren (lacht) - speelt met dat rebelse imago", zegt Dumolyn. "Er is een groot verschil tussen de negentiende-eeuwse fabrieksarbeider die in opstand kwam en de progressieve mens met een bakfiets."

Ik bel naar Freek Neirynck, de 'perfesser Gentsch' die eerst zichzelf en vervolgens zijn volk Gents leerde spreken - ook Neirynck is van geboorte een West-Vlaming. "Op school in de Brugse Poort werd ik uitgelachen omdat ik boers sprak."

Neirynck blijft erbij dat de Gentenaar dwars en superkritisch is. "Een Gentenaar kloot zijn beste vrienden. Dat is een manier van communiceren waar West-Vlamingen het zeer lastig mee hebben. Die denken dat Gentenaars constant ruzie maken." Toch merkt hij dat de tegendraadse spirit eruit aan het slijten is. "Vroeger was je bij links een held als je kritiek spuide, nu beginnen ze dat ambetant te vinden."

Ik opper er een theorietje over. Het fabrieksverleden van Gent heeft de Gentenaars ruw gemaakt. Doordat ze eeuwenlang in een industriestad woonden, hadden ze weinig oog voor de smerigheid die hun middeleeuwse parel bezoedelde. De voortdurende instroom van hooggeschoolde West-Vlamingen veranderde dat. Er kwam meer aandacht voor vergroening van de stad, tegelijk werden de omgangsvormen zachter.

"Ge zoudt nagels met koppen kunnen slaan, al kan ik het niet bewijzen", monkelt Neirynck. "Tijdens een infovergadering in mijn buurt over het Circulatieplan heb ik in ieder geval geen woord Gents horen klappen. Het waren daar allemaal West-Vlamingen en Antwerpenaars die volgens mij voor Groen stemmen."

"Voor een groot stuk heeft die ecologische discussie te maken met gentrificatie", zegt Dumolyn, die benadrukt dat hij zich ook zoveel mogelijk met de fiets verplaatst. "De toevloed van studenten is veel groter nu, zij wegen meer op de stad. Steeds meer van die mensen blijven in Gent wonen en ze zijn mondiger."

Ze zitten ook overal, niet langer weggestoken in de beluiken, maar zwaaiend met een diploma. Mijn eigen vrouw is West-Vlaams. De vrouw van nachtburgemeester Edmond Cocquyt Jr. is West-Vlaams. Haast de hele cast van de Canvas-hit Bevergem woont in Gent en West-Vlamingen hebben het schepencollege geïnfiltreerd. Zowat iedere rasechte Gentenaar moet erkennen dat hij minstens één West-Vlaamse voorouder heeft.

Altijd feest

Gelukkig hoeft een Gentenaar niet aan een hele waslijst voorwaarden te voldoen die drie generaties teruggaan om zich een echte Gentenaar te mogen noemen. "Ge zijt ne Strop als ge in Gent woont en Gents klapt", zegt Neirynck.

"Lachen met West-Vlamingen is plezant, maar een bloed-en-bodemtheorie is belachelijk", vindt Marichal. "Als je in de stad woont, ben je een Gentenaar. Dat heeft niets te maken met je accent of waar je geboren bent. We moeten niet onnozel doen: niemand spreekt nog Gents tegen zijn kinders."

Op de valreep sloopt Marichal nog mijn theorie dat de West-Vlamingen de rebelse Gentenaars soft maken. Hij verwijst naar de stunt van vzw CirQ om bootvluchtelingen tijdens de Gentse Feesten een waterballet te laten uitvoeren: cultuur die aankwam als een politieke uppercut. "Dat was een rebelse, kritische aanpak, maar met humor", zegt hij. Laat CirQ nu net een broeihaard zijn van West-Vlaamse Gentenaars, terwijl CirQ-ceo Sandra Heylen afkomstig is uit de Kempen.

Ook het wereldkampioenschap regeringsvormen in 2011 en de Gentse onafhankelijkheid van 2008 haalt hij aan als typisch Gentse streken. "We maken van onze rebellie een feest. Daarvoor mogen we toch een pluim op onze hoed steken", zegt Marichal. "Wat we niet mogen doen, is bang zijn om naar de vuiligheid onder onze zetel te kijken. Je moet kritisch blijven, je ogen openhouden voor de echte miserie."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234