Vrijdag 10/04/2020

rouwen

Geniet van elke boterham

Beeld Nina Vandeweghe

De dood als koud kunstje: ex-Canvas-netmanager Mark Coenen leert ons elke dag een beetje sterven.

Zondag poetsen we onze doden weer op.

Op de hoogdag der chrysantenverkopers gaan we, gewapend met zeemvel en boenwas, naar de zerken van onze doden en aanhoren de weesgegroeten en het ritselen van papieren zakdoekjes bij vers gedolven graven.

Het zijn drukke dagen voor de doden: eindelijk nog eens volk over de vloer.

Het is, schreef Marguerite Yourcenar, alsof in november, na de laatste oogsten van het jaar, de dorre aarde klaar is om de zielen van de doden doorgang te verlenen.

De ingetogen herfstigheid en treurnis van bij ons contrasteert hevig met wat ze daar op dat moment aan de warme kant van de aarde mee doen.

In Mexico bijvoorbeeld, maken ze er pas écht werk van, en worden de graven versierd en opgesmukt om de doden maar vooral hun léven te vieren.

In dat heelal is het alle dagen carnaval.

Processies trekken door steden en dorpen, en de graven worden versierd met altaartjes met daarop het favoriete eten van de geliefde dode.

Omdat het verhaal gaat dat de zielen op dat moment ook terugkeren naar hun families, legt men een pad aan van goudsbloemblaadjes van thuis naar het familiealtaar.

Het zorgt voor een aparte sfeer die niet uitgelaten is, maar toch een vrolijkheid heeft waarop we alleen maar jaloers kunnen zijn.

Wij leggen geen goudsbloemblaadjes: ik zou ze de kost niet willen geven, de mensen die elk jaar opnieuw moeten zoeken waar bompa Jos nu weer begraven ligt.

En wij maken geen aparte sfeer maar gesuikerde pompoensnoepjes en malle maskers - te koop vanaf half juli, ongeveer - die de kinderen dragen als Halloween wordt gevierd in classicaal verband.

't Heeft niets te maken met het vieren van de doden, maar alles met de omzetverwachtingen van grootwarenhuizen, die weer een reden hebben om een aparte productielijn met suikerbrol op te zetten.

Het initiatief van de mannen van popgroep Zinger om op 1 november op ingetogen wijze keet te gaan schoppen op kerkhoven te allen kant, is dan ook niet alleen lovenswaardig, maar hopelijk ook de start van een nieuwe Vlaamse traditie.

Pieter Deknudt van Zinger bedacht Reveil vorig jaar, toen hij de vier jonge mensen die in zijn dorp te vroeg aan hun einde waren gekomen, wilde herdenken.

Dit jaar worden al op meer dan twintig kerkhoven concertjes georganiseerd: De Piepkes (Roland Van Campenhout, Frederik Sioen en Pieter-Jan De Smet) staan bijvoorbeeld op Campo Santo in Gent, Frank Vander Linden bromt sonoor een lied in Laken.

Topidee: een akoestisch Tomorrowland!

Want is het kerkhof voor ons allen niet het enige echte Tomorrowland (maar dan zonder die krankzinnige decibels): het land waar wij allen zullen eindigen, als we tenminste niet uitgestrooid worden ter zee, te land of in de lucht?

Op een dag staan we op en zijn we dood.

Al staan we daar niet graag bij stil.

Zouden we dat niet beter wél doen, vraagt de amateur-psycholoog in mij zich af?

Elke dag een beetje sterven, zodat het, in de woorden van de dichter, uiteindelijk een koud kunstje wordt?

Of gaan we glashard blijven verdringen dat we dood gaan, waardoor we al even glashard blijven ontkennen welke grote rol dat speelt in ons leven?

Zelfs de grote Frank Sinatra placht naar verluidt te zeggen als een van zijn crooners de pijp uit was gegaan: "He's gone to the mountains". Angsthaas.

Mens, durf te sterven.

In Socrates, de prachtige monoloog die Stefaan Van Brabandt schreef voor Bruno Vanden Broecke (nu te zien in allerlei zalen, ga kijken voor het te laat is), gaat het zo:

"U weet het of u weet het niet, maar ik ga dood, maar we gaan daar geen drama van maken hè. 't Is alleen maar een kwestie van tijd vooraleer de wormen en maden aan uw vlees komen peuzelen. In mijn ogen is de dood geen straf: de dood is een bevrijding."

Zo, die kunnen we in onze zak steken.

Wij zijn van voorbijgaande aard.

En toch zien velen niet alleen de dood als een levensgroot probleem, maar alles wat er rond hangt.

Mijn grootmoeders werden, in de jaren zestig, na hun dood - ervoor zou wat raar geweest zijn - opgebaard in de living, waar naast een eeuwigdurende noveen plaats was voor een drupke en een stukje vlaai.

Nu ga je linea recta naar een professionele diepvrieskist met indirecte verlichting - spaarlampen, ongetwijfeld. Bezoekuren: af te spreken. In het beste geval: fotootje op Instagram van de kist.

We hebben ook helemaal niet geleerd hoe we met het verdriet in de donkerste der dagen moeten omgaan.

Dood is al geen kattepis. Maar de dood van geliefden moet men leren overléven.

Om het in het schoon Duits te zeggen: Bedenkt: den eigenen Tod den stirbt man nur. Doch mit dem Tod der anderen muss man leben (Mascha Kaléko).

Na drie dagen rouwbelet wordt men immers verondersteld weer zijn vrolijke oude zelf te zijn. Al wie na zes maanden nog eens de naam van een geliefde overledene opwerpt, verstoort de sfeer en kan het wel schudden om een uitnodiging te krijgen voor de volgende babyborrel.

Dat, en nog velen andere redenen bracht mij op een vroege herfstdag van 2014 ten huize van Chris Dusauchoit, waar wij een wonderlijk geval van synchroniciteit meemaakten.

Waarom, dachten wij gezamenlijk en tegelijkertijd, stellen wij aan Eén niet voor om eens een programma te maken over de dood? Ze hebben al genoeg kwissen, toch?

Na de korte polonaise in de somptueuze kantoren van het productiehuis (Borgerhoff & Lamberigts TV) en na het vernemen van het enthousiasme bij Eén, volgde een periode waarover ik later in mijn memoires wel uitgebreid wil schrijven, maar voor nu volstaan de woorden 'boeiend', 'bizar' en 'bang makend'.

Het leek alsof de duvel ermee speelde, maar zowat iedereen die meewerkte aan het programma maakte in de voorbereiding ervan iets mee waarvan je begon te denken: als toeval niet bestaat, is dit toch wel heel veel toeval bij elkaar.

Cameraman Jef verloor zijn broer bij een motorongeval, producer Wouter zijn schoonvader aan kanker. De zus van Hilde de regisseuse moest onder het mes ter behandeling van een gezwel. Haar broer kreeg prostaatkanker. En op 7 juli, de dag voor mijn 57ste verjaardag, kreeg ik van mijn uroloog het bericht dat tot zijn grote spijt kanker et cetera tralala hupsakee. This is the sound of C. En ik maar denken dat het van te veel seks kwam.

Gelukkig is na snel ingrijpen alles weer onder controle. Tot de volgende controle.

Om maar te zeggen dat het een programma is dat - alleszins door de makers - nooit zal worden vergeten. En hopelijk ook niet door de kijkers.

Dat ligt - alweer hopelijk - ook aan de kwaliteit ervan: zelden of nooit trotser geweest.

Voor altijd laat in 50 intense minuten zien wat de dood met ons doet en hoe 5 lotgenoten daarmee omgaan.

Paul, Thais, Barbara, Kris en Sam vertellen, aan dezelfde keukentafel gezeten, wat ze meegemaakt hebben en nog meemaken. Geen maskers, geen pose, geen krokodillentranen.

Het zijn allemaal overlevers, maar er is ook iemand bij die van de dood al een aanzoek gekregen heeft, maar daar voorlopig fijn zijn voeten aan veegt.

De veerkracht en de levenskracht van deze mensen is uitzonderlijk.

De beslistheid om hun leven niet kapot te laten maken door de dood is bewonderenswaardig.

De liefde voor hun doden en voor het leven golft als een tsunami van het scherm.

De sereniteit waarmee ze spreken is ongezien.

Hun boodschap gaat voorbij het verdriet: ondanks alles heeft wat ze meemaken hun leven verrijkt.

Mens, durf te leven.

En geniet ondertussen van elke boterham, zoals Warren Zevon zei in zijn laatste interview op aarde.

Dus voor morgen: préparez vos mouchoirs. Kruip onder een dekentje dicht bij elkaar. Hebt elkander hartstochtelijk lief.

En voor maandag: iedereen ongeveer gezond weer op. Met of zonder controle.

Voor altijd, zondag 1 november om 22.20 uur op Eén.

Meer info over Reveil: facebook.com/reveilvlaanderen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234