Dinsdag 18/02/2020

Reportage

Genoeg materiaal om de halve grensstreek van drugs te voorzien, en toch had niemand iets gemerkt

Beeld Tim Dirven

Drie verstikte jongelui, een penetrante geur. In Hechtel-Eksel, net onder de Nederlandse grens, werd dinsdag een drugslab ontdekt. Naast een takelbedrijf waar nooit iets naartoe werd getakeld. “Ja, nu snappen we het. Het was één grote dekmantel.”

De geur wordt penetranter naarmate je dichterbij komt. Iets van aceton, een vleugje ammoniak.

Er staat een autowrak met een ontbrekend portier voor de deur.
 Voor de ramen binnen hangen oude gordijnen. Door een spleet zie je een rondslingerende plastic tuinslang. Op donderdagnamiddag heeft de civiele bescherming van Brasschaat net het laatste vat ingeladen. Een container wordt omhoog getrokken. Een van de mannen van de civiele bescherming is gehuld in iets wat lijkt op een zilveren ruimtepak. Zijn collega richt een waterstraal op hem.

Mensen uit de buurt zitten er met verwondering op te staren. “Zou het werkelijk zo gevaarlijk zijn geweest?”

Het telefoontje kwam dinsdagochtend iets na drieën bij de politie in Eindhoven. Met de suggestie eens te gaan kijken in de Kiefhoekstraat in Hechtel-Eksel, België. En dat er geurhinder was. 

Die was er. En dat niet alleen. Op de vloer lagen drie lichamen, drie jonge mannen van 22, 23 en 25 jaar. De jongste was een Armeniër, de andere twee waren Eindhovenaren.

Dekmantel

“Dat het Nederlanders zijn.”

Daarmee is in de Kiefhoekstraat ongeveer gezegd wat er te zeggen valt over het takelbedrijfje op de hoek. Een komen en gaan van mensen, elke dag opnieuw, met Nederlandse nummerplaten. De mensen spraken luid, zoals Nederlanders doen. “Getakeld werd er eigenlijk niet”, zegt een buurvrouw. “Die auto’s stonden daar, op de stoep, zonder nummerplaten. En ze bleven daar gewoon staan. Kijk, die Chrysler staat er al zeker twee jaar. Kijk naar het stuur.”

Het stuur is beschimmeld.

Tot 2011 werd dit deel van de loods gebruikt door Vervetank, een tankverhuurbedrijf met hoofdzetel in Kontich. “Die mensen zeiden tenminste nog goedendag. Met de Nederlanders hadden we geen enkel contact.”

In het gebouwtje op de hoek is er een loket. Er liggen grijze kaarten van de Dienst Inschrijvingen uitgestald, alsof ze liggen te wachten op de eigenaar. Er is een betaalterminal en in de wachtzaal liggen autobanden en velgen gestapeld. Het ziet er ongeveer uit zoals een takelbedrijf annex bandencentrale er hoort uit te zien. Alleen: er is geen atelier, niemand zag de takelwagen ooit wegrijden of terugkeren met een getakelde wagen.

“Ja, nu snappen we het”, zegt de buurvrouw. “Het was één grote dekmantel.”

Hulpjes

Het doet denken aan wat er op 3 november 2017 gebeurde in de Nederlandse gemeente Kaatsheuvel. In een keurige woonwijk aan het Prins Mauritsplein trof de politie de lichamen van twee 48-jarige mannen aan. Iets moest zijn misgegaan in hun zelfgebouwde amfetaminelab. Ze hadden allebei een koolmonoxidevergiftiging opgelopen tijdens het productieproces.

Een van de twee was een bekende dealer uit de regio. Zijn uitvaart draaide uit op een Hollands-maffiose vertoning, met zo’n stoet van witte paarden, een kist op een paardenkoets en een limo ertussenin. Het ziet er niet naar uit dat een van de drie twintigers in Hechtel-Eksel een soortgelijke ceremonie wacht.

De drie waren zo te zien hulpjes. Jongelui met schulden en/of een verslaving. Tegen een ridicule vergoeding verblijven ze dag en nacht in het lab, trachten ze de hen per versleutelde chat overgemaakte instructies van de zogenaamde cooks, drugskoks, zo goed als mogelijk tot een goed einde te brengen. Ze leefden, aten en sliepen tussen de vaten, de tuinslangen en de koelkasten.

Volgens Het Laatste Nieuws trof de politie in de loods “genoeg installaties aan om synthetische drugs te maken om de halve grensstreek te bevoorraden”.

Wat er in het lab werd geproduceerd, is nog niet helemaal duidelijk. Toxicoloog Jan Tytgat suggereerde eerder deze week dat de situatie hem deed denken aan een lab voor fentanyl, een psychoactieve stof die ongeveer hetzelfde doet als morfine, maar veel krachtiger. “Inhaleren kan al dodelijk zijn”, verklaart Tytgat. “Je valt meteen in slaap en vervolgens sterf je.”

Het middel is aan een stille opmars bezig en zou in de Verenigde Staten en Canada al duizenden mensen het leven hebben gekost. Een van hen was Prince.

Donderdag werd Jan Tytgat door de onderzoeksrechter aangesteld als toxisch deskundige.

18,9 miljard euro

Drie jaar geleden werd in een van de loodsen op de hoek van de Kiefhoekstraat en de Zandstraat een wietplantage ontdekt: 3.000 plantjes. Ook toen gingen politiemensen in de wijk aanbellen met de vraag hoe het kon dat niemand wat had geroken. Iets had opgemerkt. Wat later ging een andere loods in vlammen op.

“Zulke dingen geven je eerder een reden om juist niet te gaan kijken wat ze daar aan het doen zijn”, zegt een wat oudere man. “Je voelt dat iets niet klopt, maar het voelt veiliger om uit de buurt te blijven.”

Bij het parket in Limburg zegt Dorien Vanderheiden dat er na drie dagen nog geen uitsluitsel is. “Wij denken in de richting van een amfetaminelab, maar wachten nog op precieze resultaten van wat er werd geproduceerd. Synthetische drugs, dat is wel duidelijk. De exacte doodsoorzaak van de drie jongens staat nog niet vast.”

Een xtc-pil kost doorgaans 2 tot 5 euro. De productiekosten liggen rond 0,2 euro. De verkoopwaarde van in Nederland geproduceerde xtc en amfetamine werd vorig jaar in een studie van de Nederlandse politieacademie geschat op 18,9 miljard euro. Er wordt vooral geproduceerd in Nederland zelf en in de Belgisch-Nederlandse grensstreek, vanwege de “geringe pakkans”, volgens het rapport. De meeste pillen zijn bestemd voor de export. In Zweden kost een xtc-pil 13 euro, in Australië 20 euro.

Mensen van de civiele bescherming aan het werk. Beeld Tim Dirven

Het lab in Hechtel-Eksel lijkt er een te zijn dat werd aangestuurd vanuit Eindhoven. Eens per week komen de cooks kijken of alles goed gaat. In Hechtel-Eksel was dat dinsdagochtend manifest niet zo.

Hoe te herkennen?

Synthetische drugslabs worden in de grensstreek stilaan een milieuprobleem. Elk xtc-lab genereert een hoop afval. In 2013 werden dertien dumpingen van toxisch afval vastgesteld. Vorig jaar waren dat er een veertigtal, doorgaans in natuurgebieden, ver buiten het zicht van mogelijke getuigen.

“Het toont aan dat dergelijke drugscriminelen elk normbesef ontberen”, zei justitieminister Koen Geens (CD&V) donderdag in de Kamer. “Gevaarlijke en giftige stoffen worden in de natuur gedumpt, en vormen een rechtstreeks gevaar voor kinderen, volwassenen, planten en dieren.”

Hij werkt nu aan een Kempen-Maasplan, dat alle actoren aan beide kanten van de grens samen moet brengen: parketten, politiediensten, gemeentebesturen. De beginvraag blijft: hoe herken je een drugslab? Wat te doen om mensen ertoe te brengen bij de geur van aceton of een nooit takelend takelbedrijf de politie in te seinen?

Aan het eind van de straat is er nog zo’n obscuur autobedrijfje. “Er zitten Oost-Europeanen in”, zegt een buurtbewoner. “Ze doen ook iets met tweedehandswagens, al is niet helemaal duidelijk wat. Moeten we voor al dit soort zaken de politie gaan bellen?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234