Zaterdag 23/01/2021

Generation Y vs. de Tour

Voor het eerst in deze Ronde van Frankrijk schoof in volle finale zowat de hele QuickStep-ploeg naar voor. Tom Boonen had blijkbaar iets duidelijk te maken. Aan het publiek, maar wellicht ook aan zijn ploeg, zijn sponsors. Dat het weer niet lukte, komt ook door de val, in volle voorbereiding van de sprint, van Katushasprinter Nikolaj Troesov. Tom Boonen verloor zijn ritme, het wiel ook van de snelsten vooraan, en liet zich uitbollen. Hij zag niet hoe Mark Cavendish op 220 meter van de finish de leiding nam en op die korte afstand twee fietslengten nam op Thor Hushovd, toch de groene trui.

Precieuze prestatie

Die nieuwe spurtzege was een precieuze prestatie. In zijn jonge loopbaan nam Mark Cavendish zeven keer deel aan een reguliere massasprint in de Tour. Zéven keer won hij. Vier vorig jaar, alvast drie nu (zonder rekening te houden met de aankomst op de helling van Montjuïc: dat was geen gewone sprint). Als massasprinter is Mark Cavendish letterlijk onoverwinnelijk, tot nu toe.Toch was Cavendish’ ‘zeven op zeven’ niet het meest markante feit van de dag. In Limoges werd duidelijk dat in de schoot van het peloton een veel wezenlijker debat woedt. Het is tegelijk Generatieconflict en Kulturkampf. Ook al gaat het op het eerste gezicht om een kleine technische innovatie: de oortjes of ‘oreillettes’, waarlangs ploegleiders vanuit de auto draadloos communiceren met de renners. Nu ja, ‘innovatie’. Het Vlaamse tv-publiek leerde die oortjes al in de verregende Gent-Wevelgem 1999 kennen. De ploeg-Lefevere had in de kopgroep drie renners mee. Op kop reden Wilfried Peeters en Johan Museeuw, en achter hen sprinter Tom Steels, voor wie gewerkt werd. Achter Steels volgde de rest van de kopgroep. En daarachter reden de auto’s van de sportbestuurders. Net zoals zijn collega’s had Lefevere al tv in de wagen. Maar hij alleen werkte met oortjes. Toen Leon van Bon van achteruit weg sprong, riep Lefevere: “Aanval Rabo (Van Bons ploeg, WP) rechts.” Peeters en Museeuw hadden Van Bon nog niet gezien maar konden alvast hoog op de trappers staan en maximaal versnellen: Van Bon’s aanval was voorbij nog voor hij begonnen was.Sindsdien zijn de oortjes algemeen ingeburgerd. Lance Armstrong en Johan Bruyneel, bij elke innovatie voorop, gebruiken ze als een essentieel element in het rijden van een wedstrijd. Net zoals geen rallyrijder vertrekt zonder copiloot, start Armstrong ook niet zonder het gidswerk van Bruyneel achter zich. En als iedereen ze gebruikt, zal iedereen ze ook wel eens misbruiken. Net zoals iedereen wel eens zijn gsm bezigt om met een vriend tien meter verder te praten - ook dat zal wel oneigenlijk gebruik zijn van een satellietverbinding. Maar niemand die de gsm wil afschaffen. Bij de oortjes is dat wel. Ze zouden de koers lamleggen. De intuïtie fnuiken. Sportdirecteurs rekenen bij een ontsnapping het jagende peloton voor waar en wanneer ze moeten achtervolgen. Op de seconde getimed, zeggen critici, grijpt men de steeds onfortuinlijker vluchters. En eindigt de rit op een voorgeprogrammeerde massasprint. Oortjes doden de Tour.

Met scha en schande ondervinden

Vandaar dat de UCI besliste om tijdens twee ritten in deze Tour de France géén oortjes toe te staan. Bij wijze van experiment. Waarom dat precies hier en nu moet, heeft tal van redenen. De slechtste eerst. Omdat de UCI nog altijd in gespannen verhouding leeft met Tour-organisator ASO, wil UCI-voorzitter Pat McQuaid zeker op Franse wegen graag laten zien dat hij hoe dan ook boven ASO-eigenares madame Amaury staat. McQuaid verzet zich ook tegen inspraak van de wielerploegen. En dus verdeelt hij die waar hij kan. De meeste teams waren tégen het verbod op oortjes, maar niet allemaal. En dus wees de UCI elk voorstel tot compromis af. En had een rennersstaking geen zin, want er zouden er toch altijd niet solidair zijn.Toch zijn er best argumenten om eens te discussiëren over de oortjes. Jean-Marie Wampers, ex-winnaar van ondermeer Parijs-Roubaix, een intelligente ex-prof die in de Tour als chauffeur genodigden van QuickStep vervoert, wikt en weegt. Tijdens zijn actieve carrière reed Wampers bij mooie ploegen, zoals Splendor en Hitachi (aan de zijde van Criquelion) en het grote Panasonic. In zijn laatste Panasonicjaar was Wampers wegkapitein: “Een functie die door de oortjes overbodig werd. Destijds was dat een ervaren renner die besliste waar en wanneer er gereden werd. In die tijd waren renners verplicht om alles zelf uit te zoeken, zelf te ondervinden in de koers en meestal met scha en schande. Want veel sturing was er niet. Ik herinner me een tactische bespreking bij Splendor, voor Milaan-Sanremo. De hele ploeg zat in rennersplunje op de grond in de gang van hotel Leonardo da Vinci. Sportbestuurder Berten De Kimpe stond tussen ons en las bij wijze van voorbereiding gewoon de lijst van ploegen voor, en de volgorde van de sportbestuurders. Zijn grootste lol: dat Lomme Driessens in de laatste wagen moest. En voorts zei hij: ‘Mijn jongetjes, doe jullie best.’ Wij leerden dus zelf de finesses van het vak, bouwden onze ervaring op.”Al knaagt het zelfs bij Wampers dat hij nog niet beschikte over nieuwe technologie: “De sportbestuurders riepen vanuit hun wagen wel hun orders door, maar die bereikten je vaak niet, zeker niet in volle finale. Ik ben twee keer met voorsprong de laatste kilometer van Gent-Wevelgem ingegaan. Twee keer werd ik teruggehaald. Telkens had ik geen idee waar het peloton zat, hoe ver ik nog precies te gaan had. Ik zeg niet dat ik zou gewonnen hebben, maar het zou wel helpen. Dat is ook het argument van de Franse ploegen in deze Tour. A bas les oreilles (weg met de oortjes), met evenveel ijver rondgebazuind als het A bas les calotes (weg met de kaloten) van destijds. Alsof het een Goede Zaak betrof, een strijd van klein tegen groot, van dappere aanvallers tegen het het computergestuurde en door multinationals gesponsorde peloton.

Veiligheid

Nochtans zijn de meeste profploegen - en zeker de meest professioneel georganiseerde - zéér voor de oortjes. De renners ook. Zij hebben een goed argument: de veiligheid Want hoe romantisch de oorloze tijd was, het cowboygedrag van de sportbestuuders was gevaarlijk en onverantwoord, als ze om vooraan te raken elkaar van de weg toeterenden. En soms ook en renner. Scott Sunderland was een behoorlijke Australische prof toen zijn carrière bruusk stopte omdat in de Amstel Gold Race van 1998 TVM-sportdirecteur Cees Priem hem aanreed: Priem moest namelijk dringend overleggen met zijn kopman Peter Van Petegem. En daarvoor moest echt alles wijken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234