Zondag 28/11/2021

NieuwsSrebrenica

Genocide ontkennen wordt strafbaar in Bosnië en Herzegovina

Bosnische vrouwen op de begraafplaats waar de slachtoffers van de genocide in Srebrenica begraven liggen. Beeld AFP
Bosnische vrouwen op de begraafplaats waar de slachtoffers van de genocide in Srebrenica begraven liggen.Beeld AFP

Het ontkennen van de genocide van Srebrenica, waar in juli 1995 ruim achtduizend Bosniakken werden vermoord, kan in Bosnië en Herzegovina binnenkort bestraft worden met een gevangenisstraf tot vijf jaar.

Behalve het ontkennen van de volkerenmoord wordt ook het bagatelliseren of goedpraten van misdaden die zijn gepleegd tijdens de Bosnische oorlog strafbaar, net als het verheerlijken van oorlogsmisdadigers, bijvoorbeeld door straten of publieke gebouwen naar hen te vernoemen.

Dat maakte de vertrekkende Hoge Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties, de Oostenrijker Valentin Inzko, vrijdag bekend. De post van Hoge Vertegenwoordiger werd gecreëerd na het einde van de oorlog en heeft nog altijd relatief veel macht in het diep verdeelde Bosnië en Herzegovina. Het land is een lappendeken van etnische groepen waarvan de drie belangrijkste – de Kroaten, de Serven en de Bosniakken – sinds de oorlog allemaal hun eigen federaties of deelrepublieken besturen. Inzko, die de positie van Hoge Vertegenwoordiger twaalf jaar lang vervulde en volgende week wordt opgevolgd, besloot als een van zijn laatste daden het strafrecht aan te passen.

Dat deed hij omdat hij “zeer bezorgd (is) dat prominente personen en overheidsinstanties in Bosnië en Herzegovina blijven ontkennen dat tijdens het gewapende conflict genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden zijn gepleegd”.

Genocide

De strafbaarstelling komt ruim 26 jaar nadat rond de moslimenclave Srebrenica ruim achtduizend mannen en jongens afgeslacht werden door Bosnische Serviërs. Het is de enige massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog die door de VN als genocide wordt bestempeld. De Bosnische Serviërs hebben die classificatie altijd ontkend, net als buurland Servië, dat de Bosnische Serven tijdens de oorlog steunde. Beiden noemen de massaslachting een misdaad, maar weigeren te spreken van een genocide.

null Beeld rv
Beeld rv

De beslissing om het erkennen van genocide voortaan strafbaar te maken leidde in Servische kringen tot een golf van verontwaardiging. Vooral de Bosnisch-Servische leider Milorad Dodik, president van de Bosnische deelrepubliek Republika Srpska en een nationalistische hardliner, haalde bijzonder hard uit naar de nieuwe wet, die hij “onacceptabel” noemde.

Tijdens een persconferentie zei hij dat de strafbaarstelling “de laatste nagel aan de doodskist van Bosnië en Herzegovina” is, waarna hij dreigde “het proces van ontbinding in gang te zetten”. Dodik dreigt al jaren met een formele afscheiding van de Servische delen binnen Bosnië. Het is zijn vaak uitgesproken droom ooit een onafhankelijk Srpska te besturen, zonder inmenging van islamitische Bosniakken of rooms-katholieke Kroaten vanuit de hoofdstad Sarajevo. Buiten de Republika Srpska is zowat iedereen faliekant tegen dat voornemen, omdat afscheiding van een Bosnische deelstaat de opmaat kan zijn naar een nieuwe oorlog waarin ethnische groepen recht tegenover elkaar komen te staan.

Persoonlijk

De nieuwe wet van Inzko kan politici als Dodik ook persoonlijk treffen. Zij maken zich geregeld schuldig aan genocide-ontkenning. Vrijdag nog zei Dodik in de microfoon van Klix News: “Deze genocide heeft niet plaatsgevonden. Serven moeten dit nooit accepteren.”

Veel inwoners van zijn Republika Srpska zijn dat roerend met hem eens. In Bosnisch-Servische steden als Banja Luka wordt Ratko Mladić, opperbevelhebber van de Bosnisch-Servische troepen tijdens de oorlog, doorgaans gezien als beschermer van het Servische volk, in plaats van de oorlogsmisdadiger die hij volgens de rechter is. Ook in de stad Pale, tot 1998 de hoofdstad van de Republika Srpska en de plek waarvandaan de Bosnische Serviërs halverwege de jaren negentig hun aanvallen organiseerden, staat nog altijd een studentencomplex dat naar Radovan Karadžić is vernoemd, president van de Republika Srpska tijdens de oorlog. Beide mannen zijn door het Joegoslavië-tribunaal schuldig bevonden aan genocide.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234