Maandag 14/06/2021

Genk: de adrenaline van het Belgische voetbal

Deze week is VT4 begonnen met een reeks opnames van een docu-soap over Racing Genk. Niet toevallig Genk: de Limburgse fusieclub, opgericht in 1988, heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot een bijzonder geanimeerd fenomeen en een sportief succes zonder voorgaande. Als morgenavond thuis wordt gewonnen van Moeskroen, kan de club zijn tweede landstitel nog nauwelijks mislopen, dat zou dan na de titel van '99 en de bekers van '98 en 2000 de vierde prijs in vijf jaar zijn. Daarmee nestelen de Genkenaars zich definitief in de top van het Belgische voetbal. Een wandeling door een unieke club, die alweer op feesten staat.

FRANK BUYSE

'Het wordt bijna als 'gewoon gewoon' beschouwd", grijnst manager Paul Heylen. "De intensiteit van de eerste keer is toch een beetje weg", meent Domenico Olivieri, ex-speler en nog steeds kind aan huis. Daar was afgelopen week in het Themacafé in het stadion maar weinig van te merken. Er wordt aangeschoven voor shirts (20 procent reductie) en sjaals, aan de toog hebben de mannen het al over de kater die hen maandag te wachten staat. "Want het wordt weer feesten."

Achter de toog staat Dirk Medved, ex-international, ex-Club Brugge en ex-Standard, hier vooral ex-Genk. Hij is als exploitant van het Themacafé een tweede leven begonnen, in afwachting van zijn proces tegen Standard, dat nu toch in juni in Hasselt zal plaatsvinden. De Luikse club zag de zaak - Medved vecht zijn ontslag in '99, vanwege kritiek op de club, aan - liever voor de Luikse arbeidsrechtbank voorkomen, maar de rechter oordeelde dat Limburg (Staaien, het Fenixstadion en het Lommelse Stedelijk Stadion) ook tot de plaats van tewerkstelling van de voetballer hoort.

Genk telt nog meer ex-spelers in zijn rangen. Ronny Van Geneugden bijvoorbeeld, is verantwoordelijk voor het jeugdproject met de kleinere clubs uit de regio (samen zo'n 1.500 spelertjes). En voor Domenico Olivieri, momenteel zijn spelerscarrière bij La Louvière aan het afmaken maar twintig jaar vergroeid met de club en aanvoerder van de kampioenenploeg van '99, wordt ook plaats vrijgehouden. "Dat is toch de afspraak die werd gemaakt toen ik er vertrok. Alleen moet nog worden afgesproken in welke functie." Hij blijft een blauw-witte in het diepst van zijn gedachten, miste als hij zelf niet moest spelen nog maar één wedstrijd, "maar toen was ik ziek. Dat Genk-gevoel is uniek, elke Genkenaar voelt zich één met de club. Dat is de verdienste van de club die daarvoor alle mogelijke initiatieven uitwerkt."

Dat wijgevoel, in vorig kwakkelseizoen wat weggezakt, is weer helemaal terug, misschien nog intenser. Vorige zaterdag zaten 14.000 supporters te kijken naar een grasmat zonder voetballers, met alleen een megascherm waarop STVV-Genk schitterde. Voor de captatie van Westerlo-Genk, volgende week, hoopt Heylen zelfs op 20.000 kijkers, "die zelfs 3 euro entree betalen. Ik begrijp niet waarom andere clubs daar niet aan denken."

Die fanatieke aanhang - 30 procent is jonger dan 25 jaar - is de levensverzekering van de club. Het verplicht volgens Heylen de club "jong" te denken, met vuurwerk na elke match (kosten 20.000 euro per jaar), met een tapsysteem dat bier voorziet voor 18.000 man tegelijk, met trendy optredens... "Al hoor ik liever Rob De Nijs", grijnst Heylen.

De club, die kan rekenen op 724 vrijwilligers en slechts 10,5 mensen in vast dienstverband telt, barst van de activiteiten. "Eigenlijk gaan we soms kapot aan de drukte die hier heerst", zegt Heylen. Het Themacafé bruist, de trainingen worden bijgewoond door 200 supporters, momenteel wordt tien avonden na elkaar een 'Business Bistro' georganiseerd, de dinsdag na elke thuismatch is er het Praatcafé, waarin honderden supporters spelers en trainers ontmoeten, de spelers moeten zowat zes dagen per week beschikbaar zijn voor bezoeken aan zowel scholen als sponsors... Iedereen wil bij Genk zijn. Of op Genk, sommige dagen krijgen tot 200 bezoekers een rondleiding in het Fenixstadion, dat bovendien ook commercieel zwaar wordt geëxploiteerd: communiefeestjes, personeelsfeestjes, Big Brother-events... De laatste tijd komt er zo'n 8.000 tot 10.000 man per maand; dat brengt de club jaarlijks zo'n 600.000 euro op.

Die dynamiek is de sterkte van de club. Niet toevallig moet dat blijken uit het nieuwe logo, dat zondag voor de wedstrijd tegen Moeskroen met de nodige show, met stuntman Jan Bardi in de hoofdrol, eerst aan de supporters wordt gepresenteerd. Dat Genk daarvoor het externe, uiteraard Limburgse communicatiebureau RCA heeft aangetrokken, is alweer een aanwijzing dat de club als geen ander noties heeft van modern management. "De uitstraling, het imago van de club moet over vijf jaar nog even groot zijn", weet verantwoordelijke Bruno Leyssens. "Daarom een facelift van het oude logo."

Het huidige budget van 15 miljoen euro is nochtans een maximum, weet Paul Heylen. "Tien jaar geleden zaten we nog op 2 miljoen euro, nu is ons budget groter dan dat van Club Brugge en Standard en even groot als dat van Anderlecht. Meer kan niet worden verwacht."

De laatste stap die nog moeten worden gezet is de uitbreiding van het stadion tot 25.000 zitplaatsen. Voor midden-Limburg is dat voldoende, meent Heylen, in tegenstelling tot Anderlecht, Club Brugge en Standard, die supportersclubs in het hele land hebben, reikt Genk niet verder. "We raken niet verder dan Lommel, Diest en Leuven. Wat niet wegneemt dat we met ons aantrekkelijke voetbal op de sympathie van het hele land kunnen rekenen. Genk zorgt voor een nieuwe injectie, is eigenlijk de adrenaline van het Belgisch voetbal."

Drie jaar geleden dacht men nog bij Genk dat de club ondanks de titel op termijn niet kon wedijveren met die 'grote drie'. Nu denkt men dat niet meer. "We hebben afgelopen jaren Goor, Hasi en Hendrikx moeten laten gaan naar Anderlecht. Nu zie ik dat niet meer gebeuren." De club heeft 's lands meest prestigieuze vereniging bijgebeend. Niet alleen sportief: voor komend seizoen hoopt Heylen 20.000 abonnementen te werven, 4.000 meer dan Anderlecht, 10.000 meer dan Club Brugge. En ook: 2.500 seats, tegen Anderlecht 2.000. Alleen inzake couverts haalt men in het Vanden Stock stadion meer: 2.000 tegenover 1.700 op Genkse topdagen. Maar dat kan nooit doorwegen op de voorsprong die Genk neemt inzake dieptewerking (de jeugd), structurele omkadering en voetbalknowhow. Dat laatste is wat simplistisch met de vinger aan te wijzen: Sonck en Dagano, Anderlecht hoefde die niet.

Heylen: "Sonck oké; maar over Moumou waren hier ook twijfels. (Lachend) We kunnen maar beter al informeren naar Kpaka, zeker (ook GBA, FB)? Ach, nu stel je het voor alsof we op alle vlakken Anderlecht aan het voorbijrazen zijn. Ik hoor het graag, maar we moeten realistisch zijn, de huidige successen verder proberen uitbouwen. Er is ook wat geluk bij nodig."

Er is wel de intentie om de huidige succesvolle spelersgroep samen te houden, "maar eentje zullen we als er extreme bedragen worden geboden misschien toch moeten laten gaan", oppert Heylen. Het zou uit bittere noodzaak zijn, de laatste zes jaar gaf de club 924 miljoen frank (23 miljoen euro) uit aan spelers, stadion en terugbetalingen van leningen op korte termijn, ongewoon veel, jaarlijks bijna 3 miljoen euro. Dan moet alleen op zoek worden gegaan naar een vervanger voor Sonck of Dagano of Koen Daerden en een alternatief voor verdediger Reini (getekend voor het Nederlandse AZ) en invallersdoelman Brockhauser, die terugkeert naar Hongarije. Verder steekt in de jonge spelersgroep alles om de komende jaren voluit mee te spelen voor de titel.

Op langere termijn wil de club in eerste instantie putten uit de eigen jeugd. Voorzitter Jos Vaesen is daar extreem in: "Eigenlijk mogen we alleen maar spelers aantrekken tussen 10 en 15 jaar." In de A-kern zitten intussen al acht spelers min of meer van eigen kweek, komend seizoen komen er nog vier bij. Ook jonge talenten met Afrikaanse of Italiaanse roots, tweede en derde generatie staan klaar, zoals Tibari Rachid (21) of Marco Ingrao (19).

Uiteindelijk is ook de helft van de Genkse bevolking allochtoon, in totaal 60 vreemde nationaliteiten. Volgens Heylen vormen ze één grote familie: "In deze multiculturele omgeving spreekt men eigenlijk niet van Belgen en buitenlanders. Een Turkse immigrant in het eerste elftal zou niet meer losmaken bij de Turkse bevolking dan nu." Bovendien heeft Genk in eerste provinciale ook nog de Turkse Rangers. Er bestaan al langer ideeën om daar een satellietploeg van Racing van te maken, "maar dan moeten ze eerst promoveren, onze jonge talenten kunnen in eerste provinciale maar weinig bijleren." Om zichzelf te binden aan een topclub, zoals Antwerp/Manchester United, GBA/Ajax en Moeskroen/Tottenham, daar ziet Heylen het nut niet van in: "De spelers die wij kunnen gebruiken, krijgen we toch niet. Het liefst zijn we baas in eigen huis."

Dan kun je ook beter zelf voor de opleiding zorgen. En ook dat pak je beter groots aan, begrijpt men in Genk. Morgen wordt er om halfzes het nieuwe jeugdcomplex tegenover de hoofdtribune officieel geopend, met een toernooi met jeugdploegen van Genk, Ajax, PSV en Feyenoord. Het is een indrukwekkend project, met zes verlichte en automatisch beregende velden, over een oppervlakte van meer dan acht hectare. Het centrum kan bij de organisatie van de thuiswedstrijden tevens het epicentrum van de club worden. "Hier droomde ik al veertien jaar van", zegt Heylen, vroeger zelf jeugdcoördinator bij Winterslag, waar de Genkse jeugd tot nu toe op de cité armzalig was ondergebracht. Kostprijs van het project: 1,61 miljoen euro. "Veel geld, gezien onze toch niet zo rooskleurige financiële toestand", bevestigt voorzitter Vaesen. "Maar dit project was levensnoodzakelijk voor de toekomst van de club."

Hierin neemt de club voorsprong op de zogenaamde topclubs, die moeten jaloers zijn op de jeugdcentra van Moeskroen en nu ook Genk. "Anderen praten erover, wij doen het", zegt jeugdcoördinator Roland Breugelmans (niet toevallig presenteerde Anderlecht gisteren ook zijn jeugdcentrum, zij het op papier; zie pagina 14). In de achtergrond knikt hoofdtrainer Sef Vergoossen. Het was de bedoeling dat hij een identiek jeugdproject bij Roda JC zou leiden, nu komt het in Genk in zicht. "Ik steek niet weg dat ik dit op termijn wil helpen uitbouwen", aldus de Nederlander, die bij MVV ook al timmerde aan die weg. "Ik herinner me dat de club van de transfer van Erik Meier, die 1,5 miljoen euro opbracht, ook meteen de helft investeerde in het jeugdcomplex. Het is en blijft de enige manier van overleven. Je kunt wel zeggen: we kopen wel een Dagano. Maar vergeet niet dat zo'n jongen tien keer meer begeleiding nodig heeft dan Koen Daerden, zelf opgeleid."

Jos Vaesen: "De transfer van Davy Oyen heeft ons 2,5 miljoen euro opgebracht, Koen kan een veelvoud in kas brengen. Zo'n jeugdopleiding betaalt zichzelf terug." Vergoossen: "Zeker met de bedragen die momenteel worden gehanteerd. Toen Jaap Stam verhuisde van PSV naar Manchester United voor een bedrag van 15 miljoen euro, riep hijzelf verbaasd uit: 'Ik ben een heel winkelcentrum waard'. Het opleidingscentrum in Ivoorkust waar Aruna en Zokora vandaan komen, heeft ook al goed geld verdiend, hoor."

De hoofdtrainer vindt niet dat alle Genkse jeugdploegen naar Ajax-model op dezelfde manier moeten leren voetballen als het basiselftal. "Dat heeft geen zin, zo'n strak systeem. Een hoofdtrainer is maar een passant, mijn opvolger kan misschien weer anders voetballen. Leer die jongens tot hun vijftiende gewoon lekker voetballen, de tactiek leren ze later wel."

In afwachting maakt heel Genk zich op voor een tweede landstitel, morgenavond moet het feest in een alweer eivol Fenixstadion worden ingezet. Olivieri heeft ervaring in die zaken, hij kan het weten. "Als zondagavond kan worden gewonnen van Moeskroen, kan het niet meer mislopen. Schrijf maar op: op 6 mei zit heel Genk opnieuw met een feestkater."

De club heeft maar 10,5 mensen in vast dienstverband, maar wel 724 vrijwilligersJeugdcoördinator Breugelmans over het gloednieuwe jeugdcomplex (kostprijs: 1,61 miljoen euro): 'Anderen praten erover, wij doen het'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234