Maandag 05/12/2022

GetuigenissenAanslagen van 11 september

Generatie 9/11 in België: ‘Ervoor voelde ik me anders omdat we thuis minder geld hadden, erna omdat we een andere kleur hadden’

Jongeren over 9/11 Beeld Bob Van Mol / rv
Jongeren over 9/11Beeld Bob Van Mol / rv

De Rotterdamse journalist en columnist Lotfi El Hamidi (36) brengt Generatie 9/11 uit, een boek over hoe de assen van de Twin Towers bij ons neerdaalden en hun impact op jongeren met migratieachtergrond. Drie Belgen met Marokkaanse roots gaan in gesprek over enkele opmerkelijke passages.

Bruno Struys

Lotfi El Hamidi, over de dag van de aanslag: ‘Wat ik me in ieder geval nog wél goed voor de geest kan halen is de angst in de ogen van mijn ouders, de vrees dat de aanslagen in het Westen toenemende vreemdelingenhaat, in het bijzonder haat tegen moslims, teweeg zouden brengen. Hou je gedeisd, doe of zeg geen domme dingen, drukten mijn ouders mij die dag nog op het hart.’ (uit Generatie 9/11)

“Ik was negen jaar en 9/11 is een van de sterkste en vroegste herinneringen uit mijn kindertijd”, zegt Hanane Llouh (29), die doctoreert op het departement economie aan de UAntwerpen. “Mijn moeder stond als vastgenageld voor televisie. Ik besefte niet wat er gebeurde, maar even later moesten plots bij ons de moskeeën op slot, uit schrik voor represailles. De angst voor geweld was en is nog altijd heel reëel.

“Mijn moeder is iets traditioneler gekleed en als ik met haar op stap ben, merk ik dat de sfeer anders is. Dan hoor ik in een winkel: ‘Madame klapt zeker geen Nederlands?’ Ik was erbij, enkele weken terug, toen iemand naar de grond spuwde in haar richting. Uit zijn blik sprak walging.

“Mijn moeder kon dat achteraf weglachen, maar ik link dat aan de verrechtsing en de verruwing van de samenleving. Ze heeft een overlevingsmechanisme waar ik jaloers op ben, maar tegelijk moet het gedaan zijn om ons te schamen. De huidige generatie is veel mondiger.”

Reddingswerkers zoeken in het puin van het WTC naar overlevenden. Beeld EPA
Reddingswerkers zoeken in het puin van het WTC naar overlevenden.Beeld EPA

Yasmien Naciri (30), columniste en algemeen manager van het Antwerpse Innovatiecentrum Werk, was op 11 september 2001 ook negen jaar. Ze herinnert zich nog hoe de beelden verschenen op een oude beeldbuistelevisie in de klas. “Ik was de enige met migratieachtergrond in de klas, Mol was toen absoluut niet divers. Ik had gelukkig fantastische leerkrachten en lag goed in de groep, maar die aanslag veranderde toch iets. Ervoor voelde ik me anders omdat we thuis minder geld hadden, erna omdat we een andere kleur hadden.”

Naciri weet nog dat haar familie in die periode enkele verbale aanvallen heeft gehad. “Mijn moeder kreeg opmerkingen, in de wachtrij en op de parking van een supermarkt, een keer bij ons in de straat. Ik weet niet meer wat ze zeiden, maar wel nog het gevoel erbij, dat ik dacht dat ze mijn moeder iets zouden aandoen. Ze heeft zich altijd wel verweerd in zulke situaties.”

De 25-jarige Yassine Boubout, bekend als mensenrechtenactivist en intussen aan het werk bij de Verenigde Naties in New York, was nog te jong tijdens 9/11 om het live mee te maken. Toch groeide hij op met de beelden van de crashende vliegtuigen in de tussentrailers op Al Jazeera.

Boubout: “Ik ben ook opgegroeid met een moeder die zei dat ik niet te negatief mocht zijn, omdat er een angst was dat we niet echt welkom waren. Na verloop van tijd verminderde de associatie tussen islam en terreur in de samenleving, maar dat veranderde weer na de aanslag op Charlie Hebdo. Bij elk nieuwsbericht over een aanslag zeiden we hardop tegen mekaar: ‘Laat het alsjeblieft geen moslim zijn’, omdat je weet dat de gewone moslim ervoor zal boeten.”

Lotfi El Hamidi: ‘Geregeld ontvang ik reacties waarvan ik vermoed dat andere schrijvers, zonder migratieachtergrond, die niet gauw krijgen. Dat ik niet zo negatief moet doen over dit land, en dat ik als het me hier niet bevalt nog altijd terug kan naar waar ik vandaan kom – alsof gastarbeider een erfelijke status is.’ (uit Generatie 9/11)

Yassine Boubout Beeld Bob Van Mol
Yassine BouboutBeeld Bob Van Mol

“Ik weet dat na dit interview mijn mailbox vol zal zitten”, zegt Yassine Boubout. “Ik heb een tabblad in mijn mailbox met de titel ‘haat’, waarin ik alle haatmails dump. Ik klasseer ze mooi in een apart fichebakje, als de brave jurist die ik ben. Ja, ze kunnen ooit juridisch nuttig zijn. Kritiek is welkom, maar scheldtirades of bedreigingen, zeker niet.

“Soms gaat het ook nog verder. Ze weigerden Zakia Khattabi (klimaatminister voor Ecolo, BST) voor het Grondwettelijk Hof bij gebrek aan rechtendiploma, om een paar maanden later iemand aan te duiden die evenmin dat diploma had. Dat bewijst dat het enkel om haar kleurtje te doen was.”

“Vroeger bij De Morgen en nu bij Gazet van Antwerpen schrijf ik als Vlaming, Kempenaar, Mollenaar of Antwerpenaar en dan zijn er altijd lezers die reageren dat ik me zo niet mag noemen”, zegt Yasmien Naciri. “Zoiets komt van mensen die denken dat zij de macht en het recht hebben om dat te bepalen. Maar je bepaalt zelf waar je je thuis voelt.

“In mijn jeugd zijn er wel momenten geweest dat ik me zoiets aantrok, maar nu vind ik het enkel triest voor wie door zoiets wel geraakt wordt. Als zelfs ik zoiets te horen krijg, beeld ik me in hoe het is voor een jonge gast of een jong meisje uit Brussel of Borgerhout.”

Hanane Llouh: “Elke Vlaming heeft het recht om te klagen over wat mis gaat, maar als iemand met migratieachtergrond dat doet, krijgt die snel te horen dat hij of zij niet zo ondankbaar moet zijn. Hou ouder ik word, hoe zelfverzekerder ik daarin ben. Ik weet dat ik hier ben opgegroeid en ik eis mijn plaats hier ook op.”

Lotfi El Hamidi: ‘Een van de grootste clichés binnen de diaspora: in het Westen een Marokkaan, in Marokko een westerling.’ (uit Generatie 9/11)

“Ik noem het schizofrenie”, zegt Hanane Llouh. “Ik ben net terug van een maand Marokko en ik snakte echt naar België, maar nu ben ik al weer tickets naar Marokko aan het opzoeken.

“In Marokko noemen ze ons shab lgarish, de mensen uit het buitenland. En hier zijn we altijd allochtone vreemdelingen. Hou ouder ik word, hoe bewuster ik me ervan word dat de dubbele identiteit een rijkdom is, maar soms vind ik het mentaal wel moeilijk.”

Yassine Boubout is akkoord, maar ziet nog een extra dimensie. “Wie het hier heeft over Belgen, bedoelt daar autochtone Belgen mee, terwijl Marokkanen de diaspora toch meerekenen.

“Een gevolg daarvan is dat er onder Belgen met migratieroots een smet kleeft op het label Belg. Vroeger kon je uitgelachen worden door je Belg te noemen, net omdat we zo werden uitgestoten door de etnische Belgen. Dat principe geldt nog altijd, maar nu kan je Belg vervangen door Vlaming.”

Naciri: “Als mensen me vragen waar ik vandaan kom, dan zeg ik de Kempen. Dan vragen ze door en zeg ik Mol. Pas daarna besef ik meestal wat ze bedoelen. In Marokko is dat hetzelfde, want ik spreek Arabisch met een Kempisch accent.

“Ze zijn in Marokko wel trots op de diaspora. Dat heeft te maken met de economische meerwaarde die ze genereert. De diaspora staat erom bekend dat ze de familie voor een stuk onderhoudt. Uit het buitenland komen is er helaas een statussymbool en je hebt meer privileges dan de lokale bevolking.”

Lotfi El Hamidi: ‘Emancipatie is bijna per definitie ook ongemak; de ‘nieuwe’ cultuur die je je eigen maakt is geen jas, eerder een stropdas waar je je steeds weer even voor moet concentreren om hem goed te knopen.’ (uit Generatie 9/11)

Yassine Boubout: “Die eerste keer dat ik in de Algemene Vergadering van de VN zat, dacht ik enkel: what the fuck ben ik hier aan het doen. Twee weken eerder zat ik bij mijn jeugdvrienden, in een buurt waar het minder normaal is om een masterdiploma te halen dan in en uit de gevangenis te vliegen.

“Mijn vrienden zijn vaak ouder dan ik en ‘surplacen’ hier nog. Ze proberen weg te geraken, maar worden telkens teruggegooid. Het voelde dus alsof ik ik niet voorbestemd kon zijn om daar te zitten. Ik heb altijd gedacht dat ik me door het leven zou moeten worstelen. Die wonde van armoede is nog vers.

“Bij de VN ontmoet je meestal geprivilegieerde mensen met ouders die hun tripjes kunnen bekostigen. En dan zie je iemand in een hoekje staan en je herkent die meteen. Die straatcultuur haal je er meteen uit.”

Yasmien Naciri: “Ik ben vrij jong beland op c-level, tussen beleidsmakers en managers en je wordt dan vaak onderschat en paternalistisch behandeld. Ik denk dat ook vrouwen zonder migratieachtergrond dat wel herkennen.

“In het begin was ik soms geïntimideerd door die tafel met allemaal witte mannen in pak. Dan is het moeilijk om assertief te zijn en tegen te spreken. Nu zeg ik gewoon rechtuit mijn mening en wordt dat vaak ook geapprecieerd.”

Hanane Llouh. Beeld Bob Van Mol
Hanane Llouh.Beeld Bob Van Mol

Historica Hanane Llouh: “Mijn ouders hebben echt afgezien om hier te geraken en ons een betere toekomst te geven, dus ik heb het gevoel dat ik hen iets verschuldigd ben. Ik ben begonnen aan universitaire studies omdat ik wou bewijzen dat ze niet voor niks zijn geëmigreerd.

“Ik was de eerste in de familie met een universitair diploma en nu doctoreer ik. Terwijl het CLB me in het secundair onderwijs nog aso afraadde. Ik stel me nog vaak de vraag of ik op de juiste plaats zit, of ik slim genoeg ben hiervoor.”

Naciri: “Minderheidsgroepen zullen altijd meer en harder hun best moeten doen. Automatisch zit je dan ook met een ‘oplichterssyndroom’: misschien ben je hier de excuustruus, of enkel gekozen omwille van je huidskleur, misschien word je hier betrapt op een fout, ook al zeggen alle aanwijzingen iets anders.

“Het is me zo aangeleerd. Zesjes waren bij ons thuis niet aan de orde, een zeven was het minimum, en eigenlijk moest het een acht zijn. Ik moest de taal van nieuwslezers Martine Tanghe en Dany Verstraeten nabootsen. Dat perfectionisme is erin gelepeld: ‘Ge zijt ne bruine, ge moet u harder bewijzen’.”

Generatie 9/11, Lotfi El Hamidi, Uitgeverij Pluim, 120 p., 22,99 euro.

Lotfi El Hamidi, het migrantenkind dat nu een sleutelpositie bekleedt

De 36-jarige journalist Lotfi El Hamidi leidt op dit moment de opinieredactie bij het NRC Handelsblad. Hij groeide op in Delfshaven, een Rotterdamse wijk waar veel migranten wonen. Een aantal straten verderop woonde ook Pim Fortuyn, de politicus die enkele maanden na 9/11 werd vermoord. Een van de leerkrachten op El Hamidi’s school was de oprichter van Leefbaar Rotterdam, de partij waarvan Fortuyn het boegbeeld was.

“Het was het epicentrum van het populisme, maar ook van het multicultureel drama, zoals dat werd genoemd”, zegt El Hamidi.

Zijn boek Generatie 9/11 is een verzameling van essays daarover, maar met lichtvoetigheid opgeschreven. Zo draagt hij op de eerste pagina het boek op aan “alle migrantenkinderen die Turks fruit voor hun leeslijst kozen en erachter kwamen dat het niet over Turken ging”.

“Ik heb het wel echt voor hen opgeschreven”, zegt hij. “En ik merk dat ik een gevoelige snaar heb geraakt. Veel generatiegenoten zijn blij dat hun verhaal eindelijk is opgeschreven door iemand die het van binnenuit kent. Tegelijk heb ik het erg toegankelijk gemaakt, zodat ook de jongere generatie er iets aan heeft, of de buitenstaander die zich geen voorstelling kan maken van die ervaring.”

De schrijver is voorzichtig optimistisch en denkt dat de samenleving vooruitgang heeft geboekt in de dagelijkse omgangsvormen. Hij is bovendien zelf een uitstekend voorbeeld van hoe migrantenkinderen uit zogenaamde probleemwijken intussen sleutelposities bereikten.

“Tegelijk zijn we altijd een aanslag verwijderd van het riedeltje over het falen van de multiculturaliteit. Xenofobie en moslimhaat is in bepaalde kringen genormaliseerd, maar ik denk dat migranten en zeker moslims veel weerbaarder zijn en beter voor zichzelf opkomen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234